Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Past geloof in een kinderliedje?

Zoete verhalen en moeilijke vragen

in Geloven

Christelijke kinderliedjes zijn eenvoudig. Logisch, want een kind moet het begrijpen. Maar het contrast met de werkelijkheid is soms groot. De ark bleef droog ja, maar de rest van de mensen verdronk. Hoe verbind je de zoete verhalen uit de kinderbijbel met een realistisch geloof?

Als je bidt, zal Hij je geven’. Bijna iedereen kent het vrolijke liedje van Elly en Rikkert Zuiderveld. En we zingen het – groot en klein – vaak uit volle borst mee. Maar klopt het wel? Is het niet te simpel, te ongenuanceerd? Want soms geeft God helemaal niet. Denk aan die moeder die haar kind verliest aan kanker. Aan dat kind dat blijft snakken naar liefdevolle ouders. Aan mensen die geen broodkruimel meer hebben om te eten. Kom dan maar eens met dat liedje aan.

Geen steen
En trouwens: wát geeft God eigenlijk? Geen steen als je om een brood vraagt, zingt het liedje. Maar kom je daar verder mee? “Dat is niet ónze tekst, hè?” lacht Elly Zuiderveld op de vraag wat we met dit liedje moeten. “Die tekst staat in de Bijbel. Dus als je er moeite mee hebt, moet je bij God zijn. Natuurlijk krijg je niet alles waar je om vraagt. Maar als je bidt in Zijn Naam, zál Hij geven. Dat geloof ik echt. Hij is de gevende. En soms krijg je wat je vraagt, soms ook niet. Maar dan geeft Hij je wel vrede.”
Elly herkent weinig in de vraag of sommige kinderliedjes niet in schril contrast staan met de vaak harde werkelijkheid van geloven. “Mensen zeggen eerder: ‘Toen ik in de grootste nood zat, schoot mij ineens een kinderliedje te binnen.’ Al moet ik zeggen: het liedje ‘Blij blij, mijn hartje is altijd blij’, vind ik een irritant liedje. Want natuurlijk is je hart niet altijd blij.

Nuance komt later
Sommige kinderliedjes zijn zo vrolijk, dat je geen moment meer stilstaat bij wat er eigenlijk gebeurt in het Bijbelverhaal waar- over je zingt. Denk aan het liedje over David: ‘En Goliath viel om, rommerdebom’. Zo vrolijk is dat niet. “Maar dat is dan ook echt een liedje voor 3- en 4-jarigen, hè?” reageert Elly. “Wat er vooral in staat, is: David was niet bang, samen met zijn God. En natuurlijk zijn we allemaal weleens bang, maar die nuance komt vanzelf als kinderen ouder zijn. Daarom hebben we bijvoorbeeld een liedje over Daniël gemaakt, met als refrein: ‘Niet bang zijn, niet bang zijn, nou ja, misschien een beetje. God is altijd bij je en Die is nooit bang.’ En deze, uit een liedje voor tieners: ‘Soms is het leven precies een woeste zee, dreigend en wild, en het lijkt of ik nergens ruimte meer vind.’
En,” relativeert Elly, “als je een lied niet kunt zingen, zing je het toch gewoon niet meer? Zo kan ik de zin ‘Laat mijn hart niet koud zijn, Heer’ uit het ‘Abba Vader’ niet zingen. Want het is God niet die je hart koud laat zijn, dat doe je zélf. Dus dat regeltje sla ik altijd over.”

Honderden mensen die verdrinken
Niet alleen kinderliedjes zijn eenzijdig vrolijk, ook in kinderbijbels worden verhalen ‘opgeleukt’ en staan allerlei zoete tekeningen. Noach bouwt gezellig een ark, maar niemand bekommert zich om die honderden mensen die verdrinken. “Begrijpelijk,” stelt godsdienstpsycholoog Hanneke Schaap, rector van Kennisinstituut christelijke ggz. Als het gaat om kinderliedjes en kinderbijbelverhalen is het volgens haar van belang te kijken naar het ontwikkelingsproces van kinderen. Peuters kunnen zich bijvoorbeeld nog niet verplaatsen in de ander, legt ze uit. “Zij hebben nog niet door dat iemand anders ook kan denken en voelen. Dat betekent dat zij bij het verhaal over de ark van Noach geen moment denken aan al die mensen die buiten de ark verdrinken. In die zin is het een logische keus om de hoofdlijn van het verhaal te vertellen, en de keerzijde ervan nog achterwege te laten. Heel jonge kinderen bevatten dat gewoon niet.”

'In kinderbijbels worden verhalen 'opgeleukt' met zoete tekeningen'

Gekrenkte liefde
Ze voegt daaraan toe dat kinderen in deze leeftijdsgroep maar moeilijk positieve en negatieve gevoelens tegelijkertijd kunnen verdragen. Hun redeneringen zijn daarom vaak heel zwart-wit. Óf ze houden van je, óf ze hebben een hekel aan je. “Dat betekent,” legt Hanneke uit, “dat je heel jonge kinderen bijvoorbeeld maar moeilijk kunt leren dat God van mensen houdt maar hen soms ook straft. Dus het heeft een psychologische functie om bij jonge kinderen te beginnen met het belangrijkste, en dat is wat mij betreft de liefde van God. Pas later komt bijvoorbeeld Gods gekrenkte liefde aan de orde.”

Verlengstuk van je eigen behoefte
Het zijn trouwens niet alleen kinderliedjes waarin de ‘zoete kant’ van geloven overmatig aandacht krijgt, signaleert Hanneke. “Ook in liederen voor volwassenen gebeurt dat. ‘Hoe ellendig het ook is, Jezus zit naast je en slaat Zijn arm om je heen’, om het maar even plat te zeggen. Ik denk dat dit daarom voor iedere christen op z’n minst een aandachtspunt is. Al is het maar om eens kritisch naar jezelf te kijken: hoe zie je God? Is Hij een verlengstuk van je eigen behoeften en verlangens? Is Hij alleen maar de zorgzame Vader of de therapeutische God? Of kun je Hem ook echt als de Ander beschouwen, als ons ‘kritisch tegenover’, waarbij het niet om jou draait, maar om Hem. Geloof is niet bedoeld als psychologisch trucje om je zo fijn mogelijk te voelen; het is de weg om vrede met God te vinden.”

Gruwelijkheden die we overslaan
Iemand die houdt van luchtigheid en humor in Bijbelverhalen, is Marijke ten Cate, auteur van onder andere de Prentenbijbel. Zij herkent de dilemma’s, maar stelt vooraf wel dat volwassenen de eenzijdigheid van liederen en Bijbelverhalen zelf in stand houden. “Als je de Bijbel echt helemaal doorleest, kom je nogal wat gruwelijkheden tegen die wij in onze volwassen liederen en preken ook niet onder de aandacht brengen. Dus wij passen de Bijbel eigenlijk ook al aan aan de tijd waarin wij leven.” Tegelijk vraagt Marijke zich af of de Bijbel wel geschikt is voor heel jonge kinderen. “Jezus zegt: ‘Laat de kinderen bij Mij komen’, maar als je heel kleintjes iets wilt meegeven over geloven, moet je de Bijbel soms bijna geweld aandoen om het voor hen geschikt te maken.”

Om de prentenbijbel toegankelijk te maken, paste ze de nodige humor in haar illustraties toe. “Zo heb ik bijvoorbeeld geen afgehakte hoofden getekend, maar wel mensen die met een knots achter elkaar aan zitten. Kijk, de Bijbel is geen vrolijk boek. Maar als je er humor in kunt verwerken, trekt dat wel aan. En inderdaad, je moet geloven niet te makkelijk of gezellig maken. Het probleem is alleen vaak: als je een verhaal eenvoudig maakt, raak je de veelkleurigheid en de reikwijdte kwijt en ga je dingen versimpelen. Dan kan het wel krachtig zijn, maar ook ongenuanceerd. Tegelijkertijd moeten jonge kinderen vooral weten dat ze geliefd zijn, dat de wereld veilig is en dat God voor hen zorgt. Dat is de basis die je bouwt en van daaruit ga je verder.”

Zonder grapjes
Op de vraag of er een verhaal was waarbij ze zich afvroeg of dat wel in de prentenbijbel paste, antwoordt ze: “Als het aan mij lag, was het verhaal van Noach en de ark er niet in gekomen. Maar ja,” lacht ze, “een kinderbijbel zonder ark verkoopt niet. Over het lijdensverhaal heb ik serieus getwijfeld. Sowieso zijn de meningen verdeeld over de vraag of je het lijdensverhaal wel aan jonge kinderen moet laten zien. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om dat wel te doen, maar dan zonder grapjes. Ik heb daar geen gezellige muisjes bij getekend.”

Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Studio Vrolijk

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons