Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

"Maak je kamers groot"

Herodes en Psalm 24

in Geloven

Wachten is emotie. Als je wacht op hulp en redding, kan de twijfel toeslaan, de angst en de wanhoop. Wie wacht op goed nieuws, wacht vol verlangen. En wie in verwachting is, kan haast niet wachten. Van al deze emoties zingen de psalmen. Schrijver, dichter en dominee Rien van den Berg leest de komende weken vier psalmen in het licht van advent.

Matteüs 2:1: Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen’. Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden.

Waar wacht Herodes de Grote op? Rare vraag. Nergens op natuurlijk. Hij heeft alles wat zijn hartje begeert, hij heeft bouwwerken neergezet waar de hele wereld verbluft naar zat te kijken. Hij had een juweel van een havenstad gebouwd, met zijn pronkpaleis op de plek met het mooiste uitzicht, en hij had die stad Caesarea genoemd om keizer (caesar) Augustus te kietelen. Dat was de enige die hij te vriend moest houden, verder was zijn kostje gekocht.

En toch zit Herodes in die onvoorstelbare weelde voortdurend te wachten. En wel op degene die hem alles zal afpakken. Wie dan ook maar. Hij wordt er paranoïde van. De grote Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus schrijft: ‘Hij haatte en wantrouwde iedereen. En omdat hij in permanente verdenking zijn veiligheid zocht, paste hij dat voortdurend toe, ook op mensen die het niet verdienden.’

Herodes maakte iedereen af van wie hij dácht dat ze hem wilden bedreigen. Hij vermoordde zelfs zijn eerste vrouw Mariamne, en twee van zijn zonen. Op een valse beschuldiging van een derde zoon, zo bleek amper een half jaar later. Maar het was Herodes worst: je kon er beter een paar te veel wantrouwen dan één te weinig. Keizer Augustus schijnt ooit gezegd te hebben: ‘Je kunt beter Herodes’ varken zijn dan zijn zoon.’

Profeten
Ook zijn onderdanen wantrouwde hij. Hij wist heel goed dat hij uit Edom kwam, de erfvijand van Israël, en dat hij op het pluche zat omdat hij dik was met de Romeinen. Hij wist hoe ontvlambaar het Joodse verzet was. Herodes had alle reden om ook iets van de God van Israël te verwachten. Die God zette tegenover de koningen altijd profeten. Zelfs David, ‘Gods eigen koning’, kreeg als dat nodig was op zijn tabberd van de profeet van de Heer. Bovendien doemt in de heilige boeken een figuur op grote bedreiging moet zijn geweest: een messias-koning die de regie zou overnemen en een vrederijk zou stichten. Een messias-koning, die God zelf zou zijn.

Schone handen
Juist Israëls ‘oerkoning’ David zingt van hem, in Psalm 24. Hij zingt eerst de lof van God als degene die de hele aarde in Zijn hand houdt. Alleen wie dat erkent, mag Zijn heilige berg beklimmen – oei! Herodes had op die heilige berg weliswaar een imposante tempel voor die God gebouwd, om de Joden te vriend te houden, maar hij had die tempel ook ontheiligd, door bij de toegangspoort een schild met een gouden adelaar te plaatsen: het symbool van de macht van Rome, omdat hij eerst en vooral de Romeinen te vriend wilde houden. Een godslastering. Maar Psalm 24 gaat verder. Die tempelberg is alleen te beklimmen door mensen met een zuiver hart en schone handen, mensen die zich niet laten regeren door leugens en bedrog...

Omhóóg ouwe poort! De Koning komt! 

Intocht
Psalm 24 plaatst het volk uitgerekend bij de toegangspoort. Het is het beeld van de intocht van de koning: ze weten dat hij eraan komt, de hele stad is uitgelopen, iedereen staat buiten de poort, aan weerskanten van de weg. En dan kijkt een van de zangers naar de stadspoort. En hij denkt: dat gaat niet werken... Denk maar aan de Disneyfilm Aladin: Aladin trekt als prins Ali naar Bagdad, hoog op een olifant gezeten. En je denkt: zo hoog, dat past nooit onder die stadspoort door!

Dat is wat het uitgelopen volk hier ook beseft: er komt nu een koning aan, ouwe stadspoort, daar ben jij te klein voor. Die boog moet hoger! Die oude deuren moeten uit de hengsels! En dan zingen de mensen elkaar het lied van hun verwachting toe. De ene kant van de straat zingt: omhóóg, ouwe poort! De koning komt! En de andere kant van de straat zingt de vraag, waar ze het antwoord wel op weten: Wie is die koning dan? En dan bulderen ze met z’n allen: die koning is God zelf! Daar kan geen aardse koning tegenop. Nee, Herodes, ook jij niet.

Verschrikkelijk bevel
Dan ineens staan er magiërs aan diezelfde stadspoort. En ze zijn verbaasd: wat is het stil! Waarom zingt Jeruzalem niet? En waar is die nieuwgeboren koning?
Je ziet het hem denken, die wantrouwige koning, die zijn veiligheid zoekt in zijn argwaan. Een andere koning? Dat zullen we dan nog weleens zien! En hij vaardigt een verschrikkelijk bevel uit. Maar de psalm krijgt gelijk: deze koning, mijn beste Herodes, is drie maten te groot voor jou. Want God en hij, dat zijn vader en zoon.
Psalm 24 is in de geschiedenis van de liturgie een pinksterlied geworden. Want het is een lied van verwachting. Het past ook voortreffelijk bij advent. De koning komt! Of, tweeduizend jaar later: de koning komt terug! Zing dat maar eens in de kerk, dezer dagen. Zing het de poort van je eigen hart maar toe: maak je kamers groot, oud hart van mij, want er wil een koning naar binnen, groter dan jij ooit had kunnen denken.

Tekst: Rien van den Berg
Beeld: Studio Vandaar

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over