Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Waarom denk je dat we hier fietsen, gozer?!

Blog van Tijs van den Brink

in Nieuws

We fietsen op de schitterende flanken van de een na hoogste bergpas van Europa, de Stelvio, in het noorden van Italië. Mijn 17-jarige zoon en ik, 45 jaar oud inmiddels, in de zomer van 2016.

Het is stiekem – niemand die het weet
– een belangrijke dag. Vandaag moet duidelijk worden dat ik hem nog aankan. Natuurlijk, er komt een moment dat hij sterker zal zijn, maar dat moment is nog niet gekomen. Vind ik.
 Ik voel het moment wel naderen. Met voetballen is hij mij eigenlijk al een jaar of twee voorbij. Met ervaring, een beetje duwen en trekken en een beetje vals spelen, leek het vaak nog wat, maar nee, één-tegen-één- partijtjes probeer ik te vermijden.


Maar fietsen is mijn sport! Dat doe ik vaak en veel en graag! Vandaag zal duidelijk worden dat ik nog steeds de sterkste ben. Meer dan twintig kilometer klimmen, zo’n twee uur lang. En dan zal blijken dat deze oude man nog altijd niet is afgeschreven. Natuurlijk, makkelijk zal het niet worden, maar als het gaat om uithoudingsvermogen zal ik het toch nog wel redden? Ik heb meer dan 2500 kilometer in de benen, dit jaar, hij nog geen 200. Het moet kunnen.
 Het eerste uur gaat het goed. We genieten met volle teugen: schitterend weer, prachtige uitzichten, lekker tempo. 

Na ruim een uur begin ik hem toch een beetje te knijpen. Uit mijn ooghoeken kijk ik even opzij of zoonlief het nog niet moeilijk krijgt. Kan ik op z’n gezicht zien dat 
hij lijdt? Mmm, valt wel mee. Of eigenlijk: tegen. Okselfris zit hij erbij. Wat is dit? Nog een kwartiertje later voel ik dat hij opzij kijkt. Hij zegt het niet maar ik hoor hem denken: hé ouwe, trappen we nog een beetje door? Geforceerd ontspannen kijk ik voor me uit. 


De top van de berg doemt op. “Eh pap, vind je het goed als ik vast doorrijd?” Oef. Hier gebeurt het. Dit was niet de bedoeling. "Waarom denk je dat we hier fietsen, gozer? Niet om er door jou afgereden te worden, ja! Ben je helemaal gek geworden?"
 Maar dat is natuurlijk niet wat ik zeg. “Zou je dat wel doen? Het wordt nog steil hoor!” Glimlachend kijkt hij me aan: “Komt goed pap. 'k Zie je boven!”

En weg is hij. Het is klaar. Het is over.

Hij. Is. Me. Voorbij. 

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons