Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Kan alleen Gods liefde vervullen?

Is al het andere uiteindelijk schijn?

‘Onze dominee zegt dat we onze identiteit bouwen op aardse dingen, maar dat die vergaan, en dat we daarom onze identiteit op Christus moeten bouwen, omdat zijn liefde alleen betrouwbaar is. Ik vind dit heel lastig. Waar is die liefde dan? En mijn werk is heel ‘aards’, is dat dan fout?’ Schrijver Reinier Sonneveld reageert.

Je dominee baseert zich ogenschijnlijk op de beroemde tekst van Jezus over dat aardse schatten door mot en roest vergaan, maar hemelse schatten niet. Veel populaire predikers, zoals John Piper en Tim Keller, halen deze tekst vaak aan. Ik denk dat het een prachtige tekst is, maar dat ze ‘m onjuist uitleggen.

Het begint al met de veronderstelling dat alles vergankelijk is. Traditioneel geloven we in een vernieuwde aarde. Die zal heel ander zijn dan wat we nu kennen, maar tegelijk herkenbaar. Dat merk je ook aan Jezus als hij is opgestaan: hij is dan al zoals wij later worden, maar hij is herkenbaar – zelfs zijn littekens zijn er nog.

De tekst wordt vaak zo uitgelegd, dat je je niet te veel moet hechten aan spullen en dergelijke, maar alleen aan God. Op zich een prachtige gedachte, maar hoe werkt dat dan concreet, je alleen hechten aan God?

"Hechten aan God gaat via gewone aardse zaken"

Hechten aan God gaat via gewone aardse zaken, zoals een bijbeltje, medegelovigen, gedachten, gewoontes, natuur, enzovoorts. God uit zich ‘middellijk’ zeggen we dan in de theologie: hij communiceert ‘door middel van’ zijn schepping en niet los daarvan. God praat ‘via’.

Al dat aardse waardoorheen hij spreekt is even vergankelijk als al het andere aardse… Er gebeuren rampen in de natuur, er staan foutjes in je bijbelvertaling of je raakt je bijbeltje kwijt, medegelovigen kwetsen je, gedachten blijken niet te kloppen, enzovoorts.

En dan ben je weer terug bij af. Je had je net ‘onthecht’ en alleen aan God gehecht, maar toen bleken de middelen om je te hechten ook aan ‘mot’ en ‘roest’ onderhevig… Deze manier van denken werkt dus niet. God werkt nu eenmaal via wat vergaat – hij werd nota bene een mens die werd gekruisigd. 

"Daar hoeven we niet van te onthechten – dat klinkt nogal Boeddhistisch ook"

We moeten hier heel anders over denken. We moeten niet loskomen van al het aardse. God heeft de aarde geschapen ‘en zie het was goed’. We kunnen daarin gewoon God vinden. Daar hoeven we niet van te onthechten – dat klinkt nogal Boeddhistisch ook. We kunnen daar juist van genieten als iets dat God gegeven heeft, als genade van hem. En wat allemaal vergankelijk is. Het zou allemaal kapot kunnen. Dat is nu eenmaal onze situatie.

Jezus heeft gelijk: er zijn ook hemelse schatten. Of beter gezegd: ‘schatten in de hemel’. Dáár zijn ze. De misvatting van Keller en Piper en vele anderen is dat ze denken dat je er hier al over kunt beschikken. Dat je hier al iets volkomen zekers hebt om je identiteit op te vestigen. Dat is onjuist. Het zijn schatten in de hemel. Bij God. Pas als je bij God bent, kun je daarvan proeven.

Begrijp me goed: natuurlijk is Gods liefde onvergankelijk. Maar alles waardoor je dat nu concreet kunt ervaren, dat is kwetsbaar. 

Geschreven door:

Reinier Sonneveld

Theoloog en schrijver

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over