Icon--npo Icon--menu Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Fluisterzachte luisterliedjes en snoeiharde metal

in Geloven

Klassiek, jazz, gospel, pop – we hebben allemaal onze voorkeuren als het gaat om muziek. Maar sommigen hebben een heel bijzondere smaak. Visie vond er drie en wandelde met hen buiten de gebaande muzikale paden.

Moderne jazz - muzieksmaak van Johan Bakker

“Mijn schoonmoeder heeft een hekel aan mijn muziek. Als ze mij een cd-bon geeft, mag ik er geen jazz van kopen,” vertelt muziekjournalist Johan Bakker. Smaken verschillen dus, zoveel is duidelijk. Toch is een muziekvoorkeur wel te sturen, denkt Johan. Zelf heeft hij een brede smaak, maar hedendaagse jazz heeft zijn voorkeur. En dan met name de vrije, experimentele varianten.

“Het is net als met eten. Er zijn mensen die hun hele leven naar de McDonald’s gaan. Anderen kiezen voor culinaire verfijning. Je kunt jezelf daarin trainen, door steeds een stapje verder te gaan.”

Waar moet je dan beginnen?
“Met iemand als Tord Gustavsen of Brad Mehldau. Echt een grote naam is Miles Davis. Alleen bij hem moet je goed opletten, want zijn oeuvre is heel groot. Van bop tot jazzrock. Zijn cd 'Kind of Blue' is de meest verkochte jazz-cd ooit. Heel toegankelijk. Als je die beluistert en het nog niet mooi vindt, ben je voor de jazz verloren.”

Uit het raam gevallen
Zelf was Johan een jaar of 25 toen popmuziek op de radio hem begon te vervelen. Hij maakte een uitstapje naar klassiek, tot hij op de radio hoorde dat de Amerikaanse trompettist Chet Baker uit het raam was gevallen en was overleden. Hij zou die avond optreden in Amsterdam. “Toen ik muziek van hem hoorde – hij speelde niet alleen trompet, maar zong ook – in combinatie met zijn dramatische dood, kreeg ik kippenvel. Dat was het moment waarop ik de jazz ontdekte. Nu, 25 jaar later, ben ik nog steeds dagelijks op zoek naar nieuwe vormen. Het is dus een groeiproces.”

‘Hij speelt vals’
“Ik heb een soort honger naar muziek. Het kan mij ook echt tot steun zijn. Tord Gustavsen, een pianist uit Noorwegen, speelt heel mooie jazz, en is ook kerkmusicus. Hij kan dat prachtig met elkaar combineren. Die muziek brengt mij dichter bij God.
Heel soms hoor je bij een goede organist in de kerk invloeden uit de jazzmuziek. De niet-geoefende luisteraar denkt dat hij vals speelt, maar ik weet: ‘Dit zijn jazz-akkoorden.’ Dat vind ik prachtig.” Johan heeft nog wel een tip: “Muziek moet je in levenden lijve meemaken, artiesten moet je zien. Dan begrijp je het beter.”

Alternatief - muzieksmaak van ds. Kees van den Berg

“Mijn muzieksmaak? Van klassiek tot pop, of dichterlijker gezegd: van fluisterzachte luisterliedjes tot snoeiharde metal, en alles wat daar tussen zit.” Al heeft ds. Kees van den Berg uit Gouda altijd een voorkeur voor de alternatieve kant gehad. “Ik zoek naar muziek aan de randen.”

Een voorbeeld daarvan is muziek van de componist William Basinski. “Het is klassiek, maar dan wel de moderne variant, de avant garde,” licht Van den Berg toe. “Basinski werkt met heel veel herhaling, dus je zou het ook minimal music kunnen noemen.”

Zijn vrouw en kinderen kunnen het minder waarderen. Als hij het in de huiskamer draait, komt er na tien minuten protest uit alle hoeken. “Ik draai het daarom vooral in de studeerkamer of in de auto. Ik denk dat de helft van mijn muziekcollectie alleen voor die locaties bestemd is.”

Muziek der verbeelding
“Van de band Mogwai ben ik al vrij lang fan. Zij maken post-rock, die zich regelmatig uit in lange epische stukken. Vaak instrumentaal. Het nummer 'My father my King' is gebaseerd op twee Joodse geestelijke liederen. Ze spelen het zo, dat het steeds zwaarder wordt. Aan het eind ‘ontaardt’ het echt in noise, in herrie. Zo’n stuk gaat dan met mij een gesprek aan. Ik hoor er de pogroms en de getto’s in, het lijden, het geweld. Het is muziek van de verbeelding. Soms raakt het me echt en gaat het een laag dieper: van m’n verstand naar m’n ziel.”

Alternatieve muziek matcht gevoelsmatig niet echt met een hervormde predikant.
“Ik zit ik in de orthodoxe hoek van de kerk ja, maar ik heb mijn geestelijke antenne uit staan naar alle kanten. Trouwens, je kunt ook van muziek houden zonder de bijbehorende subcultuur. Het gaat mij puur om de tekst en de composities.
Geen enkele muziekstijl is per definitie verkeerd. Larry Norman zei al: ‘Why should the devil have all the good music?’ Ik zie muziek allereerst als een kunstuiting. Naast dat ik ervan geniet, is het voor mij een spiegel van de tijd.
Waar de grens ligt? Als er wordt geflirt met satanisme, komt het er hier niet in. Maar al is muziek heel donker, het vertelt toch iets over de worstelingen van mensen met het leven.
Als je je niet wilt laten verrassen, moet je mijn muziek niet luisteren. Maar als je openstaat voor dingen die je mis- schien nog nooit hebt gehoord, probeer het dan eens. Begin met het oeuvre van Sufjan Stevens. Hij is een van mijn meest favoriete artiesten.”

Metal - muzieksmaak van Marc de Bruijn

Voor zijn bekering werd Marc de Bruijn agressief en onrustig van metalmuziek. Sinds hij tot geloof gekomen is, luistert hij alleen nog naar christelijke metal. “Ik word er rustig van en kom in aanbidding tot God.”

Voor veel mensen is metal synoniem voor een enorme bak herrie, maar voor Marc zit deze muziek vol schoonheid. “Metalcore is inderdaad zoveel mogelijk herrie, maar een band als Slechtvalk verwerkt veel klassieke invloeden in zijn muziek. Wat betreft melodie en instrumenten denk ik dat metal het dichtst bij klassieke muziek komt. Bovendien zit er echtheid in, het wordt vanuit het hart gespeeld. Dat raakt mij.
In het nummer I am van Theocracy wordt elf minuten lang verteld wie God is. Dat is ook voor de niet-metallief- hebber goed te beluisteren. Een mooi opstapje dus voor wie hier meer van wil weten.”

Steeds harder
Marc kwam op z’n 10e in aanraking met metal, en hoewel hij uitstapjes naar diverse genres maakte, ging hij er eigenlijk altijd weer naar terug. “Wat me de laatste jaren opvalt, is dat ik steeds hardere metal ben gaan luisteren. Hoe extremer het werd, hoe dichter ik bij God kwam. Op de een of andere manier kan ik me met deze muziek afsluiten van al het andere en alleen bezig zijn met God.”

Sommige mensen zeggen dat God juist een God van stilte is.
“In de Bijbel staat heel veel over het maken van herrie. Ook de psalmen staan er vol mee. Dus ik zie niet in waarom dat niet zou kunnen. Waarom zou God metal niet goed vinden en muziek van Michael W. Smith wel? Dat zijn gradaties van mensen. Ik leg wel een grens bij wat christelijk is en wat niet christelijk is. Dat is in dit genre altijd heel duidelijk: het is óf slecht óf goed. In de popmuziek is die lijn vaak veel dunner.
En ja, er worden allerlei symbolen van de dood gebruikt, zoals doodskoppen. Er is een band, Demon Hunter, die een symbool heeft dat lijkt op het skelet van een rund. Maar daar zit dan een kogelgat in: het is het symbool van
een demon die overwonnen is. Ik merk dat dit soort tekens juist ook niet-christelijke metalliefhebbers aanspreken, waardoor je met hen in contact kunt komen. Ze staan vaak erg open voor het Evangelie.”

Meer jongensachtig

Het zijn vooral mannen die van extreme muziekstijlen houden en dat verbaast EO-dj, presentator en muzieksamensteller Miranda van Holland niet. “Ik heb daar al heel wat keren mijn hoofd over gebroken, maar ik denk dat vrouwen over het algemeen meer van pop, ‘middle of the road‘ muziek houden, en mannen eerder van wat stoerdere en dus ook meer uitgesproken muziek.
De wereld van bijvoorbeeld metal, hardcore en punk is meer masculien. Headbangen, lange gitaarsolo’s en crowdsurfen – en dus ook vaak keihard op je plaat gaan tijdens con- certen – is meer iets voor jongens. Dat neemt niet weg dat er zeker ook vrouwen zijn die deze stijlen weten te waarderen.”

Miranda’s eigen muzieksmaak is heel ruim, al geeft ze de voorkeur aan uitgesproken muziek. “Momenteel luister ik graag naar Afrikaanse muziek van bijvoorbeeld Songhoy Blues. Maar ook het knetterende debuut van Benjamin Booker vind ik heerlijk!”

Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Shutterstock
Bron: Visie 2015, nr. 2

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons