Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Wat als je kind homo is?

in Nieuws

“Pap en mam: ik ben homo.” Stel, je zoon of dochter veegt in één keer het ideale plaatje dat je voor hem of haar in gedachten had van tafel. Hoe reageer je daar als christen-ouders op? En hoe ga je hier als kerkgenoten mee om? Vier jonge mensen uit een christelijk nest vertellen hun verhaal.

‘Ik dacht dat ik de enige was’

Etmée (24) groeide op in Veenendaal en Zwolle en heeft twee broers. Ze studeert fotografie.

“Voor een studieopdracht heb ik een fotoserie gemaakt van ‘lotgenoten’: jongeren die net als ik homo zijn en opgroeiden in de kerk en een christelijk gezin. Ik wilde weten welke ervaringen zij hebben. Sommigen geloven niet meer, anderen wel. Ik heb mensen gesproken die lid zijn van een kerk en enthousiast met het geloof bezig zijn, maar omdat het gevoelig ligt, willen zij niet dat hun verhaal gepubliceerd wordt. Dat snap ik wel. In de christelijke omgeving waarin ik zelf opgroeide, was het een onbesproken onderwerp. Daarom dacht ik dat ik de enige was en heb ik er jaren mee rondgelopen. Op mijn 16e besloot ik het mijn ouders te vertellen.
Zij zijn gescheiden, dus ik moest het in twee keer doen. Mijn moeders reactie was fijn. Ze vond het prettig dat ik die last niet meer alleen hoefde te dragen en mezelf kon zijn. Bij mijn vader lag het moeilijker. Wat hij precies zei, weet ik niet meer, maar hij liet wel duidelijk weten dat hij niet op mijn bruiloft zal zijn, mocht ik ooit met een vrouw trouwen. Dat is me sterk bijgebleven, omdat hij zijn overtuigingen boven zijn eigen kind stelt. Op het moment dat je support nodig hebt, krijg je het tegenovergestelde. Dat vind ik pijnlijk. Toch is onze band wel goed. We praten er nooit meer over, want daar hebben we voor mijn gevoel allebei niets aan.
Ik geloof niet in God en als ik terugkijk, weet ik niet of ik dat ooit heb gedaan. Misschien speelt mijn geaardheid daar een rol in, maar er zijn ook andere factoren. Toen mijn ouders tien jaar geleden gingen scheiden, was dat een taboe en werd het doodgezwegen. Dat vond ik raar. In mijn beleving wordt er in de kerk minder naar mensen omgekeken dan je zou mogen verwachten.”

‘Ik geloof in God, maar het is lastig’

Daphne (21) groeide op in Otterlo en heeft één broer. Ze volgt de pabo.

“Eigenlijk staat mijn moeder ingeschreven bij de hervormde kerk in het dorp, maar omdat ik als klein meisje liever geen jurk of rok droeg, gingen we altijd naar een kerk waar dat niet hoefde. Mijn vader ging meestal niet mee; hij gelooft op zijn eigen manier.
Toen ik 17 was, heb ik mijn ouders op een zomeravond verteld dat ik op vrouwen val. Mijn vader was in de tuin aan het schoffelen en zei alleen: ‘Oké.’ Hij reageerde relaxt, dus ik liep vol goede moed naar mijn moeder, die binnen de vaatwasser aan het uitruimen was. Toen het hoge woord eruit was, liet ze van schrik een kopje vallen. De rest van de zomer moest mijn moeder aan het idee wennen, want tot dat moment had ze het perfecte huisje-boompje-beestjeplaatje voor mij in gedachten. Inmiddels is het helemaal goed en kunnen we er gewoon over praten.

Met speciale diensten speel ik trompet in de kerk. Toch ben ik minder met het geloof bezig dan vroeger. Ik geloof in God, maar het is lastig. De oordelen die ik soms hoor, brengen me aan het twijfelen. Het ergste is als mensen zeggen dat het een keuze is. Omdat ik onzeker ben, reageer ik daar niet op, maar vanbinnen denk ik: ‘Hallo, zo makkelijk ligt het niet.’”

‘Mijn ouders zagen het totaal niet aankomen’

Dennis (23) groeide op in Bodegraven en is enig kind. Hij studeert commerciële economie.

“Vanaf het moment dat ik op mijn 19e uit de kast kwam, ga ik niet meer naar de kerk. Daarvoor ging ik iedere zondag twee keer. Ik heb mijn ouders eerst verteld dat ik niet meer geloof en gelijk daarna dat ik homoseksueel ben. Ik dacht: ‘Dan hebben we het maar in één keer gehad.’ Dat klinkt natuurlijk makkelijker dan het was, want ik wist al van kleins af aan dat ik op jongens val. Alleen, die gevoelens heb ik jarenlang weggestopt, omdat er in mijn gereformeerde omgeving geen ruimte was om hierover te praten.
Voor mijn ouders waren beide mededelingen schokkend. Vooral de eerste jaren was het moeilijk, ze hadden het totaal niet zien aankomen. Langzaam werd het beter en uiteindelijk hebben ze het geaccepteerd. Dat ik niet langer geloof, heeft niet alleen met mijn geaardheid te maken. Als ik hetero was, zou ik waarschijnlijk ook niet meer naar de kerk gaan. Het verlangen naar de kerk en het geloof in God ontbreken.”

‘Ik worstel er nog steeds mee’

Mareike (23) groeide op in Gouderak en heeft één broer. Ze werkt parttime als administratief medewerker.
 
“Mijn ouders hebben mij en mijn broer altijd gestimuleerd om veel met het geloof te doen. Ik ging naar de kerk, catechisatie, jongerenclubs en naar een christelijke basis- en middelbare school. Daarna volgde het grafisch lyceum en daar werd mij duidelijk dat ik niet op jongens val. Ik werd verliefd op een vrouwelijk klasgenootje. Het viel mijn moeder op dat ik vrolijk was en ze vroeg of ik verliefd was. Ze stelde allemaal vragen die op jongens gericht waren. Ik draaide er omheen, tot ze doorhad dat het om een meisje ging. Ze had het al een beetje verwacht en reageerde best fijn. Mijn vader zat ook bij dit gesprek en klapte dicht. Later zei hij: ‘Het is niet bijbels of zoals God het heeft gewild, maar als jij er gelukkig mee bent, wie ben ik dan om je tegen te houden?’
Alleen als we het over trouwen hebben, kan mijn vader soms wat fel uit de hoek komen. Ik heb nu vrede met mijn geaardheid, maar tegelijkertijd worstel ik er nog steeds mee. Nu ga ik niet vaak naar de kerk. Ooit hoop ik een gemeente te vinden waar ik geaccepteerd word.
Ik wil niet dat mensen denken dat homoseksualiteit een keuze is en dat christelijke homo’s het geloof allemaal aan de kant hebben geschoven. Velen van ons zijn in gevecht met deze aparte combinatie. Meer openheid – thuis en in de kerk – kan ons verder helpen.”

 

Auteur Justin Lee: ‘Als je niet met liefde begint, kom je nooit ver’

Bruggen bouwen en het gesprek over homoseksualiteit en geloof bevorderen. Dat is wat de Amerikaan Justin Lee (36) wil bereiken met zijn organisatie The Gay Christian Network (GCN) en het boek Verscheurd. “Ik geloof dat christenen vooral bekend zouden moeten staan om hun genade.”

“Jezus behandelde iedereen die hij tegen- kwam vol liefde en genade. Daarom geloof ik dat we als christenen dezelfde houding zouden moeten hebben, maar dat is niet het geval,” stelt Justin. Hij groeide op in een behoudend christelijk gezin. Toen hij als tiener ontdekte dat hij homo was, stond hij aan het begin van een lange reis van ontkenning, acceptatie en diepgaande Bijbelstudie. Tegenwoordig biedt hij met zijn organisatie GCN hulp aan kerken, christelijke homo’s en ouders, vrienden en familieleden die met deze kwestie worstelen. Met ‘genade’ als sleutelwoord. “Een van de redenen waarom christenen snel veroordelend kunnen overkomen, is omdat we waarde hechten aan wat de Bijbel zegt. En dat is goed! Voor christenen aan beide kanten van deze discussie is het belangrijk dat je staat voor wat je gelooft. Maar het is nóg belangrijker dat je dit doet op een manier die de genade, liefde en barmhartigheid van God reflecteren.”

Hoe kun je dit gesprek op een goede manier voeren in de kerk?
“De beste manier om deze dialoog aan te gaan, is door mensen de kans te geven hun verhaal te delen. Vaak zijn kerken bang om hierover te beginnen, omdat ze geen strijd op gang willen brengen. Maar het probleem is dan dat mensen die homo zijn, het idee hebben dat ze niet over hun gevoelens en vragen kunnen praten in hun eigen kerk. Dat lijkt me een slechte zaak. Jezus had ook altijd persoonlijke interesse in de mensen die Hij tegenkwam. Hij preekte niet alleen, Hij voorzag ook in hun emotionele behoeften.”

Begin met luisteren
“Als je niet begint met liefde, kom je nooit verder,” vervolgt Justin. “Daarom geloof ik dat het belangrijk is dat ouders in eerste instantie de liefde benadrukken die ze voor hun kind voelen als hij of zij uit de kast komt. Je kunt als ouders veel twijfels en meningen hebben, maar pas op dat je die er niet direct allemaal uitgooit. Later kun je vertellen waarom je het er wel of niet mee eens bent. Maar begin met luisteren. En als blijkt dat jullie als ouders en kind van mening verschillen, blijf dan wel de dingen doen die jullie altijd samen deden, zonder iedere keer te discussiëren. Het heeft mijn eigen ouders veel tijd gekost om mijn geaardheid te accepteren. Soms maakten we ruzie, maar we bleven naar elkaar luisteren. Inmiddels is mijn moeder overleden, maar zij en ik hadden de laat- ste tijd een veel betere relatie dan vroeger. Dat komt omdat we eraan bleven werken, al waren we het niet met elkaar eens.”

Het is geen keuze
Justin benadrukt dat homo-zijn geen keuze is. “Het kan erg moeilijk zijn om homo te zijn, vooral in de kerk. Dus als ik de keuze had gehad, had ik ervoor gekozen om hetero te zijn. Ik wilde zelfs niets met homo’s te maken hebben! Maar de vraag is niet of je homo wordt of niet, want dat ben je al. De vraag is altijd: ‘Hoe leef ik mijn leven tot eer van God?’ Daarbij heb je hulp nodig van medechristenen. Laten we elkaar daarom leren kennen en geduld met elkaar hebben. We worden het misschien niet eens, maar dat betekent niet dat we achterover kunnen leunen zonder een gesprek te voeren.”


Tekst: Femke Taale
Beeld: Etmee, Ark Media
Bron: Visie 2014, nr. 20

Verscheurd

In zijn boek 'Verscheurd' vertelt Justin Lee over de gebeurtenissen rond zijn geaardheid die zijn leven en geloof veranderden: zijn ontkenning, de momenten waarop hij zijn familie en vrienden over zijn geaardheid vertelde, zijn ontgoochelende ervaringen met de ‘ex-homo’-beweging en zijn diepgaande Bijbelstudie over dit onderwerp. In Amerika is Justin een van de belangrijkste stemmen in deze kwestie.

Ark Media, 272 blz., € 19,95

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons