Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Bauke Vaatstra: 'Ik dacht dat ik het had verwerkt'

in Nieuws

Vaak schrikt hij ’s nachts wakker. Uit het zwart van de nacht doemt Marianne op; ze steekt haar handen uit en roept om hulp. Maar Bauke Vaatstra kan zijn dochter niet helpen. Vijftien jaar geleden werd ze vermoord, sinds een jaar zit de dader vast. “Nu ik tot rust kom, merk ik dat ik het verlies nooit heb verwerkt.”

“Het hoeft niet langer. Het dient geen doel meer,” zegt vader Vaatstra. “Soms belt er iemand van de televisie. ‘Heb je nog wat?’ vragen ze dan. Ja, hallo. Dat hoeft van mij echt niet.”

Voor Vaatstra (1939) betekende de veroordeling van Jasper S. een einde aan veertien jaar speurwerk. Want al die tijd, vanaf de gruwelijke ontdekking tot aan de veroordeling toe, deed hij niet anders dan praten met journalisten. Om aandacht te vragen voor de zaak van zijn vermoorde dochter en voor de dader die maar niet gevonden werd. Nu is hij grotendeels van het toneel verdwenen.

Tomeloze inspanningen

In de doorzonwoning van Vaatstra in Zwaagwesteinde kun je niet om Marianne heen. Haar zwart-witfoto die talloze keren in de Nederlandse media verscheen, hangt boven de zitbank aan de muur. Marianne glimlacht, terwijl haar blonde krullen langs haar gezicht vallen en een tattookettinkje haar hals siert. Op een kast in de hoek hetzelfde portret. En een beetje verscholen naast de televisie staat de Machiavelli-prijs, die Vaatstra in 2012 ontving voor zijn tomeloze inspanningen om de dader met behulp van DNA-onderzoek op te sporen.

“Het is stil geworden hier,” zegt Vaatstra. “Totdat de dader gevonden werd, ging elke dag de telefoon. Ik was non-stop met de zaak bezig. Nu S. vastzit, wordt het steeds minder, steeds rustiger. Het geeft me de ruimte om na te denken, over Marianne vooral. Mensen vragen of ik na het proces niet in een zwart gat ben beland. Nee, gelukkig niet, maar veel vaker dan voorheen schrik ik ’s nachts wakker en zie ik Marianne voor me, met haar handen uitgestrekt. ‘Help me!’ roept ze dan. Maar ik weet dat ik haar niet kan helpen. En dat ik haar die nacht niet kon helpen. Dat is zwaar. Dat is heel zwaar...”

Een vreselijk halfuur

“Ik had werkelijk niet gedacht dat het nu zo zou opspelen, dat het allemaal weer boven zou komen. Ik dacht altijd dat ik het tijdens die veertien jaar had verwerkt, maar dat is absoluut niet waar. Nu ik tot rust kom, is het veel erger.”

U bent al die tijd, veertien jaar lang, doorgegaan met zoeken. Was dat uit schuldgevoel? Omdat u haar juist die nacht niet kon helpen?
“Dat gevoel heb ik altijd gehad, ook al weet ik dat het niet nodig is. Maar het is zo erg om te weten dat ze een vreselijk halfuur of drie kwartier heeft doorgemaakt die nacht. Dat haar angst heel groot is geweest. Als ik daaraan denk... Natuurlijk neem ik het ook mezelf kwalijk. Het gebeurt geregeld hoor, dat ik daarmee zit.
Kijk, mijn hoofd stond toen naar andere dingen. Ik zocht naar de weg die tot de dader kon leiden. De tips die ik binnenkreeg, speurde ik minutieus na. Daar had ik het druk mee. Er waren ook wel momenten dat ik met haar bezig was, met Marianne. Logisch. Maar het is nu meer Marianne dan dat andere.”

Is dat positief?
“Het moet. Ze is m’n dochter, die schakel je niet uit.”

Kunt u aan Marianne denken, zonder alles wat rondom haar dood gebeurd is?
“Jawel, maar ze was niet veel anders dan de andere kinderen. Ze was een nakomertje, kwam twaalf jaar na. Ik weet nog hoe ik haar naar school bracht en weer ophaalde. Thuis zette ze vaak de televisie aan, stond ze te dansen in de kamer. Dat was ’s morgens vroeg al. Ze was gek van muziek. Ze woonde nog thuis. Dan komt de klap hard aan, als je kind op zo’n manier wordt weggehaald.”

Hoe denkt u terug aan dat moment?
“Ik heb haar zelf gevonden. M’n vrouw werd wakker, ging naar beneden en riep: ‘Marianne is niet thuisgekomen! Haar jas is er niet, haar schoenen zijn er niet.’ Dan begin je te zoeken. Ze moest uit Kollum komen, dus je rijdt die rit. Maar ik zag helemaal niets. Haar vriend werd ook gewaarschuwd en die zag een fiets liggen. Aan de kant van de sloot. Ze zijn het land ingegaan, ik kwam even later. En daar lag ze. Dat zijn dingen die je logischerwijs nog altijd voor ogen hebt.”

'Hij houdt zaken achter'

Jasper S. werd in het voorjaar van 2013 veroordeeld tot achttien jaar cel. De boer uit Oudwoude liep tegen de lamp na een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek onder 7300 mannen. “Hij bekende onmiddellijk,” blikt Vaatstra terug. “‘Gelukkig,’ dacht ik, ‘nu komen we eindelijk te weten wat er gebeurd is.’ Maar dat is niet het geval. Hij houdt zaken achter. In de rechtszaal heeft hij wel wat verteld, maar je moet maar raden wat er precies gebeurd is. Waarom vertelt hij niet het hele verhaal?”

Is het voor u heel belangrijk om precies te weten hoe het is gegaan?
“Ja. Maar ik weet misschien de helft. Die rat, zoals ik hem noem, heeft niet alles verteld. Iedereen weet dat hij het gedaan heeft, waarom vertelt hij dan niet alles? Dat is voor mij een teken dat hij geen berouw heeft. Nee, dat heeft ‘ie niet. Dat weet ik wel zeker.”

Had u daarop gehoopt?
“Ik had in elk geval gehoopt dat hij ons aangeschreven had. Dat hij het natuurlijk niet kon veranderen, maar dat het ’m speet. Maar nee, hoor. Niets van dat alles. Het is een waardeloos figuur.”

U heeft beslag laten leggen op zijn spullen en een claim neergelegd van 100.000 euro. Waarom doet u dat?
“De beslaglegging hebben we opgeheven, maar de zaak komt nog wel voor de rechter. Kijk, Marianne is natuurlijk veel meer waard dan 100.000 euro. Het gaat me niet om het geld. Nee, het gaat mij erom dat hij het moet voelen. Hij moet vóelen wat hij gedaan heeft. Maar hij betaalt niet, hij zet een tegenadvocaat in. En dan weet je precies wat voor mens het is.”

Kunt u hem vergeven, als hij spijt betuigt?
“Absoluut niet. Daar ben ik misschien hard in, maar voor mij hoeft het niet.”

Zou u ook niet wensen dat u hem kunt vergeven?
“Nee. Dat is echt een brug te ver.”

'Het leven houdt me gaande'

Vaatstra is lid van de plaatselijke hervormde kerk in Zwaagwesteinde. “En dat zal ik ook altijd blijven,” zegt hij. “Al kom ik er nooit en zou ik mezelf ook niet gelovig willen noemen. Als er een lieve Heer is, hoe kan Hij dit dan toestaan? Dat heb ik vaak gedacht.”

Bent u ooit onverschillig geworden, over het dagelijks leven?
“Nee, dat kan ik niet zeggen. Het leven houdt mij gaande. Je moet jezelf altijd ertoe zetten wat van het leven te maken. Natuurlijk vraag ik me wel af wat ik nu nog te doen heb. Daar ben ik wel mee bezig. Onze zaakofficier zei dat ik jurist had moeten worden. Tja.”

Heeft u ooit troost gezocht bij God?
“Nee, ieder mens is voor zichzelf verantwoordelijk. Zo denk ik erover. De toenmalige dominees hier ter plaatse waren ook niet in staat om met de moord op Marianne om te gaan. Het was niet hun dagelijkse kost. Toen we haar die zaterdag hadden gevonden, zat hier een dominee op de bank. Hij heeft er een halfuur gezeten en al die tijd vrijwel niets gezegd. ‘U weet ook niet hoe we er mee om moeten gaan,’ zei m’n vrouw toen maar. ‘Komt u een andere keer maar eens terug.’”

Hoopt u Marianne na dit leven nog te zien?
“Natuurlijk, daar hoop ik wel op. Je maakt jezelf daar wel eens een voorstelling van. Maar er is nog nooit iemand teruggekomen om ons te vertellen hoe het daar is. Is het dan allemaal joechei?”

Wat zou u haar nog willen zeggen?
“Dat weet ik niet. Als dat moment eens komt, denk ik niet dat er woorden aan te pas komen.”


Tekst: Felix de Fijter
Beeld: Ruben Timman
Bron: Visie 2014, nr. 21

Op 1 mei 1999 werd Marianne Vaatstra op 16-jarige leeftijd verkracht en vermoord. Ze was na een avond uit onderweg van Kollum naar haar ouderlijk huis in Zwaagwesteinde en werd een dag later vlak bij Veenklooster gevonden. Gegeven het on-Westerse karakter van de moord, rezen aanvankelijk verdenkingen tegen bewoners van het nabijgelegen asielzoekerscentrum, maar DNA-sporen op het plaats delict wezen op een dader van Europese afkomst. Veertien jaar na het misdrijf werd boer Jasper S. uit Oudwoude gearresteerd na een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek, waar Mariannes vader, Bauke Vaatstra, lang op heeft aangedrongen. S. bekende vrijwel direct. Het gerechtshof in Leeuwarden veroordeelde hem vorig jaar tot achttien jaar cel.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons