Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

'Niemand kan mijn intense woede bevroeden'

in Geloven

Bloeme Evers-Emden heeft een “prima relatie” met haar zoon Raphael, de bekende rabbijn. Elke ochtend om vijf voor half zeven bellen ze tien minuten, als hij op weg is naar de synagoge. In gesprek over haar tijd in Auschwitz, Anne Frank en antisemitisme in 2013.

Boeken en knipsels over antisemitisme liggen op de eettafel. Woensdag spreekt Bloeme Evers erover op een congres van Christenen voor Israël. ‘’Helaas weet ik er veel van,” zegt ze. “Antisemitisme is in 2013 erger dan de milde vorm van de jaren dertig voor de oorlog. Als ik op de Dam op een zeepkist roep: ‘Alle moslims aan de galg! Alle christenen aan het kruis!’ dan kom ik zéker in de gevangenis terecht. Maar ‘Hamas, hamas, alle Joden aan het gas’, mag zomaar gezegd worden. Wat is het verschil?”

Uit haar boek Geschonden bestaan (uitgeverij Polare) leest ze enkele pagina’s voor waar ze betoogt dat Joden na de Tweede Wereldoorlog slecht behandeld zijn en oorlogsmisdadigers zonder een rechtvaardige straf verder konden leven. Daarna: “Waarom hebben de geallieerden geen aanvoerlijnen naar concentratiekampen stopgezet? Ze dachten: ‘Ach, daar zitten maar Joden. Ze hebben zoveel bombardementsvluchten uitgevoerd, maar hier niet ingegrepen.” Evers slaat stil en bitter de ogen neer.

U kunt er nog steeds boos over worden.
“En hoe! En hoe! Mijn hele familie is vermóórd! Koelbloedig. Ik ben de enige overlevende uit een hele grote familie van moeders en van vaders zijde. Zou je daar niet levenslang razend over blijven? Tijdens de Joodse feestdag Jom Kipoer, de Grote Verzoendag, moeten we vergeving vragen en geven aan mensen. Maar ik kan de Duitsers nooit vergeven. Kan ik vergeving schenken over de dood van zoveel mensen? Nee. Daar begin ik niet aan. Niemand kan mijn intense woede bevroeden.”

Trommelvlies gescheurd

De vreselijke gebeurtenissen uit de jaren veertig zitten diep bij mevrouw Evers, zoveel is duidelijk. In vijftien maanden bezocht ze vijftien onderduikadressen. Uiteindelijk werd ze verraden, opgepakt en “toen begon het hele circus”, zegt ze. “Twee weken gevangenis, twee weken Westerbork en daarna vijftig dagen Auschwitz.”

Wat herinnert u zich van die tijd?
“Toen ik naakt voor Duitse mannen stond om beoordeeld te worden hoe vet we waren, hoorde ik een knap ik mijn hoofd. Ik dacht: ‘Als ik wil overleven, moet ik mezelf andere normen en waarden eigen maken dan ik, kuis 18-jarig meisje, gewend was.’ Ik zag dat een vriendin met de zweep geslagen werd. Ik ben eens op mijn oor geslagen waardoor mijn trommelvlies gescheurd is. Daar hield ik een etterend oor aan over.” Grinnikend: “De huisarts vroeg na de oorlog: ‘Waarom hebt u dat verwaarloosd?’”

Hoe zagen uw dagen in Auschwitz eruit?
“Voornamelijk door strak en stijf, in rijen van vijf op appèl te staan. Ook versjouwden we stenen: van links naar rechts en terug. Die doelloosheid vreet aan je. Maar met mijn dertien kampzusjes, de vrouwen met wie ik in bed sliep, ontwikkelde ik een diepe vriendschap. Voor het gezond overleven was dat van allergrootste waarde. We zeiden tegen elkaar: ‘Wij blijven leven, we keren naar Amsterdam terug.’ Vijf van hen zijn in Auschwitz gestorven. Na vijftig dagen moesten we onder de douche. We wisten nooit of er gas of water uitkwam; want dat er gaskamers bestonden, wist ik al toen ik ondergedoken zat. Normaal gesproken droegen we alleen een jurk, zonder sokken of ondergoed. Maar nu kregen we een hemd, een jurk, schoenen en een jas. Met de trein gingen we naar een kamp met een fabriek. Daar waren werkkrachten nodig. Daarna werden we bevrijd.”
 
U zegt weinig over de gruweldaden die u meemaakte. U zei eens dat u zelfs uw kinderen niet heeft verteld wat u allemaal meemaakte.
“Ik zag vreselijke dingen, zoals iemand die letterlijk voor je ogen werd doodgeslagen. Of mensen die zich tegen het elektrisch geladen traliewerk wierpen. Als ik onze kinderen iets vertelde, begon ik grondeloos te huilen. Ik zei: ‘Er is genoeg over geschreven, dus als je het wilt weten, lees je maar een boek.’ Nee hoor, ze leren niets goeds van die verhalen.”

Pittige uitspraken

In haar barak sprak Evers regelmatig met Anne, Margot en moeder Frank. Omdat Anne uitslag op haar arm had, moest ze naar Bergen-Belsen. Haar moeder en Margot mochten op hun verzoek mee. “Daar zijn ze gestorven. Onze groep heeft het overleefd. Als ze die uitslag niet had gehad en bij onze groep was gebleven... Wij hebben het overleefd... Dan zouden zij ook...”

Door een truc ontsnapte haar groep aan de dood. Terwijl vrouwen uit omliggende barakken naar de gaskamer werden gebracht, zette haar blok-oudste de deuren open en bleven de vrouwen heel stil. “Zo dachten de Duitsers dat de barak al leeg was. Het bleek onze redding. Maar miljoenen anderen zijn níet gered.”

Als Bloeme Evers over antisemitisme spreekt, doet ze pittige uitspraken. Kritiek op de staat Israël mag, maar “antizionisme is in bijna alle gevallen antisemitisme”. Jodenhaat in Nederland komt volgens haar “vooral door Turkse en Marokkaanse jongeren die antisemitisch worden opgevoed”.

Uit recent onderzoek van de Anne Frankstichting blijkt dat antisemitisme op scholen is afgenomen.
“Mijn zoon, de rabbijn, wordt af en toe bespuwd en uitgescholden. Als mijn kleinkinderen met een keppeltje op lopen, wordt het afgerukt. Ik heb nooit gehoord dat bij Marokkaanse vrouwen hoofddoeken worden afgerukt. Zelf heb ik nooit problemen gehad, maar ik weet dat mijn – overigens alleraardigste – buren mij altijd als ‘die Jodin’ blijven zien. Het zij zo.” Lachend: “En ik ben het ook.”

Op uw voordeur hangt een Hebreeuwse tekst en u schreef verschillende boeken over de holocaust.
“Inderdaad, ik zal het altijd uitdragen. Maar iemand zei naar aanleiding van gebeurtenissen in Israël eens tegen me: ‘Dat hadden jullie niet moeten doen!’”

Is dat antisemitisch, of het lot van minderheden? Moslims krijgen vragen over extreme uitspraken van haatimams en christenen over het misbruik in de katholieke kerk.
Lachend: “Ook al ben je protestants, toch krijg je de schuld! Maar goed, ik ervaar het zo. Als kleuter zei een klasgenootje al tegen me dat ik een vieze, vuile jodin was.”

Groot geluk

Dan wordt het gesprek onderbroken door een telefoongesprek, waarin Bloeme Evers een Duits gezegde aanhaalt. Als ze de telefoon neerlegt, vervolgen we het gesprek.

U wilt geen voet in Duitsland meer zetten, zei u eens. Maar u vindt het geen probleem om Duits te spreken?
“Ik zal voor geen goud de oostgrens overschrijden. Waarom niet? Denkt u dat Duitsers Judenfreundlich zijn geworden? Ze zijn jaren dag in dag uit vergiftigd. Het zijn nog altijd antisemieten, dat kan niet anders! Die vijf jaar stelselmatige uitroeiing van Joden veeg je niet zomaar weg. Duits praten doe ik wel, want de taal kan er toch niets aan doen? Er zijn ook prachtige gedichten in die taal.”

Zo zijn er ook prachtige Duitsers die niets aan het oorlogsverleden kunnen doen.
“Zeker, maar ik kan ze niet uitzoeken. Ik riskeer dat niet. Mensen die wel in Duitsland komen, zeggen tegen me dat Duitsers zo beleefd en aardig zijn. Kom zeg, hoepel op. Nee, ik kom er niet.”

De Joodse religie speelt een zeer belangrijke rol in het leven van Evers, maar de vraag of ze in God gelooft, vindt ze te intiem om te beantwoorden. “Maar alleen godsdienst houdt het Joodse volk bij elkaar. Ik wil graag in Israël wonen, waar een aantal kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen wonen.”

Uw familie is uitgeroeid, maar uw leven is gered. Nu heeft u zelfs achterkleinkinderen. Ontroert dat u?
“Dat niet alleen, het vervult me met een groot geluk. Maar ik denk aan die zeer velen die dit geluk niet hebben mogen smaken. Daar ben ik heel bitter over. Dat wordt niet minder.”


Tekst: Sjoerd Wielenga
Beeld: Ruben Timman
Bron: Visie 2013, nr. 38

Bloeme Evers

Bloeme Evers-Emden (1926) groeide op in een socialistisch gezin. Na de oorlog studeerde Evers psychologie en promoveerde later. Ze schreef verschillende boeken – onder andere over onderduikkinderen – en is columnist bij het Nieuw Israëlitisch Weekblad.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons