Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

'Ik voelde me schuldig over het Duitse naziverleden'

in Geloven

Hoewel geboren in het naoorlogse Duitsland, voelde Anne Pelupessy (1953) zich jarenlang schuldig over het naziverleden van haar volk en haar vader. Totdat Auschwitz-overlevende Bloeme Evers haar schreef dat dit niet nodig was. “Dat voelde als een bevrijding.”

“Mijn vader vertelde niets over de oorlog. Het was een taboe om er over te praten.” Aan de eettafel in haar huis in Twente (dicht bij de Duitse grens) vertelt Anne Pelupessy haar verhaal. Hoe ze als naoorlogs kind opgroeide in een Duits gezin. Na het overlijden van haar moeder, toen ze 10 was, werd ze naar een kostschool gestuurd. Daar werd haar ingeprent dat het naziverleden van Duitsland slecht was en nooit meer mocht gebeuren. Maar van haar vader kreeg ze geen hoogte wat zijn rol in de oorlog was. “Ik vroeg er ook niet naar. Ik voelde aan dat ik daar niet over moest beginnen.”

Dominant en arrogant

Na haar jaren op de kostschool, besloot de 16-jarige Anne naar haar oudere zus in Nederland te gaan. “Ik wilde graag in Nederland wonen, omdat de sfeer hier vrolijker was dan in Duitsland. De Duitsers leden in die jaren nog erg onder de oorlog.” Maar toen ze eenmaal in het Nederland van de jaren zeventig en tachtig woonde, sloeg Pelupessy “achterover van de anti-Duitse gevoelens”. Wat er in Duitsland ook maar gebeurde, het werd altijd negatief uitgelegd. “Ik werd steeds ter verantwoording geroepen, ook over ons oorlogsverleden. En ik hoorde rond voetbalkampioenschappen altijd die clichés: ‘Duitsers zijn dominant en arrogant.’ Voor mijn gevoel droeg ik al het Duitse leed op mijn schouders.”

Groot vraagteken

De houding van Nederlanders richting Duitsers vond Anne Pelupessy hinderlijk. Maar gebukt onder het oorlogsverleden ging ze niet. Ja, ze vond het verschrikkelijk wat haar land de Joden en andere slachtoffers had aangedaan, maar pas een jaar of tien geleden kwam daar een schuldgevoel bij, toen haar zus vertelde dat hun vader tijdens de oorlog het naziregime had aangehangen. Wat zijn exacte rol was, is nooit duidelijk geworden. Pelupessy: “Hij was toen al overleden, dus ik kon het hem niet meer vragen. Ik blijf rondlopen met een groot vraagteken: wat is er eigenlijk gebeurd? Daarom ben ik er heel voorzichtig mee om hem nu publiekelijk te beschuldigen, want hij kan zich niet meer verdedigen.”

Maar met dat ze wist dat haar vader ‘fout’ was in de oorlog, is de moeite en het verdriet begonnen. Het schuldgevoel over het verleden van haar vader en anders Duitsers begon te knagen. Ze las veel over het Duitse aandeel in de oorlog .“Als ik over de Holocaust las, hield ik er een rotgevoel aan over. Ook naar God toe voelde ik me schuldig; het Joodse volk is Zijn volk en dat is door mijn volk verschrikkelijk behandeld.”

Om die reden vond ze Dodenherdenking op 4 mei altijd moeilijk. “Dat is het moment dat ik met het Duitse verleden, de Jodenhaat en de rol van mijn vader geconfronteerd wordt.”

Geen enkele schuld

Tot Pelupessy het Visie-interview met Auschwitz-overlevende Bloeme Evers las. “‘Wat vreselijk,’ dacht ik. Haar boosheid en bitterheid troffen me. Ik voelde me enorm schuldig voor mijn land, voor mijn vader en voor het feit dat ik Duits ben. Ik schreef haar meteen een brief; ik voelde dat ik dat moest doen. Ik schreef dat ik me altijd schuldig voelde over het verschrikkelijke onrecht dat het Duitse volk het Joodse volk heeft aangedaan. En over het verleden van mijn vader en dat in Duitsland veel veranderd is sinds de oorlog. Ik heb haar om vergeving gevraagd voor het onvoorstelbare leed dat haar volk door mijn volk en mijn vader is aangedaan.” Bloeme Evers stuurde al snel een brief terug, waarin ze onder meer schreef: “Ik kan me voorstellen dat u zich schaamt voor het verleden van uw vader, maar daar heeft u geen enkele schuld aan.”

Die laatste woorden “kwamen boem binnen”. Pelupessy: “Ik dacht: ‘Zo is het natuurlijk! Ik heb geen schuld aan wat mijn vader heeft gedaan.’ Dat wist ik rationeel natuurlijk wel en mijn man Max en andere mensen hebben dat vaak genoeg gezegd. Maar nu mevrouw Evers – met haar verleden – dat zegt... Zij heeft recht van spreken! Ze schreef ook dat ze hoopte dat ik me van mijn schuldgevoel kon bevrijden. Dat is gelukt. Haar brief was voor mij een enorme opluchting.”

Niet mijn pakkie-an

“Nu denk ik: ‘Onbegrijpelijk dat ik mezelf er zo druk om heb gemaakt.’ Ik mag het verleden loslaten en bij God neerleggen. Het is niet meer mijn pakkie-an. God vraagt aan ons om vergeving te vragen en te geven. Nu zie ik dat dit ook echt goed is voor mensen. Het geeft opluchting, het is helend en werkt bevrijdend.”

Kan ze zelf haar vader vergeven? “Dat is moeilijk, omdat ik niet precies weet wat hij gedaan heeft. Omdat ik problemen heb met mijn gezondheid, lukt het me nu ook niet in archieven op zoek te gaan naar zijn aandeel. Maar ik denk dat ik dit jaar Dodenherdenking, na de brief van mevrouw Evers, heel anders zal ervaren.”


Tekst: Sjoerd Wielenga
Beeld: Eljee
Bron: Visie 2014, nr. 18

Bloeme Evers

In Visie 38 (2013) interviewde Sjoerd Wielenga de Joodse Bloeme Evers over haar tijd in concentratiekamp Auschwitz.

Mevrouw Pelupessy schreef haar brief niet met het idee om vervolgens zélf geïnterviewd te worden. Maar toen haar dat gevraagd werd, stemde ze – na overleg met Evers – toe. “Want misschien hebben mensen iets aan mijn verhaal.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons