Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Wachten in het hospice

in Geloven

Wachten op de onafwendbare dood, die tussen nu en maximaal drie maanden op je deur zal kloppen: hoe ervaren terminaal zieke mensen dat? "Ik ken weinig plekken waar zó intens wordt geleefd als hier, in dit hospice."

“Ik sta vlak voor de dood,” zegt meneer G. van Dijk (1932) in zijn ruime, lichte kamer in Hospice Nijkerk. “Dat blijft een heel ernstige zaak; het is de laatste schrede. Maar het geloof in Jezus Christus geeft me kracht voor elke nieuwe dag.” Totaal onverwacht kwam hij hier kort na zijn vrouw als patiënt binnen. Omdat zij spoedig zou sterven, moest hij haar enkele weken geleden naar dit hospice brengen. Nagenoeg dezelfde dag kreeg hij plotseling van zijn arts te horen dat hij zelf óók terminaal ziek is: hij bleek leverkanker met uitzaaiingen te hebben. “Gelukkig was er plek. Ik kon zelfs de kamer naast de hare krijgen, want die was op dat moment vrij.”

Voeten in zachte pantoffels

Op deze vrijdagmorgen zit hij naast zijn bed in een brede relaxfauteuil, de voeten in zachte pantoffels gestoken. Achter het raam zwenkt een hijskraan rusteloos heen en weer over de nieuwbouw, die pal hierachter verrijst. Meneer Van Dijk uit Spakenburg tilt zijn rechterarm op en wijst naar voren. “Op dat tafeltje achter je staat de rouwkaart. Mijn vrouw is gisteren... nee eergisteren gestorven. Weet je wat zo pijnlijk is? Ik krijg nu post die aan ons samen is gericht. Mensen weten natuurlijk niet dat ze al is gestorven. Wel lief bedoeld, maar heel confronterend.”

Hoewel het verdriet om haar dood heel vers is (“Ik weet soms echt niet meer wat voor en achter is, hoor”), wil hij ons graag te woord staan. Vanuit de kamer waar zijn vrouw lag – hij is inmiddels weer bezet – klinkt het geluid van een stofzuiger.

Zijn duim gaat omhoog. “Zij heeft vier weken lang zó’n verzorging gehad! Pico bello. Ik kan niet anders zeggen. Alle superlatieven schieten tekort. Tot haar laatste ademtocht toe stond iedereen voor haar klaar, dag en nacht. Zo ervaar ik de zorg zelf ook: geweldig.”

Hospices zijn geen 'sterfhuizen'

Algemeen coördinator Alida van der Hout serveert thee met iets lekkers in de smaakvol ingerichte gemeenschappelijke woonkamer, aan het eind van een smalle gang. “Er heerst helaas een taboesfeer rond hospices,” zegt ze. “Het is een misverstand dat het ‘sterf- huizen’ zijn. Ik ken weinig plekken waar zó intens wordt geleefd als hier.”

Wat haar al jarenlang boeit aan het werken in deze kleinschalige instelling, die plek biedt aan maximaal zes terminaal zieke gasten, is de grote diversiteit. “Iedereen die hier komt, heeft een andere levensloop, een andere achtergrond en een eigen karakter. Bovendien is elk ziekteverloop verschillend. Ik ervaar het als een groot voorrecht om een eindje met hen mee te mogen lopen. Ook het team is fantastisch. Iedereen die hier werkt, heeft een gouden hart.”

Een blond jongetje van een jaar of 2 – kleinzoon van een van de gasten – komt enthousiast de woonkamer binnengehold. Minutenlang staart hij van dichtbij naar de traag bewegende goudvis in het aquarium op de vensterbank. Zodra hij de stem van zijn moeder hoort, verdwijnt hij weer.

Een familielid dooft de paaskaars

In een hospice is de dood een realiteit waar- mee je elke dag rekening houdt. Ook hier in Nijkerk. Al was het maar omdat je, of je nu bezoeker bent of gast, bij binnenkomst altijd de witte paaskaars in de ruime hal passeert én een grote klok.

“De kaars steken we aan als er iemand is overleden,” legt Alida uit, “zodat iedereen het weet. Op de dag van de begrafenis hebben we een vast afscheidsritueel. De kist met de overledene staat in de hal en dan lezen we een gedicht voor, met het personeel en de familie erbij. Daarna dooft een familielid de paaskaars, en begeleiden wij de rouwauto tot aan het tuinhek. We gaan pas weer naar binnen als de auto uit het zicht is. Na de begrafenis, waarbij altijd wel iemand van het personeel aanwezig probeert te zijn, kan de familie hier nog een bakje ‘troost’ komen halen. Daar wordt veel en dankbaar gebruik van gemaakt.”

Iedereen is hier welkom

“Dat mijn vrouw in het geloof is gestorven, maakt het verdriet toch anders,” zegt meneer Van Dijk. “Je kunt het makkelijker overgeven.” Na een korte stilte: “Wij hebben beiden altijd sterk in het geloof gestaan; juist ook in deze laatste fase van mijn leven is het geloof mij tot steun. Je beseft waarvoor je hebt geleefd, begrijp je?”

Ongeacht hun persoonlijke levensovertuiging: iedereen is welkom in christelijk Hospice Nijkerk. Maar hoe ervaren mensen die zelf niet gelovig zijn hun verblijf hier? Voor een antwoord op die vraag kunnen we – na overleg met Alida – aankloppen bij mevrouw M. van Hout (81). “Jullie zijn toch van de EO? Ik heb helemaal niks met het geloof, hoor!” waarschuwt ze met een ontwapenende glimlach. Ze ligt vrijwel permanent in bed. “Ik kom uit Putten en vandaag is het mijn vijfde dag hier. In mijn beleving is het al veel langer; gek hè?”

Ruim anderhalf jaar werd ze thuis verzorgd door haar huisgenoot (“die is inmiddels ook al 83”). “Toen het echt niet meer ging, kreeg ik een telefoontje dat ik hier terechtkon. Ik was, hoe gek dat misschien ook klinkt, echt dolblij!”

Een winter van niks

Ze verlegt haar blik naar de twee vogelhuisjes die voor de natgeregende ramen staan. De witte vitrage heeft ze opzij laten schuiven, om er goed zicht op te hebben. “Nog steeds geen vogeltje te bekennen, helaas,” verzucht ze. “Tja, dit is ook een winter van niks natuurlijk.” Het bevalt haar hier uitstekend. “Ik kan niet anders zeggen.”

Mevrouw Van Hout verplaatst haar hoofd enkele centimeters op de dikke kussens. “Eigenlijk is het onvoorstelbaar dat ik er nog ben. Ik heb zoveel ziektes gehad; als laatste borstkanker. Wat kan een mens veel hebben, hè? Familie heb ik niet meer, wel vrienden. Die komen gelukkig trouw.”

Natuurlijk gaat er heel wat door je heen als je voor de laatste keer over je eigen drempel stapt, erkent ze. “Ik dacht: ‘Dit is de laatste stap in mijn leven die ik moet nemen.’ Je gaat je huis uit, en weet dat je nooit meer terugkomt. Heel apart. Het gekke is: ik kwam hier binnen, en het was net of er een warme deken over me heenging. Ik ben geen moment nerveus geweest. Heel fantastisch. Ik heb ook het gevoel dat al die lieve mensen hier nooit van z’n leven haast hebben; ze zijn eindeloos lang met je bezig als dat nodig is. Echt geweldig.”

Barmhartigheid, daar draait het om

“Je hebt hier allerlei typen mensen,” zegt Alida. “Oud en jong, met allerlei achtergronden. Mevrouw Van Hout heeft bijvoorbeeld leiding gegeven aan een afdeling in een verzorgingshuis; meneer Van Dijk had een goede baan bij Philips.”

“Ieder mens heeft iets unieks; dat maakt het werken hier zo leuk,” vertelt Gerda Lether even later bij een kopje thee in de woonkamer. Zij is sinds ruim twee jaar zowel zorg- als PR-vrijwilliger. “Je kunt heel veel betekenen door er te zijn en te luisteren, of juist door je even op de achtergrond te houden en een kopje koffie of soep te halen. Barmhartigheid bewijzen aan je terminale medemens, daar draait het hier om. Die laatste levensfase, waarin wij iemand mogen verzorgen en begeleiden, is heel intensief – niet alleen voor de gast zelf, maar ook voor de familie. Rond een sterfbed komt je hele familiegeschiedenis tot een climax. Alle mooie, maar ook alle lelijke dingen. Daarom zou ik tegen iedereen willen zeggen: zorg ervoor dat alles – positief en negatief – tijdig is uitgesproken, voordat het niet meer kan. Wacht niet tot het laatste moment.”

Zo huiselijk mogelijk

Hanneke Smit is een van de twaalf verpleegkundigen die aan Hospice Nijkerk verbonden zijn, maar wandelt in gewone kleding door de gang. “Ik draag alleen een wit jasje bij bepaalde handelingen,” legt ze uit. “We proberen alles zo huiselijk mogelijk te houden.” Hanneke komt uit de reguliere verpleging. “Daar kwam ik vaak in aanraking met terminale mensen en ik dacht telkens: ‘Wat zou ik graag méér voor hen doen.’ Maar dat kon niet, omdat er nog allerlei andere patiënten op me lagen te wachten. Een kille bedoening, wat dat betreft. Dat stak me. Ik kon en mocht alleen het strikt noodzakelijke doen, en dan lag iemand eenzaam in een kil kamertje te sterven... Wrang. Daarom ben ik overgestapt naar een hospice. Hier heb je – een grote luxe in zorgland! – juist álle tijd voor de gasten. Met de vrijwilligers en de coördinatoren slaan we de handen ineen om het voor hen in hun laatste levensfase zo comfortabel mogelijk te maken.” Hanneke is christen, maar komt hier niet om te evangeliseren. “Ieder mens is waardevol, of hij nu in God gelooft of niet. Er is geen enkel verschil in hoe ik iemand verzorg.”

Wachten op het einde

“Het geloof in God kan ik niet rijmen met al die oorlogen en ellende,” zegt mevrouw Van Hout, die nog steeds wacht op het eerste vogeltje. “Als er een God is, laat Hij dan maar eens op aarde komen kijken, zodat we eindelijk vrede kunnen krijgen. Maar hier in dit huis is het zó vredig; ik ben gewoon volkomen rustig. Dat mag ik toch wel zeggen, hè? Ik weet dat het afloopt, maar toen ik nog thuis was, had ik zoiets van: ‘Wanneer gebéurt dat nou eindelijk eens?’ Het rare is: dat heb ik hier niet – al gebeurt het natuurlijk toch wel. Maar daar heb ik vrede mee. Ik wacht nu op het einde; het is goed geweest.”

Ze is “vreselijk moe” en slaapt dus veel, geeft ze aan. “Hier kom ik echt tot rust. Maar eens houdt het op. Dus je moet je over kunnen geven. Dat kan ik wel. Gelukkig maar – anders zou het een ramp zijn!”

Een omgekeerde bevalling

“Sterven vergelijk ik graag met een omgekeerde bevalling,” zegt verpleegkundige Hanneke. “Elke bevalling brengt pijn en moeite met zich mee. Een mooi en intiem moment, waarbij je – vind ik – iets van God ziet. Ook het sterven is een intiem mysterie: je weet niet precies wanneer het begint; het brengt vaak ook pijn en moeite met zich mee, wat soms zelfs met de beste medicijnen niet te verhelpen is. Het leven, dat God aan het begin gaf, vloeit weer weg. En als je gelooft, sterf je in de zekerheid dat het graf niet het laatste woord heeft.”

De intimiteit rond een sterfbed ervaart ze altijd als heel bijzonder. “Wel constateer ik dat ieder mens – al ben je getrouwd en heb je familie om je heen – uiteindelijk alléén sterft; dat is soms moeilijk om te zien. Maar wij doen er hier alles aan om mensen ook dat allerlaatste stukje te begeleiden.”

Hoe gek het ook klinkt: in dit hospice wordt het leven in zekere zin nog volop gevierd, stelt Gerda. “Wil iemand ‘s avonds laat een frikandel speciaal, dan regelen we dat. ‘s Avonds een glaasje wijn? Doen we. Of een sigaretje roken in ons verwarmde tuinhuis, even naar de stad, nog één keer naar het graf van een geliefde: we proberen aan al die wensen tegemoet te komen.”

Met bed en al naar buiten

Hoewel ze er als professional doorgaans goed mee kan omgaan, maakt Hanneke ook wel situaties mee die haar aangrijpen. “Bijvoorbeeld een vrouw van 49 met een hersentumor, die drie puberdochters heeft – dat vind ik best moeilijk. Waarschijnlijk ook omdat ik zelf kinderen heb. Dan denk ik: ‘Dat zou ík kunnen zijn...’”

Misschien omdat het zo’n druilerige dag is, schiet Alida een bijzondere herinnering te binnen. “We doen er telkens alles aan om het laatste stukje van iemands leven zo waardig, maar ook zo aangenaam en zo goed mogelijk te laten zijn, met respect voor ieders eigen- heid en wensen. Ik zal nooit vergeten dat hier een vrouw lag die nog één keer de regen op haar huid wilde voelen. Ze had al maanden op bed gelegen. Toen het zachtjes regende, hebben we haar met bed en al even naar buiten gereden. Dánkbaar dat ze was toen ze de regen op zich voelde vallen! Dat ontroerende beeld zal me altijd bijblijven.”

Oude ogen stralen

De begrafenis van zijn vrouw hoopt meneer Van Dijk te kunnen bijwonen. “De tekst waarover de dominee gaat preken, zijn Jezus’ woorden: ‘Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.’ Mijn vrouw was op het laatst zó moe. Maar zij is in Christus gestorven.” Bang om straks ook zelf te sterven, is hij niet. Hij citeert – met een snik in zijn stem – een fragment uit het paaslied Daar juicht een toon:

Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
want alles, alles is voldaan;

wie in geloof op Jezus ziet,
die vreest voor dood of helle niet.

“Misschien denk je: ‘Wat een flauwekul, moet je die man horen.’ Maar voor mij is dit werkelijkheid. Ik weet wat ik mag verwachten. Dat kan ik het best verwoorden met Romeinen 8, Paulus’ triomfzang. Sterven en dan: met Christus verenigd zijn.” Achter de zwart omrande brillenglazen beginnen twee oude ogen te stralen. “Daar zie ik – door Gods genade – naar uit."

 

Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Wilma Breunissen
Bron: Visie 2014, nr. 10

Wegwijs in hospiceland

Onderzoek wijst uit dat twee derde van de Nederlanders het liefst in een veilige, vertrouwde omgeving sterft – bij voorkeur thuis. Maar soms is dat niet mogelijk.
Dan bieden hospices uitkomst. Voor mensen die nog maximaal drie maanden te leven hebben, bieden deze instellingen uitkomst. Bijvoorbeeld als een ziekenhuisverblijf niet langer noodzakelijk is, of thuisverzorging te zwaar wordt. Een handig (maar verre van volledig) overzicht is te vinden op: Zorgkaartnederland.nl/hospice

Hospice Nijkerk

Hospice Nijkerk – een van de oudste in ons land – biedt palliatieve zorg aan mensen vanaf 18 jaar die een terminale indicatie hebben, waarbij de levensverwachting minder dan drie maanden is. De zorg is niet gericht op genezing, maar ‘symptoomgericht’: er wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een zo effectief mogelijke bestrijding van eventuele pijn, waarbij kwaliteit van leven voorop staat en de wensen van de individuele gast leidend zijn. Er is 24 uur per dag een verpleegkundige aanwezig; daarnaast zijn er ruim zestig getrainde zorgvrijwilligers en zo’n twintig andere vrijwilligers actief. Hospice Nijkerk is sinds vijf jaar gevestigd in een monumentaal gebouw, en was daarvoor vijftien jaar lang gelegen in zorgcentrum Arkemheen. De instelling – een van de oudste hospices in ons land – is voor een deel afhankelijk van giften.

website: Hospicenijkerk.nl

'Een verademing'

“Ik vind het véél prettiger om hier met ernstig zieke mensen in gesprek te gaan over het geloof dan in het ziekenhuis,” zegt ds. Jan Esveld van de plaatselijke Vredeskerk (hervormd, PKN). Hij is een van de predikanten die al heel wat voetstappen in Hospice Nijkerk hebben liggen. “Je komt hier sneller tot diepe gesprekken dan in zo’n hectische omgeving, waar je vaak ook nog eens te maken hebt met meerdere mensen op één kamer. Een hospice is een verademing. Dat ervaren de gasten, maar voor mijzelf geldt hetzelfde: de ‘basisrust’ die je in een hospice hebt, draagt bij aan diepere ontmoetingen. Ik kom hier dus graag om over het Evangelie – de boodschap van hoop! – te spreken. Soms schieten ook niet-christelijke gasten of familieleden mij aan, omdat ze weten dat ik predikant ben. Ik sta al sinds 1989 in Nijkerk en ken dus veel mensen. Vanmorgen heb ik nog iemand begraven die hier heeft gelegen.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

Crowdfunding

Wolkbreuk ruïneert huis: Twitteraars komen in actie

‘Alleen sterkte wensen kan ook, maar ik doe liever iets concreets’

17 augustus 2018
Vind jij het ook zo lastig om goede prioriteiten te stellen?

Vind jij het ook zo lastig om goede prioriteiten te stellen?

Met deze tips van Carianne Ros lukt het zeker!

Carianne Ros

Waarom zou je in de zomervakantie actief blijven?

Waarom zou je in de zomervakantie actief blijven?

De '90 seconden' van dominee Baardmans

Dominee Baardmans

Annemarie wordt langzaam blind

‘Ik weet niet goed of mijn ziekte een doornenkroon of een lauwerkrans is’