Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

'Ik vervolgde christenen'

in Geloven

Hij haatte christenen. Hij stak hun huizen in brand en martelde hen. De Indiër Nobi Digal (30) was betrokken bij de gewelddadigheden in de Indiase deelstaat Orissa in 2008, waarbij zo'n honderd christenen werden afgeslacht door hindoe-extremisten.

Toen vijf jaar geleden hindoe-extremisten aan Nobi vroegen mee te gaan met een gewelddadige rally, waarbij christenen het doelwit waren, hoefde hij niet lang na te denken. "Ik haatte christenen. Ik heb hen uit bussen getrokken, geslagen en zwaar mishandeld. Ook heb ik huizen van christenen in brand gestoken en een kerk totaal vernield. Ik leek wel een beest."

Drankje met drugs

Aanleiding van het geweld tegen christenen in Orissa was de moord op de bekende hindoepriester Laxmananda Saraswati. Hoewel Maoïsten de moord opeisten, kregen christenen de schuld. Extremistische hindoes hitsten de lokale bevolking op om christenen te vermoorden en hun huizen in brand te steken. In een paar weken tijd werden zesduizend huizen van christenen verwoest en driehonderd kerken vernield. Ruim honderd gelovigen kwamen om het leven en vijftigduizend christenen sloegen op de vlucht. "We namen allerlei wapens mee om hen aan te vallen," vertelt Nobi. "Leiders van de extremistische bewegingen gaven ons een drankje met een drug erin dat ons erg agressief maakte. Je had daardoor jezelf niet meer in de hand."

Toverdokter

Nu, vijf jaar later, schaamt hij zich diep voor het leed dat hij zijn medebroeders en -zusters heeft aangedaan. Toch is hij bereid te vertellen hoe hij van een vervolger een volgeling van Jezus is geworden. Want toen de rust in Orissa langzaam terugkwam, begon er bij Nobi iets te knagen. Hij ging zich schuldig voelen over het geweld dat hij christenen had aangedaan. Bovendien: "Mijn vrouw en dochter kregen last van aanhoudende maag- en darmklachten. Toen we naar de toverdokter in ons dorp gingen, zei hij dat er een vloek op ons rustte. Ondanks de bloedoffers die we aan de goden brachten, werd de ziekte alleen maar erger. Ik kreeg sterk het gevoel dat dit het gevolg was van een vloek die op ons gezin rustte omdat ik christenen vervolgd had. Ik wist zeker: God is boos op ons en maakt ons ziek."

De hindoes die hem destijds ophitsten om christenen te vervolgen, waren nergens meer te vinden. "Ze hadden ons alleen maar misbruikt."

Naar de dominee

De vrouw en dochter van Nobi werden zieker. Hun buik ging steeds meer zwellen en de verwachting was dat ze spoedig zouden sterven. Tot Nobi in 2011 op zoek ging naar een dominee. "Ik vertelde hem over mijn betrokkenheid bij het geweld tegen christenen en smeekte hem om mee te gaan naar ons huis om voor ons gezin te bidden. Ik zei: 'Als u met ons bidt, zal God ons genezen. Alstublieft, kom naar ons huis en bid voor ons, zodat Gods vloek zal verdwijnen.'"

De dominee werd niet boos, maar ging met me mee. Eenmaal bij ons thuis, las hij uit de Bijbel en zei: 'Wat jullie gedaan hebben, is niet volgens het Woord van God.' Samen met mijn vrouw en vier kinderen knielde ik neer op de grond en beloofde ik God nooit meer christenen te vervolgen. Terwijl de dominee met ons bad, merkten we dat er een last van ons afviel."

Genezing

In de nacht nadat de dominee langs was geweest, kreeg Nobi een bijzondere droom. Hij zag een grote groep christenen in zijn huis. Ze huilden en baden om zegen en genezing. "Dit raakte me en ik kon het moeilijk vatten. De mensen die ik vervolgd had, baden om een zegen voor ons in plaats van om een vloek!" Na drie dagen knapten Nobi's vrouw en dochter langzaam op, tot ze uiteindelijk genazen. Opnieuw ging hij naar de dominee. "Ik wilde met mijn gezin christen worden, want ik was ervan overtuigd dat het christendom de enig ware religie is. Ook wilde ik graag gedoopt worden."

Bemoediging

Nobi kan zich nog goed herinneren dat hij met zijn gezin voor de eerste keer een kerk bezocht. "Ik was best bang, want hoe zouden de christenen aankijken tegen iemand die hun huizen had afgebrand en hun kerk vernield had? Naarmate ik dichter bij de kerk kwam, ging mijn hart steeds sneller kloppen. Maar toen we bij de kerk arriveerden, bleek alle angst onnodig. In plaats van tegen me te schreeuwen, verwelkomden ze me op een hartelijke manier en met een lach op het gezicht. Niemand toonde emoties van woede of boosheid en we merkten ze van ons hielden. Ze zeiden: 'De Heer is met je en zal je vergeven.' Dat was een enorme bemoediging voor ons."

Zwaardere vervolging

De bekering van Nobi en zijn gezin viel bij de hindoes in zijn omgeving niet in goede aarde. Ze bedreigden hem en wilden niets meer met hem en zijn gezin te maken hebben. "Mijn directe familieleden zagen dat ik een ander mens geworden was en vrede ervaarde, maar ze kunnen en willen niet meer met ons omgaan, want dan worden ze zelf uit de gemeenschap gezet."

Ondanks dat, is Nobi vol blijdschap. "Als we sterven, gaan we naar Jezus. Ook als er nog zwaardere vervolging komt, zal ons dat er niet van weerhouden ons geloof in Hem te belijden. We willen met Christus leven en sterven."

Kerk in Orissa groeit ondanks vervolging

Christenen vormen in de Indiase deelstaat Orissa een kleine minderheid, naar schatting twee procent van de bevolking. Al vele jaren zijn hier extremistische hindoegroeperingen actief die christenen als een gevaar zien voor de Indiase cultuur. Ze beschuldigen christenen ervan hindoes onder dwang te bekeren tot het christendom. Hoewel christenen in Orissa zwaar onder druk staan, maakt de kerk een sterke groei door. Elke maand worden er tussen de vijftig en honderd hindoes gedoopt. Hindoes zijn verbaasd dat christenen niet terugslaan en liefde tonen tegenover diegenen die hen veel leed aangedaan hebben.

Bron: Stichting de Ondergrondse Kerk

Bron: Visie 2014, nr. 1

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons