Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

"De lijklucht vliegt me naar de keel"

Carla van Weelie verblijft op de Filipijnen voor EO-Metterdaad

in Mediatips

Waar zal ik beginnen. Er is teveel gebeurd in anderhalve etmaal. Na uren vertraging in een stampvolle boot komen we zaterdag rond 23 uur in het stikdonkere Ormoc aan. Een spookstad met puin langs de kant van de weg, enkel verlicht door hier en daar een zaklantaarn of het schijnsel van een mobiel.

We zijn de enige buitenlanders aan boord, dus op de kade herkent Iremina ons meteen. We hebben melkpoeder en luiers mee voor haar baby. De winkels zijn leeg. De auto rijdt ons door het donker naar een ingestort gebouw van de Baptisten Gemeente. Daar is een soort kelder waar we mogen slapen. Ze blijven zich maar verontschuldigen dat ze niets beters te bieden hebben. We leggen onze matrasjes op de grond en smeren ons dik in met Deet, want het stikt er van de muggen. 
 
De volgende ochtend worden we rond half 7 wakker van zeker tien mensen die naar ons staan te kijken. Ze zijn benieuwd hoe het met ons gaat. Pas dan zien we de omvang van de ramp in Ormoc. De mensen dachten na een paar uur dat de storm over was. Ze kwamen naar buiten om de schade te overzien. Kinderen kwamen uit hun stenen scholen weer naar huis. De zon scheen zelfs... Toen kwam de storm in alle hevigheid terug, van de andere kant. Het was de stilte in het oog geweest. Op dat moment vielen de meeste slachtoffers. 
 
Zondag vertrekken we om 8 uur naar Tacloban. Met vis in blik, water en extra prepaid om te kunnen blijven bellen. De 120 kilometer naar de stad lijkt wel een oorlogsgebied. Een aaneengesloten beeld van verwoesting, geknakte bomen, omgevallen electrapalen, weggevaagde huizen. Ouders en kinderen in de regen. Zelfs geen bananenblad om onder te schuilen. 
 
In Tacloban belanden we als eerste in een lange rij wachtenden in de stortregen. Voetje voor voetje op weg naar een zakje met broodjes en een hapje rijst. De één na de ander vertelt over de nachtmerrie van de vloedgolf. We mogen mee naar de school waar ze slapen. Niet gelogen: 75 mensen in één klaslokaal. Ze hebben niets meer, behalve de kleren aan hun lijf.
 
Elena laat ons zien waar haar huis ooit stond. Aan de kustlijn. Ze wijst naar een plek waar nu metershoge puinhopen liggen. Hout, huisraad, kleding, ze durft niet verder met ons mee. Wij klimmen verder, een man wil ons iets laten zien. Er liggen verdronken mensen in het water. Tussen het puin steken herkenbare lichaamsdelen uit.
 
Mensen zoeken tussen de brokstukken tevergeefs naar overblijfsels van hun bestaan. De lijklucht vliegt me naar de keel. Deze ramp is erger dan ik me ooit heb kunnen voorstellen. Een aardbeving, tyfoon en tsunami tegelijk.
 
Hulpverleners graven in de bergen puin. Elk gevonden lichaam wordt in een zak aan de kant van de weg gelegd. Een zakje met een paar persoonlijke dingen wordt er aan de buitenkant opgehangen. Mensen bukken met een doek voor hun gezicht bij de zakken. Misschien is dit hun geliefde die gevonden is... 
 
Monica huilt, vanmiddag gaat ze naar een dienst om haar moeder te gedenken. Elke dag is er zo'n bijeenkomst. Het massagraf zal die middag buiten de stad gesloten worden. 
 
Maanden zal het gaan duren voordat de stad opgeruimd is. Jaren gaat het duren voordat iedereen weer onderdak heeft en het leven weer ‘normaal’ zijn loop heeft. Maar nooit zullen de mensen van Tacloban de angst kwijtraken van de dag dat de ‘grote storm’ kwam. 
 
Als we terugrijden in de auto, is het stil. Via via heeft iemand van de kerk een nachtboot-ticket voor ons bemachtigd. 120 stapelbedden, hutje mutje op een open dek. Om 4 uur zijn we weer in Cebu, ons startpunt. Terug in het hotel kan ik de slaap niet vatten. Ik denk aan al die dakloze gezinnen. Het enige wat ik voor hen kan doen, is blijven vertellen dat wij trouw moeten zijn in het delen van onze overvloed. 
 
We vliegen zo naar huis. In mijn hart neem ik de mensen en hun nood met me mee. 


Na de tyfoon Haiyan vertrokken Carla van Weelie en haar team voor Metterdaad naar de Filipijnen. Vanmiddag (maandag 18 november) is hun verslag te zien in Geloven op 2, om 16.35 uur op Nederland 2. 

+ Klik hier om te doneren voor noodhulp. 

Bekijk het verslag van afgelopen donderdag

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons