Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Cees Vork: 'Bidden? Ik wist amper hoe dat moest'

in Geloven

Als voetballer zou hij een dik belegde boterham hebben verdiend. Maar veertig jaar geleden nam zijn carrière een haakse bocht, en sinds 1985 leeft Cees Vork – leider van gebedsbeweging Op de Bres – van giften. "Moeilijk? Als je weinig hebt, kun je veel ontvangen."

De avond dat hij met bonzend hart naar de slaapkamer van zijn ouders liep om hun het nieuws te vertellen, zal hij nooit vergeten. Als 19-jarige semiprof deelde Cees hen mee dat hij per direct een punt zette achter zijn voetbalcarrière – uitgerekend op het moment dat hij kon doorstoten naar de echte top. "Mijn vader, een enorme voetbalfan, werd boos. Mijn moeder huilde. Beiden, maar ook mijn zeven broers en twee zussen dachten dat ik gek was geworden toen ik zei dat ik Jezus wilde volgen."

Uitblinker

Veertig jaar na dato geniet Cees (59) van een kop koffie in een restaurant in zijn woonplaats Heerde. Met zichtbaar genoegen vertelt hij hoe hij als jochie vaak samen met zijn vader meeging naar wedstrijden van NSV’46 uit Noorden, zijn geboortedorp aan de Nieuwkoopse Plassen. "Voetbal was daar dé sport, dus ik ging zelf ook voetballen." Cees bleek een uitblinker, en leefde jarenlang louter voor de bal. Zijn apetrotse vader wist de manager van de Maastrichtse voetbalvereniging MVV te porren om eens naar zijn tienerzoon te komen kijken. Die oordeelde dat de boomlange jongen het ver kon schoppen, en rond zijn 19e trad Cees toe tot de semiprofs. "Opeens leefde ik in mijn droom. Voetbal was al van jongs af aan álles voor me; nu speelde ik als controlerende middenvelder bij het betaalde zaterdag- jeugdvoetbalteam van MVV!"

Grote vragen

Inmiddels zat hij ook in militaire dienst, en speelde selectiewedstrijden voor het jeugdvoetbalteam van het Nederlandse leger. Maar niemand wist dat er diep vanbinnen grote vragen aan hem knaagden. "Ik was altijd al iemand die veel las, en nadacht over allerlei dingen. Maar een jaar nadat ik bij MVV was gekomen, drongen zich plotseling levensvragen aan mij op. Waar kom ik vandaan? Waarom leef ik eigenlijk? Waar ga ik heen? Aan de buitenkant merkte je niets aan me, maar innerlijk belandde ik in een crisis: ik had geen antwoorden."

2-0 verloren

Cees komt uit een rooms-katholiek nest, maar 'geloofde het wel'. Juist in die tijd deelde iemand het Evangelie met hem. "Dat gebeurde in een Youth for Christ-koffiebar in Utrecht. Tijdens een bezinningsweekend voor dienstplichtigen kreeg ik een kaartje met het adres, en na een 2-0 verloren wedstrijd besloot ik erheen te gaan. Ik kwam diezelfde zaterdagavond tot geloof en wilde voortaan met God wandelen."

Dat stelde hem prompt voor een dilemma. "Als voetballer zou ik binnenkort kunnen doorstoten naar de top, van kinds af aan mijn ultieme wens. Tegelijkertijd wilde ik mijn leven in dienst van God besteden. Wat nu? Ik kwam er niet uit. Bidden? Ik wist amper hoe dat moest. Maar de volgende ochtend zei ik tegen God: 'Ik ga fietsen; eind van de dag wil ik het weten.' En weg reed hij, de wind achterna.

Gekscherend

"Na pakweg dertig kilometer, bij Havelte, sprak God krachtig tot mijn hart: 'Kies zelf maar: wat wil je?' Toen nam ik mijn besluit." Die avond vertelde hij zijn ouders dat zijn voetbalcarrière voorbij was. "Terug op mijn eigen slaapkamer sloeg ik lukraak mijn bijbeltje open en las: 'Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig...' Mijn ouders hebben het er jarenlang moeilijk mee gehad. Gelukkig waren ze katholiek, zeg ik wel eens gekscherend, want uiteindelijk vergaven ze het me."

Al snel sloot de 19-jarige bekeerling zich aan bij leefgemeenschap In de Ruimte te Soest, waar hij twee jaar als offsetdrukker werkte en vervolgens de driejarige bijbelschool deed. Aansluitend woonde hij een jaar in Californië, om promotiewerk voor deze stichting te doen. "Daarna was ik van 1981 tot 1985 pastoraal werker in een baptistengemeente in Alphen aan den Rijn. En ondertussen was ik zijdelings bij Op de Bres betrokken geraakt. Tijdens mijn jaar in Amerika maakte ik namelijk kennis met gebedsbewegingen, en ontdekte dat bidden de sleutel is tot verandering in gemeenten en samenlevingen. Daar was ik zo enthousiast over dat ik, terug in Nederland, overal gebedsscholen stichtte en mensen trainde."

Non-stop voorbede

Na een lange periode bij Jeugd met een Opdracht in Heerde (1985 tot 1993), maakte Cees de overstap naar Op de Bres. Sinds 1993 werkt hij fulltime voor deze interkerkelijke stichting, die non-stop voorbede doet voor Nederland, Nederlanders, de overheid en voor Israël.

Je leeft sinds 1985 van giften. Lijkt me moeilijk.
Glimlachend: "Eén tekst waaruit ik leef, staat in Spreuken 30: 'Maak me niet arm, maar ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig heb.' Moeilijk? Als je weinig hebt, kun je veel ontvangen."

Waarom is bidden voor ‘Den Haag’ een speerpunt van Op de Bres?
"De overheid is een belangrijke machtsfactor. Op de Bres ontstond in een tijd van enorme morele kaalslag. Wij geloven dat bidden voor de politiek helpt om dingen ten goede te veranderen."

Vurig

"Een voorbeeld?" Cees, één vinger in de lucht: "Dat Balkenende totaal onverwacht minister-president werd. Bij die verkiezingen hebben we vurig gebeden om een premier die in de bres zou gaan staan. En opeens stond iemand met christelijke wortels acht jaar lang aan het roer! God is niet afwezig in onze samenleving; Hij geeft tekenen van Zijn aanwezigheid – ook in de politiek."

Vlak voor de verkiezingen van 1994 verzekerde je Elco Brinkman – omdat je meende dat God jou dit duidelijk had gemaakt – dat hij minister-president zou worden.
"Klopt. Ik zat bij hem in Den Haag, en zei wat op mijn hart lag: 'Ik geloof dat u minister-president wordt.'"

Het CDA stortte in, Lubbers’ kroonprins werd nooit premier. Een 'profetische blunder'?
"Nou ja, het was – achteraf gezien – meer een persoonlijke wens. Soms meen je oprecht dat Gods iets zegt, maar blijkt dat niet zo te zijn." Na enkele seconden veert hij overeind: "In 2006 baden we specifiek voor de ChristenUnie. Wat gebeurde er? Zij kwamen in de regering!" Met luide stem: "Ik geloof dat dit land van Jezus is. Hém is alle macht gegeven. Hij geeft tekenen van Zijn aanwezigheid, bijvoorbeeld in de politiek. Dat is een bemoediging om te blijven bidden."

Nooit verliezen

"Weet je wat zo mooi is aan dit gebedswerk?" vraagt hij even later. "Anders dan in het voetbal, kun je nooit verliezen! Als we bij Jezus blijven, zijn we altijd de winnende partij. Als Hij met mij is... wie houdt me tegen?"

Heeft bidden jezelf veranderd?
"Ik ben wat nederiger geworden. En vrijmoediger. Voordat ik tot geloof kwam, durfde ik mijn mond nooit open te doen. Sinds 1978 ga ik overal voor, en heb intussen ruim tweeduizend preken gehouden – een wonder van Boven!"

Waar worstel jij mee als het om bidden gaat?
"Soms bid ik voor mensen om herstel die niet genezen. God is soeverein en mijn zicht beperkt, maar daar worstel ik mee."

Als jij je levensweg overziet, wat ervaar je dan als het allergrootste wonder?
"Tjonge, mooie vraag. Nooit bij stilgestaan." Cees – zelden om woorden verlegen – valt stil. Zijn lange vingers harkt hij bedachtzaam door z’n grijze haardos. "Als ik eerlijk ben – en dit klinkt misschien raar voor iemand die al jarenlang intensief met gebed bezig is – dit: dat ik in mijn hart een groeiende liefde voor God bespeur. Sinds mijn bekering heb ik geworsteld met zaken als kerkelijke verdeeldheid, gesteggel tussen christenen. Mijn geloof had ik makkelijk kunnen verliezen. Maar mijn relatie met God is een diepe vriendschap geworden, omdat ik steeds meer van Hem ben gaan houden. Dat is het allergrootste wonder."


Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Eljee
Bron: Visie 2013, nr. 47

Op de bres

"Ik heb onder hen gezocht naar iemand die een muur zou kunnen optrekken en voor Mijn aangezicht op de bres zou kunnen staan ten behoeve van het land, zodat Ik het niet zou verwoesten." Deze tekst (Ezechiël 22:30) is het motto van Op de Bres. Al meer dan 25 jaar bidden zo’n zevenhonderd christenen om beurten, dag en nacht non-stop voor Nederland, ons volk, de overheid en voor Israël. Sinds 1993 is Cees Vork fulltime leider van deze grootste gebedsbeweging van Nederland.

Opdebres.org

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons