Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Teun Stortenbeker: 'Ik heb nooit werk gehad'

in Geloven

Wonen en werken in Dordrecht stond in 1976 “niet op het verlanglijstje” van Teun en Dinie Stortenbeker. “Maar God beschikte anders,” vertelt Stortenbeker in zijn werkkamer op het De Hoop-complex Het Dorp in Dordrecht. “We vertrokken van harte, maar met pijn in het hart uit onze geboortestad Rotterdam.” Nu, 38 jaar later, neemt hij afscheid.

Mensen zeggen soms een beetje dramatisch dat hij ‘zijn levenswerk' moet loslaten. “Maar,” reageert hij, “het is het werk van Gód, en niet van Teun Stortenbeker. Ik mocht dit werk doen in Gods Koninkrijk en kijk dankbaar terug. Het meeste roert mij dat we zoveel gasten konden helpen. Ik ontmoet nog regelmatig oud-cliënten. Zoals de man die in 1977 heroïneverslaafd, pooier en erg atheïstisch was. Maar hij koos radicaal voor God en werd zelfs zendeling in Spanje. Onlangs overleed hij aan kanker. Een paar dagen voor zijn sterven sprak ik hem nog door de telefoon. Afscheid nemen van een vriend is moeilijk.”

Is het lastig om uw werk los te laten als u bevriend raakt met oud-cliënten?
“Ik heb nooit werk gehad. Het was mijn leven; mijn inspanning en ontspanning. Ik kan geen genoeg krijgen van het winnen van zielen voor de eeuwigheid. Is dat werk? Onze kinderen hadden alle voor- en nadelen van onze bezigheden: ze gingen mee skiën in Zwitserland als daar een werkweek was met cliënten. Maar ze moesten hun vader ook wel eens missen als het druk was.”

Hoe kijkt u terug op uw eigen vader?
“Tja... Ik kan niet zeggen dat ik een relatie met hem had. Hij lag zes jaar, ver weg, in een sanatorium. Ik heb alles dus zelf uit moeten zoeken. Als 12-jarige vroeg ik aan God: ‘Wilt U mijn Vader zijn?’ Vanaf toen vroeg ik mijn hemelse Vader zelfs raad over een lekke band die ik maar niet geplakt kreeg. 's Nachts droomde ik hoe het moest. Toen mijn vader op mijn 14e weer terugkwam, probeerde hij vader voor me te zijn. Maar ik dacht: ‘Hoezo?’ Ik had hem niet meer nodig. Dat leverde wel eens spanning op. Ik heb alleen leren vechten; dat heeft mij gevormd. Blijkbaar moest ik het zo meemaken.”

Stortenbeker vertelt bevlogen hoe hij de afgelopen jaren mensen met psychiatrische problemen of verslavingen zag veranderen. “Velen hebben alles meegemaakt: armoede, rijkdom, uitspattingen, de dood van dichtbij. Uiteindelijk houden ze angst, verdriet en pijn over. Wat boeit hen dan nog? Dan moet er iets anders komen wat ze nog niet hebben meegemaakt. Dat is God. God kan hun leven zó vervullen. Hij is de Enige Die mensen verder kan helpen.”

Door verslavingszorg te combineren met evangelisatie ruilt De Hoop de ene verslaving in voor de andere, zeggen critici.
“Dat zeggen zelfs sommige christenen. Maar dan heb je níets begrepen van God, het Evangelie en verslaving. Een verslaafde bedient zijn leven op de manier zoals hij dat wil. Maar God laat Zich niet bedienen, Hij bedient jou zoals Hij dat wil. Eind jaren zeventig hoorde ik regelmatig in kerken waar ik voorlichting gaf: 'Verslaafden moet je op zee laten verzuipen.' Maar Jezus kwam juist op voor wie verloren dreigt te gaan.” Fel: “Dan zeg je toch niet: ‘Dump die mensen als afval’?! Zelfs als ze soms medeverantwoordelijk zijn voor hun verslaving! Gelukkig worden verslaafden inmiddels meer geaccepteerd.”

Veel (oud-)medewerkers vinden dat De Hoop teveel van hun leven vraagt onder het mom van 'Je doet het voor de Heer' en 'God geeft een mens niet meer dan hij dragen kan'. Daardoor vertrekken medewerkers alweer snel omdat ze het niet volhouden.
Begripvol: “Het is veelgehoorde kritiek. Als je hier werkt, krijg je – door de problemen die je van cliënten hoort – een spiegel voorgehouden. Dat zorgt voor je groei als medewerker, maar geeft ook een enorme last. Ook is het moeilijk om het werk los te laten als je van de cliënten gaat houden. Dan doe je meer dan nodig is. Ik zeg altijd: binnen je contracturen moet je doen wat nodig is. Als je meer wilt doen, doe je dat in je vrije tijd. Maar als je eigenlijke werk teveel is, moeten we taken schrappen. Anderzijds, in de zorg ben je nu eenmaal niet snel op tijd thuis. En een vrachtenwagenchauffeur die in een file staat ook niet. Nee, ik ontken de kritiek niet. Wat ik wil zeggen: sommige dingen horen bij het werk. Ik ga over de 36 contracturen en daarna niet. Structurele problemen moeten worden opgelost.”

Er wordt gecheckt of medewerkers, in hun vrije tijd, op gebedsbijeenkomsten zijn.
Na een stilte: “Er wordt niets gecheckt. Maar de vraag is: kom je hier om je werk te doen, of om hier te leven in een woon- en leefgemeenschap waarin je de bewoners helpt? Je hoeft hier niet te wonen, maar het is niet zomaar werk. Professie en geloof gaan hier samen. Dat is ook het lastige: je kunt jezelf kapot draaien omdat je denkt dat God dit van je verwacht.”

Of omdat je manager zegt dat God dat van je verwacht.
“Als dat zo is, mag dat niet. Punt. Maar het lijkt me normaal als er – zonder verplichting – initiatieven zijn buiten werktijd.”

U zei dat geloof en professie samengaan. Dat is mooi, maar lijkt me een lastig spanningsveld. Werk kan overgeestelijkt worden. Herkent u dat?
“Verschillende keren bleek dat onbestuurbare cliënten in teams zaten waarvan medewerkers heel bewust in concrete, onbeleden zonden leefden. Uit het Oude én het Nieuwe Testament blijkt dat de zonden van één persoon gevolgen kan hebben voor de héle gemeenschap. Kijk naar Achan die spullen achterhield uit Jericho. En Paulus schrijft dat er mensen ziek zijn en jong sterven omdat het Avondmaal op een onwaardige manier wordt gevierd. Maar zulke dingen mogen anno 2013 niet meer gezegd worden. Christenen verlangen naar de wonderen van de vroege kerk. Maar willen ze de Annaniassen en Safira's ook? We willen een cadeaugod die ons gezondheid, banen, rijkdom, gezonde kindertjes geeft.
Ik moest zelf ook pas belijden: ‘Heer, ik maak U tot een God die mijn problemen moet oplossen. Maar U bent mijn klachtloket niet, U bent mijn God!’ We worden in de kerk niet meer opgevoed met het idee dat het draait om Gods eer en niet om onze eigen eer. Hij wil gediend worden, ook al krijgen we er niets voor terug. Maar dat vinden mensen tegenwoordig oneerlijk. Vroeger was er meer oog voor Zijn heiligheid. Dan krijg je oog voor zonden en heilig leven. Als ik Nederlandse christenen vergelijk met christenen in armoede en verdrukking, dan leiden ze hier een arrogant, christelijk leven met een ingebeeld Godsbeeld, waar God vooral liefde moet zijn. Dat God ook toornig is, gaat er niet meer in.”

Wat wenst u uw opvolger Jaap Gruijter toe?    
“Alle hulp en leiding van God. Die heeft hij keihard nodig nu de zorg voor mensen door de politiek bijna onmogelijk wordt gemaakt. Onze cultuur gaat ten onder omdat we niet meer omzien naar de zwakken. Vroeger organiseerde de kerk de armenzorg, het diaconessenziekenhuis, enzovoorts. Al die taken heeft de overheid overgenomen, maar stoot die nu weer af. Maar is de kerk wel bereid om dat werk weer te doen? Sommige kerken wel, denk ik, maar andere niet.”

Zit hier een sombere scheidend bestuursvoorzitter?
“Daar is geen reden toe, want God laat de wereld niet los. Er komt een tijd van verlossing. Dus is er geen reden voor somberheid. Dat is tijdverlies.”

Tekst: Sjoerd Wielenga
Beeld: Wilma Breunissen

Teun Stortenbeker

Teun Stortenbeker (1949) was in 1976 de eerste werknemer van een lokale stichting: De Hoop in Dordrecht. Onder zijn leiding werd De Hoop een landelijke ggz-organisatie van vijfhonderd medewerkers die hulp wil bieden aan 1700 cliënten. Stortenbeker is getrouwd met Dinie. Samen hebben ze vijf kinderen en twaalf kleinkinderen. Na 1 september blijft Stortenbeker verbonden aan De Hoop, maar wat hij precies gaat doen, is nog niet duidelijk.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons