Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

'Het mag Gods volk zijn, maar het zijn geen engelen'

in Nieuws

Als je christen bent, moet je een mening hebben over Israël. Tenminste, dat idee krijg ik vaak. Ik heb die mening niet – doorgaans heb ik geen idee hoe ik de Bijbel en het Israël van vandaag met elkaar moet rijmen. Daarom ga ik op zoek naar wat mijn geloof betekent voor mijn houding richting Israël.

Als er één onderwerp is dat ingezonden brieven oplevert, is het Israël. Want over Israël heb je geen mening, maar een visie. Samen met collega-redacteur Maarten Nota en fotograaf Ruben Timman reis ik af naar het Beloofde Land! Het is de start van een zevendaagse zoektocht.

Antisemiet

Om me voor te bereiden, lees ik me in Nederland alvast in en spreek ik met een aantal mensen die wél een visie hebben. Zoals de vrijgemaakt gereformeerde predikant Steven Paas. Als ik de reacties op internet moet geloven, is hij bíjna een antisemiet. Hij schreef namelijk een boek waarin hij kritisch is over het 'christenzionisme' – het idee dat de terugkeer van het Joodse volk naar Israël een vervulling van Gods belofte is. In zijn Veenendaalse woonkamer legt hij uit waarom: "Volgens veel christenzionisten – ik gebruik die term maar – zijn er eigenlijk twee wegen naar God: door te geloven in Christus, en door een Jood te zijn. Dat lijkt mij afdoen aan het unieke werk van Christus. De Kerk van Hem is uiteindelijk het ware Israël." Klinkt logisch, denk ik tijdens het gesprek. Al wringt het ook: kun je al de bijbelse beloften over het land en het volk Israël – voor zover nog niet vervuld – zomaar aan de kerk van vandaag toeschrijven? Of geestelijk uitleggen?

Verwarring

De hervormde ds. G. Hette Abma is het volstrekt oneens met zijn Veenendaalse collega. In zijn woonplaats Gouda spreek ik hem over zíjn visie op Israël. "Zou God Zijn volk vergeten?" vraagt hij retorisch. "De Bijbel staat vol beloftes, zowel voor het verleden als de toekomst, die expliciet gericht zijn op op het Joodse volk en het land Israël. Als die niet meer gelden, zou God een leugenaar zijn! Natuurlijk hoef je Israël niet kritiekloos te volgen. Er is daar veel onrecht. Maar we zijn wel onlosmakelijk en onvoorwaardelijk verbonden met Israël. We dienen het Joodse volk lief te hebben en te steunen, óndanks hun fouten!" Abma wijst op de grote schuld die we als kerk richting de Joden hebben – kruistochten, pogroms, de Holocaust. "We moeten bescheiden zijn. Evangeliseren past ons daarom niet."
Opnieuw denk ik tijdens het gesprek: 'Natuurlijk!' En daar begint de verwarring. Beide predikanten beroepen zich op de Bijbel, maar beweren iets tegenovergestelds. En erger nog: ze klinken mij allebei geloofwaardig in de oren. Verwarring alom, en met die verwarring reis ik naar Israël. Ik besluit een dagboek bij te houden. Misschien dat de ontmoetingen daar me verder helpen.

Dag 1

Koud uit het vliegtuig worden we door Dov Bikas, dominee en hulpverlener in de verslavingszorg, naar de achterbuurten van Tel Aviv geleid (zie pag. 20). Ik zie grauwe flats, lege pleinen, ruik de stank van urine. Dus dit is óók Israël. Geen gouden koepels, glooiende heuvels of bebaarde Joden. Wel Anna, 30 jaar en methadonverslaafd. Haar bovengebit bestaat uit een paar gele stompjes. En Olev, ook 30 en crackverslaafd. Hij heeft een vriend nodig om een bruikbare ader te vinden om de spuit in te zetten. Is dit het Beloofde Land? Hoe kan een uitverkoren volk dit toelaten?
Dov zet me aan het denken. Hij vertelt dat het Jood-zijn voor hem altijd vervelend was: waarom moest hij bij een minderheid horen die overal uitgekotst wordt? Tot hij Jezus leerde kennen. Nu is hij er trots op bij het uitverkoren volk te horen, en ziet hij grote toekomst voor zijn volk. Boeiend!

Dag 2

Een van de christenen die regelmatig Israël bezoekt, is Sylvia. Ik ontmoet haar in ons hostel, dat gerund wordt door ex-drugsverslaafden. Deze Servische christen is lyrisch over Israël, hoopt vurig zelf Joods bloed te hebben en zegt nergens zoveel geestelijke strijd én zegen te ervaren als in Jeruzalem. Daar krijg ik kriebels van. Alsof God het liefst iedereen Joods zou zien. De Geest is toch op álle christenen uitgestort? Jood, Griek, Nederlander, Zimbabwaan – zou Hij een voorkeursbehandeling hebben voor gelovige Joden? Het gaat er bij mij niet in. Ik kan slecht tegen gedweep.
Eén ding staat als een paal boven water: het is een prachtig land. Tijdens een urenlange autorit door het noorden van Israël rijden we door bossen, over heuvels, langs rotspartijen: adembenemend. Hier liep Jezus dus ooit. De Bijbel komt met iedere kilometer meer tot leven.

Dag 3

Leon Mazin heeft het druk. Gelukkig vindt deze voorganger van een Messiasbelijdende, Joodse gemeente in Haifa een gaatje voor me. Hij is duidelijk: Gods beloften voor Israël zijn onverbrekelijk. Wij als christenen uit de heidenen mogen delen in die beloften, maar ze zijn allereerst voor Israël. Geen makkelijke boodschap om als heiden te horen.
Wat me in ieder geval duidelijk wordt tijdens ons gesprek, is dat God niet kiest omdat het volk of de mensen van Zijn keuze nu zo vriendelijk of fijn zijn. De vraag of Israël nog steeds Gods volk is, heeft niet te maken met het feit of ik ze sympathiek of netjes vind. Lijkt me een bijbelse lijn.

Dag 4

Als collega Maarten en ik een christelijk boekhandeltje binnenlopen, raken we in gesprek met de bebaarde eigenaar, die zich voorstelt als Joshe. Ik vertel hem over mijn zoektocht. Als een echte Joodse rabbi geeft hij lange, breed uitwaaierende antwoorden op mijn vragen. Om mijn verwarring compleet te maken, heeft hij weer een andere visie op Israël en de kerk. Omdat het Oude en Nieuwe Testament één zijn, redeneert hij, worden christenen ingelijfd bij het Joodse volk. Dat betekent ook dat zij de Thora moeten houden – sabbat, de Joodse feesten. Niet-gelovige Joden daarentegen horen niet écht bij Gods volk.
Als ik hem bij het afscheid vraag zijn naam op te schrijven, zet hij in zwierige letters 'Rev. Joseph Ben Zvi' in mijn dagboekje. Hé, die naam ken ik! Een bekende, voor veel Nederlandse reformatorische christenen.
Een interessante ontmoeting, maar niet helemaal bevredigend. Als christenen uit de heidenen hoeven we toch de wet niet meer te houden? Wij leven toch uit genade?
Zijn opmerking over het ware volk van God – de gelovigen – blijft wel hangen. Dat zou betekenen dat de seculiere Joodse staat weinig te maken heeft met het bijbelse Jodendom. Ik kraak mijn hersenen wat af, deze dagen.

Smachten

Veel tijd voor een rustige reflectie heb ik niet. Ik interview Erika Teller, een holocaustoverlevende (vorige week stond haar verhaal in Visie). De ontmoetingen met haar en de drugsverslaafden in Tel Aviv laten een heel andere kant van Israël zien: een harde maatschappij, waar vechters ver komen, maar underdogs het vaak moeilijk hebben. Begrijpelijk – Israël móet vechten om te bestaan. Maar ook een scherp contrast met Jezus' boodschap van naastenliefde. Erika zegt: "De enigen die me als persoon zien, zijn mijn christelijke vrienden." Een getuigenis, maar het laat opnieuw zien hoezeer dit land smacht naar Jezus' liefde.
In Jeruzalem wordt het sabbat. We vieren de sabbatsmaaltijd bij Wim en Petra van der Zande, een stel dat al meer dan twintig jaar in Israël woont. Een gezellig samenzijn, met drie andere Nederlanders, echte Israël-liefhebbers. Al snel gaat het gesprek over hoe goed het Joodse volk is en hoe onbetrouwbaar de Arabieren zijn. En dan gaat het tóch weer jeuken. Het mag Gods volk zijn, maar het zijn geen engelen.

Dag 5

Sabbat, maar niet voor ons. Ben Zvi ten spijt gaan wij naar Bethlehem. Peter en Tineke 't Lam werken hier onder verstandelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen. Zij zijn ooit uit liefde voor Israël hierheen gekomen. Om bij hen te komen, moeten we door de muur die Israël van een deel van de Palestijnse gebieden scheidt. Beton, prikkeldraad, hekken, Palestijnen die in een lange rij staan te wachten tot ze naar binnen kunnen... het mag nodig zijn, maar pijnlijk is het wel. Het laat direct zien hoe lastig ik mijn zoektocht vind. Hoe past deze muur in het plaatje van Gods volk? Of is het dat niet meer?

Uitverkiezing

Ik leg mijn vragen voor aan Peter 't Lam. "Het is onze roeping van het Joodse volk te houden," antwoordt hij. "Zij zijn het volk dat God heeft uitverkoren, en Hij vergeet Zijn beloften niet. Dat vind ik ook niet altijd eenvoudig te geloven, aan deze kant van de muur. Daarom bezoek ik wekelijks een gemeente in Jeruzalem – die heb ik nodig als tegenwicht. Want als ik de Bijbel lees, zowel het Oude als het Nieuwe Testament, gaat dat over Israël en het Joodse volk. Dat is niet veranderd."
Tijdens het gesprek komt nóg iets naar boven: mijn moeite met het Oude Testament, met z'n oorlogen, wraakpsalmen en een God die bevel geeft land te veroveren. Ik vind dat lastig te rijmen met het Nieuwe Testament. "Onterecht," zegt Peter. "Er is een duidelijke lijn te zien. God blijft dezelfde; een God die onrecht straft, maar tóch doorgaat met de mensen die Hij kiest. Ongelooflijk hóever God gaat in Zijn genade."
Het is een raak gesprek, en het legt voor mij iets diepers bloot: ik heb moeite met uitverkiezing, met het idee dat God kiest, ook als mensen dat niet verdienen. En daarmee moeite met een gekozen volk.

Dag 6

Was gisteren de muur in Bethlehem al lastig te verhapstukken, Nablus is dat helemaal (zie pag. 21). Een schrijnende, maar ook een prachtige plek! Onze gids Olivier, een Fransman die lichamelijk gehandicapten helpt, laat de Palestijnse stad zien. Hij brengt ons naar een man die door een Israëli door zijn hoofd is geschoten, maar wonder boven wonder uit zijn coma kwam, halfzijdig verlamd. Naar iemand die beide benen mist, omdat hij van korte afstand door zijn knieën is geschoten. Naar een man die een arm is kwijtgeraakt tijdens de Intifada. Iedereen lijkt gehavend te zijn. En overal waar we komen, hangen foto's van mensen die gedood zijn in de strijd tegen Israël – hier zijn het helden, vijftig kilometer verderop vijanden. Toch voel ik me geen moment onveilig. Ik zie veel levenslust. Nablus is een mooie stad, vol Arabische kleuren en geuren.

Habijten

En hier word ik het diepst geraakt tijdens mijn hele reis. We bezoeken de Zusters van Moeder Teresa, die in het centrum van Nablus verstandelijk gehandicapten helpen. Deze jonge vrouwen kiezen ervoor om in armoede te leven. Het enige wat ze hebben, zijn twee habijten. De jonge zuster Grace vertelt: "Wij hechten ons niet aan een land of aan mensen. Alleen aan Jezus. Hem zien we in de armsten van de armsten. Mij maakt het niet uit of ik dat hier doe, of in India." De liefde waarmee de zusters de lichamelijk en verstandelijk gehandicapten helpen, raakt me diep. In de kloostertuin, een oase in het propvolle Nablus, schiet ik vol. Even kan het hele Heilige Land me gestolen worden, en heb ik geen behoefte aan een doorwrochte Israëlvisie. Jezus volgen is genoeg.
Later, in het hotel, besef ik dat dit een valse tegenstelling is. Jezus volgen en een Israëlvisie kunnen best samengaan. Maar het idee dat ik ook zónder afgeronde visie Jezus kan volgen, geeft ontspanning.
Ik check mijn mail. De beide dominees in Nederland leven mee met mijn zoektocht. Beiden raden me aan om Romeinen 9 tot en met 11 nog eens goed door te lezen; Paas stuurt me een uitgebreide bijbelstudie – Romeinen 11 duidt volgens hem helemaal niet op een toekomstige bekering van heel Israël – Abma stuurt een aantal andere bijbelteksten die zíjn standpunt lijken te onderschrijven. Ik krab even op mijn hoofd en besluit te gaan slapen.

Dag 7

Onze laatste dag in het Heilige Land. Onderweg naar het zuiden komen we langs talloze bijbelse plaatsen. Fascinerend. In Dimona ontmoet ik Albert en Esther Knoester, zendingen in Israël. Zij combineren hun liefde voor Israël met liefde voor Jezus. "Wij brengen de Joden hun eigen Messias terug," zegt Albert Knoester. Hun passie voor Israël raakt me, maar ook hun overtuiging dat Israël Jezus als Messias nodig heeft. Opnieuw vallen puzzelstukjes op hun plek: juist omdat Israël een bijzonder plekje in Gods hart heeft, zou het zo fantastisch zijn als ze hun Messias ontdekken. Bij de drugsverslaafden, in Bethlehem en in Nablus ontdekte ik dat Jezus volgen juist in Israël een groot verschil maakt. Het land smeekt om de Vredevorst.

Tent

We sluiten af in de Negev-woestijn. Zoals Abraham hier ooit zijn tent opsloeg, slapen ook wij in een tent. In deze rust krijg ik de kans om alles op een rijtje te zetten. Emoties, bijbelgedeelten, beelden, ontmoetingen en mailtjes lopen in mijn gedachten door elkaar heen.
Eén ding ben ik al reizend, luisterend en lezend gaan geloven: God heeft Israël niet losgelaten. Dit rare volkje aan zee is een voortzetting van het Israël in het Oude Testament. Oók als ze niet naar God luisteren, onrecht doen, of verschrikkelijk asociaal in het verkeer zijn. God kiest eikels uit – inclusief ondergetekende.
Maar ik geloof ook dat het volk van God pas écht tot zijn recht komt, als het Jezus als Messias gaat zien. Die theologische zin heeft in dit land betekenis voor mij gekregen. Een land waar alles lijkt te draaien om gelijk krijgen – van wie is het land? Wie is de sterkste? Wie heeft de oudste rechten? Maar Jezus draait het om: het gaat niet om gelijk krijgen, het gaat om dienen. Stel – even durf ik te dromen – dat het Joodse volk massaal tot geloof komt, zoals Paulus voorspelt (Rom. 11:26); wat wordt dit land dan hemels!
Wat moet ik tot die tijd? In ieder geval Israël respecteren als mijn 'oudste broer'. Jezus kwam allereerst voor de Joden. De Bijbel is een Joods boek. Ik neem me voor om al die profetieën in het Oude Testament eens goed te lezen, met in mijn achterhoofd dat het écht over de Joden gaat.

Helikopter

Ben ik verder gekomen? Ja. Al heb ik heb niet de mooie, afgeronde visie die ik had willen hebben; ik ga Israël niet onvoorwaardelijk steunen, heb geen idee hoe het met de Palestijnen moet en kan me heel goed voorstellen dat je het huidige Israël niet meer als Gods volk ziet. Overal zijn bijbelteksten bij te vinden, en de interpretatieverschillen zijn enorm.
Maar ik heb wel liefde gevonden. Liefde voor dit taaie volk, waar de Bijbel over vol staat. Liefde voor het land, waar overal voetstappen van geloofshelden te vinden zijn. Hier gaat de Bijbel opnieuw voor me leven. Opnieuw ontdek ik dat ik God niet begrijp – waarom Hij juist dít volk kiest – maar dat ik wel van Hem houd.
Terwijl ik dit opschrijf, vliegt er een helikopter over, richting de Gaza-strook. Wat verlang ik naar een nieuw Jeruzalem, waar vrede heerst.

Tekst: Pieter-Jan Rodenburg
Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

Op zoek naar de vergeten volken van het Midden-Oosten

Op zoek naar de vergeten volken van het Midden-Oosten

Van Nablus naar Ninevé: Aflevering 2 bij de Mandeeërs

Wat hebben christenen toch met Israël?

Wat hebben christenen toch met Israël?

Na de Israëlische acties in de Palestijnse gebieden – met name in Jenin – is de solidariteit met Israël zienderogen afgenomen. Ook onder christenen....

Luther spijkerde nooit stellingen aan een kerkdeur

Luther spijkerde nooit stellingen aan een kerkdeur

Nieuwe biografie ontkracht mythes rond kerkhervormer (recensie)

Gert-Jan Schaap