Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

BLOG | Helpt geloven bij psychische hulp?

Christelijke psycholoog Bart Gooijer over Amerikaans onderzoek

in Geloven

Yes, er is weer een onderzoek gepubliceerd naar verbanden tussen geloven in God en behandelresultaat in de GGz. Een Amerikaans onderzoek, weer, gepubliceerd in de Journal of Affective Disorders. De belangrijkste conclusie is dat geloven in God wel, en kerkelijke betrokkenheid niet, samenhangt met een beter behandelresultaat – in een groep mensen die een dagbehandeling hebben doorlopen in een psychiatrisch ziekenhuis. Wat zegt zo’n onderzoek ons wel en niet?

In de afgelopen twee decennia is er langzamerhand een toename van wetenschappelijke studies naar verbanden tussen geloof en gezondheid, en geloof en GGz-behandelingen. Met betrekking tot het eerste thema is Harold Koenig de kampioen-auteur, met honderden artikelen en enkele lijvige boeken op zijn naam over de doorgaans kleine maar significante positieve invloed van geloven op allerlei vormen van lichamelijke en psychische gezondheid. 
Als het gaat om de relatie tussen geloven en behandelingen in de GGz, is er nog bar weinig onderzoek gedaan dat deugt. Onderzoeken die ‘kerkgang’ als maat voor geloof nemen, tel ik niet mee – dát is inmiddels wel duidelijk, dat er geen correlatie is tussen enerzijds kerkgang en anderzijds gezondheid of behandelresultaat. 

Rosmarin
Dit nieuwe onderzoek van David Rosmarin en collega’s, getiteld A test of faith in God and treatment: the relationship of belief in God to psychiatric treatment outcomes, vraagt naar geloof in God en vergelijkt dat met behandelresultaten. Een beetje jammer is dat het geloven wordt gemeten met slechts een enkele vraag, namelijk 'in hoeverre geloof je in God of een hogere macht’. De resultaten hadden wat meer zeggend kunnen worden, als er ook gemeten was hoe de geloofsbeleving is. Bijvoorbeeld met de Vragenlijst Godsbeeld, die in Nederland door Hanneke Schaap is vertaald en wordt gebruikt in ander onderzoek. 

Toch doet het gebruik van deze eenvoudige maat, namelijk één vraag naar ‘gelovigheid’, er niet aan af dat het onderzoek van Rosmarin interessant is. Geloven in God  (zo’n 75% van de proefgroep geeft aan te geloven) blijkt in dit onderzoek samen te hangen met een aanzienlijke positiever behandelresultaat dan bij de niet-gelovigen. Hoe meer geloof men rapporteerde op die ene vraag, des te groter de afname van depressieve klachten en zelfbeschadigend gedrag en de toename van psychologisch welzijn gedurende de behandeling.
Het plaatje is echter iets ingewikkelder. Geloven zelf is niet de factor die invloed heeft op het behandelresultaat en de toename van welbevinden. Er zijn bemiddelende factoren, namelijk: gelovigen (in dit onderzoek) blijken de behandeling geloofwaardiger te vinden en hebben een grotere verwachting te hebben van de behandeling dan de niet-gelovigen. En in ieder geval bij de depressieve deelnemers, zijn het die geloofwaardigheid en verwachting van de behandeling die tot een positiever resultaat leiden. 

Contact
En dat brengt me bij een grote tekort van dit onderzoek, hoe degelijk het ook in elkaar zit. Er is een belangrijke factor die niet wordt gemeten in deze studie, namelijk het belang van de therapeutische relatie. Al een halve eeuw lang wordt herhaaldelijk in wetenschappelijke onderzoeken aangetoond dat het de therapeutische relatie is, die hét verschil maakt bij het slagen of mislukken van een behandeling. Ofwel: hoe is het contact tussen behandelaar en cliënt. Is er een klik, vertrouwen, gevoelsmatige afstemming, is er goede samenwerking, is er overeenstemming over de doelen, lukt het om impasses te overwinnen en breuken in het contact samen te herstellen, is er openheid en wederzijdse acceptatie? Ik denk dat dergelijke relatie-factoren ten grondslag aan de verwachtingen en de geloofswaardigheid die Rosmarin en collega’s hebben gemeten.

Trots
Nu moet ik het de onderzoekers meegeven, het onderwerp ís een uiterst complexe. Op het handjevol zorgvuldige studies naar geloven en behandelresultaat, is altijd wel wat af te dingen. Ik ben dan ook trots dat er nu juist in Nederland een uitgebreid onderzoek loopt naar het effect van aandacht voor geloof in GGz-behandelingen op het behandelresultaat. En in dat onderzoek, door Annette Bouwhuis, worden allerlei relevante factoren meegenomen die in eerdere onderzoeken zijn genegeerd – zoals de therapeutische relatie, persoonlijkheid van de cliënt, en godsbeeld. Het zal nog wat jaren duren voordat de resultaten zijn verwerkt, maar dan hebben we ook wat. Ik zie er naar uit.


Bart Gooijer (1971) is getrouwd met Thirza, ze hebben samen drie kinderen. Hij werkt als psycholoog bij Integro, een praktijk voor christelijke therapie en training, met vestigingen in Hardenberg en Rijssen. Ook is hij bestuurslid van de Christelijke Vereniging van Psychiaters, Psychologen en Psychotherapeuten – dat onder andere het tijdschrift Psyche & Geloof uitgeeft.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons