Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

BLOG | Een huis voor Vincent - deel 1

Van Gogh-kenner Anton Wessels blogt over de EO-serie 'Een huis voor Vincent' (1/4)

in Mediatips

Professor Anton Wessels is onder meer bekend door zijn 2 boeken over Vincent van Gogh en over zijn optreden als Van Gogh-kenner in de EO-serie 'God in de lage landen'. Zijn speciale aandacht gaat uit naar de religieuze kant van het leven en de werken van Vincent van Gogh. Voor EO.nl/geloven geeft hij een reactie op de vierdelige serie 'Een huis voor Vincent'. Vandaag de eerste uit de reeks van vier.

Met grote interesse naar het eerste deel van de serie Een Huis voor Vincent (van Gogh) gekeken. Het is een zeer respectvolle verbeelding van het dramatische leven van deze grote kunstenaar en ontroerende mens. We zien zijn worsteling om zijn bestemming in zijn leven te vinden. Eerst als ‘zaaier van het woord’ (in Engeland en) in de Borinage, daarna als kunstenaar met een van zijn vroegste werken: het afbeelden van de Zaaier naar één van zijn lievelingsschilders de ‘boerenschilder J.F. Millet.

Het fictieve verhaal als verhikel
De kadernovelle van deze filmserie is de poging zijn werk na zijn dood te verkopen door de zoon van Theo en Jo Bonger, zijn broer en lotgenoot. ‘Moeder het was zo mijn broer’ zou Theo schrijven na Vincents dood. Het huis zal, veronderstel ik, het Van Goghmuseum worden (?). Ik weet wél dat dit op zichzelf verzonnen is, maar toch raakt het aan die smartelijke problematiek van de trage doorbraak. Pas na zijn dood zou de erkennen en de waardering van zijn schilderkunst op gang komen. 

De laatste grote film over de Titanic kent ook een verhaal dat fictief is, maar toch heel goed als een vehikel kan dienen, zoals blijkt, om het drama van de ondergang van het schip en het grootste deel van de passagiers voor ogen en present te stellen.

Zo weerspiegelt de ‘kadernovelle’ ook de de spanning van Vincent om de verkoopbaarheid van zijn werk tijdens zijn leven mogelijke te maken. ‘Het zou toch niet onredelijk zijn dat wij de kosten van de verf en doek eruit zouden krijgen', verzucht Vincent eens. Op trefzekere wijze worden de actoren in het drama gepresenteerd.

Vincent als evangelist
In de eerste aflevering komt Vincents werk als ‘evangelist’ in de Borinage aan de orde. Met de kerst, zo schrijft hij, preekt hij over de stal in Bethlehem en over vrede op aarde. jaren eerder hield Vincent in de Methodistenkerk te Richmond (Engeland) zijn eerste overgeleverde preek. Die preek gaat over Psalm 119:19, ‘Ik ben een vreemdeling op aarde, verberg uw geboden niet voor mij.’

...‘Het is een oud geloof, en het is een goed geloof dat ons leven een pelgrimstocht is, dat wij vreemdelingen zijn op aarde, maar dat wij toch niet alleen zijn, want onze Vader is met ons. Wij zijn pelgrims, ons leven is een lange wandeling, een reis naar de hemel. (...)

Ons leven zouden we kunnen vergelijken met een reis, wij gaan van de plaats waar wij zijn geboren naar een haven, ver weg. Ons vroegere leven kan worden vergeleken met zeilen op een rivier, maar weldra worden de golven hoger, de wind wordt krachtiger, we zijn al bijna op zee voor het tot ons doordringt – uit het hart stijgt het gebed naar God: bescherm mij, o God, want mijn boot is zo klein en Uw zee is zo groot. Het hart van de mens lijkt erg veel op de zee, het kent zijn stormen, het kent zijn getijden en in de diepten liggen ook parels. Het hart dat op zoek is naar God en naar een godvruchtig leven, kent meer stormen dan welk ander ook’...

Wat mij schokte toen ik een jaar of tien geleden de Van Gogh plaatsen in de Borigange bezocht dat de situatie die Vincent toen aantrof in dit nog steeds zo achtergesteld gebied zo treffende overeenkomsten vertoont. De kleine huisjes worden nu door allochtonen bewoont.  

Geen breuk
Na een grondig onderzoek van Vincents leven en werk is het is mijn overtuiging geworden dat de overgang van Vincent naar zijn schilderschap in 1880, getuige zijn lange ‘bekeringsbrief’ geen breuk plaats vond met de eerste ‘vrome’ periode van zijn leven. 

Vincent heeft nooit veel op gehad met de dogmatische vormen van kerk en geloof; daar is hij ook niet in opgevoed. ‘Wel in iedere kerk zie ik God en of de dominee nu preekt of de pastoor, het is mij hetzelfde, in het dogma zit het ’m niet, maar in de geest van het evangelie en die geest vind ik in alle kerken.’ Dat de Bijbel waarmee hij zeer vertrouwd was blijkt zowel uit zijn oudste brieven als uit de latere correspondentie met zijn schildervriend Émile Bernard. Hij schrijft hem dat hij er goed aan zou doen de Bijbel te lezen: ‘De Bijbel, dat is Christus, want het Oude Testament leidt naar dat hoogtepunt. Paulus en de evangelisten staan op de andere helling van de heilige berg. Maar de troost van die zo droef stemmende Bijbel, die onze wanhoop en verontwaardiging wekt, die ons in ernst kwetst, ons volledig van de wijs brengt door haar bekrompenheid en aanstekelijke dwaasheid – de troost die zij bevat als een pit in een harde schil en bitter vruchtvlees, dat is Christus.’

Ik zie met spanning uit naar het vervolg na dit indrukwekkende begin. 


Vanavond is het tweede deel te zien van 'Een huis voor Vincent' op Nederland 1 om 22:05

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons