Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Rolstoel-tennisser Esther Vergeer stopt

"Ik schreeuwde naar God om een verklaring voor mijn handicap"

in Nieuws

Esther Vergeer stopt per direct met rolstoeltennis. De 31-jarige Woerdense meldde haar besluit dinsdag op Twitter. ,,Zeer bijzondere dag. Officieel gestopt met tennis'', luidde de korte, maar duidelijke boodschap.

Vergeer kan bogen op een indrukwekkende erelijst. Ze won onder meer zeven paralympische gouden medailles en won in 10 jaar al haar wedstrijden, in totaal 470 partijen op rij. Ze groeide daarmee in haar lange carrière uit tot een icoon van de gehandicaptensport. Haar prestaties op de tennisbaan leidden twee keer tot verkiezing van beste gehandicapte sporter van de wereld.

Vlak voor de Paralympics van 2008 gaf ze een openhartig interview aan
Visie over haar leven, lijf en lijden.

Esther Vergeer: "Ik ga niet over lijken"

Als je op je achtste met een dwarslaesie in een rolstoel belandt, ziet de toekomst er op het eerste gezicht slecht uit. Je zit soms aan de kant tijdens de gymles, je kunt moeilijk mee doen met verstoppertje spelen in de bosjes, en logeren bij een vriendinnetje is een halve volksverhuizing. Esther Vergeer overkwam het. Op 21 maart 1988 begon de ellende. “Ik ben in een jaar tijd twee keer bewusteloos geraakt nadat ik onder water had gezwommen. Eind 1989 bleek na veel onderzoeken dat er een bloedvatenafwijking zat rondom mijn ruggenmerg. Deze bloedvaten waren zo zwak, dat ze spontaan konden springen. Hierdoor heb ik enkele hersenbloedingen gehad. Na een risicovolle operatie merkte ik dat mijn benen niet meer goed functioneerden. De artsen waren onthutst. Ik bleek een dwarslaesie te hebben en zou nooit meer kunnen lopen.”
Een kleine twintig jaar later is het voor Esther de normaalste zaak van de wereld dat ze in een rolstoel zit. Maar ze weet nog goed hoe moeilijk ze het in die begintijd had, de tijd van revalideren, aanpassen en ’s avonds huilend in slaap vallen. Een groot contrast met de eerste spreuk?

Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid, een sombere geest verzwakt het lichaam.

 Spreuken 17:22“

Inderdaad. Ineens was ik gehandicapt en moest ik alles weer opnieuw leren. Daar zag ik weinig positieve kanten aan. Een vrolijk hart? Ik heb heel wat gejankt in die periode. Vooral toen ik weer naar school moest. Terug naar mijn oude omgeving, mijn klas, mijn oude vriendjes – maar nu in een rolstoel. Vooral ’s avonds als mijn ouders me naar bed brachten, kwamen – hoe jong ik ook was – de vragen: ‘Dit is niet eerlijk. Waarom ik?’ ‘Kan ik écht nooit meer lopen?’ en ‘Hoe moet het nu later, als ik groot ben?’ Vragen waar mijn ouders op dat moment geen antwoord op konden geven. Ook voor hen moet het een hel zijn geweest, net als voor mijn broer Sander. Alle aandacht ging naar mij uit, telefoontjes waren voor mij en alle gesprekken in huis draaiden om mijn situatie. Niemand vroeg hoe het met hém ging en dat moet hem pijn hebben gedaan. Maar mijn ouders zaten tussen twee vuren. Ze móesten voor mij zorgen en ze móesten er voor hem zijn. Later, in zijn puberteit, zette mijn broer zich mede hierdoor stevig af. Hij dacht: ‘Ha, nu ben ik aan de beurt en eis ik alle aandacht op.’”

Vechtlust

Toch wist Esther de knop om te zetten. De begrijpelijke triestheid en moedeloosheid maakten langzamerhand plaats voor positivisme en vechtlust. Haar ware aard kwam bovendrijven. “Ik ben van nature best positief ingesteld en probeer er het beste van te maken als het tegenzit. Daarnaast behandelden mijn ouders me niet als een zielig kindje. Ze stuurden me bewust niet naar een mytylschool voor leerlingen met een lichamelijke handicap of functionele beperkingen. Natuurlijk bepalen je ouders niet volledig wie je bent en gaat worden. Maar op dit punt zie ik heel duidelijk hun invloed terug. Een positieve geest, goede gedachten en je niet snel uit het veld laten slaan, helpen je absoluut bij een beter leven. Maar geldt dat niet voor ieder mens, gehandicapt of niet?”

Alleen de zegen van de HEER maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe. Spreuken 10:22

“Met deze spreuk heb ik vrij weinig, omdat het haaks op mijn leven staat. Alleen door keihard te knokken, of te zwoegen zo je wilt, sta ik waar ik nu sta en dat heb ik bovenal aan mezelf te danken. Ieder mens moet een doel in zijn leven hebben en daar vol voor gaan. Doe je dat, dan kun je heel ver komen. Daar ben ik het levende bewijs van. Zwoegen kan je ook heel ver brengen. In het begin is dat heel zwaar en vind je dat niet leuk. Nu mág ik keihard werken omdat ik het zo graag doe. Mijn motivatie is daardoor enorm.”
Ze ziet het inmiddels als pure pech dat juist zíj gehandicapt raakte. Maar in haar jonge jaren schreeuwde ze het vaak uit naar boven en vroeg ze God om een verklaring voor haar handicap. “Ik ben katholiek opgevoed en dat speelde een behoorlijk grote rol in mijn leven. Nu vind ik het best wrang en moeilijk om te constateren, dat ik als meisje nooit antwoord heb gekregen op mijn vraag waarom mij dit moest overkomen. Daar zat ik echt mee. Helaas kreeg ik niets concreets terug voor mijn geloof, en met het verstrijken van de jaren ebden de vragen langzaam weg. Af en toe denk ik: ‘Er moet wel iets zijn,’ maar om dat nu aan het katholicisme of iets anders op te hangen? Dat blijft een onbeantwoorde vraag.”

Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven, wie zich niet berispen laat, bevindt zich op een dwaalspoor. Spreuken 10:17

“Een mens kan niet zonder de steun van anderen. Ik ben geneigd het eerst zelf op te lossen, voordat ik de hulp van anderen vraag. Dat heb ik echt moeten leren en gelukkig staan er veel betrokken mensen om me heen om me bij te staan – en om me soms terecht te wijzen. Wie? Natuurlijk mijn ouders, maar ook mijn tennistrainer Aad Zwaan. Verder heb ik een conditietrainer, een voedingsdeskundige en sportpsycholoog. Een coach adviseert natuurlijk niet alleen hoe ik de forehand beter kan slaan. Hij weet veel persoonlijke zaken van me. Maar ik heb ook nog een leven naast het tennis, hoor. Ik trek onbewust ergens een streep tussen werk en privé en leg in een gesprek met mijn coach echt niet mijn hele ziel en zaligheid op tafel. Dat zou niet gezond zijn.”

Aandacht

Blijf focussen. Dat is het beste advies wat Esther recent kreeg, juist nu in de aanloop naar ‘Peking’ de aandacht voor haar toeneemt. “Ik krijg dagelijks meerdere verzoeken van mensen die iets van me willen, zeker in deze pre-Paralympische periode. Erg leuk allemaal, maar het kan snel ten koste van het tennis gaan. Ik kreeg het advies om wat vaker ‘nee’ te zeggen, iets wat ik uit mezelf niet snel doe. Mensen teleurstellen vind ik niet leuk. Ik vind het prettig om aardig gevonden te worden en zal daarom sneller toehappen, ook als ik het beter niet kan doen. Daarnaast proef ik bij mezelf een hoog verantwoordelijkheidsgevoel om de gehandicaptensport te promoten. Ik ben door mijn presteren in de rol van dé gehandicapte sporter van Nederland geduwd en draag daar graag mijn steentje aan bij.”
Maar het is dubbel, erkent Esther, omdat zij als nummer één van de wereld de meeste aandacht trekt en daardoor goed van de sport kan leven. Voor de meiden vlak onder haar is dat echter een stuk lastiger. Die moeten vaak zelfs parttime werken om de hoge kosten van het reizen, trainen en spelen te kunnen betalen. “Graag zou ik willen dat niet alles in de gehandicaptensport om Esther Vergeer draait.”
Het steekt haar verder dat gehandicaptensport een ondergeschoven kindje blijft, hoewel ze merkt dat er de laatste tien jaar meer aandacht is gekomen bij media en sponsoren. “Het beeld dat we een soort huisvrouwentennis spelen, verandert gelukkig wel, maar er zijn nog altijd mensen die denken dat we twee keer per week een balletje slaan. We zijn echter fulltime met de sport bezig en spelen echt op topniveau. Het kan er hard aan toegaan. Ons enige nadeel is dat we niet zo snel van links naar rechts kunnen bewegen als iemand met twee gezonde benen, maar verder doen we niet ver onder voor de top in het vrouwentennis.”

Bezoek een vriend alleen zo nu en dan, anders word je hem te veel en gaat hij je haten.
Spreuken 25:17

Esther schiet in de lach als ze de spreuk hardop voorleest. Haar blauwe ogen lichten op. “Dat zal in mijn geval niet zo’n vaart lopen, hoor. Zes maanden per jaar zit ik in het buitenland, dus moet ik juist uitkijken voor het tegenovergestelde; dat vrienden me vergeten omdat ik nooit bij hen over de vloer kom. In het halve jaar dat ik thuis ben, staat mijn agenda daarnaast bomvol gepland. Ik train zes dagen per week drie uur per dag, speel wedstrijden, geef sportclinics, heb sponsorverplichtingen en ga zo maar door. Ook merk ik dat ik soms gewoon te moe ben om naar mensen toe te gaan en het liefst lekker alleen op de bank wil hangen.”
Maar past Esther de spreuk toe op de sportwereld, dan is hij ineens heel relevant. “Ja, je kunt er zo een soap over maken. Iedereen heeft een mening over iedereen. Het is maar een klein wereldje en als sporters en begeleiders zit je voortdurend bij elkaar op de lip. Je zit naast elkaar in het vliegtuig, eet samen, speelt tegen elkaar en verblijft in dezelfde hotels. Natuurlijk gaat dat niet altijd goed. Je bent elkaar soms flink zat en dan kan een hotelkamer heel klein zijn. Gelukkig hangt er een open sfeer en benoemen we spanningen en irritaties zo snel mogelijk met elkaar. Doe je dat niet, dan houd je het niet vol en ren je gillend weg uit dit kleine wereldje.”
Saillant detail: Esther slaapt de laatste tijd vaak samen op een kamer met de Nederlandse Korie Homan, haar voornaamste concurrent op de Paralympics. ”Dat is best vreemd. Je bent vriendinnen, maar op de baan tegenstanders van elkaar. Dat hoort bij topsport. Niet dat ik over lijken ga om te winnen, maar ik praat niet met haar over de wedstrijden die we tegen elkaar moeten spelen. Hopelijk staan we in Peking ook weer tegenover elkaar – het liefst in de finale.”

Woordenboek

Soms win je, soms verlies je. Dat is een door iedereen geaccepteerde wetmatigheid in de sport. Maar Esther, die ooit naast tennis ook nog ‘even’ basketbal op hoog niveau speelde, heeft daar geen boodschap aan. Waar zij ook ter wereld op een tennisbaan verschijnt, wint ze. Meestal maakt ze gehakt van haar concurrenten, soms moet ze vol aan de bak. Verliezen? Teleurstelling? Incasseren? Woorden die ze door haar uitmuntende prestaties uit haar woordenboek heeft geschrapt sinds ze in 1998 haar eerste Grand Slam-toernooi won, de US Open. Toch blijkt de Woerdense bovenal realist. “De dag waarop ik ga verliezen, komt steeds dichterbij. Ik kan niet tot in lengte van dagen doorgaan met mijn zegereeks. Maar het belangrijkste is dat die ene mindere dag niet op de Paralympics komt; dat zou een ramp zijn. Toch merk ik dat ik fitter ben dan ooit. Ik ben 27 jaar en op het sterkst van mijn kunnen. Ook heb ik altijd een mentaal voordeel: ik ben de nummer één van de wereld en dat schrikt af.”


Bron: EO-Visie

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons