Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘Soms lijkt het te mooi om waar te zijn’

Al sinds de middelbare school kent hij de aanvechting – ‘Is het allemaal wel waar wat wij geloven?’ – als geen ander. Toch ziet theoloog Benno van den Toren meer grond om aan zijn twijfels te twijfelen dan aan God. In het heilsfeit van Pasen vindt zijn geloof een ankerplaats. “Ik hoop de vragen ooit te boven te komen.”

Zo’n laatste zinnetje verwacht je misschien niet uit de mond van iemand die, als doctor in de theologie, jaarlijks honderden jonge universiteitsstudenten in Engeland en Nederland inwijdt in de vakken dogmatiek en apologetiek (geloofsverantwoording en -verdediging). Maar hij is er de man niet naar om de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn.

Geworsteld

Als tiener draaide hij volop mee in het jeugdwerk, toen pittige vragen op zijn levensdeur bonsden. En met lastige vraagstukken is het net als met een bal die je onder water probeert te duwen: vroeg of laat springen ze met des te meer kracht naar boven, dus je kunt ze beter onder ogen zien. Dat laatste deed – en doet – Benno van den Toren.
“Ik kom uit een orthodox-christelijk gezin,” vertelt hij. “Van jongs af aan was ik gefascineerd door de Persoon van Jezus; het Evangelie vond ik een geweldig mooi verhaal. Als Jezus inderdaad Heer is, wilde ik Hem honderd procent volgen. Maar was het verhaal van het christendom wáár? En hoe kan Jezus de enige Weg zijn in een wereld vol godsdiensten? Met dat soort vragen heb ik jarenlang intens geworsteld.”

Onderuitgehaald

Op zoek naar antwoorden las Benno stapels boeken. “Onder meer de boeken van C.S. Lewis; die hebben me enorm geholpen. Daarnaast sprak ik veel met mensen om me heen, vooral oudere jongeren, en met een evangelist die destijds in Antwerpen werkte.” Omdat zijn twijfels en vragen niet verdwenen, besloot hij – bijna onder het motto ‘erop of eronder’ – theologie te gaan studeren. “Die studie maakt het zeker niet mákkelijker om te geloven. Want vanaf de allereerste weken werd de betrouwbaarheid van de Bijbel voortdurend onderuitgehaald door allerlei docenten en literatuur.”
Toch kwam het tijdens zijn studietijd tot een doorbraak. “Vooral door twee dingen. Allereerst de verbazingwekkende ontdekking – door het bestuderen van de Bijbel en de Israëlitische godsdienst – dat we geloven in een God Die de mensen opzoekt, ook al lopen zij steeds bij Hem weg. Er waren in de tijd van het oude Israël massa’s, veelal kleine godsdiensten. Als mensen hun goden vergaten, bleef er niets over van Dagon, Nebo en noem maar op. Gek genoeg heeft Israël vaak genoeg geprobeerd zijn God te vergeten en papte het volk met andere goden aan, maar dan kwam de levende God Zijn volk achterna. Daarom bleef het geloof van Israël de eeuwen door bestaan, wat menselijkerwijs gesproken onmogelijk was.
Ten tweede ontdekte ik de enorme betekenis van Christus’ opstanding; dat heilsfeit stond voor Jezus’ leerlingen centraal. Zij hadden geloofd dat Jezus de Messias was – totdat ze Hem aan een kruis zagen sterven. Alle hoop werd de bodem ingeslagen. Vergeet niet dat de opstanding ook voor Zijn eerste leerlingen heel moeilijk te geloven was. Ze verwachtten een opstanding aan het einde der tijden, niet dat Jezus door Zijn kruis en opstanding de dood zou overwinnen. Pas toen ze Hem ontmoetten, veranderde alles. Hun getuigenissen, opgetekend in de Bijbel, zijn betrouwbaar en kunnen een kritisch historisch onderzoek doorstaan. Voor mij is, net als voor de Vroege Kerk, Pasen het belangrijkste christelijke feest.”

Ongeloofwaardig

Ondanks die doorbraak is het christelijk geloof voor hem nooit vanzelfsprekend geworden. “Nog altijd kan ik me makkelijk identificeren met mensen die het een volstrekt ongeloofwaardig verhaal vinden. Voor een deel is dat bij mij een karaktereigenschap. Als je tot je laat doordringen wat er allemaal gebeurt in deze wereld, is het een wónder dat er – gegronde – hoop is, en dat de dood niet het einde betekent. Er is vaak alle reden om het geloof te bevechten; soms lijkt het te mooi om waar te zijn. Ik moet het geloof steeds weer vinden. Heel beslissend is het dat ik het niet vind in mezelf, maar in God, Die mijn twijfel te sterk wordt.”
Van alle figuren die we in de bijbelse Paasverhalen tegenkomen, herkent de theoloog zich het meest (“bijna vanzelfsprekend”) in Thomas. “Ik vind het zó mooi en bemoedigend dat Jezus hem, hoewel Hij hem verwijt dat hij twijfels heeft, opzoekt waar hij is.”

Avondmaal

Is hij jaloers op gelovigen die deze twijfels niet – of veel minder – kennen? “Ja. Tegelijk zijn er momenten dat ik me kan voorstellen waarom God mij dit niet geeft. Het helpt mij namelijk vaak in gesprekken met mensen die worstelen met grote vragen. Ik hoop de twijfel nog eens te boven te komen. Dat is een kwestie van groei, denk ik. Ik hoor in ieder geval niet bij degenen die zeggen: ‘Elke goede christen is een twijfelaar.’
Wat ik zei over Israël, geldt ook voor mijn eigen leven: God zoekt mij steeds weer op. Naarmate ik ouder word, merk ik dat de kerkdienst en vooral de viering van het Avondmaal steeds belangrijker wordt. Dat is de plek waar ik God ontmoet. In de anglicaanse kerk waar we nu bij horen, vieren we regelmatig Avondmaal en in Wycliffe College (zie pag. 6, red.) wekelijks. Meestal ontvang ik brood en wijn knielend, met de handen open. Dat is voor mij de meest fundamentele geloofshouding. Ik verwacht het in m’n geloof niet van mijn kennis of m’n denken, maar van God, Die in Christus – de Opgestane – telkens weer naar mij toekomt en mijn twijfels overwint.”

Dr. Benno van den Toren (45) woont samen met zijn vrouw Berdine in Engeland. Als dogmaticus en apologeet is hij verbonden aan Wycliffe Hall, een theologisch opleidingsinstituut in Oxford. Hij komt geregeld naar Nederland voor lezingen, colleges (hij is ook bijzonder hoogleraar aan de VU in Amsterdam) en familiebezoek.

Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Ruben Timman

Geschreven door:

Gert-Jan Schaap

Redacteur Visie Magazine

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons