Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Lody van de Kamp: ‘Ik verlang terug naar een fatsoenlijk Nederland’

in Nieuws

‘Hamas, hamas, joden aan het gas!’ Je zult het maar naar je hoofd geslingerd krijgen. Toch gaat rabbijn Lody van de Kamp het gesprek aan met wie zulke dingen roepen. Hij wil niets liever dan een samenleving “waarin we, zonder dat we het eens zijn, samen de wereld in trekken”. Een nadere kennismaking met deze bijzondere man, aan de hand van enkele spreuken.

Rabbijn Van de Kamp (62) ontvangt ons gastvrij bij hem thuis. In de woonkamer staat een boekenkast die meteen laat zien dat je in het huis bent van een rabbijn of dominee. “Alleen bij de predikant staan de boeken natuurlijk van links naar rechts en bij mij van rechts naar links,” grapt Van de Kamp. “Bovendien weet u: ik ben slechts een half afgestudeerde dominee... ik ben nooit verder gekomen dan het Oude Testament.”

Anti-Duits

Van de Kamp is niet al te groot en – met zijn keppeltje en nette pak – herkenbaar als orthodox-joods. Hij is voorkomend en beleefd; een charmante, licht Enschedese tongval klinkt door in zijn verder perfecte ABN. De rabbijn heet Lody Benno, twee voornamen met een bijzondere achtergrond. “Mijn vader was voor de Tweede Wereldoorlog eerder getrouwd en had twee zonen: Lody en Benno. Mijn halfbroers zijn omgekomen in de oorlog; naar hen ben ik vernoemd.”

Ik was mijn vaders beminde zoon, mijn moeders lieveling, mijn vader leerde mij: ‘Laat je hart mijn woorden bewaren, handel naar mijn richtlijnen, dan gaat het je goed.’ Spreuken 4:3,4

Van de Kamp herinnert zich zijn jeugd als heel ontspannen. “Ik heb altijd gehoord dat ik een lieve jongen was,” lacht hij. “Ik was niet echt ondeugend. We speelden veel buiten. Onze Montessorischool stond om de hoek. We gingen naar school, naar de joodse jeugdvereniging, naar het bos: paddestoelen en kastanjes rapen.”

De oorlog was geen taboe in huize Van de Kamp. “We wisten dat papa in het kamp (Auschwitz, red.) en mama onderduik was geweest. Mijn zus en ik beseften echter niet dat onze ouders ontzettend veel verdriet moeten hebben gehad. Dat ontging ons als kinderen. Later hebben we ons erover verbaasd dat zij in staat waren om zoveel leuke dingen met ons te doen. Wel werden we opgevoed met een heel anti-Duits gevoel. Hoewel we in de buurt van de grens woonden, kwamen we nooit in Duitsland. In de zesde klas gingen we drie dagen op schoolreis. De laatste dag fietsten de leerlingen via Slot Bentheim in Duitsland terug naar Enschede. Maar wij niet; wij werden de dag ervoor opgehaald door mijn vader.”

Brede belangstelling

Van de Kamp handelt inderdaad naar vaders richtlijnen, zoals de Spreukendichter het verwoordt. “Mijn ouders leefden heel traditioneel en hebben zich ook na de oorlog nooit afgezet tegen het jodendom. Sociaal hebben ze ons altijd erg betrokken bij de joodse gemeenschap. Ze namen geen vooraanstaande of bestuurlijke plekken in, maar droegen op andere, vaak praktische manieren hun steentje bij.”

Betrokken op de joodse gemeenschap, maar ook de blik naar buiten gericht. Wat Lody nu zo kenmerkt, is al terug te vinden in de levensstijl van zijn moeder. “Mijn vader was een doener. Hij werkte hard, had lichamelijke klachten vanuit de oorlog overgehouden en zijn rust nodig. Mijn moeder had een sterk rechtvaardigheidsgevoel, dat over de grenzen van de joodse gemeenschap heen ging. Ik krijg wel eens te horen dat ik een nogal brede belangstelling heb; ook dat heeft een link met mijn moeder. Ik weet nog dat mama wekelijks ingebonden exemplaren van Geographic Magazine leende in de bibliotheek. ’s Avonds, één of twee keer per week, zaten mijn zus en ik aan weerszijden en bladerden we door die dikke boeken. Ze vertelde dan over aardrijkskunde, natuurkunde, over alles wat we daarin tegenkwamen. Zij vond het belangrijk dat we overal wat van wisten, wij waren heel gretig om te leren.”

Relaties

Verschillen tussen Lody en zijn ouders zijn er duidelijk ook. “In de joodse gemeenschap en daarbuiten heb ik wél allerlei ambtelijke en bestuurlijke functies vervuld. En ik ben regelmatig in Duitsland geweest, vooral in het kader van de relatie tussen Duitsland en de joodse gemeenschap. Dat is iets wat mijn vader totaal niet kon opbrengen, en dat begrijp ik. En toch, in dat opbouwen van relaties, zie ik veel van mijn ouders terug. Want met wie dat wel kon, bouwden ze warme contacten op en onderhielden die.”

Van de Kamp zelf is vader van vijf kinderen en opa van veertien kleinkinderen. Een kroon op zijn leven, zoals de spreukendichter dat noemt:

Kleinkinderen zijn voor grootouders de kroon op hun leven, kinderen zijn trots op hun voorouders. Spreuken 17:6

De kinderen Van de Kamp zijn allemaal uitgevlogen. De oudste twee wonen in Amsterdam, de andere drie in respectievelijk Engeland, België en Israël. De Amsterdamse kleinkinderen komen regelmatig bij opa en oma over de vloer. Tot vreugde van de rabbijn leven hun drie dochters en twee zonen zoals hij en zijn vrouw hen hebben opgevoed. “Dat ervaar ik als een rijkdom.”

Mevrouw Van de Kamp komt uit Engeland en heeft net zo’n brede belangstelling als haar man. Ze helpt hem niet alleen met ordenen en door te vertellen waar zijn autosleutels zijn gebleven, maar volgt ook nauwgezet wat er in de joodse wereld gebeurt. “We zijn elkaars klankbord,” vertelt Van de Kamp. “Zij is degene die alles wat ik schrijf, meeleest. Dat moet ook, want zij wordt soms aangesproken op wat ik zeg. En geregeld schuift ze me iets toe dat ik nog even moet lezen, maar waaraan ik nog niet toegekomen was.”

Tegenstand

Van de Kamp onderhoudt binnen de joodse gemeenschap, maar zeker ook daarbuiten contacten met talloze mensen. En of hij nu bezig is met zijn werk voor het CDA, in het Joods Marokkaans Netwerk of spreekt met christenen, Van de Kamp zegt – netjes en beargumenteerd – wat hij denkt. Daarin stuit hij regelmatig op tegenstand. Heeft dat wel zin, altijd je mening ventileren? De spreukendichter heeft er zo z’n twijfels bij, lijkt het:

Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot. Wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. Spreuken 9:7

De rabbijn herkent zich in deze spreuk. “Ik zeg wel eens: ‘G’d heeft mij twee handen gegeven om te doen, twee ogen om te kijken, twee oren om te horen en twee schouders om op te halen.’ Je kunt deze spreuk ook omdraaien: als je nooit kritiek krijgt, betekent dit dat je geen mening hebt. Dat is niet aan mij besteed. Ik ga graag in gesprek met mensen met een mening. Ik houd vast aan mijn gelijk en verwacht niet dat de ander zich door mij laat overtuigen. De kunst is namelijk om het niet eens te zijn en toch samen de wereld in te trekken.”

Het grootste manco daarbij is dat we elkaar niet kennen, meent Van de Kamp. Ook elkaar beoordelen op theologie, of onze eigen interpretatie van een theologie, is gevaarlijk. “Ik lees wat de Koran op sommige plekken zegt over joden, maar ik wil vooral weten wat mijn moslimbuurman daarmee doet. Pas als we elkaar leren kennen, kunnen we een samenleving vormen waarin wederzijds respect is. Dan kunnen we allerlei vormen van vreemdelingenhaat en het diskwalificeren van etnische of geloofsgroepen tegengaan.”

Hitlergroet

In een uitzending van het programma De Vijf W’s, van de Joodse Omroep, is te zien hoe rabbijn Van de Kamp met twee tieners door Amsterdam loopt en wordt uitgejouwd door Marokkaanse jongeren. Een van hen brengt de wandelaars zelfs een Hitlergroet.

“We wilden niets anders doen dan in beeld brengen wat er kan gebeuren als je herkenbaar als jood op bepaalde plekken in de stad loopt. Niets meer en niets minder dan dat.” Er ontstond een hele heisa; minister Hirsch Ballin werd zelfs naar de Kamer geroepen. Van de Kamp zelf liet het er ook niet bij zitten. Hij deed aangifte tegen de Hitlergroet – een strafbaar feit – maar legde ook contact met de jongens die hem beledigden.

Moet je dat doen, is het soms niet beter om te zwijgen? In spreuken vinden we immers de volgende uitspraak:

Een verstandig mens is karig met zijn woorden, iemand met inzicht is bezonnen. Spreuken 17:27

“Mij wordt inderdaad wel eens verweten dat ik nooit mijn mond houd. Het wordt me ook gevraagd: ‘Wat heeft het toch voor zin om altijd de dialoog aan te gaan?’ Maar voor mij is het contact met die Marokkaanse jongens juist heel belangrijk geweest. Ik weet nu een beetje wat die jongens beweegt en wat de knelpunten in hun levens zijn. Zo leer je onderscheid te maken tussen wat echt antisemitisme en wat een roep om aandacht, of bravoure is.”

Rolstoelen

Yousouf, een jongen uit de kleine kring om de Marokkaanse harde kern heen, is zo’n voorbeeld van iemand die Van de Kamp in positieve zin versteld deed staan. “Ik was te gast bij Connect, een jongerenwelzijnsorganisatie in Amsterdam-West. Yousouf gaf me een rondleiding door het pand van Connect. In de kelder zag ik honderden oude rollators en rolstoelen staan. Een aantal jongens, onder wie Yousouf, knapt die op en ik vroeg hem of ze daarvoor betaald krijgen. Yousouf antwoordde: ‘We krijgen niet betaald, maar we worden wél beloond. Ik zal u laten zien hoe.” Hij liet me een foto zien van een Afrikaanse man en zei: ‘Ik mocht aan deze man dertig rolstoelen meegeven. Een mooiere beloning had ik me niet kunnen wensen.’ Dat zegt zo’n joch van 17, dat mij óók uitscheldt. Toen hij de kelderruimte afsloot, zei hij: ‘Meneer Van de Kamp, het zou toch hartstikke mooi zijn als hier joodse en Marokkaanse jongens samen zouden knutselen.’ Dan gaat er een wereld voor je open.”

Fatsoen

Van de Kamp heeft een duidelijke wens voor de Nederlandse samenleving. “Ik hoop dat we teruggaan naar een gewone, fatsoenlijk functionerende maatschappij. Een voorbeeld: op de HBS hadden we op zaterdag, sjabbath, school. Onze directeur van gereformeerden huize regelde het echter zo dat de vier joodse kinderen van ons leerjaar maar twee belangrijke vakken misten. Ik zal dat nooit vergeten, die directeur die het volkomen normaal vond dat ook kinderen met een andere geloofsovertuiging een plek hadden op zijn school. Mijn moeder hing op zondag nooit de was buiten, want onze buren hadden zondag. Onze katholieke buurman maaide niet op zaterdag het gras, want dan hadden wij onze rustdag. We moeten terug naar die manier van omgaan met elkaar. Hopelijk kunnen we dat, met een heleboel mensen samen, bereiken.”

Biografie van Van de Kamp

Lody Benno van de Kamp werd in 1948 geboren in Enschede. Hij is een orthodox-joodse rabbijn, schrijver, publicist, zakenman en politicus voor het CDA in het Amsterdamse stadsdeel Zuideramstel.

Na de HBS volgde hij een rabbinale opleiding aan de Talmoedhogescholen in het Zwitserse Montreux en in Londen. In 1981 werd hij rabbijn in Den Haag; in 1988 maakte hij de overstap naar Amsterdam. Na zes jaar verruilde hij deze standplaats voor Rotterdam, waar hij zo’n drie jaar de functie van rabbijn bekleedde. In 1996 kwam hij opnieuw naar de hoofdstad en werd directeur van Jehoeda Services, een bureau dat reizen organiseert langs joodse culturele centra in Europa en Israël, evenals judaicatours in Nederland. Daarnaast is hij directeur van de joodse school het Cheider te Amsterdam en geeft hij regelmatig spreekbeurten en lezingen over Israël en het jodendom. Ook heeft hij drie romans geschreven, waarin de Holocaust centraal staat: Blijf daar, kom niet (2006), Oorlogstranen (2008) en Alleen (2010).

De spreuk van Lody van de Kamp

Beoordeel mij op wie ik ben vandaag. En niet op wat ik geloof voor morgen.

“Als we kijken naar de toekomstverwachtingen van christenen, joden en moslims, zien we dat die nauwelijks ruimte laten voor enig heil voor de ander. Maar we staan voor de opdracht om nu, op dit moment, samen te leven. Dat kan dus alleen als ik mijn gesprekspartner beoordeel op hoe hij of zij nú is en niet op wat diegene verwacht voor het einde der tijden. Dat zien we dan wel. Je kunt best naar elkaar luisteren als het gaat om toekomstverwachtingen, maar vervolgens moeten we weer over tot de orde van de dag: samen een leefbare samenleving opbouwen.”

Tekst: Carola van Ruiswijk

Beeld: Gert-Jan van der Tuuk

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons