Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘Ik wil mijn ouders niet de kerk in slepen’

in Geloven

Op haar 15e kwam Roxanne van Koten tot geloof, waarna ze zich aansloot bij een gemeente. Waar haar ouders nooit behoefte hebben gehad aan een kerk, voelt de kerk voor haar als familie. “Ik zou ongelukkig worden als ik de gedachte toelaat dat mijn ouders niet behouden zijn. God zal rechtvaardig oordelen.”

Voordat Roxanne (21) tot geloof kwam, was de kerk “dat instituut met regels en een orgel”. Door vrienden van school ontdekte ze de relevantie van het geloof en de kerk. Ze hadden iets wat zij niet had. Via Jeugd Alpha kwam ze terecht in een christelijke gereformeerde kerk. “Ik ben er nooit meer weggegaan en dat ben ik ook niet van plan. Ik voel me hier welkom en mag zijn wie ik ben; ze vragen me niet eerst om me anders te gaan gedragen. Omdat ik dit al tijdens de Alpha-cursus ervoer, ben ik écht gaan luisteren naar wat ze te zeggen hadden.”
Roxanne ervaart de kerk als haar vriendengroep en familie tegelijk. “Ik heb er alles. Voor jongeren is er altijd iets te beleven, en ik mis de gemeenschap ook echt als ik een tijdje niet geweest ben! In september ga ik op zendingsreis, en ik krijg van alle kanten steun. De dominee schiet me elke zondag aan en vraagt hoe het gaat met de voorbereidingen.”

Kwetsen

De ouders van Roxanne steunen haar reisplannen en helpen haar bij allerlei praktische zaken. “Ze geloven wel in iets, maar daar gaan ze anders mee om dan ik; ze hebben nooit behoefte gehad aan een kerkelijke gemeenschap. Het kan hen kwetsen als anderen denken dat ze niets met het geloof hebben ómdat ze niet naar de kerk gaan. Ik zou dan ook niet willen spreken van gelovigen en ongelovigen, maar van kerkgangers en niet-kerkgangers. Je kunt niet in iemands hart kijken. Ieder mens heeft zijn eigen zoektocht en beleving, en dat mág ook. Dat zegt iets over God; ook Hij heeft verschillende kanten. Het zou fijn zijn als mensen opener worden naar niet-kerkgangers. Dat ze vragen: ‘Wat geloof jij?’ in plaats van: ‘Waarom geloof jij niet?’ Dat is al zó’n verschil.”

Uitslapen

Vindt Roxanne het lastig om zondagsmorgens de discipline op te brengen om naar de kerk te gaan? “Nee. Natuurlijk was het even wennen, maar mijn familie slaapt niet uit op zondag, dus ik ben altijd vroeg wakker. Ik wil mijn ouders niet de kerk in slepen, ze maken hun eigen keuzes. Niettemin vinden ze het leuk dat ik enthousiast ben voor de kerk; ze moedigen me eerder aan, dan dat ze me tegenwerken. Ik ben altijd vrijgelaten en aangemoedigd om me te verdiepen in allerlei zaken; zolang ik bewuste keuzes maak, steunen ze me. Toen ik in de liturgiecommissie zat, dachten ze zelfs mee over de invulling van een kerstdienst, en ze koken soms voor Jeugd Alpha. En toen ik belijdenis deed en gedoopt werd, waren ze er. Dat hoefde ik ze niet eens te vragen.”
Wat nu als Roxanne tegen geloofsvragen aanloopt waarmee ze niet bij haar ouders terecht kan? “Daarvoor ga ik naar mensen uit mijn kerk, onder wie een vrouw met wie ik goed contact heb. Zij was gastvrouw bij catechisatie en we voerden goede gesprekken. Ik zie haar als moederfiguur – niet als vervanging, maar als aanvulling.”

Verloren gaan

Wel of niet geloven, en vervolgens wel of niet verloren gaan – Roxanne wil en kan daar niet over oordelen. “Dat kan alleen God, en Hij zal rechtvaardig oordelen. Mijn ouders’ manier van geloven kan ik niet goed of fout vinden. Daar sta ik ontspannen in en dat moet ook wel; ik kan er toch niets aan veranderen. Ik ben er zeker van dat ik behouden ben, en toen ik hier met mijn ouders over sprak, dachten zij hetzelfde van zichzelf. Ik hoop natuurlijk van harte dat dit waar is. Als ik de gedachte toelaat dat dit niet waar is, zou ik ongelukkig worden en niets positiefs kunnen uitstralen om iets bij mijn ouders te veranderen.”
Wel bidt de aanstaande zendingsreiziger voor haar ouders. “Of ik iets voor hen mag betekenen als er dingen spelen, en dat ik rust kan bieden. Ik bid niet voor hun kerkgang; die kan ik niet bewerkstelligen. Dat klinkt misschien heel nuchter, maar het gebeurt tóch op Gods tijd – en als het niet gebeurt, is het ook goed. Het zou natuurlijk wel onwijs tof zijn als ze meegaan naar de kerk, maar elke dag keihard daarvoor bidden, helpt denk ik niet. Ik heb het overgegeven aan God. Het is als met een verlanglijstje: ik kan tegen mijn ouders blijven zeggen: ‘Ik wil een fiets’, maar na één keer weten ze dat wel.”

Tekst: Wilfred Hermans
Beeld: Gert-Jan van der Tuuk

Wat vinden Roxannes ouders?

“We hebben er bewust voor gekozen om onze kinderen keuzevrijheid te geven,” vertelt Wim van Koten, de vader van Roxanne. “Roxannes keuze voor een kerk had slechter gekund; ze had ook op zondag de kroeg in kunnen duiken.
Zelf ben ik katholiek opgevoed, maar dat was nogal saai. Je wist precies hoe laat er wat gebeurde en wat er gezegd werd. Roxannes kerkdiensten vond ik mooier. Waarom ik er dan toch weinig kom? Dat is nou net die drempel; ik ben er jaren niet geweest. Misschien denk ik er over tien jaar anders over. Maar ik hoef niet per se in een kerk te komen om te horen hoe ik moet leven; ik red mezelf.
Wat de kerk in ieder geval niet moet doen, is iets dwingen. Roxanne is vrijgelaten en in de kerk terechtgekomen, terwijl ik vroeger naar de kerk móest. Dat werkt niet bij mij.
Van haar zendingsreis naar Afrika denk ik: ‘Moet dat nou?’ Maar dat is juist die vrijheid. Geweldig dat zij dit kan, petje af! Gelukkig kunnen we dagelijks contact houden.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons