Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Ooit tienerterrorist, nu evangelist

'Ik gaf God nog vijf minuten'

in Geloven

Als totaal vereenzaamde en verbitterde tiener kon Stephen Lungu er jarenlang niet tegen om mensen te horen lachen – dat maakte hem razend. De jonge Zimbabwaan trok zijn mes om het minste of geringste, en stond ooit op het punt een evangelisatiebijeenkomst met honderden bezoekers te veranderen in een bloedblad. “Ik beging de ‘vergissing’ om God nog vijf minuten te geven.”

Het is moeilijk voor te stellen dat deze grote, goedlachse man zijn – soms rottende – voedsel jarenlang uit stinkende vuilnisbakken viste, kon lezen noch schrijven, geen schoenen droeg en bovenal mensen neerstak zonder met z’n ogen te knipperen. Anno 2011 spreekt Stephen Lungu tien talen vloeiend en staat hij aan het hoofd van African Enterprise, een organisatie die in meer dan tien landen actief is om het Evangelie in woord en daad te verspreiden.

Schaduwen

Al vroeg vielen er diepe schaduwen over Stephens leven. “Ik ben geboren in Rhodesië (nu Zimbabwe, red.) in de sloppenwijk Highfield in Harare, als kind uit een gebroken huwelijk,” vertelt hij. “Mijn moeder was 14; later kreeg ik nog een broertje en een zusje. M’n vader, die uit Malawi kwam, sloeg haar bijna elke dag. Hij was vijftien jaar ouder en zeer jaloers. Hij verdacht haar ervan dat ze omgang had met andere mannen. Op een gegeven moment verliet hij haar voorgoed, en keerde terug naar Malawi.”
Stephens moeder kon de druk niet aan om haar kinderen alleen op te voeden. Ten einde raad nam ze hen op een dag mee naar een winkelcentrum, en vertelde hen te wachten tot ze terug zou komen. “Ik was 7 jaar oud. Ze kwam nooit meer terug. Ineens stonden we er helemaal alleen voor.”
Omdat familieleden zich niet over hen wilden ontfermen, belandden de kinderen in een weeshuis. Stephen hield het daar niet lang uit. Hij kreeg lijfstraffen als hij zich volgens de leiding misdroeg, bijvoorbeeld door te huilen. Verbitterd nam hij de benen. Voortaan sliep de 10-jarige onder een brug en voedde hij zichzelf met soms zwaar bedorven voedingsresten uit vuilnisbakken. “Mijn grootste vijand was de honger.”
Hij sloot zich aan bij zo’n veertig andere straatjongens, die net als hij uit gebroken gezinnen kwamen. Ze noemden zichzelf de Black Shadows (Zwarte Schaduwen). “We stalen uit winkels en marktkraampjes; daarnaast bleef ik voedsel uit vuilnisbakken van de blanken halen. Zo overleefde ik.”
Op z’n 11e was hij verslaafd aan marihuana, LSD, lijm- en benzinesnuiven. “Hoe meer we ervan namen, hoe gewelddadiger en agressiever we werden; we voelden geen angst meer.” Door wreder en meedogenlozer te zijn dan de andere jongens, groeide hij uit tot leider van de Black Shadows.

Neergestoken

Stephen was 15 toen hij en zijn makkers betrokken raakten bij de politieke strijd in hun land. Zij sloten zich aan bij de marxisten, die een onafhankelijke staat nastreefden. Stephen leerde met vuurwapens omgaan en sabotagedaden plegen. “We kregen te horen dat religies, en vooral het christendom, ons klein hielden en dat we dus een rechtvaardige reden hadden om te moorden. Haat jegens de blanken werd voortdurend aangewakkerd. Zij kwamen van overzee en onderdrukten ons, de zwarten. Ik leerde de Bijbel te wantrouwen; het was hun ‘slavenboek’, waarmee zij ons onderdrukten.”
Vanaf z’n 18e droeg hij altijd een mes op zak. “Ik heb veel mensen neergestoken. Of ik daadwerkelijk iemand heb gedood, weet ik niet. Vanbinnen was ik één en al woede. Ik lachte nooit en stond ook niet toe dat anderen in mijn omgeving dat wél deden. Mijn bitterheid was met de jaren gegroeid. Ik weigerde toe te geven aan emoties. Maar als je je tranen onderdrukt, worden ze giftig.”

Beeldschoon

Op zijn 20e kreeg de leider van de Black Shadows opdracht een bom te plaatsen bij de stadsbank van Harare. “Onder het apartheidssysteem moesten wij, zwarte mensen, op de blanken wachten voordat we zelf de bank in konden gaan. Dat was zéér vernederend, dus de gedachte om veel blanken te doden bij een gerichte bomaanslag, sprak me bijzonder aan.” Onderweg naar de stadsbank trok een grote tent zijn aandacht. Die bleek afkomstig uit Johannesburg (Zuid-Afrika). Stephen en zijn bende ontdekten dat het een evangelisatiebijeenkomst van Dorothea Mission betrof, waar over Jezus werd gesproken. Dat maakte hem woedend, want Jezus associeerde hij met de blanke onderdrukkers. Niet de bank, maar deze tent werd hun doelwit, besloot hij. “Ik zei: ‘We omsingelen de tent; over vijf minuten gooien we onze brandbommen naar binnen.’ Samen met enkele anderen ging ik, gewapend met een bom, de tent in om de mensen te zien die we straks zouden doden. We probeerden de bijeenkomst te verstoren door heel luidruchtig te doen. Maar toen betrad een jong, beeldschoon meisje het podium en gaf haar getuigenis. Ik kon m’n ogen niet geloven: een mooi, zwart meisje dat in het christendom geloofde! Daarna kwam de zwarte evangelist Shadrach Maloka naar voren. Hij verkondigde het Evangelie van Jezus Christus, aan de hand van Romeinen 6:23 en 2 Korintiërs 8:9. Voor het eerst besefte ik dat ik een zondaar was, die vergeving nodig had.”

Paniek

Stephen werd die avond, 14 mei 1962, geraakt door de boodschap van zonde en genade. Hij hoorde dat Jezus – net als hijzelf, maar dan vrijwillig – arm was, en uit liefde voor zondaren aan het kruis wilde sterven. “Voor het eerst in mijn leven voelde ik me geliefd. Ik kwam tot geloof en God nam alle smerigheid en haat weg uit mijn leven!”
Buiten brak ondertussen de hel los; een brandbom trof de tent en veroorzaakte grote paniek. Zijn eigen straatbende was daar overigens niet voor verantwoordelijk. In de hele stad demonstreerden jonge zwarte mannen, gewapend met brandbommen en stenen, die dag tegen de blanke overheid. De tent was ‘slechts’ een van de plekken waarop zij hun woede botvierden. Het vuur verspreidde zich gelukkig niet, en Stephen ontkwam zonder kleerscheuren.

Politie

“Die nacht voelde ik me herboren. Hoewel ik smerig was en vreselijk stonk – ik had me in gaan maanden gewassen –, voelde ik me schoon. Al mijn zonden waren weggewassen door Christus’ bloed! Direct werd ik me bewust van nóg twee wonderen. Ik ben geboren met een longziekte, waardoor ik altijd heel veel slijm ophoestte. Maar sinds mijn bekering heb ik daar nooit meer last van gehad. En tot mijn verbazing kwam er ook geen vuile taal meer uit m’n mond. Vóór die tijd gleden smerige woorden en vloeken voortdurend over m’n lippen.”
De volgende dag gaf Stephen zichzelf aan bij de politie. Acht uur lang werd hij verhoord, terwijl ondertussen navraag werd gedaan bij evangelist Shadrach Maloka. “Pas toen lieten ze me gaan, met de woorden: ‘Als Jezus jou heeft vergeven, vergeven wij je ook.’ Eén agent gaf me zelfs geld om mijn eerste bijbel te kopen. Ik was er dolblij mee, hoewel ik toen nog geen letter kon lezen.”

Robot

Al direct na zijn bekering ontpopte Stephen zich als een vurig prediker: op straat, tussen de marktkramen en in de bus, overal deelde hij het Evangelie. “Bijna een jaar lang herhaalde ik bijna letterlijk alleen maar de woorden van Shadrach Maloka, die mij tot Jezus hebben geleid. Veel mensen kwamen tot geloof. Soms kreeg ik de vraag: ‘Wanneer doe je de Bijbel open?’ Dan antwoordde ik altijd: ‘Morgen.’ Ik schaamde me dat ik niet kon lezen.”
De blanke zendeling Johannes Joubert, teamlid van Dorothea Mission, ontfermde zich over Stephen nadat hij hem op straat had horen preken. Hij gaf hem een plek om te slapen, in een tijd waarin het bij wet verboden was dat blanken zwarte mensen in huis namen. Hij leerde de voormalige tienerterrorist, die nooit op school had gezeten, hoe het er in de normale wereld aan toegaat. Stephen moest voortaan eten met mes en vork, kreeg z’n allereerste paar schoenen (“ik liep erop als een robot”) en leerde lezen en schrijven. Bovendien groeide hij in de kennis van God en de Bijbel. Al snel raakte hij nauw betrokken bij evangelisatieacties van Dorothea Mission; vanaf 1965 – drie jaar na zijn bekering – werd hij zelfs voltijd evangelist.

Overstap

Toen Joubert trouwde, nam collega-zendeling Patrick Johnstone (schrijver van het handboek Operation World) Stephens verdere vorming voor z’n rekening. “Hij stoomde me klaar voor een leiderschapspositie. Ondertussen trouwde ik, en voerden we met Dorothea Mission jaar na jaar succesvolle evangelisatieacties in allerlei Afrikaanse landen.” Na verloop van tijd werd hij aangewezen als de allereerste zwarte leider binnen de zendingsorganisatie, die hem naar Malawi uitzond om daar een nationale afdeling op te richten. In de zeventien jaar die hij in totaal aan Dorothea Mission verbonden was, leidde Stephen velen in Malawi en daarbuiten tot Christus.
In 1982 maakte Stephen de overstap naar een veel grotere organisatie: African Enterprise. Tot zijn eigen verbazing werd de voormalige analfabeet, straatjongen en bendeleider in 2006 zelfs verkozen tot internationaal directeur. “Ik ben iemand die het leiderschap van nature schuwt, maar God heeft me deze taak gegeven en daarom loop ik er niet voor weg. Vóór alles ben ik een evangelist; mijn grootste passie was en is mensen tot Christus leiden.”

Bendeleider

Urenlang kan Stephen vertellen over bijzondere ervaringen en zegeningen uit zijn inmiddels jarenlange bediening, die hem in allerlei landen bracht. Eén moment zal hij nooit vergeten. “In 1999 zou ik namens African Enterprise preken in het Zuid-Afrikaanse Durban. Terwijl ik mijn getuigenis gaf, stormden twee vrouwen naar voren. ‘Lees eens wat er achterop onze bijbels staat!’ riepen ze enthousiast. Ik las: ‘Alstublieft, Here Jezus, red vanavond één bendeleider.’ Dat gebed hadden ze opgeschreven op de avond dat ik alle mensen in die tent wilde vermoorden. God had deze vrouwen op het hart gebonden om te bidden voor de talloze bendes die destijds actief waren. Dertig jaar later hoorde ik hun verhaal. De datum van 14 mei stond erbij in hun bijbels – exact de dag waarop God mij redde. Pas zoveel jaar later wisten zij dat hun gebed verhoord was, en ontdekte ik dat God ook deze eenvoudige christinnen had gebruikt om mij tot Zich te trekken. Prijs Hem!”

Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Gert-Jan van der Tuuk

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over