Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘Voorgangers moeten niet langer dan zes jaar in een gemeente staan’

in Geloven

Voor een voorganger is zes jaar in een gemeente lang zat. Dat stelt een rapport vanuit de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Op die manier waait er regelmatig een frisse wind door gemeenten. Bovendien is afwisseling goed voor predikanten; zij roesten dan niet vast. Een goed idee, of toch niet?

Oneens

Predikant Ron van der Spoel neemt binnenkort na vijf jaar afscheid van zijn gemeente in Amersfoort. Hij is het oneens met de stelling. “Een standaardregel van zes jaar kun je niet geven. De vraag is of God dan ook al het idee heeft dat het genoeg is. Ik geloof dat een predikant naar een gemeente gaat omdat hij daartoe door God geroepen wordt en dat hij daar dus ook weer weggaat omdat hij door God ergens anders geroepen wordt. Je kunt God niet op zes jaar vastpinnen.”
Volgens Van der Spoel maakt het nogal wat uit in wat voor gemeente een dominee zit. “Om het dicht bij mezelf te houden: ik ben hier de eerste predikant van de gemeente. We hebben een enorme groeispurt gemaakt en we konden heel snel schakelen. Nu zijn we na vier jaar in een andere fase gekomen. In gemeentes die al honderden jaren oud zijn, draaien de molens gewoon wat trager. Daar heb je wat meer tijd nodig om stappen te zetten.”
Ook de persoonlijkheid van de dominee speelt een rol, zegt hij. “Er zijn er die heel honkvast en heel gestage bouwers zijn, maar anderen zijn meer van de ‘grote stappen, snel thuis’. Ik ben zelf redelijk ongedurig. In mijn vorige gemeente stond ik zeven jaar en dat was voor mij een hele ervaring. Sociologisch gezien is er wellicht iets te zeggen voor de stelling. Maar in de kerk zijn er belangrijkere zaken dan de sociologie.”

Eens

Herman Zondag zat tot zijn 25e in de Gereformeerde Gemeenten. Daar zag hij naar eigen zeggen dat het fout kan gaan als een predikant te lang in één gemeente staat. “Dominees werden daar bijna niet meer gecorrigeerd: er heerste een vorm van mensverheerlijking. Ze werden een icoon; onze predikant stond er 25 jaar en er was geen kritiek meer mogelijk. Daar ben ik wars van.
Ik denk dat je als predikant na zoveel tijd niet meer voor vernieuwing en verbreding kunt zorgen, omdat je zo verankerd zit in een gemeente. Het is ook niet gezond als een minister-president 25 jaar een land leidt. Je hebt doorstroming nodig om ervoor te zorgen dat een gemeente levendig en geïnspireerd blijft. De gemeenteleden moeten niet als kuddedieren naar de kerk gaan, zonder dat ze geprikkeld worden. Als kerkganger zeg ik: zorg ervoor dat je regelmatig een nieuwe wind laat waaien in een gemeente.
Als je de Bijbel erop naslaat, zie je dat Jezus en Paulus rondreisden. Die bleven ook niet op één plek. Dat vind ik een mooi voorbeeld. “

Oneens

“Deze stelling is veel te boud,” stelt Ton de Gans. Samen met Marieke Jellema vormt hij PastoRaad, een coachingsbureau voor predikanten. “Het hangt van heel veel verschillende factoren af of het voor iemand zinvol is om na zes jaar weg te gaan. Bijvoorbeeld de fase waarin de predikant zit; begint hij net of zit hij al een aantal jaar in het vak? Ik kan me voorstellen dat een jonge predikant sneller van gemeente kan wisselen, dan een oudere.”
Wat De Gans met name in de stelling mist, is het geestelijke aspect. “Een predikant is veel meer dan een professional. Hij heeft ook een ambt als geroepene van God, die tegenover een gemeente staat.”
Volgens De Gans komen de predikanten niet naar PastoRaad omdat ze te lang in een gemeente staan. “Dat ben ik in ieder geval niet tegengekomen, hoewel het een rol kan spelen. De snelheid waarmee een predikant rouleert, doet zowel iets met hem als met de gemeente. Hij kan klem komen te zitten tussen verschillende opvattingen over het predikantschap. Terwijl hij voor het ene gemeentelid het schaap met vijf poten moet zijn – goed in pastoraat én jeugdwerk én op de preekstoel – verwacht een ander gemeentelid dat hij vooral dienaar van het Woord is. Maar een predikant kan net zo goed na één jaar als na zes jaar klem komen te zitten.” Volgens De Gans is coaching voor predikanten daarom erg belangrijk. “Predikanten kunnen onbewust vastgroeien; een blik van buitenaf kan helpen om eigen patronen te herkennen en te blijven leren.”

Oneens

Frits Jongboom, dominee in de Kerk van de Nazarener te Purmerend, is duidelijk: “Oneens. Voor de ene predikant is vier jaar al te lang, voor de ander 25 te kort. Het ligt aan de verhouding tussen de gemeente en de predikant.” Volgens hem is de wederzijdse ‘klik’ heel belangrijk. “Wanneer je als predikant niet wilt meebewegen met de ontwikkelingen in je gemeente, gaat het mis. Ik geloof dat je leiding moet geven, maar ook dienstbaar moet zijn aan de gemeente waarin je staat.”
‘Ds. Frits’, zoals hij zichzelf noemt, waarschuwt voor té snelle wisselingen. “Ik heb mijn jeugd doorgebracht in een baptistengemeente, waar het normaal was dat een predikant slechts vier jaar in een gemeente bleef. In het eerste jaar dat hij er stond, moest hij wennen. In het tweede jaar begon hij met onderzoeken en het ontwikkelen van ideeën. In het derde jaar kon hij echt gaan bouwen en in het vierde jaar was hij alweer bezig met afscheid nemen. Dat is natuurlijk geen goede zaak.”
Wel vindt hij het belangrijk dat je als gemeente regelmatig evalueert hoe het gaat. “Als predikant moet je luisteren naar zowel de bemoedigingen als de kritiek. Het is heel makkelijk en menselijk om je te omringen met mensen die jou helemaal gewéldig vinden, maar de mensen die ook vanuit een kritische kant meekijken, zijn onontbeerlijk voor een goede, stabiele en langdurige ontwikkeling van de gemeente en haar predikant.”

Eens

Waar het in protestantse kringen heel normaal is dat een predikant regelmatig een andere gemeente opzoekt, ligt dat in evangelische gemeenten anders. Samuel Gerrets, jongerenwerker in een evangelische gemeente in Delft, vindt het een goed streven om iedere zes jaar een andere leider aan te stellen. In Samuels gemeente heeft een oudstenteam de leiding en is er geen vaste voorganger. Sinds kort zit een oudste niet langer dan zes jaar in het team. “Een goed idee,” vindt hij, “omdat een gemeente kostbaar is en goed leiderschap verdient. Bij ons wordt iedere drie jaar geëvalueerd hoe het gaat binnen het oudstenteam, met zes jaar als maximale termijn.”
Volgens Samuel is het grootste gevaar dat een leider vanzelfsprekend de leiding heeft en houdt. “Dat is niet goed, zowel voor de gemeente als voor de leider. Als je regelmatig wisselt, voorkom je dat één persoon de touwtjes in handen neemt. Dat is zowel voor de gemeente als voor de leider en zijn gezin goed. Een leidende taak binnen de gemeente vraagt veel van iemand en van diens gezin.”

Tekst: Pieter-Jan Rodenburg
Beeld: Niek Stam

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over