Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘Voor nog geen miljoen per dag ga ik hier weg!’

Rietje en Hans wonen in een Indonesische sloppenwijk

in Geloven

Om de paar dagen wormen in het waterreservoir. Altijd hitte, stank, modder, ratten en lawaai om je heen. Op duizenden kilometers afstand van je kinderen en kleinkinderen. Rietje en Hans van der Lee leven uit liefde voor Jezus onder de allerarmsten in een slum (sloppenwijk) in de Indonesische hoofdstad Jakarta. Hier, lichtjaren buiten het paradijs, vonden zij “de schat”.

Op het afgesproken tijdstip heten Hans (52) en Rietje (49) me welkom aan de rand van hun sloppenwijk, Prumpung, waar een taxi me zojuist heeft afgezet. Hun huisje ligt op een paar honderd meter van het ‘gewone’ leven in Jakarta, waar zo’n veertien miljoen mensen wonen. Onder hen honderdduizenden straatarme mensen, die opeengepakt in smerige slums als deze leven.

Viezigheid

We wandelen naar Prumpung. Verharde wegen maken plaats voor zandpaadjes, blubber en ondefinieerbare viezigheid. Onderweg begroeten Rietje en Hans diverse buurtbewoners in het Indonesisch. Het is te ruiken dat we in de buurt van een grote vuilnisbelt komen. Een eigenaardig idee dat Hans, die ik de laatste keer heb ontmoet toen hij nog directeur van Compassion was en in een Nederlands rijtjeshuis woonde, in oktober 2009 met Rietje vrijwillig in Prumpung is neergestreken – als slumbewoner. Iedereen die het zou kunnen, zou hier onmiddellijk de omgekeerde beweging maken. Helaas lukt het vrijwel niemand te ontsnappen uit de vicieuze cirkel van armoede, waarin zij vanaf hun geboorte gevangenzitten.
Het echtpaar woont tegenover een betonnen speelplaats, vlak bij de vuilnisbelt. Hun bakstenen rijtjeshuisje – een van de weinige in deze slum – staat op een licht verhoogde plek, zodat ze geen last hebben van overstromingen. “Dat was een van de wensen toen we hier woonruimte zochten,” legt Rietje uit. “Het moest wel leefbaar zijn en schoongehouden kunnen worden. De lagergelegen, nóg armoedigere delen van onze slum lopen in de regentijd onder water. Op dit moment zou ik het niet aankunnen om daar te leven – misschien over een aantal jaar. Het is belangrijk dat je huisje echt jóuw huisje is, anders word je hier gek.”
Bij de deuropening trekken we ons besmeurde schoeisel uit. De lichte woonkamer (zo’n drie bij drie meter) vormt een schril contrast met de buitenwereld: hier is alles schoon en harmoniëren de kleuren. “Rietje kan met minimale middelen iets moois maken,” prijst Hans. Het is benauwd, al draait de staventilator zich een slag in de rondte. Zomers blijft het kwik in de nacht rond de 35 graden hangen.
Achter een felgekleurd gordijn bevindt zich de slaapkamer, waar ook een bureautje met computer en een mobiel modem staat. Het is hun ‘navelstreng’ met de wereld buiten Prumpung; via het computerprogramma Skype bellen ze vaak naar hun inmiddels volwassen kinderen in Nederland. Achterin een Spartaanse keuken: een gasstel met twee pitten; geen aanrecht en – nog lastiger – geen koelkast. Daarnaast een hurk-wc. Douchen is een kwestie van water over jezelf uitgieten. “In het begin kwamen de ratten in ons huis; dat is gelukkig verholpen,” zegt Rietje. “’s Nachts horen we ze buiten rondscharrelen. Het wémelt ervan.”

Cultuurshock

“We vertellen de mensen dat we hier wonen om de taal en de cultuur te leren. Dat vinden ze een acceptabele uitleg,” vertelt Hans, terwijl Rietje water serveert. Beiden gaan op de plavuizen vloer zitten – een comfortabele bank ontbreekt, al zijn er twee (harde!) zitplekken. “Ze vinden het heel bijzonder dat wij, als blanke westerlingen, tussen hen in willen leven.”
“We voelen ons inmiddels goed thuis in Prumpung,” zegt Rietje. “Al zijn we ook door een heel moeilijke tijd gegaan, waarin ik alleen maar dacht: ‘Ik wil hier wég!’ Alles werd me teveel: het frustrerende onvermogen om te communiceren in het Indonesisch, de armoede, hitte, stank, drukte, ratten, het zo ver weg zijn van kinderen en kleinkinderen...” Hans: “Op dat moment, ongeveer vijf maanden nadat we hier kwamen, had ik eveneens een punt bereikt waarop ik er even niets meer bij kon hebben.” Hun cultuurschok ebde gelukkig weg. Inmiddels is Prumpung echt hun thuis geworden. Rietje: “Gisteren liep ik buiten en dacht: ‘Ik ben gewoon verliefd geworden op onze buurt!’”

Relaties

De voor de hand liggende vraag: wat dóen Hans en Rietje hier? Hans: “Wij zijn aangesloten bij de organisatie Servants (zie kader, red.), een beweging van mensen die bewust onder de allerarmsten op aarde willen leven om iets van Gods Koninkrijk zichtbaar te maken. Vanuit Servants wordt benadrukt dat je niet direct met ‘projecten’ moet beginnen – een valkuil voor mensen uit het Westen, en zeker voor ons, met onze jarenlange achtergrond in hulpverlening. Het gaat veel meer om ons ‘zijn’, om het aanknopen van relaties, als vertegenwoordigers van Gods Koninkrijk.”
“Sommige christenen in Nederland verklaren ons een beetje voor gek dat we in een slum zitten,” lacht Rietje. “Af en toe is het zelfs makkelijker aan niet-christenen uit te leggen dat we hier zijn gaan wonen omdat we Jezus liefhebben en willen navolgen, en in Zijn Naam willen omzien naar de armen, de ‘minsten’ over wie Hij zo vaak sprak.” Hans: “We willen de slumbewoners leren kennen, aan relaties bouwen, om samen met hen het leven te leven in de hoop dat ze Jezus in ons ontmoeten. Op den duur willen we van daaruit met hen kijken welke projecten de mensen hier echt zouden kunnen helpen.” “Voorlopig kunnen we trouwens niet eens met woorden duidelijk maken wat ons drijft, al was het maar omdat onze kennis van het Indonesisch nog ontoereikend is,” haakt Rietje aan. “Maar het is duidelijk dat de mensen onze liefde ervaren – ook zonder voldoende woorden.”

Waard

Voorheen hebben de Van der Lee’s onder meer in Kenia en Thailand geleefd en gewerkt. Ook daar waren zij betrokken op mensen in bittere armoede. Nu wonen ze voor het eerst zélf in een sloppenwijk. “Als ik op dit moment ergens in een normaal huis zou wonen,” peinst Rietje, “en van daaruit in Prumpung een of ander mooi project zou doen, zou ik het er niet voor over hebben. Daar laat ik onze kinderen niet voor achter. Maar dít is het waard. Een nieuwe manier om te proberen Gods liefde te communiceren. Het is zwaar om in deze slum te leven. Toch, omdat dit doel ons helder voor ogen staat, is het niet té moeilijk.”
Om het draaglijk te houden, ook voor hun kinderen, leven Rietje en Hans negen maanden per jaar in Prumpung en drie maanden in Nederland.
“Het kost veel om hier te zijn,” beaamt Hans. “We hebben menselijkerwijs gesproken veel opgegeven. Toch staat dat in geen verhouding tot wat we ervoor terugontvangen. We ervaren dat we de schat – het leven – gevonden hebben waar Jezus over sprak. Al gaven ze me een miljoen per dag, ik ga hier niet weg! Niet iedereen is ertoe geroepen om in een slum te gaan wonen, maar iedere christen is in staat offers te brengen voor Gods Koninkrijk. Naarmate we meer offers brengen, zullen we meer verborgen rijkdommen ontdekken. Het is zó’n verrijking om hier te wonen. Dat zit ’em niet in materiële dingen. In mijn boeken (Volg jij Mij en Terug naar onze bestemming, red.) bepleit ik bezitsvermindering voor iedere gelovige. Misschien is het zelfs zo dat hoe rijker je bent, hoe minder je Gods nabijheid kunt ervaren...”

Doodziek

Gods nabijheid hebben ze intens ervaren toen zij zich oriënteerden op de mogelijkheden om in een sloppenwijk te gaan wonen. “Een vriend hier in Jakarta bracht ons naar een oude man in Prumpung,” vertelt Rietje. “Een Indonesische christen, doodziek en onwaarschijnlijk mager. Hij lag op de grond in een donker kamertje en kreeg opeens zo’n kracht om te spreken, ongelofelijk! Hij zei: ‘Als je Jezus écht wilt volgen, gaat het je heel veel kosten. Wil je dat?’ Hij vertelde dat hij zoveel jaren had gebeden dat hier Gods licht zou gaan schijnen. Kort daarna is hij overleden.” Hans: “Ik had echt het gevoel dat God door hem heen sprak. Het was waarschijnlijk het laatste wat deze man nog moest doen voordat hij zou sterven. Voor ons was het de hoofdreden om voor deze slum te kiezen. In totaal hebben we er twaalf bezocht.”

Decibellen

Omdat de schemering vroeg invalt, stellen Rietje en Hans een ‘tour’ door Prumpung voor – een plek waar je normaliter als westerling nooit komt. We trekken onze smerige schoenen weer aan en begeven ons glibberend en glijdend op weg. Overal knetteren brommers, schreeuwen en lachen kinderen, piepen gekooide vogels en schallen radio’s en stokoude tv-toestellen: stilte is hier van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat volledig afwezig. Alsof Prumpung permanent onder een deken van decibellen ligt. Jong en oud begroet ons hartelijk: het echtpaar uit Belanda (Holland) is hier inmiddels bekend. Met deze en gene maken Rietje en Hans een praatje. Veel kinderen willen me een kushandje geven, en kraaien ‘Hello, mister!’ Ze zien eruit alsof ze in geen weken een washand hebben ontmoet.
“Als ze ouder worden, zullen velen van hen met grote plastic zakken over hun schouder door de stad sjouwen,” zegt Hans. “Daar zoeken veel mensen, van zonsopgang tot het donker wordt, naar plastic en ander afval dat ze kunnen verkopen. Dit levert maximaal anderhalve euro per dag op.”

Keihard

De enorme vuilnisbelt, waarop kippen en geiten tussen menselijke silhouetten scharrelen, biedt een trieste aanblik in de prille schemering. Enkele krotjes zijn nagenoeg bovenop deze ranzige afvalberg gebouwd – een walhalla voor ratten, vliegen en ander ongedierte. Sommige straatjes en steegjes zijn zo nauw, dat je jezelf tegen de krotwoningen moet aandrukken om anderen te laten passeren. Er ligt zoveel vuil en rommel dat de grond veert. Op een krukje naast een krotwoning staat een koffiemok vol zwarte vliegen. Ondanks de hitte verdwijnt mijn dorst direct.
Dwars door de slum slingert een pikzwarte, zwaar bevuilde rivier. “Prumpung lijkt een aardse tegenpool van het Nieuwe Jeruzalem,” laat ik me ontvallen. “En als je je afvraagt waar Jezus zou rondlopen als Hij nú op aarde was,” reageert Hans prompt, “zouden het dit soort plekken zijn. Deze mensen hebben Hem zó keihard nodig!” “Het is hier smerig , maar deze mooie mensen zijn naar Gods beeld geschapen,” zegt Rietje. “Ik probeer ze door Zijn ogen te zien en iets van Zijn liefde door te geven, al is het maar door een hand vast te houden, of een kind te knuffelen.”

Verschil

Etenstijd. Rietje en Hans stellen voor om in een slumrestaurantje – twee plastic tafels met wat stoelen – nasi goreng te eten: spotgoedkoop, maar prima (mits je de ‘gewassen’ groenten links laat liggen). De nasi smaakt voortreffelijk. Rietje: “Ik moet vaak denken aan de gelijkenis die Jezus vertelde over de scheiding tussen de schapen en de bokken. De Koning zegt niet: ‘Wat geloofde je precies over Mij?’, maar: ‘Wat je aan de minste van Mijn broeders hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan.”
Plotseling schalt de islamitische gebedsoproep uit een nabijgelegen moskee: Allahoe akbar (‘Allah is de grootste’). “Wat we hier doen,” zegt Hans, “doen we dus in zekere zin voor en aan Jezus Zélf.”
Na het eten begeleiden Rietje en Hans me terug naar de straat en houden een taxi voor me aan. De stank en herrie van Prumpung lijkt opeens ver weg. “Ook in Nederland zijn er mensen die Jezus als ‘de minsten’ zou bestempelen; niet iedereen wordt geroepen om in een sloppenwijk te gaan wonen,” zegt Hans voor we afscheid nemen. “Zien we naar hen om?” Rietje: “Misschien wel in je eigen buurt, bijvoorbeeld mensen met weinig contacten. Kun je de liefde opbrengen om hen op te zoeken? Stel je eens voor dat christenen niet alleen bekend zouden staan als mensen die zondags naar de kerk gaan, maar als mannen en vrouwen die in hun omgeving alles doen om hun leven te delen met anderen, en een verschil willen maken. Je leeft maar één keer – wat doe je met je leven?”
Na een ferme handdruk keren ze terug naar hun inmiddels donkere slum, als dragers van het Licht.

www.letsfollowjesus.com (weblog Rietje en Hans)

Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Hans en Rietje van der Lee

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons