Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘Ook dieren komen in de hemel’

in Geloven

'Mama, gaat ons konijntje nu naar de hemel?' is een veelgehoorde kindervraag, die de meeste christelijke ouders flink wat hoofdbrekens bezorgt. Dieren zijn niet voor niets op aarde gezet, maar is er voor hen ook plaats in het hiernamaals?

Eens

“God blijft trouw aan het werk van Zijn handen,” stelt theoloog, schrijver en dichter Hans Bouma. “Hij begint nooit iets om het vervolgens niet te voltooien. God sloot bijvoorbeeld niet alleen een verbond met Noach, maar ook met de dieren.” Bouma is een groot dierenliefhebber, lid van diverse dierenwelzijnsorganisaties en landelijk bestuurslid van de Partij voor de Dieren. “Ik vind namelijk, dat dieren vaak worden overgeslagen, terwijl zij ook schepselen van God zijn. Als zij lijden, doet mij dat pijn. Zij hebben Zijn adem en geest ook in zich. In Psalm 36 staat: ‘Mens en dier verlost Gij, Here.’ Daaruit blijkt dat God niet alleen een God is van mensen. Beide hebben perspectief na de dood.”
Bouma vindt de hemel een moeilijk te omschrijven begrip, maar probeert het toch: “Je zou die kunnen definiëren als Gods grenzeloze herbergzaamheid. Vooral dieren in de bio-industrie lijden veel. Hun leven is geen hemel, maar een hel op aarde. In de hemel worden zij gecompenseerd voor wat zij op aarde moeten missen. Daar is rehabilitatie van mens en dier. De reikwijdte van Gods heil is namelijk allesomvattend. Jesaja ziet een beeld van eeuwige vrede, waarin mens en dier samenleven in een hemel op aarde. Alles wat nu gebroken en verscheurd is, wordt onder regie van de Schepper heel gemaakt.” Om in de hemel te komen, hebben dieren volgens Bouma geen Verlosser nodig. “Voor hen is het makkelijker om in Gods nabijheid te worden opgenomen. Zij zondigen namelijk niet.”

Oneens

“De Bijbel spreekt van een nieuwe hemel en aarde, waar roof- en prooidieren in vrede samenleven,” reageert Jan-Rein Boer, eigenaar van een dierenspeciaalzaak in Kampen. Toch betekent deze passage volgens hem niet dat dieren in de hemel komen. “Zij hebben namelijk geen ziel. De Bijbel spreekt in Psalm 32 van het ‘redeloos gedierte’. Als het sterft, is het er niet meer. Dit neemt niet weg dat we goed voor dieren moeten zorgen.” Volgens de ondernemer kunnen mensen een enorm hechte band hebben met hun huisdier. Zij gaan soms tot het uiterste om hun leven te rekken. “Dierenartsen spelen daar handig op in. Persoonlijk vind ik euthanasie te rechtvaardigen als een dier geen dier meer kan zijn. Dit in tegenstelling tot mensen. We hoeven ons in het eerste geval niet te verantwoorden voor de eeuwige Rechter. Wel als het om mensen gaat. Dieren mogen we ook eten. Daarover is de Bijbel duidelijk. Ze zijn ondergeschikt aan de mens. Aan de andere kant wordt het dierenwelzijn in de Bijbel goed gewaarborgd. Je mag bijvoorbeeld geen ledematen van een levend dier afsnijden voor consumptie.”
Boer constateert een verschuiving in begrafenisrituelen. “Persoonlijk gaat mij dat te ver, maar ik kan mij voorstellen dat mensen een grote band met hun huisdier hebben en behoefte hebben aan een herinneringsplek. Er zijn zelfs grafkisten voor dieren. Ik verwacht niet dat ik die ooit ga verkopen, maar dat is een principiële kwestie.”

Eens

“Als we naar de hemel gaan, gaat mijn hond zeker mee. Waarom niet?” reageert Bertha van de Venis uit Zwolle. De dochter van een voormalig veearts is enorm gek op haar vuilnisbakkenras. “Als onze hond overlijdt, denk ik dat we hem begraven. Sterker nog, we zijn zo aan elkaar gehecht, dat ik hem het liefst mee zou nemen in mijn eigen graf. Hij is ons al meer dan tien jaar zeer dierbaar.” Op grond van haar gevoel is Bertha het eens met de stelling, maar of er een hemel of iets dergelijks is en hoe die er dan uitziet, weet ze niet. Ze durft daarover ook geen uitspraak te doen. “Niemand weet zeker of de hemel echt bestaat, laat staan voor dieren. Er is nog nooit iemand teruggekomen die ons precies heeft verteld, hoe het er eventueel uitziet. We speculeren wel, maar daarmee houdt het op. Ook het feit dat de Bijbel er misschien wel uitspraken over doet, is voor mij onvoldoende bewijs.”
Bertha haalt als voorbeeld de ark van Noach aan, waar mens en dier samen schuilden en werden gered van de zondvloed. “Daarin ben ik misschien wat eenvoudig. Maar als God ze in de ark bij elkaar voegde, waarom zou dat na de dood niet zo zijn? Ik vind in ieder geval dat dieren evenveel recht op een eeuwig leven hebben als mensen, wat dat ook mag inhouden!”

Oneens

Prof. dr. Klaas Smelik van de Universiteit Gent is het niet eens met de stelling. “Als wij prins Toetmozes uit het oude Egypte konden vragen of zijn huiskat in de hemel kwam, en hem bovendien konden uitleggen wat wij met deze uitdrukking bedoelen, zou hij zeker een bevestigend antwoord geven. In het museum van Caïro staat immers een kalkstenen sarcofaag voor de prinselijke huiskat Ta-Mioe. Zo kon de poes haar baasje vergezellen naar het hiernamaals.” In de Bijbel ligt het anders, stelt de auteur van onder meer Het bijzonder Bijbels beestenboek. “Reeds het allereerste hoofdstuk maakt duidelijk onderscheid tussen mens en dier. Wanneer wij spreken over de ‘wederopstanding des vlezes’, gaat het om mensen die met lichaam en ziel uit de dood opstaan, niet om dieren. Het is overigens niet zo dat de Bijbel geen diervriendelijk boek zou zijn. In de Tora is juist een opvallend positieve aandacht voor dieren, maar de mens is en blijft van een andere orde dan het dier. Wanneer aan het eind der tijden de rechtvaardigen, opgestaan uit de dood, de nieuwe aarde beërven, zullen zij niet in een wereld zonder fauna leven. Het contact met de dieren zal juist veel gemakkelijker gaan, omdat dieren – die nu nog levensgevaarlijk zijn – in die toekomstige wereld volgens Jesaja 11 even mak zijn als onze huisdieren nu. Een peuter kan zonder gevaar met een adder spelen en een stro etende leeuw wordt vast een fantastische huiskat. Onze honden en poezen wacht volgens de Bijbel geen tweede leven, maar de bewoners van de toekomstige wereld zullen wél omringd zijn met dieren van allerlei soort. Een mens kan immers niet zonder dieren leven.”

Tekst: Jeroen Kanis
Beeld: Shutterstock

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons