Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Coaching van predikanten: een noodzakelijk goed?

in Nieuws

Pijnlijke echtscheidingen, een kritisch gemeentelid dat je jeuk bezorgt of een onwillende kerkenraad – veel predikanten liggen er wakker van. Hun echtgenoten of vrienden zijn niet altijd ter zake kundig, of – als het persoonlijke problemen betreft – staan te dichtbij. Een professionele coach biedt dan uitkomst. Toch? “Juist iemand die zich druk maakt om de ziel van een ander, heeft iemand nodig om zijn diepste zielenroerselen mee te delen.”

Arie de Rover (49) schudt de oneliners uit zijn mouw. Hij is trainer, coach en spreker in hart en nieren. Sinds enkele jaren coacht hij naast mensen uit het bedrijfsleven ook predikanten en kerkenraden. De Rover begrijpt dat predikanten steeds vaker in het nauw komen en steun zoeken (zie kader). “Als je gevoelig bent voor wat mensen van je vinden, is predikant-zijn een buitengewoon zwaar beroep. Daarnaast is een gemeente tegenwoordig een bak met mondige individualisten, die allemaal bevredigd willen worden.”

Band

In zijn coaching prefereert De Rover een persoonlijke benadering. Hij schroomt niet om het geloofsleven van de predikant onder de loep te nemen. Voorwaarde: een diepgaand wederzijds vertrouwen, en daarvoor trekt hij gerust een ochtend uit. “Daarna ben ik meestal een dagdeel per sessie bezig. Na vier tot vijf sessies met enkele weken ertussen doet men redelijk wat bewustwording op.” Ds. J.J. Meijer, 39 jaar en predikant van de gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Hardinxveld-Giessendam (750 leden), heeft dat gemerkt. “Ik ging begin 2007 bij Arie de Rover langs. Ik was voor de tweede keer overspannen geweest en wilde uit voorzorg dat iemand met me mee zou kijken. Daar wilde ik ook mijn band met God bij betrekken. Als je relatie met God beter wordt, krijg je ook meer rust en vrijheid om je werk te doen. De eerste ochtend dat ik bij Arie zat, verliep heel gemoedelijk. Kopje koffie erbij, terwijl ik dacht: ‘Besteed je tijd nou goed!’ Hij wilde echter in mij investeren. Wie ben ik? Waar ligt mijn probleem? Heel persoonlijk én heel direct. Ik legde het probleem bij mijn gemeente, maar Arie stelde de vraag: ‘Wat houdt jóu daarin gevangen?’ Dat sprak me enorm aan.”

‘Eenderde dominees wil graag coaching’

Eenderde van de predikanten zou wel coaching willen, maar het ontbreekt aan tijd, geld en prioriteit. Dit blijkt uit een onderzoek onder 171 voorgangers uit vijf kerkverbanden, dat Lennard Pors en Gerwin Wallet hielden voor hun opleiding Godsdienst Pastoraal Werk aan de Christelijke Hogeschool Ede. De ‘coachbehoefte’ (33,9%) is het aantal predikanten dat al coaching heeft (18,7%) en gecoacht wil worden (15,2%). Bijna 19% van de ondervraagden geeft aan dat men op dit moment al gecoacht wordt; zo’n 34% zegt er geen behoefte aan te hebben. (Bron: Friesch Dagblad)

Roeping

De Rover: “Predikanten komen bij mij omdat ze tobben met wat ze dóen, met problemen buiten zichzelf. En daar worden ze ongelukkig van, of ze krijgen een burn-out. Mijn analyse is dat ze ten diepste vaak hun innerlijke vrijheid kwijt zijn. Vroeger was predikant een erebaan, iets waar je betekenis aan kon ontlenen. Dat kan de reden zijn dat veel jongens predikant zijn geworden. Daarom probeer ik erachter te komen of er wel echt sprake was van roeping, of was het een roepstem van het eigen ik?”
Hoe dieper je komt, hoe universeler de problematiek wordt, merkt de coach. “Het merendeel meldt zich met werkgerelateerde problemen als stress, de lust in het werk verliezen, moeite met kritiek, of problemen met de kerkenraad. Eén predikant zei: ‘Ik ben door mijn geloof gezakt’ - al zijn rationele zekerheid kwijt. Daar heb ik hem mee gefeliciteerd, want dat geeft ruimte om er een ander geloof voor terug te krijgen. Met zulke problemen – maar ook worstelingen met persoonlijke zonden – kan een predikant niet altijd aankomen bij zijn gemeente of kerkenraad; zonde is not done in de kerk. We kunnen daar maar moeilijk mee omgaan, omdat we de genade niet in de praktijk kunnen brengen. We zijn gewend dat de ‘uiterlijke’ zonde bestraft moet worden, in plaats van dat Gods genade ruimte krijgt.”

Dagboek

Wat doet een goede coach verder, naast cliënten feliciteren met hun ‘ongeloof’? “Inleven,” reageert hij. “En hen bewustmaken van hun diepere drijfveren. Ik vraag bijvoorbeeld: ‘Waarom doe je wat je doet? Waarvoor heb je het nodig? Wat gebeurt er als je het anders doet?’ Ik probeer altijd het diepste niveau te bereiken: je identiteit. ‘Wie ben je? Hoeveel betekenis en zekerheid haal je uit je activiteiten?’ Je bent als coach gerechtigd om letterlijk de diepte van iemands leven in te gaan. Daarvoor moet je vooral de juiste vragen kunnen stellen. De beste weg om dat te leren, is door het in je eigen leven te doen; de beste coach is iemand die deze vragen ook aan zichzelf gesteld heeft – of voortdurend stelt. Je moet als coach dus letterlijk een voorganger zijn.”
Waarin is ds. Meijer gegroeid? “Ik heb geleerd om ergens voor te staan; bij mijn eigen standpunt te blijven zonder de boel op te blazen, los van de vraag of iedereen daarin meekomt of niet. En om me in de vrijheid te laten zetten door Christus. Dat heeft me meer rust gegeven in de omgang met de gemeente. En meer geduld om het bij mensen te láten als zij iets anders zien. Verder: dat mijn werk meer draait om het zijn dan om het doen; dat ik er bén wordt al als steun ervaren. Ik heb tot slot ook geleerd om een spiritueel dagboek bij te houden. Niet: ‘Wat heb ik gedaan?’ maar: ‘Wat heeft dit gesprek of deze vergadering met míj gedaan?’ Dat voorkomt dat je geleefd wordt en het dwingt je om bij het moment stil te staan, te zien hoe God je gebruikt.”

‘Coaching als APK’

Ds. H. Schaeffer (38), predikant van de 360 leden tellende gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Wageningen: “Toen ik in 2003 mijn eerste gemeente kreeg, wilde ik direct coaching van Cees Zomer. Je bent als predikant een solist, dus dan heb je iemand nodig die kan reflecteren op je functioneren en je motieven en zwakke punten kan blootleggen – én je daarbij bemoedigt! Je bent je eigen instrument; een timmerman moet zijn hamer en beitel toch ook door en door kennen? Daar komen professionele kwaliteiten bij kijken. Zonder coaching mis ik de grip op alle moeilijke kwesties die je in dit veeleisende beroep tegenkomt. Daarom heb ik na vijf jaar nogmaals coaching gevraagd, als een soort APK. In het pastoraat of qua leidinggeven wist ik altijd precies wat ik wilde en waarom. Mijn coach heeft me bewustgemaakt dat veranderingen voor sommigen angstig zijn. Ik heb geleerd dat niet alleen het resultaat, maar ook het leerproces waardevol is, zonder kwaad te worden of je eigen persoon naar voren te schuiven. Het voordeel van een coach boven een bevriend persoon is dat je zonder gêne alles kunt spuien, en dat je gedwongen wordt om alles uit te leggen. Een coach kan mij op de pijnbank leggen omdat hij niet loyaal hoeft te zijn. Het voelde soms écht alsof ik op de massagetafel had gelegen; dáár zit een knoop, díe spier is verkrampt – gebruik je ’m verkeerd? Coaching is geen wellness-massage; je voelt achteraf alle spieren! Je wordt in positieve zin uitgewrongen.”

Verzakelijking

Toch wordt niet iedere predikant warm van het fenomeen coaching. Ds. P. de Vries (54), predikant van de hersteld hervormde gemeente te Waarder, is bijvoorbeeld principieel tegen de verzakelijking van de kerk. “Men ziet de kerk steeds meer als een bedrijf dat goed geolied moet zijn. Afgaand op wat ik weet van coaching ben ik niet zo enthousiast. Een coach kan je misschien leren hoe je met kritiek om kunt gaan, maar over de inhoud van de kritiek kan hij denk ik weinig zinnigs zeggen. En het is maar de vraag vanuit welke principiële overwegingen hij zijn werk doet. Ik heb niet het idee dat het iets zou toevoegen, en al helemaal niet dat ik niet zonder had gekund. Zeker toen ik jong was, vroeg ik soms een oudere collega of kundig iemand om advies. Maar ik heb nooit behoefte gehad aan coaching.” De Waarderse predikant ziet wel het belang in van een gezonde zelfreflectie. “Dat doen sommige predikanten te weinig, maar voor mezelf acht ik begeleiding daarbij niet nodig. Ik bekijk het ook zakelijk: als je coaching zelf moet betalen, is het een heel bedrag.”

Spiegel

Maar wat nu als de gemeente begeleiding van haar predikant vraagt terwijl hij dit pertinent afwijst? Arie de Rover, vastberaden: “Je kunt dan het gereedschap van de beste Coach – de Here Jezus – gebruiken: waarheid en genade. Jezus houdt je een spiegel voor, maar áltijd vol liefde. Christelijke culturen zijn vaak onbarmhartig, omdat we bang zijn de waarheid te vertellen. Zonder zuiverheid hierin voelen predikanten zich onder druk gezet, afgewezen, genegeerd.”
Identiteit, genade en vrijheid – daarin schuilt dus al met al het geheim. De Rover: “Als je vrij bent in Christus, kun je nóg nabijer zijn bij anderen. Je hebt de ander namelijk niet meer nodig om jou zekerheid te geven. Je kunt die ander zelfs zekerheid geven zonder dat het ten koste gaat van jezelf. Als predikanten zo vrij zijn, komt hun boodschap veel sterker appellerend over, want ze worden zelf krachtiger in genade en waarheid.”

Tekst: Wilfred Hermans
Beeld: Gerdien Rebel

‘Ik mis het niet’

Ds. B. Aalbers (64), predikant van de zevenhonderd leden tellende Open Hof Kerk (PKN) te Maarssen: “Tijdens mijn opleiding en in mijn eerste predikantsjaren kreeg ik verplichte werkbegeleiding. Nu overleg ik wekelijks met collega’s over de actuele bijbeltekst. We scherpen elkaar op – ook een vorm van coaching. Dat gaat alleen over preken, maar dat is waarvoor ik ben opgeleid; daar ben ik theoloog voor. Begeleiding op andere gebieden mis ik niet. Ik kan me, gezien de hectiek van het werk, voorstellen dat predikanten geen tijd hebben voor coaching. Ik gebruik mijn studieverlof om me te verdiepen in de bronnen van de theologie, of in verschillende godsbeelden van mensen. Ik ervaar ook dat als een manier om bij de les te blijven. Niet dat ik iets tegen coaching heb, maar de situatie in mijn huidige gemeente is gelukkig niet zo gecompliceerd dat ik het nodig acht; ik kwam er steeds wel uit. Wel heb ik altijd een paar vertrouwenspersonen om me heen, of enkele oudere, wijze ouderlingen die als praatpaal kunnen fungeren. Ik heb er wat moeite mee om als leider gezien te worden. Ik ben een voorganger, maar dan vooral in de uitleg van de Schrift, want dáárvoor heb ik gestudeerd en daarvoor ben ik destijds beroepen. Leidinggeven doet de voorzitter van de kerkenraad wel; ik ben geen manager die de zaak moet runnen.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons