Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Oud-NSB'er: Nooit meer bang

"Hoe meer details er ná de oorlog naar buiten kwamen, hoe groter mijn wroeging werd”

in Geloven

Hendrik Betten (84) had op 5 mei 1945 maar al te graag een dikke streep onder de Tweede Wereldoorlog gezet. Maar dat was uitgesloten; zijn misdaad was te kolossaal. De oud-NSB’er wist in de jaren die volgden zeker dat alleen de dood hem zou kunnen bevrijden. Dat hij vorig jaar ineens oog in oog stond met zijn voormalige vijand, bracht eindelijk het wapengekletter in zijn hoofd tot zwijgen. “Dit is pure genade.”

Het is al bijna donker in de bossen rond Appelscha. Daar staat hij, samen met bevriende landwachters, allemaal jonge kerels die de kant van de Duitsers hebben gekozen. De leider van de patrouille is Kees, dat zie je aan zijn zwarte uniform met SS-embleem. De tengerste van de groep is Hendrik.
Dan hoort hij vanuit de duisternis mannen aankomen. Op de fiets. Hij controleert zijn pistool en hoort vriend Kees ‘halt’ roepen. Maar voor Hendrik het weet, suizen de kogels om zijn oren. Het zijn verzetsmensen van de Meppeler knokploeg! Een voltreffer raakt Kees; hij zakt kermend en vloekend ineen. Hendrik heeft meer geluk en wordt alleen in zijn been geraakt. Een week na de dood van Kees nemen de Duitsers wraak. Ze fusilleren de gerespecteerde onderwijzer Lok voor het oog van zijn gezin.


De man die Kees die avond in 1944 doodschoot, was verzetsman Gerrit Gunnink. Jarenlang achtervolgde dit incident hem, en dan met name de Duitse represaille. Vorig jaar klom Gunnink (zie kader) op de biechtstoel in de veelbesproken documentaire Nooit meer laf van Geertjan Lassche (EO Netwerk). Gunnink móest na al die jaren in het reine komen met zijn minder heldhaftige verzetsdaden. Hij bezocht niet alleen de dochter van de vermoorde Kees en de familie van de schoolmeester, hij ging ook de confrontatie aan met zijn vijand van die nacht: Hendrik Betten. Het werd voor deze twee oude mannen een historische ontmoeting.

Kerfstok
“Ik groeide op in een hervormd gezin. Mijn vader sloot zich al in 1932 aan bij de NSB, de Nationaal-Socialistische Beweging; ik was 6 jaar oud,” blikt Betten met een duidelijk Drents accent terug. “De bittere armoede in de zuidoosthoek van Friesland vormde de belangrijkste drijfveer; we wilden een betere toekomst. Toen de oorlog uitbrak, sloot ik me aan bij de Nationale Jeugdstorm, waar ik werd klaargestoomd voor het Oostfront.”
Maar dat liep anders. De Duitsers serveerden de fragiele Betten af: ‘Ga jij toch snel terug naar je moeder; je bent nog maar een kind.’ Wel mocht hij als landwachter op jacht naar verzetsmensen en andere ‘verdachte’ personen. “Die nacht liep ik een van mijn eerste patrouilles, en van de oorlogsjaren die daarna volgden, heb ik bijna niets op mijn kerfstok. Toch durfde ik al die jaren na de oorlog God niet om genade te smeken. Ik had veel te laat door wat voor moorddadig regime ik steunde, en dat maakte mij tot een beklagenswaardig persoon – een foute Nederlander. Hoe meer details er ná de oorlog naar buiten kwamen, hoe groter mijn wroeging werd.”

Boetezweet
Na de oorlog trouwde Betten en kreeg drie kinderen. Hij werkte eerst als arbeider in de grondontginning, runde daarna zijn eigen boerderij en belandde in 1970 in de zuivelindustrie. “Vier jaar later kwam ik thuis te zitten; ik werd door een hernia volledig afgekeurd.” Hij kijkt zuur voor zich uit. “De hel brak los! Ik had geen afleiding meer om mijn verleden te vergeten; de oorlog in mijn hoofd maakte me gek – bijna letterlijk.”
Overdag ging het wel, maar ’s nachts dompelden nachtmerries hem in het boetezweet. Betten werd tien dagen opgenomen bij de GGZ en slikte veel medicijnen. “Ik heb nacht aan nacht gesmeekt naar boven: ‘Here Here, neemt U mij toch vannacht tot U.’”
Het eerste lichtpuntje in deze uitzichtloze tunnel kwam na een telefoontje van de Historische Vereniging van Appelscha. Aanleiding: de verschijning van een boek van Gerrit Gunnink, met daarin een uitvoerige beschrijving van het vuurgevecht. Niet lang daarna belde de verzetsman in eigen persoon aan bij Betten en keken de twee elkaar diep in de ogen: Gunnink als verzetsheld, Betten als foute Nederlander.

Simpel manneke
Beide mannen herkenden zich in het getekende gezicht van de ander en voelden bij elkaar het gewicht van die zware steen op hun hart. “Ineens ontstond er ruimte – alsof ik een kwaadaardig gezwel had uitgebraakt.” Bettens stem trilt nog meer dan normaal. “Ik vind het een geweldige voorbeschikking van God. Het is pure genade dat Hij mij dit als simpel manneke heeft geschonken.”
Nu, een jaar na zijn ‘bevrijding’, weet Betten dat het geen 1946 meer is. “Ik weet dat ik mijn leven niet kan overdoen, bijna dreigde het in een mislukking te eindigen, maar nu kan ik met een gerust gemoed aan mijn laatste reis beginnen. Mijn oorlogsverleden klaagt me niet langer aan, de nachtmerries zijn verdwenen en ik weet zeker dat God mij straks niet zal straffen. Ik leef weer, ook al sijpelen de krachten steeds meer weg uit mijn lichaam.”

TEKST: Maarten Nota
BEELD: Dik Nicolai

Bekijk Nooit meer laf terug op:

Gerrit Gunnink één jaar later

De gezondheid van Gerrit Gunnink is broos geworden. Afgelopen najaar vertelde hij nog wel in De Stentor over de reacties op de documentaire Nooit meer laf. “De meeste reacties waren lovend. Mensen vonden het moedig dat ik het verhaal durfde te vertellen, dat een verzetsman de consequenties durft te dragen van dingen die verkeerd zijn gegaan.”
Toch kan niet iedereen de ontboezemingen van Gunnink waarderen, heeft hij gemerkt. “Ze vinden dat ik het blazoen van de verzetsstrijders niet mag besmetten. Maar dat doe ik niet. We waren geen helden. Het ging ook wel eens verkeerd. [...] Ik ben blij dat ik het verhaal gedaan heb. Het geeft me rust. Jaren heb ik na de oorlog met een doorgeladen pistool onder mijn kussen gelegen. Eén keer is het pistool afgegaan. Er zit nog steeds een gat in het bed. Nu is het verhaal verteld.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over