Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Ex-bendeleider nog steeds strijdvaardig

Nicky Cruz

in Geloven

Als leider van de New Yorkse Mau Mau-straatbende leidde hij een liefdeloos en ruig leven. Totdat Jezus’ boodschap zijn stenen hart veranderde. Het levensverhaal van Nicky Cruz (71) werd een bestseller en inspiratiebron voor velen. Nu reist hij onvermoeibaar de wereld rond om zijn verhaal te vertellen. “Het is een klap in Jezus’ gezicht als ik zou stoppen.”

“Een chaos,” zo typeert Nicky Cruz mild glimlachend de afgelopen jaren van reizen en lezingen geven. Maar hij doet het nog altijd vanuit zijn hart – en nee, zijn passie is niet meer hetzelfde als vroeger: “De passie is groter.”
Eind 2008 raakte hij opgedroogd en trok de bergen in om tot rust te komen. “Predikers moeten inzien wanneer de koe geen melk meer kan geven,” verklaart Cruz. Momenteel werkt hij mee aan de verfilming van zijn boek Run, Baby, Run (Ik zal nooit meer huilen), wat de evangelist beschouwt als een geweldige kans om over Jezus te praten.
Voor velen is Cruz een held en inspiratiebron. Zelf wuift hij dat weg. “Het zou een doodskus zijn als ik daarin zou geloven. De omstandigheden hebben me gevormd. Misschien ben ik voor sommige mensen een inspiratie, maar ik ben hier op aarde om met Gods hulp alles te doen wat in mijn vermogen ligt.”

Gekkenhuis
Hoewel Cruz zijn levensverhaal ontelbaar vaak heeft verteld, staan zijn ogen verdrietig als hij terugdenkt aan zijn jeugd in Puerto Rico. Cruz komt uit een gezin met zeventien broers en één zus. “Mijn vader was een satanische priester, mijn moeder was een heks die me sloeg en soms dreigde te vermoorden. Ze zei dingen tegen me die je niet zegt tegen een kind: dat ze me haatte sinds de dag van mijn geboorte, omdat ik een satanskind was. Door mijn opvoeding ging ik liefde haten.”

Na een zelfmoordpoging vlucht Cruz in 1953 weg van huis en komt in New York terecht. Dakloos en zonder familie sluit hij zich aan bij de Mau Mau, een gevreesde straatbende, waarvan hij binnen drie jaar de bikkelharde leider wordt. Cruz leidt dan een ruig en gevoelloos leven dat gekenmerkt wordt door vechten, overvallen, drugs en angst. In zijn boek Ik zal nooit meer huilen schrijft hij niet expliciet over zijn eigen wandaden, en ook nu weifelt hij. “Ik heb veel mensen dingen aangedaan die niet kunnen. Ik heb dingen gedaan die... Ik weet niet of ik iemand heb vermoord. Het is een gekkenhuis als vijftig, zestig man met elkaar vecht.”
Een ontmoeting in 1958 met predikant David Wilkerson is het begin van een totale ommekeer in het leven van de dan 19-jarige bendeleider. “Ik moest aanvankelijk niets van hem hebben. Ik schold hem uit en dreigde hem te vermoorden. Maar Wilkerson zei: ‘Ik ben gekomen om te zeggen dat Jezus van je houdt. Je kunt me doden en in duizend stukken hakken, maar elk stukje zal blijven roepen dat Jezus van je houdt.’ Twee weken later gaf ik me over aan de liefde van Jezus.”

Huwelijk
Cruz is getrouwd, heeft vier dochters en acht kleinkinderen. “Met mijn verleden verwachtte ik niet dat ik ooit een blijvend huwelijk zou aangaan; daarnaast hebben juist evangelisten daar soms moeite mee. Ik verwachtte evenmin dat ik vader en opa zou worden. Alle eer aan God; Híj heeft mij geleerd hoe ik een vader moest zijn. Dat heb ik niet geleerd van mijn eigen vader, want die mishandelde me.”

Zijn er nu nog dingen waar u mee worstelt in uw leven?
Glimlachend: “Vooral vroeger merkte ik dat ik een bepaalde aantrekkingskracht had op vrouwen. Ik denk echter dat zij niet op mij als persoon vielen, maar dat de Heilige Geest ín mij hen aansprak. Dat moest ik ze steeds duidelijk maken. En ik heb geleerd om weg te lopen bij verleidingen – dat komt met de jaren. Vrouwen zijn natuurlijk een verleiding; ook een christenman blijft een man. Om mijzelf te beschermen, reis ik samen met mijn vrouw. Je stelt me trouwens een unieke vraag; niemand heeft me dit ooit gevraagd.”
Van geld houdt de prediker niet, want dat heeft volgens hem in het algemeen veel kapot gemaakt in het dienen van God. “God voorziet toch wel. Met het boek Ik zal nooit meer huilen verdiende ik zóveel geld, dat ik niet wist wat ik ermee aan moest; ik voelde me er zelfs schuldig onder. Toen heb ik maar een huis gekocht voor een groep dakloze kinderen.”

In veel grote steden zijn verslaving en misdaad nog altijd springlevend. Maakt dit u machteloos of juist strijdvaardig?

“Er was een tijd dat ik mijn land zag worstelen met georganiseerde misdaad en drugsverslaving. Dat brak mijn hart. Ik ben mij toen volledig op die slechtste plekken in Amerika gaan richten. De grootste gangs – en dan gaat het om de georganiseerde misdaad – zijn niet meer de Bloods, de Crips of de Latin King, maar de 18th Street en de MS-13. Ik sprak hun leiders, en tot mijn verbazing waren ze ontvankelijk voor mijn verhaal; ze hadden respect voor een ex-bendeleider, en mijn verhaal bood hen hoop. Dáár ligt mijn hart.”
Vurig: “Ik hóud van verslaafden! Ze zijn overal om ons heen, maar veel christenen zien ze niet. Vergelijk dat eens met Jezus: Hij zág de verslaafden en melaatsen, ging naar hen toe en Zijn hart was met hen bewogen! Wat ik zelf doe als ik een verslaafde tegenkom? Ik heb eens twee mannen meegenomen naar een luxe restaurant – je moet niet met hen willen praten terwijl ze een lege maag hebben. Ze stonken een uur in de wind. Na het eten sprak ik met hen en hebben we gebeden. Je moet er in ieder geval gevoelig voor zijn als je ze tegenkomt, en niet zeggen: ‘Jij bent nergens goed voor, neem een douche.’ Nee, práát met ze.”
Hoe lang wil hij blijven doorgaan met zijn bediening? “Ik wil over Jezus blijven praten totdat ik de woorden niet meer kan vinden, of tot de dag dat ik er niet meer ben.”

Tekst: Wilfred Hermans
Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons