Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘Wie zijn kind liefheeft, spaart de roede niet’

in Geloven

Heel Nederland weet inmiddels wie Gertjan Goldschmeding is. De voorganger van de charismatische ACC JouwKerk uit Amersfoort raakte in opspraak door zijn prediking over de corrigerende tik, waarmee hij de landelijke pers haalde. Heeft hij een punt of slaat hij door met zijn ideeën?

Uit diverse enquêtes blijkt dat het gros van de Nederlanders geen moeite heeft met het slaan van kinderen om hen een les te leren. Toch is dit sinds 2006 bij wet verboden en dat vindt Gertjan Goldschmeding onbegrijpelijk. Door zijn boude uitspraken op conferenties in 2005 en 2007 én door de toepassing van de ‘roede’ in zijn eigen gezin, zit Justitie hem op de hielen. Maar hij is van mening dat zijn recht op godsdienstvrijheid niet door de overheid kan worden beperkt. “Ik ben vóór een maatschappelijke discussie over opvoeding en kindermishandeling, maar tégen justitiële inmenging in religieuze zaken. Ik ben bereid hierover een open debat aan te gaan met iedereen, mits hij of zij de moeite neemt om de bewuste passage in de context te beluisteren. De ophef is ontstaan, omdat uitspraken uit de context zijn genomen van een gezond gezin, een relevante kerk en gebalanceerd onderwijs.”

Maar duidelijk is dat hij geen enkele moeite heeft met een tik op de twee ‘zachte kussentjes’. “Die heeft God niet voor niets geschapen,” reageert de 40-jarige vader van drie kinderen. “Maar het ontstane beeld dat ik mijn kinderen zou mishandelen, is nergens op gebaseerd. De corrigerende tik past alleen binnen een sfeer van liefde. Je houdt van je kind en binnen die relatie kan het een belangrijke functie hebben. Dat mijn prediking aanzet tot kindermishandeling is dus te gek voor woorden. Niet een Bijbelse prediking wakkert dit aan, maar juist de onmacht bij ouders door een gebrek aan onderwijs en toerusting op het gebied van opvoeding.”

Gerald Troost - oneens:
“Ik ben het oneens met deze stelling,” vertelt Gerald Troost, zanger, trainer en vader van twee jonge kinderen. “Er zijn voldoende alternatieven om je kinderen te ‘tuchtigen’ en te vaak worden er vanuit emoties grenzen overschreden. Ik merk zelf dat ik – na een drukke en vermoeiende dag – mijn zoon Joel van zes beter kan corrigeren door hem zes minuten op de gang te zetten. Daar kan ik hem op een rustige manier vertellen waarom hij straf krijgt. In het verleden heb ik wel eens wat tikken uitgedeeld, maar dit deed ik te vaak uit frustratie en onmacht. Ik merk dat dit de relatie met Joel verstoorde.”

Simon van Groningen - eens:
“Een tik op de billen is een goed middel om een kind te laten merken dat er iets helemaal fout gaat,” meent Simon van Groningen. Wel noemt de evangelische voorganger, oud-politieman en vader van vier volwassen kinderen het een leermiddel en geen afreageermiddel. “Je moet het vanuit je gezag gebruiken en niet vanuit onmacht. Ook zit er wat mij betreft een leeftijdsgrens aan. Vanaf een jaar of zeven moet je zoeken naar alternatieven.”

Toch zegt Van Groningen in de kern: ‘Wie niet horen wil, moet maar voelen.’ “Wie niet wil dat zijn kind in de sloot belandt, aan de hete kachel zit of met bleekwater speelt, deelt af en toe een tik uit, bijvoorbeeld na je derde waarschuwing. Uit ervaring weet ik dat eindeloos debatteren niet helpt; niet bij de politie en ook niet in de opvoeding. Of ik achteraf commentaar heb gekregen van mijn inmiddels volwassen kinderen? Nooit. We hebben het er wel eens over gehad, maar ze hadden er nauwelijks herinneringen aan. Bij mijn weten denken ze er nu ook niet heel anders over dan ik. Preken over de roede heb ik nooit gedaan, maar ik schuw het thema niet. Desondanks snap ik de angst voor overdrijving ook wel. In mijn jaren bij de politie heb ik genoeg gevolgen van mishandeling gezien om er voorzichtig in te zijn.”

Gerry Velema - oneens:
“Voorganger Gertjan Goldschmeding noemt de roede zijn goede vriend in huis, maar daar krijg ik toch wat kromme tenen van,” stelt Gerry Velema, schrijfster en moeder van vier volwassen kinderen. “Hoewel je een kind niet direct traumatiseert met een tik, vind ik het een goede zaak dat de overheid het slaan van kinderen in de ban heeft gedaan. Niet omdat ik principieel tegen een pak voor de broek ben, maar wel omdat we kinderen moeten beschermen in een land waar ontzettend veel kindermishandeling voorkomt. Het lijkt me om die reden ook erg onverstandig om – met de Bijbel in de hand – te gaan roepen dat christenen het wél mogen doen. Er zijn betere thema’s om het nieuws mee te halen, zou ik denken.

Hoewel veel ouders gelukkig goed het verschil weten tussen een corrigerende tik en mishandeling, is het erg lastig om dit precies aan te geven. Om die onduidelijkheid het hoofd te bieden, is de overheid in 2006 met een algeheel verbod gekomen. Slaan past niet in ons Nederlandse klimaat; niet op school en thuis ook niet. Ik vind die duidelijkheid positief, want hiermee dwingt de overheid ons om creatieve alternatieven te verzinnen. Maar om nu alle ouders te gaan vervolgen die hun kinderen slaan? Nee, het moet geen heksenjacht worden.”

Onmacht
“‘Wie zijn kind liefheeft, corrigeert hem,’ zou ik een veel betere stelling vinden. Dat is ook precies wat het Bijbelvers waarop deze stelling is gebaseerd (Spreuken 13:24, red.) ons wil leren, hoewel de nadruk nu op de roede lijkt te liggen. ‘Voed je kinderen op,’ hoor ik de schrijver op de achtergrond roepen en volgens mij kan dat op heel verschillende manieren. Ik zie de pedagogische beperktheid van de tik en vaak deel je hem uit als teken van je eigen ongeduld of onmacht. Is je kind weer eens vervelend, dan is het absoluut niet eenvoudig om naar alternatieven te zoeken, maar het is wel een betere weg. Hoewel ik onze vier kinderen vast wel eens een tik heb gegeven, vond ik uitstekende vervangers voor de roede: een uur op je kamer zitten, geen tv kijken of niet buiten spelen. Daarnaast vond ik het heel belangrijk om ze op iets oudere leeftijd uit te leggen waarom ik boos was. Niet om alles maar toe te laten, zeker niet, maar door een gesprek kon ik veel duidelijker maken waar mijn grenzen lagen.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons