Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Op huizenjacht: een makelaar en dakloze in gesprek

"Ik heb een zwak voor de onderkant van de samenleving”

in Geloven

Oost west, thuis best. Maar wat als je geen thuis hebt? Wim Rakers weet daar alles van; hij is sinds een halfjaar dakloos. Gert Jan Visser, directeur van Biltstede Makelaars in De Bilt, handelt daaren-tegen in kastelen van 22 miljoen. “Maar ik heb een zwak voor de onderkant van de samenleving.”

Utrecht, het busstation vlakbij Hoog Catharijne. Hier kan Wim Rakers (46) elk moment komen aanlopen. “Ik zie er niet uit als een gemiddelde dakloze,” meldde hij vooraf nog aan de telefoon. Wie er wél zo uitziet, is de onverzorgde man die voor Wims komst met één slepend been komt aanstrompelen. “Heb je misschien 45 cent voor me, voor een kopje koffie? Of een euro? Of twee euro? Of vier?” Twee minuten later loopt hij weer langs en schopt hij scheldend tegen een bushokje.

Dan komt Wim aanlopen, onopvallend gekleed in een spijkerbroek en blouse. Gezamenlijk zoeken we makelaar Gert Jan Visser (64) – strak in pak, zoals verwacht – op in de stationsrestauratie.

Aflaat
“We hebben elkaar niet uitgezocht, hè?” plaagt makelaar Gert Jan als we plaatsnemen.
Gelijk maar aan ‘expert’ Wim de vraag hoe we eigenlijk zouden moeten reageren wanneer we een zwerver of dakloze tegenkomen. “Dat is zó moeilijk,” antwoordt hij. “Het zijn meestal zorgmijdende mensen, omdat ze negatieve ervaringen met zorginstanties hebben. De bedelaar van net zal die vier euro waarschijnlijk niet omgezet hebben in koffie of slaapgeld.” Gert Jan zou niets geven. “Ik moet een relatie met iemand hebben. Vroeger gaf ik wel geld, maar haalde daar geen bevrediging uit. ‘Heb ik ’m nou geholpen, of mezelf vrijgekocht?’ vroeg ik me dan af. Het was eigenlijk een nieuwe vorm van de aflaat.”

Wim weet dat de meeste daklozen al een leven lang tegen problemen aanlopen, totdat er iets knapt, bijvoorbeeld door een gestrand huwelijk, ontslag of uithuiszetting. Wim: “Je hebt veel soorten daklozen. Zo zijn er kwetsbare mensen die psychiatrisch in de war zijn, maar liever op straat hun eigen boontjes doppen dan in een psychiatrische kliniek zitten. Je hebt drugsgebruikers die goed voor zichzelf kunnen opkomen. Ook zijn er veel alcoholisten die hard op zoek zijn naar een dagvulling. Ik behoor tot de groep die op zich een goed leven heeft geleid, maar wel één met twaalf ambachten en dertien ongelukken.”

Vruchtensorbet
Voor Gert Jan voldoet Wim niet aan het beeld dat hij had van daklozen: ontredderde mensen die een jachtig bestaan leiden om het hoofd boven water te houden en om steeds weer eten en een slaapplek te vinden – én die niet aan zelfverzorging toekomen. “Maar jij bent naar de kapper geweest,” zegt Gert Jan. “Dat is mijn manier om m’n kop boven water te houden en wat zelfrespect te behouden. En ik heb een druk bestaan,” verzekert Wim. Uitslapen is er niet bij. “Om half negen moet ik de straat op, dan sluiten de instanties waar ik overnacht – tenzij je héél ziek bent. Ik moet veel regelen om aan m’n dagelijkse basale behoeften te komen: een bed, een maaltijd, en een plek waar je kunt douchen en kleding kunt wassen. Ik mag negentien dagen ergens slapen, daarna moet ik me elke ochtend opnieuw aanmelden. Ik heb één keer buiten geslapen, op de Utrechtse Heuvelrug, met een tentje en een slaapzak. Die heb ik voor noodgevallen; ik slaap dan in het bos waar niemand me ziet, want in de stad slapen vind ik onveilig. Verder zie ik één dag in de week mijn dochtertje en gaan we op stap; naar de bibliotheek, of als ik gespaard heb naar de bioscoop.”
Gert Jan luistert aandachtig. Zegt dan: “Ik had nou nooit gedacht dat een dakloze goed moest kunnen organiseren.” Wim vervolgt: “Ik heb een postadres en een daklozenuitkering geregeld. Zeshonderd euro, maar daar gaat een flinke ziektekostenverzekering vanaf. En ik heb een opslagloods voor mijn spulletjes, die kost ook 120 euro per maand.” Gert Jan komt in opstand: “Daar gaan we wat aan doen, dat vind ik te duur!” Wim: “Ik houd driehonderd euro per maand over om van te leven, en dat lukt me. Laatst ging ik met mijn dochtertje fietsen. Ik zei: ‘Bestel maar wat lekkers.’ Ze bestelde een vruchtensorbet, ik rekende af en dacht: ‘Ai, dat zijn drie overnachtingen.’ Dat doet even pijn, maar ik ben heel blij dat ik dat geld heb kunnen sparen en dit voor haar kon doen. Je wordt je bewust van waar het geluk zit. Mijn dochtertje houdt me op de been; de daklozenwereld is ruig, want er wordt gestolen en er is veel agressie. Je leert daardoor ontzettend goed mensen inschatten.”

Dyslectie
Ook Gert Jan heeft door zijn levensloop veel mensenkennis opgedaan. “Ik heb de ULO gedaan en daarna de Handelsdagschool niet afgemaakt; ik ben erg dyslectisch, maar daar kwam ik pas op mijn 42e achter, toen ik een eigen zaak startte. Daarvóór heb ik ontiegelijk hard gewerkt om het met mijn andere zintuigen te compenseren; op de basisschool kon ik goed gokken, joh! Dankzij die ‘gave van dyslectie’ heb ik net als Wim mensen leren beoordelen – juist omdat ik die andere zintuigen goed heb leren gebruiken. Want makelaar-zijn is een kwestie van inschatten of mensen deugen.”

Ook Wim ontdekte pas laat dat er iets scheef zat. “Ik heb ADD, een concentratiestoornis die tijdens mijn jeugd verward werd met karakterologische dingen, zoals niet kunnen doorzetten. Ik ontwikkelde een negatief zelfbeeld, waardoor ik steeds achter de feiten aanliep. Na de basisschool begon ik met het gymnasium, ging terug naar de havo en bleef zitten. Op de avondschool heb ik daarna door heel hard werken mijn diploma gehaald, waarna ik chemische technologie ging studeren. Maar ook daar stopte ik mee en kreeg tijdelijke baantjes die ik nooit langer dan een jaar volhield; vanwege die concentratiestoornis was ik snel uitgeteld. Toen heb ik het studeren maar opgegeven; van een carrière is het nooit gekomen. Elf jaar geleden trouwde ik en kreeg een kindje, maar dat huwelijk is door het onvermogen van mij en mijn ex-vrouw helemaal verkeerd gegaan. Dan moet je vechten om de omgang met je kind. Heel zwaar. Vier jaar woonde ik vervolgens antikraak in Nieuwegein. Ik wist niet meer hoe het verder moest. Dat ik mijn concentratiestoornis ontdekte, was een opluchting, omdat je met andere ogen naar je geschiedenis gaat kijken en een nieuwe invulling aan je leven kunt geven. Ik heb het gevoel dat ik nu eindelijk iets voor anderen kan doen. Ik ben bezig met het zoeken van onderdak voor een aantal oudere daklozen die hulpverlening uit teleurstelling en frustratie afwijzen.”

22 miljoen
Gert Jan komt uit een gezin van tien kinderen. Zijn vader was sigarenfabrikant. “We waren ervan doordrongen wat geld was, en leefden zuinig, vooral ik. Rond mijn 17e kreeg ik opeens een grote hekel aan dat vrekkige van mijzelf; doordat ik toen meer ging uitgeven en minder ging sparen, heb ik geregeld geldproblemen gehad.” Net als Wim is de makelaar maatschappelijk erg betrokken. Gert Jan: “Mijn moeder hield van status, maar had een zwak voor de onderkant van de samenleving. Die eigenschap heb ik van haar overgenomen, en daar ben ik blij mee. Aan de onderkant zijn de mensen transparanter. Ikzelf zit niet aan de bovenkant van de samenleving, ik woon redelijk eenvoudig.” Hij is even stil. Dan: “Terwijl ik het zeg, denk ik: ‘Ik woon best rijk.’” Wim, lachend: “Ik wil zéggen, dat ‘redelijk eenvoudig’ zal wel betrekkelijk zijn.” Gert Jan vervolgt: “Een twee-onder-één-kap, mooie tuin – geen landhuis dus. Maar ik hándel wel in kastelen en landgoederen. Ik heb objecten tot 22 miljoen – de duurste kastelen van Nederland.” Gert Jan somt enkele bekende Nederlanders op voor wie hij werkt. “Dus je gaat om met de rijken der aarde?” concludeert Wim. “Ja, maar ik ben de ondergroep – de woonmakelaardij – altijd trouw gebleven; ik heb Lombok gedaan, een Utrechtse wijk waar alle makelaars hun neus voor optrokken. Dat heeft ons ónverantwoord veel geld gekost, maar ik ben de laatste die aan de bel trekt. Mijn medewerkers moeten echt zeggen: ‘En nu is het klaar met jouw sociale grapjes.’ Ik heb ook antikraakpanden, waar ik mensen in laat wonen die anders geen woning zouden hebben.”

Crisis
Door de financiële crisis draait het voor Gert Jan even niet om winst, maar om klantenbinding. Wrijft Wim zich vol leedvermaak in de handen nu hij zoveel ‘maatschappelijk geslaagden’ onzeker ziet worden? “Nee, ik koester geen wrok naar de samenleving toe. Wel vind ik het triest dat sommige mensen zelfmoord plegen omdat ze een miljoen verliezen op de beurs – terwijl ze nog een miljoen over hebben. En als dakloze leer ik wel wat echte vriendschappen zijn. Blijkbaar gaat het niet om geld, maar om kameraadschap en solidariteit.”

Wat zou Gert Jan doen wanneer hij opeens zijn makelaardij zou verliezen? “Dan vang ik ’m wel op!” grapt Wim. Gert Jan: “Ik zou zo auto’s gaan wassen en daar lol in hebben. Hoewel ik het heel jammer zou vinden als ik mijn status – bijvoorbeeld mijn mooie auto – kwijtraak, is rijkdom nooit mijn doel geweest. Als dyslectische was mijn doel: bevestiging krijgen. En als een auto glimt nadat ik ’m heb gepoetst, is dat ook bevestiging, daar hoef ik geen makelaar voor te zijn.”

En een weekje ruilen van leven? “Dat trekt mij wel,” antwoordt Gert Jan direct. “Niet geleefd worden door je agenda, baas zijn over je eigen tijd... Maar ik weet helemaal niet of ik overleef – ik heb nu zoveel vangrails, zoals een vrouw die het heerlijkste eten kookt, waardoor ik nooit kook.” Wim: “Als dakloze heb je ook veel lieve vrouwen die voor je koken.” “Oké, dan wordt het nog aantrekkelijker,” lacht Gert Jan.

Zou Wim met Gert Jan willen ruilen? “Die wereld zou wel bevreemdend voor me kunnen zijn; ik wil in ieder geval mensen ontmoeten die zich niet alleen met hun status bezighouden. Maar misschien klopt mijn beeld niet?” Gert Jan: “Als je op mijn kantoor komt, tref je mensen die níet alleen maar met de buitenkant bezig zijn; ik heb geen yuppentent. Als er een oude mevrouw verhuisd moet worden naar een bejaardentehuis, zie ik ’s avonds soms een collega druk bezig met het in- en uitladen van spullen. Nou, dan ben ik ontroerd, daar word ik warm van.”
Wim weet niet of hij een huisje-boompje-beestje-leven zou kunnen leiden. Wel wil hij graag een huis, een rustplek. “En als mijn leven maar betekenisvol is. Ik hoef niet rijk te zijn.”

Handpalmen
Wims inspanningen voor lotgenoten komen voort uit zijn geloof in mensen. “Ik geloof niet dat ik hier zómaar ben. Net als iedereen heb ik een opdracht, al weet ik niet precies welke; iets wat verder gaat dan je eigen hachje, en dat herken ik bij christenen. Het christelijke cultuurgoed heb ik via school meegekregen. Thuis lazen we uit de Bijbel.”
Gert Jan houdt zijn lege handpalmen boven tafel. “Ik denk dat ik heel dankbaar leef, zó. Veel mensen leven zó,” zegt hij, terwijl hij met zijn handen een graaiende beweging maakt. “Dan kan God er niets ingooien.”

Na de fotosessie wisselen de heren telefoonnummers uit, want de opslagloods van Wim is te duur, en hij wil een groep oudere daklozen aan onderdak helpen. Tja, als je dan tóch tegenover een welwillende makelaar staat...

Tekst: Wilfred Hermans
Beeld: Gert-Jan van der Tuuk

Met dank aan Ridder Tweewielers, Nijkerk.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons