Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Patatkraam zondags gesloten

in Nieuws

Je bent een gelovige campingbeheerder op een camping met veel niet- gelovige gasten. Is dit moeilijk? En voor welke dilemma’s kom je te staan? Het echtpaar Van de Lagemaat van vakantiepark De Heigraaf in Woudenberg weet erover mee te praten. “God heeft ons hier geplaatst, en daar zijn we dankbaar voor.”

De nostalgische inslag van campingeigenaars Julianne (37) en haar man Martien (44) valt meteen op: voor het luxe receptiegebouw dat vastzit aan de woning van het stel, houdt een oude brandweerauto – een Volkswagenbusje uit 1959 – de wacht.
In 1997 trouwde Martien met Julianne, die sindsdien zijn rechterhand is. “Je trouwt met een campingbaas hè, dus je moet wel,” lacht ze. Zij houdt zich vooral bezig met de horeca in hun Engelse dubbeldekker. Beneden wordt het voedsel klaargemaakt, boven kunnen de gasten eten.
Heel gezellig allemaal, maar een camping runnen, blijkt niet alleen maar zonneschijn. “Je moet er áltijd zijn. Soms bellen mensen om elf uur ‘s avonds nog aan, omdat er iets is,” verzucht Julianne. “Als een ander vakantie heeft, moet jij werken,” vult Martien aan. “En,” gaat hij verder, “vrijheid is er niet; als we terugkomen van vakantie, kunnen we geeneens fatsoenlijk de auto uitpakken. Zit ik in de achtertuin, dan stelt het personeel tóch even een vraagje. Ze kunnen moeilijk zeggen: ‘Hij is er niet’, want ik ben er wel. Het werk heeft dus z’n voor- en nadelen.” Julianne, plagend: “Had je maar een vak moeten leren.”

Grasmaaien
Tijd voor een rondje over de camping, op zoek naar een geschikte fotolocatie. Ronkend maar gedwee doet het oude Volkswagenbusje zijn werk, zelfs op deze hete dag. Onderweg wijst Julianne ons enthousiast op een terrein waar hartje zomer Circus Bongo zijn kunstjes vertoont. “Het moet natuurlijk wel Heigraaf-proof zijn, maar daar letten we op.”
Al rondtuffend begroeten ze de campinggasten vriendelijk; hun band met de gasten is zichtbaar in orde. Martien: “Veel mensen denken dat we een christelijke camping zijn, misschien omdat we adverteren in christelijke bladen. Echter, van de vaste gasten is ongeveer de helft niet gelovig. Als mensen hier binnenkomen, vragen we niet of ze geloven – dat doet er niet toe.”

Hoe anders gaat het eraan toe wanneer de beheerders van een camping in God geloven? “Dat is vooral op zondag te merken,” antwoordt Martien. “Inchecken is op die dag niet mogelijk. De slagboom is naar beneden, en eventuele visite kan alleen de camping op met de muntjes die de vaste gasten voor dit soort situaties hebben ontvangen.” De kampeerders krijgen verder een reglement. Een soort ‘tien geboden’ voor campinggasten? “Nee, en het is ook niet zo dat ik op zondag over de camping fiets om te controleren,” verklaart Martien. “Een tijd geleden was een alleenstaande man op zondag aan het grasmaaien. Zijn niet-gelovige overbuurman kwam naar hem toe en zei: ‘Volgens het reglement mag je op zondag niet maaien. Maar omdat ik weet dat je een drukke baan hebt, doe ik het morgen wel voor je.’ Men lost het dus onderling vaak al op. Niet-gelovige gasten vinden het soms zelfs heerlijk dat er op zondag geen gras gemaaid wordt.” Julianne vult aan: “Iedereen accepteert ook gewoon dat bijvoorbeeld de patatkraam op zondag gesloten is, al zeggen andere campingeigenaren: ‘Wat dom, de horeca is je omzet!’”
“Je moet consequent zijn,” meent Martien. “Als hier een kerkgroep zit die met elkaar wil gaan zingen, moet dat in de recreatiezaal om geen aanstoot te geven. House- of popmuziek niet toestaan, maar geestelijke muziek wel, kan natuurlijk niet; zolang het geen overlast veroorzaakt, is elke muzieksoort toegestaan.”

Ommekeer
Zijn met zoveel niet-christenen op je terrein de campingvelden wit om te oogsten? Zeker, vinden Martien en Julianne, maar ze zetten geen voet bij hun gasten tussen de deur of tentrits. Liever laten ze dit over aan de campingpastor en de mensen van Stichting Treffer, die evangelisatie- en recreatie op de camping verzorgt.

Hoe zit het dan met de morele dilemma’s voor de gelovige beheerders zelf? Zijn er bijvoorbeeld geen lawaaierige, dronken jongelui die tot diep in de nacht herrie schoppen? “Natuurlijk gebeurt er wel eens wat, maar dat is niet anders dan op andere campings,” vertelt Martien. “Alcohol is toegestaan, maar stapels bierkratten om een tent hoeft van mij niet. Dat staat ook in het reglement.” Julianne: “De jongeren betalen een borg. Als er spullen kapotgaan, of wanneer ze problemen als geluidsoverlast veroorzaken, krijgen ze die borg niet terug. Dat werkt prima.” Ze kan zich herinneren dat iemand naar haar toe kwam die zei: ‘Ik zou hier nooit op de camping willen staan; dat je zelfs voor het warme water nog moet betalen, hoe kun je dat nou verantwoorden aan onze lieve Heer?’ Julianne: “Hij was niet voor uitleg vatbaar; daar kunnen we dan weinig mee.”

Volgens het campingechtpaar zoeken gelovige en niet-gelovige jongeren elkaar op De Heigraaf op en ontstaan zo mooie gesprekken. Julianne: “Bij de jongerensoos van Treffer hebben sommigen zelfs een soort ommekeer gemaakt; christelijke leeftijdsgenoten hadden iets wat zij niet hadden, maar wel wílden hebben.” “Onlangs overleed een man van de camping,” vult Martien aan. “Een christelijke buurvrouw ging bij zijn achtergebleven vrouw op bezoek en probeerde er voor haar te zijn en haar op te vangen.” Martien gaat overigens zelf liever niet uitgebreid bij zijn gasten op de koffie. “Dan krijg je scheve gezichten bij andere gasten.”

Kans
Het echtpaar Van de Lagemaat gelooft dat God hen de kans heeft gegeven om hun vakantiepark te runnen. “Hij heeft ons hier geplaatst en daar zijn we dankbaar voor,” zegt Julianne. “Het was de visie van Martiens ouders om christenen en niet-christenen op een ongedwongen manier te laten samenkomen op hun camping; dat doen wij nu ook. Waar we onze motivatie vandaan halen? Matthijn Buwalda zingt: ‘Wat heb ik eraan om de wereld te bezitten, maar mijn leven te verliezen omdat U mij niet bezit? Wat heb ik eraan om zelf eer te ontvangen, maar mijn levensdoel te missen omdat ik U niet aanbid.’ Oftewel: je kunt een mooi park hebben, maar ons Doel – met een hoofdletter – maakt het extra mooi.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons