Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Dr. Bart Jan Spruyt: ‘Ik ben van nature nogal mateloos'

in Nieuws

Ooit was hij de tweede man op de lijst-Wilders, maar dr. Bart Jan Spruyt brak met zijn voormalige geestverwant. De historicus, publicist, columnist, Nyenrode-onderzoeker en medeoprichter van een conservatieve denktank deelt graag verbale vuistslagen uit aan mensen met wie hij het hartgrondig oneens is. Zelf heeft hij ook het nodige voor de kiezen gekregen. “We pompen je vol lood, net als Fortuyn.”

De boomlange Spruyt – ooit lid van het nationale jeugdbasketbalteam – gaat er eens goed voor zitten in zijn met boeken volgestouwde studeerkamer. Terwijl hij achterover leunt op zijn houten bureaustoel, laat hij zijn ogen over de eerste spreuk glijden.

De lessen van je vader en moeder zijn een lamp, een licht dat je vermaant en de weg wijst naar het leven. Spreuken 6:23
“Een prachtige spreuk. Ik kom uit een hervormd nest; wat ik vooral van mijn ouders heb meegekregen, is het besef dat ik onderdeel uitmaak van een eeuwenoude traditie. Zij namen me mee naar de historische Singelkerk in Ridderkerk. Een plaats waar gewone mensen – geleerd en ongeleerd – al eeuwenlang naartoe gaan, om God te aanbidden en Hem lof toe te zingen. Je eigen leven is vanaf je geboorte en je doop ingebed in de keuzes die God heeft gemaakt, door een verbond met jouw voorgeslacht en ook met jou persoonlijk aan te gaan. Het leven ligt ingebed. Dat besef is voor mij heel verrijkend.”
Hij heeft warme herinneringen aan zijn jeugd, vervolgt hij. “Mijn moeder las ons iedere middag voor uit de kinderbijbel. Een heel strenge, van Johan Vreugdenhil. Deze verhalen – en vooral de toepassingen – waren niet voor de poes, maar ik weet nog wel dat ze een soort beslag op me legden. Er zijn ook perioden geweest dat het geloof me allemaal veel minder zei, en dat ik alleen maar voor de sport en de disco leefde, maar dit is wel heel bepalend geweest. Het was trouwens vooral mijn moeder die me meenam naar de kerk. Helaas geloofde mijn vader niet. Toen ik net 17 was, is hij bij ons weggegaan.”

Pitje
Via columns in onder meer Elsevier en Binnenlands Bestuur ventileert Spruyt zijn visie op ontwikkelingen in de wereld, ver weg en dichtbij. Uit zijn talloze, allesbehalve tandeloze publicaties – hij heeft ook diverse essays en boeken op zijn naam staan – blijkt zijn verknochtheid aan de politieke filosofie die conservatisme heet. ‘In de kern komt conservatisme neer op een pleidooi voor een vrije en fatsoenlijke samenleving, met verantwoordelijke burgers, sterke kerninstellingen en een kleine maar weerbare overheid,’ aldus een toelichting van de Edmund Burke Stichting. Spruyt was eind 2000 medeoprichter van deze conservatieve denktank, die aanvankelijk enorm veel media-aandacht kreeg. Inmiddels functioneert de stichting op een lager pitje, maar zij organiseert bijvoorbeeld nog steeds zomer- en winterscholen voor studenten om het conservatieve gedachtegoed aan de man te brengen.

Rechtvaardigheid verheft een volk, zonde maakt het te schande. Spreuken 14:34
“De zonde waar ik me in Nederland vooral aan stoor, is gemakzucht. Anders dan in bijvoorbeeld Amerika zie je hier vaak dat burgers zich zo vreselijk afhankelijk opstellen. Niet zozeer zelf problemen aanpakken, maar direct naar de overheid kijken om ze op te lossen. Dat labbekakkerige, het gebrek aan enthousiasme, voor iets gáán...”

Wat zijn úw valkuilen?
“Ik ben van nature nogal mateloos. Als een onderwerp mij fascineert, lees ik er niet één boek over, maar altijd een plank vol. Ik heb een groot talent voor verslavingen. Boeken, roken – ik ben inmiddels gestopt –, mijn werk.” Hij trekt een notitieboekje uit z’n binnenzak: “Dit heb ik altijd bij me, om ideeën op te schrijven voor de eerstvolgende column. Want die wordt beter dan alle eerdere.”

Avondkrant
“Ik ben verschrikkelijk perfectionistisch,” bekent hij. “En ambitieus. Dat was al zo toen ik nog parlementair verslaggever was bij het Reformatorisch Dagblad. Debatten van ‘s middags wilde ik zoveel mogelijk al in de avondkrant hebben. Dat vréét kracht en energie.”

Is het voor u ook een valkuil om met een ‘intellectueel aureool’ te koketteren?
Met opgetrokken wenkbrauwen: “Wanneer doe ik dat? In dit gesprek?”

Meer in het algemeen: u kunt makkelijk laten doorschemeren dat u slim en belezen bent.
“Doe ik dat? In interviews en debatten heb ik geen pose. Wat ik zeg, dat ben ik. Zelfs op televisie of radio: ik zeg wat ik écht geloof. Ik geef mijn overtuiging. Als ik af en toe iemand citeer en dan elitair overkom... daar ben ik me niet van bewust. Dat gaat vanzelf.”

In een vraaggesprek met ‘HP de Tijd’ uit 2005, naar aanleiding van de discussie over normen en waarden, vertelde u bijvoorbeeld: “Ik heb net met mijn zoontje van 13 de ‘Meno’ van Plato gelezen, en die zei: ‘Waar heeft die Balkenende het over?’”
“Ha, dat herinner ik me.”

Zei u dat om indruk te maken?
Hij zet zijn bril af. “Nee. Ik hád net met mijn zoontje de Meno gelezen. Hij zei: ‘Als ik dit lees, begrijp ik niet dat Balkenende het over waarden en normen heeft. Hij moet het over déugden hebben.’ Misschien had ik het inderdaad beter niet kunnen zeggen. Ik ben daarmee ook wel terughoudender geworden. Ik wil niet dat mijn kinderen voortdurend op mijn doen en laten worden aangesproken.”

Reputatieschade
Spruyts contacten met Geert Wilders, die in 2003 begonnen, baarden veel opzien én werkten als een groeihormoon op zijn naamsbekendheid. Daarmee komt de volgende spreuk in het vizier:

Een goede naam is te verkiezen boven grote rijkdom, waardering boven zilver en goud. Spreuken 22:1
Hij geeft toe dat het avontuur zijn imago uiteindelijk niet ten goede kwam: “Ik heb om zo te zeggen reputatieschade geleden, ja. Het kwam hierop neer: we waren vanuit de Burke Stichting volop bezig met het conservatisme. Dat werd ingehaald, overstemd door rechts populisme. Het enige wat we konden doen, was proberen het bij te schaven. Wat die relatie met Wilders betreft, ik heb in mei 2003 Lof op het conservatisme gepubliceerd. Een paar weken daarna belde Wilders, toen nog VVD-Kamerlid, me op. Hij had mijn boek gelezen, zag in dat het liberalisme zwakke plekken heeft en was benieuwd hoe je die vanuit het conservatisme kunt corrigeren. Sindsdien hebben we enkele keren samen geluncht.”

Succes
In de zomer van 2004 brak Wilders met de VVD en kwam alles in een stroomversnelling. “We hebben elkaar destijds veel en intensief gesproken. Ik liet me met hem in, omdat ik me realiseerde: ‘Fortuyn is dood en de LPF failliet; het kan electoraal een groot succes worden als hij een eigen politieke beweging begint.’ Werd het inderdaad een succes, dan zou het zowel een kans als een bedreiging kunnen zijn. Een bedreiging wanneer het een partij werd die een ‘liberale jihad’ zou propageren – de term heeft hij gebruikt. Dat zou een antireligieuze club worden. Het zou echter een kans zijn wanneer deze beweging zou uitgroeien tot een liberaalconservatieve partij; breed in themakeuze, met goede mensen. Ik heb mij ervoor ingezet, maar ben – achteraf gezien – naïef geweest.”

Waarom ‘achteraf gezien’?
“Op het moment zelf was het niet naïef, vanuit wat ik toen wist. Ik ben met hem bijvoorbeeld naar Amerika geweest, om ideeën op te doen. We hebben daar onder meer enkele conservatieve denktanks bezocht, en het Witte Huis. Wilders was het toen eens met wat hij daar hoorde. Er kwamen destijds goede mensen op zijn partij af, vanuit CDA, VVD, ChristenUnie en SGP. Tijdens geheime partijbijeenkomsten op de Veluwe gaf ik les aan kandidaat-Kamerleden. Prima mensen. Maar in de loop van 2005 en de eerste maanden van 2006 werd het steeds duidelijker dat hij monomaan was (op zichzelf gericht, red.). ‘Me, myself and I. Ik, Geert Wilders.’ Hij had maar één boodschap: ‘Ik geloof niet dat moslims in onze samenleving kunnen integreren; dat is principieel onmogelijk. Ik ga de vrijheid van meningsuiting gebruiken om ze zó te kwetsen en te provoceren dat ik ze wegpest.’ Ik ben Wilders te lang loyaal gebleven, in de hoop op een soort kentering.”

Achtervolgt dat verleden u?
“In zekere mate. Er zijn mensen die je er juist om waarderen, omdat je een zekere positie opgaf voor een overtuiging. Maar er is natuurlijk ook leedvermaak, en er zijn mensen die het je tot je laatste snik zullen nadragen, al dan niet om oneigenlijke redenen. Zo is het leven. U hoort mij niet klagen.”

U ziet het zelf niet als een misstap?
“Ik ben misschien te lang loyaal geweest en heb geen ‘goede naam en waardering’ gekregen. Maar ik móest het proberen.”

Kogels
In Lof van het conservatisme hief Spruyt conservatieve denkers als Edmund Burke, Alexis de Tocqueville, Winston Churchill en C.S. Lewis op het schild. In oktober van datzelfde jaar publiceerde hij samen met Michiel Visser van de Edmund Burke Stichting het Conservatief Manifest in Trouw, onder de titel: ‘De crisis in Nederland en het conservatieve antwoord.’ Het laat zich lezen als een plan de campagne voor het in hun ogen zwaar verloederde Nederland, en deed veel stof opwaaien. De auteurs wezen op het toenemende geweld, en stelden dat massale immigratie onze nationale identiteit bedreigt. Niet lang hierna kreeg Spruyt van linkse actievoerders te horen dat zij hem ‘vol lood’ zouden pompen, met een sinistere verwijzing naar Pim Fortuyn. De kogels bleven gelukkig uit.

Angst voor mensen is een valstrik, wie op de Heer vertrouwt, wordt beschermd. Spreuken 29:25
“Men denkt vaak dat ik bedreigd ben vanuit de islam,” blikt hij terug, “maar het waren links-extremistische clubjes met zeer gewelddadige ideeën. Ik moest voorzichtig zijn, maar heb niet echt angst gevoeld.”

De opstelling van hedendaagse conservatieven wordt vaak als ‘hard’ en ‘vijandig’ ervaren. Hadden die doodsbedreigingen ook te maken met de toon waarop u het debat voert?
Spruyts grote handen vliegen omhoog. “Natuurlijk niet! Al had ik op z’n allerliefst allerlei dingen over de Nederlandse samenleving gezegd, dan was hetzelfde gebeurd.”

Deze spreuk gaat over vertrouwen op God. Is dat ook iets wat u mateloos kunt?
Het blijft – onverwacht – secondenlang stil. “Ik ben geen mateloos gelovige. Vertrouwen op God is heel moeilijk.”

Waarom?
“Jezus zegt in Lucas 6:37: ‘Laat los en gij zult losgelaten worden.’ Een tekst die ik mijzelf voortdurend voor ogen stel. Loslaten, dat kunnen we niet. We vechten voor ons levensbehoud. Mijn vrouw was pas heel ernstig ziek. Kanker. Op zo’n moment vecht ik; dan is het heel moeilijk om te zeggen: ‘Ik vertrouw op God.’ Dat kun je wel zéggen, maar je dóet het niet, omdat het zo moeilijk is. In theorie weet je dat je onder alle omstandigheden, zeker moeilijke, op God moet vertrouwen. Mág vertrouwen. Toch doe je het niet. Je bent eerst boos. God slaat alles waaraan je gehecht bent, en alle wapens waarmee je vecht, als het ware uit je handen. Dan moet je alles loslaten – en word je losgelaten. Want dan pas heb je de innerlijke vrijheid om het met God alleen te wagen en Hem te vertrouwen.”

Als de weg die iemand gaat de HEER behaagt, doet Hij zelfs zijn vijand vrede met hem sluiten. Spreuken 16:7
In 2004 schreef Bart Jan Spruyt een in azijn gedoopt epistel in de Vrij Nederland-rubriek ‘Brief aan mijn vijand’. Daarin gaf hij de prominente PvdA’er Bart Tromp keiharde kritiek.

Staat zoveel venijn niet haaks op uw christen-zijn?
“Waarom? Het is heel goed om dat te doen als mensen het verdienen. Kijk hoe Luther en Calvijn hun opponenten bestreden. Ik vind het niet goed om stelselmatig de vrijheid van meningsuiting te gebruiken om anderen te kwetsen of te beledigen. Daar gaat het mij niet om. Maar het kán gebeuren. Ik heb zelf ook wel het een en ander moeten incasseren.”

Zijn christenen te lief?
Hij buigt voorover. “Véél te lief! We moeten veel harder zijn. Veel christenen zijn vervrouwelijkt. Het christelijk geloof moet meer mannelijk worden. Strijdvaardiger, op een bescheiden manier zelfbewuster. Als iemand verkeerde dingen propageert, moeten we zeggen: ‘Met jou heb ik een appeltje te schillen, en dat zul je weten ook. Als je er over een maand aan terugdenkt, zul je nog steeds pijn voelen!’”

Kickt u daar nog altijd op?
“Ja. Niet op het pijn doen an sich, maar wel op het aanpakken van mensen die dat verdienen. Ik word zelf ook aangepakt, en dat is goed. Ik ben dol op polemiek. Met meel in je mond praten – ‘enerzijds, anderzijds’, dat soort diplomatieke taal – schept geen duidelijkheid. Als je besluit dat je met iemand in debat gaat, doe je dat niet uit verveling. Dan heb je een kwestie, een geschil. Je deelt uit én je incasseert.”

Bartjanspruyt.blogspot.com
Burkestichting.nl

Dr. Bart Jan Spruyt (1964) is historicus, journalist, columnist (onder andere voor Elsevier) en conservatief denker. Hij is medeoprichter en was directeur van de Edmund Burke Stichting, een conservatieve denktank. Van 1994 tot 2002 werkte hij als parlementair verslaggever bij het Reformatorisch Dagblad. Hij schreef onder meer Lof van het conservatisme (2003) en het boekenweekessay De toekomst van de stad (2005). Spruyt is getrouwd en heeft vier zoons.

De spreuk van Bart Jan Spruyt

Je bent wat je bent, en dat hoef je niet te bewijzen.
“Dit motto, ontleend aan een opera van Strauss, schrijf ik altijd in mijn agenda’s. Deze spreuk richt zich tegen het streven naar maatschappelijke erkenning en populariteit. Je moet vrij en onafhankelijk durven denken, op grond van een innerlijke overtuiging: ‘Dit is waar, dit leidt ons op het goede pad.’ Alles wat tot andere paden leidt, negeer, weerleg, bestrijd het. Ga niet meepraten, of jezelf aanpassen – de grote zonde van aardig gevonden willen worden.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons