Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Grootouders in de opvoeding:

Waar bemoei je je mee?

in Geloven

Opa’s en oma’s heb je in allerlei soorten en maten. De één op afstand, de ander naast de deur. Er zijn oppasopa’s, maar ook grootouders die zich in de opvoeding bewust wat afzijdig houden. “Grootouders die voortdurend zuchten en steunen omdat ze het zo druk met hun kleinkinderen hebben – dat kan nooit de bedoeling zijn.”

Driekwart van alle volwassenen wordt op een dag opa of oma, stelt Phill Williams. Hij is oud-leraar, onderwijspsycholoog en auteur van het boek The Insider’s Guide to Being a Brilliant Grandparent. “Dit betekent dat miljoenen mensen een nieuwe relatievorm moeten aanleren, met hun kleinkinderen. Wie denkt dat je zoiets niet hoeft te leren, kan zich vergissen. Modern grootouderschap vereist bekwaamheid.”

Maar ben je als grootouder nu mede-opvoeder van je kleinkind of vooral oppasser? Feit is dat veel opa’s en oma’s worden ingezet in de opvang van kinderen, zo blijkt uit onderzoek van Ook!, een tijdschrift voor opa’s en oma’s. Zeker negentig procent van de ondervraagde grootouders past op, in de helft van de gevallen op vaste dagen in de week.

Lusten
Toch is de rol van opa of oma lang niet altijd duidelijk, merkt Marga Schiet. Zij is auteur van het boek Opa’s en oma’s van nu (uitgeverij Truth & Dare) en als pedagoge werkzaam voor de advieslijn van Ouders van Nu. “Vaak heeft het te maken met een gebrek aan communicatie hierover. Gelukkig gaat het meestal goed, maar op het moment dat grootouders een actieve rol krijgen in de opvoeding, kan dat een grote bron van spanning zijn. Daarom is het heel wijs om als ouders en grootouders eerst goed in gesprek te gaan om elkaar je wensen, grenzen en verwachtingen duidelijk te maken.”

Haar zoon koos ervoor om haar als oma buiten de dagelijkse gang van zaken in zijn gezin te houden. “Hij wil dat ik er alleen ben voor de leuke en bijzondere momenten en voor de keren dat het echt nodig is. Desondanks zie ik mijn eigen kleinkind van twee jaar en stiefkleinkind van één vaak. Ik wist niet dat het zo leuk zou zijn om oma te worden.” Lachend: “Het is heerlijk dat je vooral de lusten en niet zozeer de lasten hebt. Toch zie ik om me heen ook andere voorbeelden. Grootouders die voortdurend zuchten en steunen omdat ze het zo druk met hun kleinkinderen hebben – maar dat kan nooit de bedoeling zijn.”

Zó wordt u een superopa of -oma:

  • Bevestig als grootouder de ouders;
  • Geef alleen adviezen als je erom gevraagd wordt en altijd als een suggestie;
  • Wees duidelijk in wat je wel en niet wilt en maak afspraken;
  • Accepteer het als ouders hun kind liever naar de crèche brengen;
  • Positief verwennen is prima, ongezond bederven niet;
  • Respecteer de opvoedregels van de ouders en wees duidelijk over je eigen huisregels;
  • Realiseer je dat je kleinkinderen niet jouw kinderen zijn;
  • Moeite met de opvoeding? Vraag de ouders hoe zij met moeilijke kwesties omgaan;
  • Gebruik een schrift om gebeurtenissen van een oppasdag te noteren;
  • Sluit in je opvoedstijl zo dicht mogelijk aan bij de ouders;
  • Realiseer je dat vroeger écht niet alles beter was;
  • Ga niet concurreren met de eventuele opa en oma aan de andere kant;
  • Leef het geloof voor en dring het niet op;
  • Grootouder op afstand? Neem een computercursus om te kunnen e-mailen;
  • Ook als je geen kleinkinderen hebt, zijn er nog kinderen die een opa of oma kunnen gebruiken, bijvoorbeeld een kerkopa of een buurtoma.

Koesteren

Willy Bakker-Huizinga is opvoeddeskundige en schrijfster van boeken over opvoeding. Ook zij is oma en krijgt dezelfde glimlach op haar gezicht als ze over haar kleinkinderen praat. “Toch hebben natuurlijk niet alle kinderen een opa of oma, net zoals niet elke oudere zich trots opa of oma kan noemen. Daarom mag je erg dankbaar zijn wanneer je als kleinkind en grootouder een goede relatie hebt. Maar door factoren als echtscheiding, verstoorde communicatie, gezondheid, afstand of overlijden is dat helemaal niet vanzelfsprekend. Koester je opa of oma dus, koester je kleinkind!”

Naast het niet hebben van een kleinkind bestaat er ook zoiets als grootouderverdriet, meent Bakker. “Zonder nu de indruk te willen wekken dat er veel kommer en kwel is, hoort – naast het enorme plezier – het verdriet er ook volwaardig bij. Opa of oma zijn, is niet altijd alleen maar leuk. Maar juist op dat grootouderverdriet lijkt een taboe te rusten. Maar meestal vergeten we opa of oma te vragen hoe het gaat als er iets verdrietigs gebeurt, als er sprake is van ziekte, afwijzing, kerkverlating of bijvoorbeeld echtscheiding.”

Koektrommel
Om de meerwaarde van grootouders in een gezin te benoemen, hoeft Bakker niet lang na te denken. Ze gebruikt termen als geborgenheid, aandacht, gezonde bevestiging en rust. “Kinderen hebben behoefte aan rust in een gestreste en ingewikkelde wereld; vaak is dat bij opa of oma meer te vinden dan thuis. Zij zitten in een heel andere fase en leiden over het algemeen een minder hectisch leven. Die rust is erg waardevol in de opvoeding van kinderen. Maak van die positie gebruik en ga bijvoorbeeld lekker met je kinderen de natuur in.”

Leuke dingen doen, hoort er helemaal bij, beaamt Marga Schiet. “De rol van verwenopa’s en -oma’s mag best wel in ere gehouden worden. Een keer lekker laat naar bed gaan als je bij opa of oma logeert, of ’s ochtends een keer samen snoepen uit de koektrommel, is natuurlijk fantastisch voor een kind. Het zou heel mooi zijn als je kleinkinderen zich veilig bij je voelen en met allerlei vragen bij je durven komen, zonder dat ze de angst hebben dat papa of mama het een dag later ook weet. Probeer die band intiem te houden, ook als ze in de puberteit raken.” “Maar,” vult Bakker aan, ”wil je een band opbouwen of echt iets betekenen voor je kleinkind, dan moet je daar wel ver vóór het tiende jaar mee beginnen. Anders zijn ze gevlogen en zullen ze zich niet met je identificeren of tot je aangetrokken voelen.”

Superoma Vetkamp

Het is een gezellige boel bij oma Vetkamp (69) in Hoogland. Haar zes kleinkinderen zwermen om haar heen en maken de ene na de andere grap. Oma zelf lacht er hartelijk om. De drie van dochter Anne Marie zijn Daniël (18), Jochem (16) en Job (13); drie van dochter Paula zijn Eva (14), Luc (12) en Lise (6). Op de vraag waarom hun oma met vlag en wimpel slaagt voor de superoma-test rollen de antwoorden over elkaar heen. Eva zegt dat ze graag met oma gaat shoppen en bij Luc loopt het water al uit de mond als hij hoog opgeeft van haar voortreffelijke gehaktballen. “Die van oma zijn het beste en ook zo lekker groot!”

Maar er is meer. Oma is ook erg ‘handig’, weet Job. “Want ze ruimt vaak onze slaapkamers op en als je eens een gat in je broek hebt, repareert ze die gelijk. Aardig, hè?” De jongste van zes durft niet zoveel te zeggen, maar is wel dol op haar oma, want “oma is lief”. Vaak neemt ze haar vriendinnetjes mee om bij oma te spelen.

Daniël, die zijn oma voortdurend in de maling neemt, herinnert zich een fietsvakantie. “We maakten met haar, en onze andere opa, op de fiets een rondje om het IJsselmeer en sliepen in kleine tentjes. Ook reed ze eens tot drie uur ’s nachts met de auto door het bos voor een dropping. Dat doet ze gewoon.”

“Ik schaam me totaal niet voor mijn oma,” stelt Jochem klip en klaar. “Ook al wil ze altijd alles weten en als eerste op de hoogte zijn van nieuwe vriendinnetjes. Daarom neem ik ze altijd mee, want oma moet het wel oké vinden. Heb je dat overleefd, dan ben je kennelijk geschikt.”

Onzeker

De verhouding ouders-grootouders is vaak heel teer, zeker als de laatsten (al dan niet goedbedoelde) opvoedadviezen geven. “Daar krijg ik veel vragen over van ouders bij mijn advieslijn,” vertelt Schiet. “Ze klagen dan over hun eigen ouders en weten zich geen raad hoe daar goed op te anticiperen. Mijn tip voor grootouders is: wacht op de vraag van je kind en kom pas daarna met adviezen. Anders maak je hen onnodig onzeker en daar heeft je kleinkind in ieder geval niets aan. Accepteer dat je maar een klein deel van de opvoeding ziet, en dat opvoeden in deze tijd heel anders is dan veertig jaar geleden. Laat je kind zelf uitzoeken hoe hij of zij het beste kan opvoeden en zet het opvoedproces niet onnodig onder spanning, ook al is zorg de drijfveer om je ermee te ‘bemoeien’.”

Zegen
Een unieke taak voor grootouders ziet Willy Bakker weggelegd in de geloofsopvoeding. “Ik herinner me een voorbeeld van Ingrid Trobisch, de vrouw van de bekende zendeling Walter Trobisch. Zij werd weduwe en ging verhuizen, waardoor ze ver bij haar kleinkinderen vandaan kwam te wonen. Maar iedere ochtend pakte ze een foto van een kleinkind en droeg die dag dat kind speciaal op in gebed. Dat vond ik zo’n mooie manier om betrokken te zijn, ook als er afstand is tussen je kleinkinderen en jou.

Zijn ze wel in de buurt, leef je geloof dan op een natuurlijke manier voor als ‘een leesbare brief’. Grijp niet elke gelegenheid aan om iets over God te vertellen, ook niet als je merkt dat er bij het kleinkind thuis nog maar weinig aandacht voor is. Zegen je kinderen en wees een geloofsvoorbeeld voor hen. Dat werkt beter dan steeds te vertellen wat ze niet mogen of zouden moeten doen. Vind rust in bijvoorbeeld Psalm 90:17: ‘Bevestig het werk van onze handen, het werk van onze handen, bevestig dat.’ De armen van grootouders zijn te kort, maar weet dat dit voor Gods armen niet opgaat.”

Superoma Radder

Emma Radder (21) komt niet dagelijks bij haar oma Radder (79) op de thee, maar kan het wel erg goed met haar vinden. Zelfs zo goed dat ze afgelopen zomer samen op vakantie zijn geweest. “Het was zo’n georganiseerde reis voor oudjes en ik was de enige jongere. Heel apart, maar erg leuk,” vertelt Emma. “Onderweg stopten we om de anderhalf uur en op een van die pauzemomenten zag ik de ballenbak. Ik zei: ‘Oma, kom op, u gaat even in de ballenbak en dan maak ik een leuke foto.’ Ze deed het ook nog, al moest ik haar wel wat helpen, omdat ze niet meer zo goed ter been is.”

Volgens Emma gaat haar oma het liefst op vakantie naar de Noordkaap of Israël, maar dat zit er helaas voor haar niet meer in. “Nu vaarden we vier dagen op de Donau en sjeesde ik oma in haar rolstoel door Wenen. Zo intensief optrekken met alleen maar oude mensen had ik nog nooit gedaan. Soms was het best vermoeiend, maar vooral ook heel leuk en leerzaam. Ik heb oma veel beter leren kennen en ik vind haar een echte superoma. Soms kan ze wat eigenwijs zijn als ze iets nodig heeft, maar er niet om vraagt. Maar ze bedoelt het goed en kan altijd heel humoristisch uit de hoek komen.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons