Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Herinneringen aan een nieuwe toekomst

Kees van der Staaij

in Nieuws

Een grote, bruine deur biedt toegang tot het kantoorpand van Adoptiebureau Wereldkinderen. Dé plek van SGP-Kamerlid Kees van der Staaij. Als hij op de trap voor de ingang staat, kijkt hij achterom: “Elke keer als ik hier weer voor de deur sta en de bel indruk, moet ik denken aan de eerste keer dat ik hier samen met mijn vrouw stond. Hier ging de deur open naar het adopteren van onze kinderen.”

Het kantoor van Wereldkinderen steekt wat grauw af tegen de prachtige, witte huizen in de Indische buurt van Den Haag. Ernaast ligt de trambaan met halte Riouwstraat, waar mensen in- en uitstappen. Hoewel het gewoon ‘een’ kantoorpand in Den Haag is, heeft dit gebouw voor Van der Staaij een belangrijke betekenis in zijn persoonlijke leven. “Het is een plaats die heel veel herinneringen oproept en dat maakt het tot een bijzondere plek. Mijn vrouw, Marlies, en ik gingen hier nooit zomaar, neutraal naartoe; we waren altijd spannings- en verwachtingsvol. Als je net de toestemming van Justitie hebt gekregen om te mogen adopteren – dan heb je al een heel traject afgelegd – ben je in een beslissende fase van de adoptieprocedure. Je moet voor een bemiddelaar kiezen en Wereldkinderen is er daar een van.”
Nog voor we goed en wel binnen zijn, pakt hij al een boekje uit de knapzak. Liefs uit Bogotá, het verhaal dat Kees en Marlies in 2004 schreven over hun adoptieprocedure. Hij leest er een gedeelte uit voor: ‘Heel spannend vinden we het bezoek dat we aan Wereldkinderen brengen. We staan voor de grote, bruine deur en kijken elkaar aan. Hier zullen belangrijke beslissingen voor ons leven worden besproken.’ Dan kijkt hij op: “Deze deur die openging, was de toegang tot het adopteren van onze kinderen.”

Eerste foto’s
Na een druk op de bel laat een vriendelijke dame ons binnen. Kees kijkt aandachtig rond en lijkt de herinneringen op te snuiven. In 1999 waren hij en zijn vrouw hier voor de eerste keer. “Hier ergens was volgens mij een wachtkamer waar we moesten plaatsnemen,” zegt Kees zacht. “Alsof we bij de dokter zaten,” voegt hij er glimlachend aan toe. Via de trap loopt hij naar de bovenste verdieping, naar de kantoorruimte van de directeur – Kees kent haar nog van eerdere bezoeken. Op deze plek zagen ze de eerste pasfoto’s van hun kinderen. Hij pakt Liefs uit Bogotá er weer bij en leest voor over dat moment: ‘Even later zitten we gebogen over een donkere kopie dat het pasfotootje van onze Michaël moet voorstellen. We kunnen er amper een hoofdomtrek in ontwaren, laat staan een gezichtje. Maar dat geeft niets. We houden allebei al van hem: dit is ons kind! Nog een aantal dagen, dan hopen we hem in het echt te zien!’ Hij slaat het boekje dicht en zegt: “Apart dat je op het moment dat je het fotootje hebt gezien, het kind al in je hart sluit en er al alles voor zou willen doen. Terwijl het eigenlijk nog een vreemd kind voor je is. Dat gevoel had ik ook toen we hem daadwerkelijk in onze armen hadden. Het is niet iets waar je langzaam aan moet wennen; je houdt gelijk zielsveel van zo’n kind. Heel bijzonder.”

Kinderloos
Hoewel Kees en Marlies al voor hun huwelijk over de mogelijkheid van adopteren spraken, – adoptie kwam al voor in de familie van Marlies – was het allerminst een vanzelfsprekende keuze. Een periode van verdriet over hun kinderloosheid, en van beslissingen nemen lag nog dicht achter hen. Kees: “Toen al vrij snel in ons huwelijk bleek dat wij langs natuurlijke weg waarschijnlijk geen kinderen zouden krijgen, brak er een moeilijke en verdrietige tijd aan. Het raakte ons heel diep, juist omdat we er erg naar uitzagen om voor kinderen te gaan zorgen. Daarbij hadden we het gevoel dat we op een beslissende driesprong stonden, waarbij ook de vraag naar Gods leiding centraal stond: betekent dit dat we het beste kinderloos kunnen blijven, waardoor we mogelijkheden hebben die we anders misschien niet zouden hebben? Of gaan we toch verder met medische behandelingen? Aan die laatste optie zaten voor ons zoveel ethische en psychische moeilijkheden verbonden, dat we daar weinig in zagen. Een derde mogelijkheid was adopteren. Dat is echter geen beslissing die je van de ene op de andere dag neemt of waarbij je wat plussen en minnen op een rijtje zet. Het is echt een beslissende keuze, waarin we ons heel klein en afhankelijk voelden. We legden dat ook in gebed aan de Here voor: wat is Uw weg in ons leven? Uiteindelijk was voor ons allebei het adopteren van kinderen datgene waar we ons het meest toe aangetrokken voelden en waarvan we geloofden dat het goed was om die weg te gaan. Wel bleef het ons gebed dat het afgebroken zou worden als het niet de goede weg was. Toen we eenmaal de keus hadden gemaakt en de procedure waren ingegaan, werd het inderdaad bevestigd en hebben we nooit meer getwijfeld of we er wel goed aan deden.”

Onzekerheid
Voor wie eenmaal kiest voor adoptie, breekt een jarenlange periode van formaliteiten regelen, wachten en onzekerheid aan. Vooral dat laatste aspect vond Kees een van de moeilijkste kanten van de procedure. “Als je weet waar je aan toe bent, – je moet drie, vier of vijf jaar wachten – weet je waar je uitkomt. Maar er was eigenlijk constant onzekerheid. Het kan één jaar duren, maar ook drie jaar, er kan iets veranderen in het land waardoor het niet doorgaat... We hadden op een gegeven moment onze koffers klaarstaan om af te reizen naar Colombia, maar vervolgens duurde het nog maanden voor we daadwerkelijk konden gaan. De babykamer hebben we zelfs weer even omgebouwd tot logeerkamer. Daarnaast informeren mensen in je omgeving er ook steeds naar – wat heel fijn is, maar het was moeilijk om verder je leven te leiden en te doen of je er niet op zat te wachten. Het was goed dat we beiden ons werk hadden, ik als Tweede Kamerlid en Marlies als verpleegkundige. Dan zit je er tenminste niet letterlijk op te wachten.

Bovendien, de hele procedure en alle paperassen zijn enorm. Daar waren we weken zoet mee.” Om dat te onderstrepen haalt hij twee uittreksels uit het geboorteregister uit de knapzak, beide met een stempel van het consulaat in Den Haag en Amsterdam als bewijs dat het geen valse papieren waren. Ook een uittreksel uit het huwelijksregister, en een gezondheidsverklaring met een handtekening van de huisarts. “Met dat tweede formulier moesten we weer naar de notaris om te bevestigen dat die handtekening van de dokter afkomstig was. Daar moesten we vervolgens mee naar de rechtbank in Den Haag om te bewijzen dat die handtekening van de notaris echt van de notaris was.” Hij zucht lachend: “Een heel gedoe, ja. Aan de andere kant: we konden iets doen en dat gaf een goed gevoel; alles beter dan afwachten. We vroegen ons hooguit af of het hier en daar niet wat bureaucratisch was. En de gesprekken met de Raad voor de Kinderbescherming gingen vrij ver. Dan vroegen ze bijvoorbeeld: ‘Stel, je kind is puber en wil iets wat jij niet wilt; hoe ga je daarmee om?’ Terwijl we nog geen kind in onze armen hadden gehad! Anderen zeiden wel eens tegen ons: ‘Als je kinderen via de natuurlijke weg krijgt, hoef je toch ook geen diploma te halen en gesprekken te voeren met de kinderbescherming?’ Maar dat er bepaalde eisen gesteld worden aan adoptieouders, is goed. Het gaat om het adopteren van kinderen van wie afstand is gedaan door ouders die er zelf niet voor kunnen zorgen. Dan vind ik het terecht dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar waar die kwetsbare kinderen terechtkomen.”

Vlaggetje
“Waarom wij kozen voor Colombia? Een belangrijke rol speelde het feit dat we kinderen in onze omgeving kenden die uit dat land komen en in die tijd dat wij in de procedure zaten, kwamen er veel jónge kinderen uit Colombia. Dat sprak ons erg aan. We wisten bovendien dat er in Colombia vaak veel achtergrondinformatie over de kinderen beschikbaar was.” Hij pakt het Colombiaanse vlaggetje uit de knapzak. “Deze hebben we daar gekocht. Hij staat bij ons op de overloop, en ik heb er een op mijn bureau in Den Haag.”

Daar, in zijn werk in de politiek, kreeg de adoptie van zijn twee kinderen voor Kees een extra dimensie. Naast woordvoerder buitenland, is hij woordvoerder adoptiezaken, en door de lange verblijven – in totaal meer dan vier maanden – in Colombia is hij bovendien zeer betrokken bij de ontwikkelingen in dat land. “Ik zeg wel eens: ‘Ik heb eigenlijk het hele land een beetje geadopteerd.’ Zeker omdat daar een intense ontheemdenproblematiek is; miljoenen mensen moeten vluchten voor de gewapende conflicten, terwijl dat eigenlijk maar snippertjes zijn in de media. Dat geeft mij extra inspiratie om vergeten conflicten onder de aandacht te brengen. En juist ook door onze contacten in Colombia, voel ik me betrokken bij de zorg voor kinderen in moeilijke omstandigheden.”

Vreugde
Uiteindelijk konden Kees en Marlies twee Colombiaanse kinderen adopteren: Michaël en Camila. “In Nederland is dit voor mij wel dé plek, ja. Maar in Colombia zijn er ook plaatsen die een grote rol hebben gespeeld. Het kindertehuis bijvoorbeeld, en de woning van de directrice waar we de kinderen kregen.”

Bijzonder vindt Van der Staaij de vreugde die de adoptie nog steeds geeft. “Vooral in die begintijd blíjf je eigenlijk de vreugde beleven. Eerst kregen we het telefoontje dat er een kindje voor ons was. Dat is al een supermoment dat je met iedereen deelt. Toen Marlies gebeld werd, was ze bij een bijeenkomst, waar ze ineens riep: ‘We hebben een zoon!’” Kees schiet in de lach: “De mensen om haar heen kregen ogen als schoteltjes, zo van: hebben we iets gemist? Daarna de reis naar het land, maar ook de aankomst op Schiphol met het kind op onze armen. Vervolgens het bezoek thuis; je blijft het beleven. En nog steeds zijn we ontzettend enthousiast. We hebben nooit een seconde spijt gehad en zijn heel dankbaar dat het allemaal zo goed gaat. Want er zijn ook genoeg verhalen van kinderen of ouders bij wie er zorgen zijn. We ervaren tot op de dag van vandaag de vreugde om ouders van deze kinderen te mogen zijn. Het is en blijft zonder meer het kostbaarste geschenk in ons leven en het is ook niet iets waarvan je zegt: ‘Dat hebben we achter de rug’, om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag. Het is in die zin een levenslang proces. En natuurlijk zijn het gewone kinderen, maar de adoptieachtergrond blijft er altijd doorheen lopen. Ze zijn nu 7 en 4 jaar en het is een normaal onderdeel van hun leven. Dat bleek ook wel toen er in onze omgeving een kindje werd geboren: Michaël en Camila zijn met het vliegtuig gekomen, waardoor bij Michaël de vraag leefde met welk vliegtuig díe baby dan gekomen was. En toen bij Camila onlangs haar geboortemoeder ter sprake kwam, die niet voor haar kon zorgen, accepteerde zij dat als een normaal feit. Terwijl ze het tegelijk moeilijk vindt om te doorgronden dat het ook anders kan, want toen vervolgens een vriendje van Michaël over de vloer kwam, vroeg ze enthousiast: ‘Hoe heet jouw geboortemoeder eigenlijk?’”

Uit de knapzak haalt Kees de twee aankomstkaartjes. Voorop een foto van de baby’s. Hij leest dat van Michaël voor:
‘De hand van God
Verbond ons lot
Als een kostbaar geschenk
Is dit leven
In onze handen gegeven.’

Zomerserie 'De plek'

Wie heeft ze niet? Plekken waar herinneringen liggen, waar belangrijke gebeurtenissen plaatsvonden waar we met plezier, of misschien wel met weemoed aan terugdenken. Visie portretteert deze zomer acht mensen op hún plek, met hún verhaal. In een knapzak nemen ze voorwerpen mee die de herinnering weer levend maken. Deze week: Kees van der Staaij.

Wie is Kees van der Staaij?

Mr. C.G. van der Staaij werd geboren op 12 september 1968. Sinds 1998 is hij Tweede Kamerlid voor de SGP. Van der Staaij is getrouwd met Marlies en samen adopteerden zij twee kinderen uit Colombia. Michaël in 2001 en Camila in 2003. In 2004 schreven zij het boek Liefs uit Bogotá, ons verhaal over adoptie (uitgeverij Boekencentrum).

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons