Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Fotojournalist Sjaak Verboom: 'Licht is de schaduw van God'

in Geloven

Wie heeft ze niet? Plekken waar herinneringen liggen, waar belangrijke gebeurtenissen plaatsvonden waar we met plezier, of misschien wel met weemoed aan terugdenken. ‘Visie’ portretteert deze zomer acht mensen op hún plek, met hún verhaal. In een knapzak nemen ze voorwerpen mee die de herinnering weer levend maken. Deze week: Sjaak Verboom.

Koude windvlagen rollen over een uitgestrekte, nagenoeg kale vlakte onder dreigende wolken. Zo’n dertig jaar geleden wandelde fotojournalist en auteur Sjaak Verboom (50) voor het laatst over deze zandverstuiving, dichtbij zijn geboorteplaats Harderwijk. Nóg langer geleden speelde hij hier met schoolvriendjes op en rond een nu verdwenen legertank. Een plek waar zijn herinneringen herleven, en lijnen naar het heden zichtbaar worden.

Gehuld in een stoer jack en lichtblauwe spijkerbroek plant Verboom zijn voeten stevig in het zand, midden op de weidse vlakte. “Hier was het. Hier stond die ontmantelde, zwartgeblakerde tank.” Hij prikt de stok van zijn knapzak in de grond, die nog nat is van de regen. Juist op dat moment raast een F-16 door de loodgrijze lucht. De fotograaf staart het gevechtsvliegtuig na, het hoofd in de nek. Sinds zijn jongensjaren is hij meer dan hem lief is geconfronteerd met oorlogstuig. Nog maar enkele maanden geleden moest hij per tank vluchten uit Tsjaad, toen rebellen vanuit buurland Soedan oprukten en de situatie te gevaarlijk werd. Wie veel reist, kan veel verhalen.

Boompje

Na een geslaagde proefopdracht trad Sjaak Verboom als 21-jarige autodidact in dienst bij het Reformatorisch Dagblad. Voor deze krant maakte hij sindsdien als ‘beeldjager’ talloze reizen naar allerlei bestemmingen, ver weg en dichtbij. Dit jaar is hij voor zichzelf begonnen, en dat bevalt hem naar eigen zeggen uitstekend. Buitenlandse reizen staan nog steeds op zijn programma, voor diverse opdrachtgevers.
Uit de knapzak vist hij een flesje water en een kleine schep. Energiek beent hij naar een idyllisch vennetje, iets verderop. “Ik ben niet zo’n tuinman,” vergoelijkt hij grijnzend, terwijl hij met enige moeite een boompje uit de zandverstuiving graaft. “Een fraai exemplaar,” zegt hij goedkeurend.
Precies tussen twee brede bandensporen in, op een kleine verhoging, maakt hij een kuil voor het boompje. Een beetje water eroverheen, en klaar is Kees. “Waarschijnlijk overleeft ‘ie het niet, maar het gaat om de symboliek – daar kom ik straks wel op terug.” Terwijl de Visie-fotograaf het tafereel vereeuwigt, houdt vakgenoot Verboom de wolkenlucht in de gaten, die hier en daar openbreekt. “Nu heb je mooi licht.”

Schaduw

Van licht, in al z’n rijke schakeringen, is het werk van de fotojournalist volledig afhankelijk. Op een zonnewijzer trof Verboom ooit een fraaie spreuk aan, die hij op de homepage van zijn website plaatste: ‘Licht is de schaduw van God.’ “Dat vind ik ontzettend mooi gevonden,” zegt hij enthousiast, terwijl hij op de grond gaat zitten voor dit gesprek. “Fotograferen betekent letterlijk zoiets als ‘schrijven met licht’. Als mens, maar ook als christenfotograaf ben ik vaak bezig met de vraag: ‘Wie is God en waar is Hij in deze wereld?’ Dat blijft een mysterie. Waarom gebeuren er dingen zoals in Sarajevo, zoals in Rwanda, en noem maar op? ‘Licht is de schaduw van God...’ In het licht dat ik met mijn beelden vang – ik doe eigenlijk niets anders dan dat: het licht vangen dat mensen of voorwerpen teruggeven –, zie je misschien soms iets van God. Iets van Zijn handelen.” Voor een nadere inkleuring van dat ‘iets’ is hij huiverig, zo blijkt. “Ik kerk in een evangelische gemeente; in de evangelische beweging wordt teveel geduid, vooral in de liederen. Alsof het altijd klip en klaar is Wie God is, waar Hij is en wat Hij wil. Als je een beetje om je heen hebt gekeken in deze wereld, kun je dat niet meer zeggen. Ik niet, althans.”

Berlijnse Muur

Sjaak Verboom legt uit waarom hij, naast een flesje water en een schep, onder andere een foto van de Berlijnse Muur heeft meegenomen naar deze kale zandvlakte – het speelterrein van zijn jonge jaren. “De val van de Muur was een kantelpunt in de geschiedenis. En ik stond erbij met mijn camera, bij de Brandenburger Tor. Er werd gezongen, gefeest. Het was ongelofelijk! Er kwamen mensen ‘van de andere kant’, die echt hun ogen uitkeken: ‘Dit is nu het paradijs waar we alleen maar van hebben horen spreken.’ Ze stonden met open monden voor de etalages van Mercedes-Benz, voor de peepshows van West-Berlijn. Het was een onvoorstelbaar moment, waarvan we – ook ik, in mijn naïviteit – dachten: ‘Nu de dreiging vanuit het Oosten, nu de Koude Oorlog voorbij is, kunnen zo’n beetje alle problemen in de wereld worden opgelost.’”
Destijds deelde Verboom de droom dat de mensheid kon beginnen met het opbouwen van een mooiere wereld. Een beetje utopisch, geeft hij toe. “Maar,” nuanceert hij, terwijl hij een lege kogelhuls opraapt uit het zand, “door de val van de Muur is zo’n tank als hier stond, verdwenen. Datzelfde geldt voor de drie kazernes die Harderwijk in mijn jeugd telde. Die zijn allemaal weg, omdat de Muur viel en de Koude Oorlog voorbij was.”

Fort Europa

Veel van wat hij na die historische momenten in Berlijn heeft gedaan, houdt er volgens hem op enige manier verband mee. “Ik heb sindsdien regelmatig reizen gemaakt, ook naar de voormalige Oostbloklanden. Na 1989, toen die oude wereldorde onverwacht wegviel, zag ik dat Europa veranderde in Fort Europa. Er is een enorme tweedeling in de wereld gekomen, van mensen die binnen de grenzen van het Westen – inclusief Amerika – wonen, en degenen die erbuiten staan. Als fotograaf kan ik me vrij bewegen: over die grens heen en weer terug, als een pendelaar. Het is een soort rode draad aan het worden in mijn leven dat ik de mensen die achter het ‘nieuwe gordijn’ wonen, in Afrika, Azië en Zuid-Amerika, zichtbaar wil maken voor ons, westerlingen hier in Europa. Mijn drive is die gescheiden werelden met elkaar te verbinden. Ik wil hun verhaal vertellen. Er is méér dan ‘onze wereld’. Fotografie, film en taal zijn mijn instrumenten. Het moet zich nog wat uitkristalliseren, maar daar zoek ik naar, naar het slaan van een brug. Sinds mijn reizen door Israël ben ik gegrepen door de gelijkenis over de barmhartige Samaritaan. Daaruit leer ik dat het God niet gaat om religie. Wat is volgens Jezus de kern van ons bestaan? God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf. Daarvoor moeten we de naaste eerst zíen. Hij moet zichtbaar worden gemaakt. Dat kan ik: ik ben fotograaf, ik film en ik schrijf. En dan maar hopen dat mijn publiek niet bestaat uit priesters en Levieten...”

Voltreffers

Terwijl zijn altijd opmerkzame ogen het desolate landschap overzien, zegt hij: “Deze plek roept allerlei herinneringen bij me op. Als ik erover nadenk, zeg ik: ‘Wat was het een mooie tijd, mijn kinderjaren.’ Die enorme onbevangenheid... Dat ik als kind een tank – uiteindelijk een moordwapen – als speelgoed zag, daar zit een mooie symboliek in. Toen ik nog op de lagere school zat, was dit onze speeltuin. De fietsen zetten we daar, aan de rand van het bos. Ik kwam hier met klasgenootjes en vrienden uit de buurt. Maar ook wel met mijn broertjes. Vooral met de broer die zes jaar onder mij zat.”
Eén huiveringwekkend moment staat hem nog helder voor de geest: “Ik speelde samen met mijn broertje op en rond de tank. Die stond hier als militair doelwit. Het gevaarte was volledig uitgebrand – kennelijk na een aantal voltreffers – dus we werden er nogal zwart van. Opeens zag ik vanaf de bosrand een aantal legertanks op ons af komen. Ze wierpen enorme stofwolken op. Plotseling voelde ik mijn verantwoordelijkheid voor mijn broertje. Ik riep tegen hem dat we snel bovenop de tank moesten klimmen en rechtop moesten staan, zodat ze ons zouden zien. Gelukkig liep het goed af. Gek eigenlijk, dat we zomaar op een militair oefenterrein konden spelen. Nu is dat ondenkbaar.”

Rebellen

Verboom maakt een gedachtesprong in de tijd: “Afgelopen februari ben ik opnieuw met tanks geconfronteerd. Dat was in Tsjaad, waar ik foto’s en filmopnames maakte. Op een gegeven moment vielen de rebellen vanuit Soedan binnen. We zijn halsoverkop vetrokken om hen voor te blijven. Gelukkig waren we op tijd in de hoofdstad, die direct werd afgegrendeld. Middenin de nacht belde de Franse ambassade. Wonderlijk dat men ons wist te vinden, want we zaten in een verlaten hostel. Men vroeg of we die nacht nog wilden verkassen naar een compound, waar de Franse mariniers ons zouden beschermen.”
De volgende ochtend hoorde hij in de verte schieten. Maar binnen de kortste keren klonken de schoten vlak naast hem, op amper twintig meter afstand. “Het huis stond te dreunen op zijn grondvesten; we lagen allemaal plat op de vloer, terwijl het pleisterwerk van de muren stortte. Maar alles went: na anderhalf uur waren we aan de herrie gewend. De Franse eigenaar krabbelde overeind en ontkurkte een paar flessen wijn. Ik heb anderhalve dag in dat huis gezeten, samengepakt met een aantal wildvreemden, onder bescherming van Franse mariniers. Eigenlijk een heel mooie ervaring. Uiteindelijk zijn we geëvacueerd met een Franse tank.”

‘Haar voeten zijn stompjes en een groot deel van haar vingers is ze kwijt’

Lepra

Tijdens diezelfde reis naar Tsjaad maakte hij ook foto’s van mensen die getroffen zijn door lepra, in opdracht van Leprazending. Verboom laat een portretfoto zien van een in kleurrijke kleren gestoken vrouw. “Haar voeten zijn stompjes en een groot deel van haar vingers is ze kwijt. Ze was uitgestoten door de gemeenschap. Toen hulpverleners haar aantroffen, verstrekten ze medicijnen om de ziekte te stoppen. Ook gaven ze een ezel, waardoor ze weer mobiel is. Met die kapotte handen maakt ze nu prachtig borduurwerk. Verder heeft ze opnieuw een huisje om in te wonen. Ze is helemaal opgeleefd. Wíj zijn geneigd te zeggen: ‘Die vrouw heeft nog steeds helemaal niets!’ Maar zij kan weer leven. En ze lééft ook! Dat wil ik steeds onder de aandacht brengen. Je moet het niet romantiseren en al helemaal niet idealiseren, maar je ziet – met name in Afrika – dat mensen die heel weinig hebben, toch een levenskracht bezitten die ons te denken moet geven. Zo kan ik als fotograaf via beelden perspectieven bieden die voor ons in Europa genezend en heilzaam kunnen zijn. Ik moest aan deze door het lijden getekende en toch levenslustige vrouw denken toen ik het recente debat over embryoselectie in de Kamer fotografeerde. Is het niet bizar dat wij bepalen dat een kind dat later mogelijk ziek wordt beter niet kan leven? Bekijk zo’n vraagstuk eens vanuit mondiaal perspectief. Dan heeft het bijna iets van een euthanasieverklaring voor tachtig procent van de wereldbevolking...”

Sarajevo

“Dát is een mooi verhaal!” zegt Sjaak als hij de derde foto erbij pakt: een zwart-witbeeld van een gebrandschilderd raam, waarop de gekruisigde Christus is afgebeeld. “Dat was in Sarajevo, december 1995. Die stad is jarenlang onafgebroken beschoten vanaf de omringende heuvels. De meest verschrikkelijke dingen zijn er voorgevallen. Mortiergranaten op markten en scholen. Sluipschutters. Sniper alley, een passage waar mensen doorheen moesten zien te komen terwijl sluipschutters vanuit flats uit de omgeving op hen schoten. Vreselijke verhalen. Ik ging voor de krant naar deze stad toen de ergste strijd achter de rug was.”
Terwijl hij op een dag met zijn camera door de straten van Sarajevo liep, hoorde hij vanuit de grote kerk in het centrum muziek komen. “Ik vroeg me af wat voor plek dat zou zijn, een kerk in oorlogstijd. Binnen bleek dat, ondanks het feit dat geen gebouw in Sarajevo ongeschonden was, alle gebrandschilderde ramen van die kerk nog in goede staat waren. Behalve dit ene raam van de Gekruisigde. Een kogel of een granaatscherf had Jezus’ hart eruit geslagen. In dat beeld zag ik een grote symbolische betekenis; dat Hij daar aanwezig was als de Gekruisigde in die stad, en dat Hij op de een of andere manier die kogel heeft opgevangen. Dat trof me enorm.”
Later kwam hij opnieuw in Sarajevo. Tot zijn spijt ontdekte hij dat het kapotte kerkraam was gerestaureerd. “Het zou een sterk symbool geweest zijn als het geschonden was gebleven – de lijdende Knecht des Heren, de Zoon des mensen, Die als de Lijdende aanwezig was in de zwartste nacht van deze stad.”
Secondenlang is op de zandverstuiving alleen de rusteloze stem van de wind te horen. Dan: “Je wordt er niet vrolijk van als je ziet wat mensen elkaar aandoen. Daarom vind ik het zo mooi, als ik eraan terugdenk, dat ik hier als kind zo onbevangen kon spelen. Al dat oorlogstuig moet er eigenlijk helemaal niet zijn. Vandaar dat ik een boompje wilde planten op de plek waar vroeger die tank stond. Misschien kunnen mensen – en dieren – straks in de schaduw ervan zitten. Dat lijkt me een vreedzamer gebruik van dit stukje grond. De woestijn zal bloeien als een roos, belooft de Bijbel. Een roos redt het hier niet, maar dit boompje misschien wel.”

Fotograaf en schrijver

Sjaak Verboom (1957) is fotojournalist en schrijver. Als fotograaf sleepte hij diverse prijzen in de wacht. In 2003 verscheen zijn eerste roman, Brandglas. Daarna publiceerde hij De val van Aleph (2005) en de novelle Droomkind (2008). Info: www.sjaakverboom.nl

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over