Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Ds. Arenda Haasnoot:

‘Ik raak steeds meer onder de indruk van Gods grootheid’

in Nieuws

Gepassioneerd en authentiek. Die woorden typeren ds. Arenda Haasnoot misschien wel het beste. Met passie vertelt ze over de Bijbel en wil ze moeder van haar drie kinderen zijn, maar met evenveel hartstocht woont ze vergaderingen bij van de synode van de Protestantse Kerk en staat ze op de kansel. “Dit is mijn roeping. Hier ben ik op mijn plek.”

In april vorig jaar werd de 34-jarige ds. Haasnoot verkozen tot vice-voorzitter van de Protestantse Kerk. Daarnaast is ze sinds drie jaar predikant in de PKN-gemeente (gereformeerd) van Geldermalsen. “Mijn hart ligt daar, waar ik iemand verder kan helpen in zijn geloof, of waar ik mensen in aanraking kan brengen met de kern, namelijk dat ze Christus in hun leven nodig hebben.” Voor het echter zover was dat ze dit met hart en ziel van de kansel kon uitdragen, heeft ze behoorlijk wat strijd moeten leveren, ook met zichzelf. Geboren in Katwijk aan Zee, groeide ze op in een traditioneel gereformeerd gezin. Daarin was ze al anders dan andere kinderen; de meesten waren hervormd. “Sommige kinderen mochten zelfs eigenlijk niet met mij spelen, zeiden ze, omdat ik van een andere kerk was,” vertelt ze.

Tot haar tienerjaren ging ze trouw met haar ouders mee naar de kerk. Toen enkele familieleden overleden, drongen de echte levensvragen zich aan haar op. In die tijd leerde ze een aantal evangelicale jongeren kennen, met wie ze meeging naar hun samenkomst. Toen ze een jaar of 15 was, maakte ze een bekeringsmoment mee en gaf ze haar leven aan Jezus. “In die tijd kreeg ik echt een drang om mijn geloof uit te dragen. En die drang ben ik eigenlijk nooit meer kwijtgeraakt.”

Theologiestudie
“Eerst wilde ik graag de zending in, maar dat verlangen verdween na verloop van tijd. Ik koos voor de verpleging en keerde in die periode terug naar de gereformeerde kerk, omdat ik me niet echt meer thuis voelde bij de evangelischen.” Een aantal jaren van zoeken volgde. “Ik merkte dat het geloof mij niet meer zo raakte als voorheen, tot ik een oude vriendin tegenkwam, die zei: ‘Waarom studeer je geen theologie?’ Die vraag bleef hangen en opende eigenlijk de deur om deze studie te gaan volgen. Als het niet mijn weg zou blijken te zijn, zou ik weer de verpleging ingaan. Maar terwijl ik met de theologiestudie bezig was, kwam die passie voor het geloof terug! Ik ervaarde het als de bevestiging dat dit mijn plek was.”

In die tijd waren er nauwelijks vrouwen in het ambt. In hoeverre speelde voor u de vraag of u wel predikant mocht worden?
“De worsteling of ik dit wel mocht doen als vrouw, die twijfel, is er altijd geweest. Tot ik stage liep en voor het eerst moest preken. Met trillende benen ging ik de kansel op, maar toen ik daar eenmaal stond en de Bijbel opendeed, wist ik dat ik dit mocht doen. En ook na die eerste keer werd ik er alleen maar in bevestigd. Ik weet mij ertoe geroepen.”

Steekt die twijfel nog wel eens de kop op?
“Nee. Hoewel ik toch wel gevoelig blijf voor de teksten van Paulus, met name die van 1 Korinte 14. Hij is daar best scherp. En hoe heeft hij het nu precies bedoeld? Aan de andere kant: lees eens hoe Paulus met vrouwen omgaat, hoe hij hen aanspoort om te profeteren en hoe hij hun een plek geeft in de gemeente, terwijl het helemaal niet gebruikelijk was dat vrouwen meededen in de dienst. Hij stelde dus de gemeente volledig open voor vrouwen! Bovendien was hij heel erg bezig om misstanden en onordelijke situaties te voorkomen, juist ook omdat er veel mensen uit het Griekse heidendom tot bekering kwamen en een gemeente vormden.”

Toch zullen mensen zich afvragen hoe God u deze roeping kan geven als dit – zoals zij geloven – tegen Zijn Woord ingaat.
“Ik merk bij mensen die tegen de vrouw in het ambt zijn, dat er inderdaad iets in weerklinkt dat ik het gezag van de Bijbel ondermijn, of dat ik zelfs richting de vrijzinnigheid ga. Terwijl ik mijzelf toch typeer als tamelijk gereformeerd-orthodox en evangelisch. Maar op de een of andere manier gaat dat voor hen niet samen. Mijn roeping ís ook aan anderen moeilijk uit te leggen, omdat het iets is wat ik van binnenuit ervaar. Maar ik zie het bevestigd in mensen om mij heen en in mijn gebedsleven. Ook wat betreft mijn plek als vice-voorzitter in de synode. Ik heb altijd gezegd: ‘Vergaderen is niets voor mij.’ Maar nu ik het doe, vind ik het fantastisch. Het is zo mooi om met elkaar een weg zoeken. Dan denk ik: ‘Het is niet van mijzelf dat ik dit zo ervaar.’ Daarin zie ik echt Gods leiding.”

Flexibel
Als moeder van een dochter van 9 en twee jongens van 5, moet ze werk en gezin combineren. “Ik ben eigenlijk een allround moeder, die overal voor wil gaan. Zowel voor de kerk als voor de kinderen. Onze week zit daarom heel gestructureerd in elkaar, maar ik ben tegelijk heel flexibel. Dat moet je ook zijn.” Ze lacht: “We hebben een schoonmaker en een tuinman; die heb je gewoon nodig. De kinderen gaan nu naar school, dus dat scheelt, maar we plannen ook echt tijd met hen. Daar komen geen afspraken tussendoor. Bovendien, mijn man is parttime predikant en vangt veel dingen op. Dat evenwicht vind ik ook belangrijk. Sowieso is een van ons thuis vanaf het moment dat de kinderen uit school komen tot ze naar bed gaan. Terwijl ik als predikant probeer te controleren of alles wel loopt zoals ik graag zou willen, moet ik soms dingen uit handen geven. En dat is goed, want je kunt niet alles controleren. Dit stellen mensen bovendien niet altijd op prijs. Maar,” relativeert ze, “gelukkig gaat het ook goed als anderen iets van je overnemen.”

Met twee predikanten in een gezin gaat het thuis altijd over theologie...
Ze schiet in de lach: “De kinderen zorgen er wel voor dat dit niet zo is. We proberen geen theologische discussies te voeren als zij erbij zijn, want zodra dat gebeurt, worden ze heel vervelend. Wat wel fijn is, is dat we niet in dezelfde gemeente staan. In onze eerste gemeente (in ’s Gravenmoer, red.) was dat wel zo, maar dan kun je elkaar niet meer objectief adviseren. Je zit in één huis en werkt met dezelfde mensen samen; dan zit je te dicht op elkaar en kun je ook niet meer gewoon partners zijn. Nu heeft mijn man een gemeente in Leerdam en is er meer afstand en ruimte.”

Merkt u verschil in hoe men u en uw man als predikanten behandelt?
“Ja, ik vind dat ik mij als vrouw meer moet bewijzen en dat er ook op andere dingen gelet wordt dan bij mannen. Neem het uiterlijk. Ik ben zonder toga begonnen, omdat ik het afstandelijk vind; ik wilde gewoon heel eenvoudig predikant zijn. Inmiddels draag ik echter een toga om niet iedere zondag te hoeven nadenken wat ik aan moet trekken. Als ik vier keer in hetzelfde pakje voorga, weet ik dat ik de vijfde keer te horen krijg: ‘Heb je nu wéér dat bloesje aan?’ Bij mijn man is dat eigenlijk andersom. Hij vond een toga vanuit liturgisch perspectief mooi, maar draagt de laatste tijd liever gewoon een pak. Terwijl hij daar nooit opmerkingen over krijgt!

Of mensen zeggen aan het eind van de dag tegen mij: ‘Dominee, moet u niet naar huis, want u moet nog eten koken.’ Nou, dat zullen ze mijn man nooit vragen, hoor, al is het half zeven!” Lachend: “Ze zullen hooguit zeggen dat z’n vrouw met het eten klaarzit.” Dan, serieus: “In het begin had ik daar moeite mee. Nu zeg ik: ‘Er zíjn ook verschillen tussen man en vrouw en die kun je niet wegpoetsen.’ Als ik maar de ruimte krijg om mijn predikantschap uit te oefenen.”

Positieve verschillen merkt ze in de omgang met buitenkerkelijken en in het pastoraat. “Als vrouw ben ik toegankelijker en is er een soort verrassingseffect; alsof alle vooroordelen wegvallen, waardoor mensen zich milder opstellen ten opzichte van het geloof.”

Betrokken
Een vraag die haar bezighoudt in het werk binnen haar gemeente, is hoe ze jongeren en jonge gezinnen bij de kerk betrokken houdt. “Toen ik hier kwam, waren er weinig kinderen en amper jongeren. Ik kreeg veel ruimte om me op de jonge gezinnen te richten, maar de tieners waren voor mij stap twee. Wat ik merk, is dat het helpt om jongeren actief in te zetten. Laat ze maar meedoen met de muziek, de lezingen of met doordeweekse projecten. Dan heb je namelijk gelijk contact met hen, want wil je ze inzetten, dan moet je ze ook bereiken. Daarnaast probeer ik jongeren na de dienst aan te spreken over wat zij ervan vonden. Het mooie hiervan is dat de belijdeniscatechisatie verjongt. Toen ik hier kwam, deden vooral ouderen mee, of stellen die een kind wilden laten dopen. Dit jaar heb ik alleen maar tieners in de groep, die bovendien ontzettend betrokken zijn.”

De Protestantse Kerk ziet met lede ogen veel van haar jongeren hun heil zoeken bij de evangelicale bewegingen. U bent als tiener hen daar min of meer in voorgegaan...
“Ik heb me nooit laten uitschrijven, hè! En ik ben ook teruggaan. Ik hoop daarom dat we als PKN zó breed zijn en zó’n aanbod hebben, dat we op heel verschillende manieren ons kerk-zijn kunnen vormgeven. Want voor jongeren gaat het met name om de vorm; het is niet de inhoud waarop ze stuklopen. Ik zou het heel jammer vinden als ze voor de vorm hun heil buiten onze kerk moeten zoeken. Het zou daarom mooi zijn als er plekken binnen onze kerk zijn waar ze die vormen wel vinden.”

Is de PKN daar vernieuwend genoeg voor?
“Op dit moment zijn we heel hard aan het werk om veel meer missionair bezig te zijn. Dat kost tijd, maar met de Visienota (Leren leven van de verwondering, waarin de koers van de kerk voor de komende jaren is vastgelegd, red.) hebben we wel heel duidelijk een eerste stap gezet, waarin de synode de kerken alle ruimte heeft gegeven, juist ook richting jongeren.”

In uw tienertijd werd u geboeid door het Woord van God en kreeg u het verlangen dat ook uit te dragen. Hoe is die passie gegroeid?
“Ik raak steeds meer onder de indruk van de grootheid van God. En naarmate ik groei in het uitleggen van Gods Woord, zie ik ook alsmaar meer de diepte van de tekst en van verbanden die ik eerder niet zag. Het wonderlijke daarbij vind ik dat hoe vaker ik een tekst lees, hoe meer ik erover kan vertellen. Soms moet ik echt de tijd in de gaten houden, anders ga ik steeds langer preken. Ik denk dat het ook de werking van de Heilige Geest is: hoe meer je Gods Woord aanboort, hoe meer het gaat vloeien en stromen. Dus die passie uit mijn tienertijd is er nog steeds!”

Over ds. Haasnoot

Ds. Arenda Haasnoot werd geboren op 28 maart 1973 in Katwijk aan Zee. Na haar atheneumexamen volgde ze de opleiding voor verpleegkundige. Halverwege maakte ze de overstap naar een theologiestudie, eerst aan de Rijksuniversiteit Leiden, later aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Sinds 2002 is zij predikante, eerst in ’s Gravenmoer (een duobaan met haar man, ds. Jeroen Tiggelman) en sinds september 2004 in Geldermalsen.

Ds. Haasnoot is sinds 2005 lid van de generale synode van de Protestantse Kerk. In april 2007 werd zij benoemd tot vice-voorzitter, waarmee ze ds. Gerrit de Fijter, de huidige voorzitter, opvolgde.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons