Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

'We werden als scheurmakers gezien'

EO-ledenwervers van het eerste uur

in Geloven

“Als deze vier jonge broeders het werk niet gedaan hadden, was er menselijkerwijs geen EO gekomen,” zei oprichter Kits bij herhaling. Van dit kwartet ledenwervers van de EO is Nol Esmeijer inmiddels overleden. De andere drie: Jo Koekkoek, Oswin Ramaker en Johan Bos brengen met hun verhalen roerige tijden tot leven.

Met een vrolijke smak valt een dik pak vergeeld papier op tafel. Ouderwetse drukletters getuigen nog steeds van bruisende activiteit. Brieven met brandgaatjes spreken over een ‘brandende kwestie’. In een nummer van Vizier, de voorloper van Visie, worden de eerste 2000 leden van ‘D.E.O’ (De Evangelische Omroep) aangekondigd. Op een witte poster is een schaar afgebeeld die ‘tot zegen kan zijn’, omdat je er een aanmeldingsbon mee kunt uitknippen voor de nieuwe omroep. In een dun pamflet staan vijftien krachtige weerleggingen van journalistieke onjuistheden in de media over de nieuweling in omroepland.

Teruggefloten

“We werden als scheurmakers gezien,” zegt Jo eerder guitig dan wrevelig. “Maar dat wilden we helemaal niet zijn.” Een in drieën gevouwen antwoordkaart bevestigt zijn woorden. D.E.O. wilde eigenlijk liever geen nieuwe omroep stichten, staat erop. De ledenwervers drukten de leiders van de nieuwkomer in omroepland op het hart om eerst te proberen het evangelische geluid via de NCRV te laten horen. Oswin, die zichzelf kwalificeert als ‘kwartiermaker’ van de prille EO, valt Jo bij: “Er werd flink geschreven met de NCRV en er kwam een gesprek met de voorzitter waar Jo bij zat.” Jo: “Hij leek naar ons te luisteren, maar ik denk dat zijn omroep hem heeft teruggefloten. Na lang heen en weer gepraat en geschrijf zei de NCRV uiteindelijk ‘nee!’.”
Er volgde een zenuwslopende, drie jaar durende campagne om 15.000 betalende leden “bij elkaar te sprokkelen voor iets dat nog niet bestond!” Vaak werd het nachtwerk. Johan merkt op dat zijn vrouw hem op een keer ‘s nachts aansprak: ‘Ik weet niet of je het gemerkt hebt, maar er is zojuist een nieuw jaar begonnen.’
Waarom zetten deze jonge creatieve kerels, die elkaar van Youth for Christ kenden, zich toch zo in voor die door hen zelf als ‘luchtkasteel’ aangeduide onderneming? Johan, die de perscontacten verzorgde, haalt zijn schouders op. “Ik zag er niets in, maar kon toch niet weigeren, want stel dat de Heer er wat mee wilde? Later raakte ik onder de indruk van de bevlogenheid van Kits. Die zei: ‘De Heer van de hemel zal het ons doen gelukken.’ Dat zei hij trouwens bij élk probleem waar ik mee kwam.” Algehele hilariteit. Nu de herinneringen loskomen, tuimelen de heren over elkaar heen. Ze vallen elkaar in de rede, vullen aan en corrigeren soms tot op de komma. Aan de ontspannenheid is te merken dat ze het onderlinge contact nog steeds niet zijn kwijtgeraakt.

‘Mister EO’

Er was veel te doen: reclame maken, promotiemateriaal ontwikkelen, een goede strategie bepalen, netwerken. Elk van de vier had daarin zijn eigen aandeel. Johan vond ook algemene erkenning als de clown van het stel. Niet zo vreemd, als je bedenkt dat hij voorzitter Glashouwer ooit eens voorstelde bierviltjes te laten maken met het EO-embleem erop, en die dan ‘glashouwertjes’ te noemen. Bovendien gaven de mannen mediatraining aan het bestuur. “Tot in de nacht zaten we teksten te bewerken,” herinnert Oswin zich. “Op een persconferentie in theater Gooiland waarna grote krantenartikelen volgden, bleek hoe minachtend journalisten dachten over die ‘idioten van de EO’.” Een collega-journalist van Johan belde hem op met de woorden: ‘Hé, jij zit toch bij die club die de NCRV nog te links vindt?’ Toen in februari 1970 Jo als eerste vaste werknemer, ‘programmaleider / vormgever / receptionist / personeelsman / koffiejuffrouw / enzovoort’ werd aangenomen, werkte ook de NOS meer tegen dan mee. Dat men daar Jo ‘mister EO’ noemde, was niet gemoedelijk bedoeld. “Er was niet eens een studioplanning, terwijl we een uur tv mochten maken. We hadden twee montagedagen nodig, maar werden er gewoon op een middag tussengeperst. NOS-technici saboteerden de boel tijdens de opnamen. Daarna gingen ze stipt om vijf uur naar huis, ook als er nog maar een half uurtje werk te doen was. We hadden in het begin een Amerikaanse regisseur die op een keer werd geconfronteerd met een kartonnen bordje met de tekst ‘Yankee go home!’ erop.”

‘Jij zit toch bij die club die de NCRV nog te links vindt?’

Tv-kansel

Welke dromen dreven de wervers? Zij wilden het Evangelie vertalen zodat het ook voor de niet-christen begrijpelijk werd. Zij wilden een platform bouwen voor christelijk Nederland, om toerusting en geloofsopbouw te kunnen bieden aan het gewone gemeentelid. Zij droomden van een blijvend christelijk getuigenis in de Nederlandse samenleving. De mannen kregen veel invloed. “We konden het zo gek niet bedenken of we mochten het doen,” vertelt Oswin met levendige handgebaren. “We hadden voor Vizier een budget nodig van 35.000 gulden. Een bestuurslid vroeg met een benepen stemmetje hoe dat geld er moest komen, waarop Johan eenvoudig opmerkte dat we daar met z’n vijftienen zaten en er allemaal hoofdelijk voor aansprakelijk waren.” Johan haakt in: “Wij maakten alle vergaderingen mee en als wij na een voorstel zeiden: ‘Dat lijkt ons een desastreuze beslissing’, ging het niet door.”
Met de komst van de uitzendingen veranderde er echter veel voor het pionierskwartet. Johan: “Er kwamen steeds meer medewerkers die de tv als kansel wilden gebruiken, zonder vertaalslag naar de huiskamer. Naar die mensen werd meer geluisterd dan naar ons.” De EO nam in snel tempo mensen aan die niet allemaal even professioneel waren. Jo vertelt dat er bij zijn vertrek eind 1970 al 32 medewerkers in dienst waren. Een grimas tekent het gelaat van de ‘clown’ Johan: “Bij de oproep voor een directeur stond letterlijk: ‘U hoeft geen verstand van de omroep te hebben’!”

Hipjes

Het werd tijd voor een serieus programmabeleid. Op ‘honderd vragen’ die aan het bestuur werden voorgelegd, zoals: ‘Mag Toon Hermans bij ons?’ en ‘Wat vinden jullie van Zuid-Afrika?’ had bestuurslid ds. Hegger al eerder een Commissie Beleidslijnen ingesteld. Hij had er ook voor gezorgd dat het bestuur een afspiegeling was van heel protestants Nederland. “Hij wilde dus ook mensen binnenlaten die principieel tegen tv waren. Dat leek ons niet zo’n goed idee.” Dat het bestuur in die dagen wat wereldvreemd was, bleek uit een toespraakje van de toenmalige voorzitter Rippen in de eerste uitzending. Hij nam de hippiebeweging in zijn verhaal mee en noemde die ‘de hipjes’, wat door de pers met dankbaarheid omarmd werd als mooi voorbeeld van de oubolligheid van de nieuwe omroep. “Hij wilde het netjes zeggen,” verduidelijkt Jo, waarop algemene vrolijkheid losbarst.
Jo, de bedachtzaamste van de drie: “Dat was een beetje de spagaat van het begin. De broeders vergaderden eindeloos over de betekenis van woorden en inhouden, en of een cateringjuffrouw of een loodgieter die bij de EO binnenkwam christen moest zijn. Wij vergaderden niet, we hadden alleen werkbesprekingen en gingen meteen aan de slag.” Jo maakte in 1970 het televisieprogramma Zomaar een christen met zang, getuigenis en actualiteit. Oswin deed Gospelsound op radio. Vanaf het moment dat de EO ging uitzenden, ontstonden er spanningen tussen makers en bestuurders. Jo memoreert: “Een collega die bij de NOS bezig was met een montage, kreeg twee heren van het bestuur op bezoek, die hem vertelden dat hij met onmiddellijke ingang kon vertrekken. Dat was nogal cru, maar ook niet bepaald een fraai christelijk getuigenis tegenover de NOS-jongens.”

Marktaandeel

De drie zien de EO onmiskenbaar als een grote zegen, en waarderen de huidige professionele instelling. Johan: “Het is beslist zo dat we journalistiek ontzettend vooruit zijn gegaan. In het begin gingen we op dat punt wel eens de mist in. Als de EO ergens op tegen was, liet hij het in een uitzending eenvoudig door een batterij verklaarde tegenstanders afkraken. Dat gebeurt gelukkig niet meer.” Niettemin hebben de makers van het eerste uur ook wel hun bedenkingen bij het inhoudelijke gehalte van het tegenwoordige beleid. Oswin: “Tv moet laagdrempelig zijn, maar ook gestuurd worden door persoonlijke overtuiging. Ik vraag me bij sommige programma’s af of dat ook echt het geval is.” Voor het argument dat de EO net als de andere omroepen door netcoördinatoren gedwongen wordt kijkcijfers te scoren, hebben de pioniers weinig begrip. “Marktaandeel is wel wat anders dan een ‘Woord voor de wereld’,” vindt Johan. “Maar de druk van buiten is nu wel groter dan toen.” Jo: “Toch zouden we het moeten aandurven om wat steviger inhoud te brengen. Als een netmanager jouw programma naar een ongunstige tijd schuift, is dat jammer, maar de groei van de EO is toch mede te danken geweest aan een groepje mensen dat principieel ergens voor stond. Dat kan nog steeds, en gebeurt gelukkig ook nog wel.” Oswin, alsof hij even niet heeft geluisterd: “Weet je wat ik fantastisch vond? Die nachtprogramma’s waarin zomaar met de mensen werd gebeden!” En daar kan niemand het mee oneens zijn.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons