Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Drie EO-omroepsters terug in beeld

Marianne, Henriëtte en Christa:

in Mediatips

Het visitekaartje van de EO. Dat waren de omroepsters jarenlang. Ze verwelkomden je op vriendelijke toon en vertelden welke programma’s je die middag of avond kon verwachten. In 1996 verdwenen ze van de buis. Drie van hen, Marianne Glashouwer, Henriëtte Laan (nu Middelhoven) en Christa Rosier, ontmoeten elkaar na jaren weer.

Wat gebeurt er als je drie oud-omroepsters van de EO in een kamertje bij elkaar zet? Dan kletsen ze je de oren van het hoofd, het liefst meerdere uren lang. Ze praten over koetjes en kalfjes, hoe het nu met ze gaat, en hoe leuk ze het vinden elkaar na jaren weer te zien. Maar ook over het vak van presenteren, ijdelheid en hun missie als het visitekaartje van de omroep.
Ruim 25 jaar lang had de EO omroepers in dienst; vanaf de eerste tv-uitzending in 1970 tot en met 1996. Was het Benjamin Ben voor de kleintjes? Het Kleine Huis op de Prairie voor het gezin of een stevig discussieprogramma over schepping en evolutie voor volwassenen? Aan de omroepsters de taak in krap twintig seconden het aanbod zo mooi mogelijk te verwoorden.

Vak

Marianne Glashouwer (60) werkte samen met haar man Willem vanaf het begin bij de EO. Ze kondigde de eerste programma’s van de kersverse omroep aan. Henriëtte Laan (58) kwam in 1976 bij de EO binnen en Christa Rosier (46) begon midden jaren tachtig met het omroepersvak. Want een vak ís het, beamen de drie volmondig. “Het lijkt zo makkelijk,” stelt Marianne, “maar o wee, wat kwam er altijd veel bij kijken. Ik was nog zó jong, net getrouwd, en kwam als naïef, christelijk meisje in een totaal nieuwe wereld. Je wordt zo in het diepe gegooid. Geen opleiding, geen aanwijzingen. Hup, doe het maar.”
Ook de andere twee kwamen zonder ervaring voor de camera te zitten. Christa werkte eerst achter de schermen bij de afdeling Verkondigende Programma’s. “Een meisje moest iemand voor een screentest interviewen voor de camera. Ik speelde de geïnterviewde, totdat ze zeiden: ‘Nu draaien we de rollen even om,’ en voordat ik het wist, deed ik de screentest. Na afloop kwam de vraag: ‘Christa, wil jij een programma presenteren?’ Ik schrok behoorlijk en reageerde afwijzend: ‘Nee hoor, dat doe ik niet.’” Uiteindelijk zei ze toch ‘ja’ en ontpopte ze zich in tien jaar tijd tot een van de vaste EO-gezichten.

Pesten

De omroepsters werkten altijd heel zelfstandig. Ze schreven zelf hun teksten en hadden geen werkplek in het EO-gebouw. Voor de live-opnames moesten ze naar de studio’s van de NOS, waar in de pioniersjaren van de EO een vreemde sfeer hing. Henriëtte weet het nog goed. “Als omroep was je afhankelijk van de NOS om uit te kunnen zenden. Ze hadden een machtspositie en keken die vreemde EO’ers echt met de nek aan.” Marianne knikt. “Sterker nog,” gaat Henriëtte verder, “ze maakten ons echt belachelijk. Technici vloekten doelbewust in ons bijzijn en probeerden me bewust af te leiden. Vlak voor ik een aankondiging moest doen, begonnen ze ineens een heftige discussie over bijvoorbeeld homoseksualiteit. Puur om te pesten en dan zat ik toch wel met kromme tenen en dacht: ‘hè, moet dit nu?’ Gelukkig wist ik me altijd goed te houden.” Christa weet nog goed dat Mart Smeets van Studio Sport haar graag op de kast joeg als ze een studio moesten delen. “Ik zat mijn tekst te repeteren en vlak voor de uitzending maakte hij van die plagerige opmerkingen: ‘O, Opwekkingsmuziek, maar wat wordt er dan precies opgewekt?’ Hij bedoelde het niet gemeen, hoor, maar het leidde wel erg af en dat zorgde voor extra stress.”

Zenuwen

Los van de pesterijen, ging er in de uitzending ook wel eens iets mis. De kijker snoepte daar natuurlijk van: Een camera die uitviel, het verkeerde programma dat werd gestart of een lachwekkende verspreking. “Zo zakte er eens een camera in, waardoor het leek alsof ik naar boven verdween,” vertelt Christa. “Of mensen die plotseling boven de studio gingen klussen. Dat zorgde voor een vreselijk lawaai.” “Toch vond ik die momenten altijd heerlijk,” glimlacht Henriëtte. Heerlijk? Dat zorgt toch voor heel veel zenuwen? “Blijkbaar niet, want als ik moest improviseren, was ik op mijn best.” Voor Marianne lag dat in de begintijd iets anders. “Door al dit soort toestanden, kon ik behoorlijk zenuwachtig worden, hoor. Sommige kijkers riepen mij in briefjes op eens wat meer te lachen voor de camera, maar ze hadden geen idee onder welke druk je moest presteren.”
Christa knikt. “Je zat daar wel in zo’n krappe studio – met een bloemetje naast je – en je wist dat er binnen enkele seconden een rood lampje op de camera ging branden. Dat was het moment waarop honderdduizenden mensen naar je keken en jij je tekst in één keer goed moest presteren – uit je hoofd.” Ging het mis, dan kon je in het gebouw van de studio’s, waar ook de andere omroepen hun opnames deden, uitblazen in de ‘uithuilkuil’. Christa: “Daar stond een zitje en zat altijd wel een gefrustreerde omroepster bij te komen, te schelden of letterlijk uit te huilen. Prachtig vond ik dat.”

Poedertjes en lippenstift
Het contact met collega-omroepsters van bijvoorbeeld de VARA of de TROS vonden ze alledrie erg leuk. Marianne: “Die ik zag meer dan mensen van de EO, juist omdat je als omroepster zo zelfstandig werkte.” Die contacten waren soms een botsing van culturen. “Neem alleen al de uiterlijke verzorging,” blikt Henriëtte terug. “Ik moest altijd enorm lachen om de dames van de TROS, als die tot vlak voor de uitzending nog druk in de weer waren met hun haar en make-up. Nog even dit, nog even dat. Wij kregen wel netjes wat poedertjes en lippenstift, maar schonken er verder niet heel veel aandacht aan.” Want ijdelheid was de EO-dames vreemd? “Natuurlijk niet helemaal,” geeft Marianne toe. “Maar het was vooral functioneel. Je moest er gewoon goed en verzorgd uitzien. Niet meer, niet minder.” Henriëtte vult aan: “Ja, want je bracht een veel belangrijker verhaal dan andere omroepen, als je het even scherp stelt. Wij brachten het Evangelie en dat hoor je goed verzorgd te doen.”

Veel te bloot

Wat in het gesprek opvalt, is hoe moeiteloos de dames met anekdotes over hun werk strooien. Juist omdat ze zo frontaal in beeld waren, kregen ze altijd veel reacties. Op straat, door de telefoon en in brieven – heel veel brieven. En dan niet met de boodschap dat ze het weer keurig hadden gedaan, nee, vooral met commentaar over brillen, kapsels, rode nagellak en bloesjes. Henriëtte: “Ik kreeg eens een envelop van een oude dame. Er zat 25 gulden in, best veel geld in die tijd, en een begeleidend schrijven. De vrouw vond dat ik er veel te bloot bij zat en maar eens een net bloesje moest kopen. Dit kon toch echt niet. Terwijl het hoogzomer was en ik er gewoon netjes bij zat.”
Christa kreeg ooit een bijzonder verzoek. “Een man vroeg me in een brief of ik al was getrouwd. Zo niet, dan wilde hij graag in contact met me komen. Hij stelde voor dat ik mijn haar voor een keer over mijn linkerschouder zou dragen als ik op zijn aanbod inging. Om te gillen toch?!”

Huwelijksaanzoek
In dezelfde categorie waren de talloze huwelijksaanzoeken die Marianne kreeg; ze had zelfs last van wat we nu een stalker noemen. “De man dacht dat ik een vrijgezelle dochter van ds. Glashouwer was. Hij zag mij erg zitten en stuurde me talloze brieven. Ook belde hij. Hoewel ik hem vaak vroeg te stoppen met zijn avances, hield hij vol. Hij geloofde maar niet dat ik getrouwd was en kinderen had. Het ging zelfs zo ver dat hij een keer voor mijn huisdeur stond. Echt waar! Hij stelde zich niet voor en vroeg zogenaamd de weg. Maar ik herkende aan zijn stem de man die me zo vaak belde. Daarna was het gelukkig over.”

Missie

Marianne stopte na twintig jaar als omroepster bij de EO, omdat haar man Willem als predikant in Katwijk werd beroepen. Daarnaast stortte zij zich op het vrouwenwerk van Christenen voor Israël en ging ze in een modezaak werken. Voor de andere twee zat het werk er in 1996 op, toen de EO de omroepsters van de buis haalde. Henriëtte rolde van het ene drukke leventje in het andere. Ze bleef actief in de wereld van militaire muziek, waar ze haar nieuwe partner ontmoette (haar eerste man overleed in 1993). Ook zij werkte in een modezaak en is nog steeds actief als gastvrouw in het Haagse Bronovoziekenhuis. Christa, die geregeld spreekbeurten geeft en een eigen atelier heeft, werd direct na haar afscheid bij de EO gevraagd om bij SBS Hart van Nederland te komen werken. “Ik heb het niet gedaan, omdat ik niet tegen de sfeer kon die er hing. Ook miste ik de grote meerwaarde om bij de EO te werken, namelijk bezig te zijn met het Evangelie. We deden dit echt vanuit een missie en niet omdat we nu zo graag bekend wilden worden.”

Kerstkaart
Jaren later, nu de EO 40 jaar bestaat, kijken ze vooral terug op een mooie samenwerking met elkaar. Het contact onderling verwaterde nadien wel, al sturen Marianne en Henriëtte elkaar ieder jaar nog trouw een kerstkaart. “We waren ook geen vriendinnen, maar collega’s – heel goede collega’s,” concludeert Henriëtte, gevolgd door een enthousiast ‘ja’ van de anderen. “Het is echt leuk om elkaar weer eens te zien.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons