Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

EO Kinderkrant: ‘Nu pas zien we de gigantische impact’

Bevlogen makers bladeren terug in de ‘EO Kinderkrant’

in Geloven

Als je de veertigjarige EO-geschiedenis vergelijkt met een landschap, kun je daarin veel bergen onderscheiden: hoogtepunten uit de afgelopen vier decennia. Eén absolute topper is de ‘EO Kinderkrant’, een zeer populair programma dat ongeveer twintig jaar lang op de buis was. Ter gelegenheid van het jubileumjaar blikten de makers van het eerste uur nog één keer terug.

Een poetsdoek voor hun geheugen hebben Wim de Knijff (62), Lanny van Rhee-Tan (56) en Dick Baarsen (75) bepaald niet nodig: hun tv-programma stopte in 1986, maar meer dan twintig jaar na dato staan de tijden van weleer hen nog helder voor de geest. Op uitnodiging van Visie treffen ze elkaar ergens in het EO-gebouw om herinneringen op de halen aan de Kinderkrant, waar een hele generatie – ook in geestelijk opzicht – mee is grootgebracht. Het programma werd bedacht en geregisseerd door Dick, die destijds hoofd van de afdeling Kinderprogramma’s was. Wim en Lanny verzorgden de presentatie.

Knutselgrapjes

“Wat ik het mooiste van de Kinderkrant vond,” steekt Dick van wal, “is dat ik erbij bepaald werd dat je, wanneer je je bij het schrijven van teksten liet leiden door de Heilige Geest, merkte dat diezelfde Geest ook werkzaam zou zijn bij de kinderen aan de andere kant van de beeldbuis. Dat heb ik vaak mogen ervaren.”
Wim, die aandachtig naar de Kinderkrant-nestor luistert, wipt met een onverhoedse armbeweging de viltstifthouder van het witte schrijfbord achter hem. “Ik zorg weer eens voor de knutselgrapjes!” grinnikt hij verontschuldigend. Na een aanstekelijke lach neemt Lanny het woord: “Wat ik vooral heel erg leuk vond, is dat er zoveel kinderen – en trouwens ook ouders – keken. Het programma trok meer dan driehonderdduizend kijkers! Dat merkte ik ook aan het feit dat ik zo vaak werd herkend. En nog steeds! Vorig jaar bijvoorbeeld spraken twee stewardessen me aan: ‘U bent toch die mevrouw van de Kinderkrant?’ Ook bijzonder was dat er zoveel reacties op de puzzels kwamen, waarmee je bijvoorbeeld een Krant van Bas of het boekje Schatgraven van Else Vlug kon winnen. We begonnen met zo’n honderd reacties per aflevering, maar van lieverlee werden het er... ik denk wel tienduizend.” “Méér,” corrigeert Wim, “wel vijfendertig- tot veertigduizend. De puzzels waren inderdaad érg populair. Wat ik zelf het leukste van de Kinderkrant vind, is dat je nú pas ziet wat een gigantische impact dit programma had.”
“Het aardige was natuurlijk ook,” hervat Dick, “dat veel kinderen de hulp van hun ouders nodig hadden om die puzzels op te lossen. Dit had soms bijzondere gevolgen. Ik hoorde bijvoorbeeld eens van een vrouw die door haar dochtertje werd geroepen om even te helpen. ‘Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet’ was de oplossing. ‘Wat betekent “en verhindert ze niet”, mam?’ vroeg het meisje. Deze vrouw was randkerkelijk en bezocht al een tijd geen kerk meer, maar moest het toch uitleggen. Een paar weken later overleed dit kind door een ongeluk met een pony. Haar moeder schreef ons een hartverscheurende brief, waarin ze vertelde dat ze zó blij was dat de Kinderkrant haar had gedwongen om haar dochtertje die bijbeltekst uit te leggen.”

Bidneigingen

Dat de EO Kinderkrant al snel veel bekijks trok, ontging ook de seculiere media niet. Vaak schreef de pers in weinig parlementaire woorden over dit sterk verkondigende kinderprogramma. Er glijdt een glimlach over Dicks gezicht: “Er werden zelfs vragen over gesteld in de rubriek ‘Margriet weet raad’ van het gelijknamige vrouwenblad! Eentje kwam hierop neer: ‘Mijn kinderen kijken naar dat EO-programma en hebben bidneigingen – wat moet ik daar nu mee?’ ‘Het gaat wel weer over,’ was het antwoord van Margriet...”
Ook Wim heeft in dit verband een bijzondere herinnering: “Toen mijn vrouw en ik vanuit Den Helder naar Eemnes verhuisden, kwamen we al vrij snel in contact met een gezin dat een bijzonder verhaal had. Dit echtpaar was van oorsprong buitenkerkelijk. Maar hun zoontje – hij was destijds een jaar of acht – worstelde met de vraag: ‘Bestaat God, of niet?’ Hij wilde het antwoord van zijn vader horen. ‘Sommige mensen zeggen van wel, anderen niet,’ antwoordde deze. Maar daar nam die jongen geen genoegen mee – hij wilde een duidelijk ‘ja’ of ‘nee’ van zijn vader horen! Hij raakte hierdoor zelfs zo gefrustreerd dat hij begon te piekeren en uiteindelijk bij een kinderpsycholoog terechtkwam. Die gaf de vader de tip dat hij op z’n minst een kinderbijbel voor hem kon kopen. Uiteindelijk is het hele gezin naderhand tot geloof gekomen. Pas later ontdekten die ouders dat het door de EO Kinderkrant kwam dat hij die vraag aan zijn vader had voorgelegd!”
“Er zijn veel mensen die naar het programma keken toen ze nog geen christen waren, maar hierdoor Jezus hebben leren kennen,” weet Dick. “Achteraf redenerend, hebben ze vaak toch het idee dat hun belangstelling voor God met de Kinderkrant is begonnen.” Lanny, verwonderd: “Het programma heeft zo enorm veel teweeggebracht; dat hadden we destijds nooit durven dromen!”

Typerend

Het blijft even stil na de vraag wat de drie voormalige Kinderkrant-collega’s destijds typerend vonden voor elkaar. “Zeggen jullie het maar, hoor!” moedigt Dick zijn twee oud-collega’s aan. “Dick was een echte perfectionist,” vertelt Lanny. “Hij schreef de teksten van de rubriek ‘Flap-uit’. Die moest ik uit mijn hoofd leren – alleen de gedeelten waarbij ik niet zelf in beeld was, mocht ik lezen. Ik moest af en toe halve bladzijden uit m’n hoofd leren en kreeg soms pas de avond vóór de opnamen de teksten. Het is wel eens gebeurd dat een hele filmrol van twintig minuten onontwikkeld weggegooid is, omdat ik het niet foutloos kon reproduceren. Ik moest het precies zo doen zoals Dick het bedacht had, inclusief de intonatie.”
“In het begin was dat moeilijk,” haakt Dick aan, “want je schreef natuurlijk niet meteen ‘op elkaars lijf’. Maar we raakten wel op elkaar ingespeeld. Al is het ook wel eens gebeurd dat je in snikken uitbarstte...” “Eén keer ja,” lacht Lanny. “Toen dacht ik: doe het zélf maar!” Dick: “Ik vond dat het opnieuw moest, omdat ik het gevoel had: zó komt het niet over bij de kinderen.”
Wat Dick aan Lanny opviel, is dat ze absoluut niet toneel kon spelen. “Ze is zoals ze is. Als Wim een knutselgrap of een goocheltrucje had, dan moest de opname in één keer goed gaan. Ze mocht niet vooraf weten wat ze moest doen, want ze reageerde echt spontaan en ontspannen, behalve als het voor de tweede keer moest.” “We hielden daarom ook altijd voor Lanny verborgen wat we gingen doen,” biecht Wim op.

Twinkeling

“We namen het programma in de beginjaren bij haar thuis op,” vervolgt hij. “Juist door Lanny’s echtheid en spontaniteit was het ontzettend leuk om met haar samen te werken. En wat Dick betreft: hij behoorde tot de mensen van het eerste uur, die de EO echt gebruikten als een kanaal van hun persoonlijke missie. Dick kon zijn ei helemaal kwijt in dit programma. We hadden wel eens discussie. De stof van de rubriek ‘Flap-uit’ ging volgens mij soms over de kinderhoofden heen. Maar eerlijk is eerlijk: zoals hij het wilde, was het toch meestal het beste.”
“En wat mij altijd zo in jou aansprak, Wim,” reageert Dick, “is dat je zo soepel bent – je kunt geweldig improviseren. Daarnaast kun je schitterend vertellen en heb je een ijzersterk geheugen, plus een enorme woordenschat.” Met een twinkeling in zijn ogen: “Al vond ik wél dat je de kinderen geen Nederlandse taal moest leren,” – Lanny schiet in de lach – “maar je moest ze goede geestelijke lessen bijbrengen!” “In goed Nederlands!” pareert Wim direct, “ik ben tenslotte onderwijzer geweest...” Lanny, die eveneens uit het onderwijs komt, heeft weinig woorden nodig om haar besnorde medepresentator te typeren: “Wim is gewoon een heel aardige man. Wij hebben nooit ruzie gehad, hè Wim?”
“Het leuke is,” hervat Wim, “dat mensen al snel denken dat je getrouwd bent als je op televisie aardig voor elkaar bent. Ik weet bijvoorbeeld nog goed dat Manuël Venderbos (EO-presentator, red.) pas toen hij bij de EO kwam werken voor het eerst in de gaten kreeg dat we geen echtpaar zijn!”
“We hadden het alledrie gewoon geweldig goed met elkaar,” concludeert Lanny als ze haar oud-collega’s aankijkt. “Onze motivatie om de Kinderkrant te maken,” valt Wim haar bij, “was zo groot dat we ons ook niet konden veroorloven dat er strubbelingen zouden ontstaan. We hadden een zéér soepele samenwerking.” Dick besluit: “Om het maar eens zo te zeggen: we wandelden met elkaar in het Licht.”

www.eo.nl/jubileum

Bijbelclub op televisie

De EO Kinderkrant werd bedacht en geregisseerd door Dick Baarsen. Wim de Knijff en Lanny van Rhee-Tan verzorgden de presentatie. Het tv-programma – de voorloper heette Zolder 9, dat in 1973 en ‘74 werd uitgezonden – laat zich het beste typeren als een bijbelclub op de beeldbuis. Het Evangelie klonk er helder in door. Niet alleen in de vertellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament of in spannende zendingsverhalen, maar bijvoorbeeld ook in de door Dick getekende verhaaltjes van Bas en Barbara: twee in ‘soepjurken’ gehulde stripfiguren met kogelronde hoofden en grote knipperogen, die samen allerlei dingen beleefden. Een ander populair onderdeel was de knutselrubriek, waarin ‘knutselkoning’ Wim Lanny én de tienduizenden gezinnen thuis voordeed hoe je met eenvoudige middelen allerlei leuke dingen kunt maken of doen. Door een puzzelrebus op te lossen, kon je als kijker bovendien leuke prijzen winnen!

Stapels brieven

Dat de EO Kinderkrant enorm veel waardering van kinderen (en ouders) oogstte, blijkt uit de stapels brieven die dit tv-programma jaar na jaar ontving. Zoals deze, uit 1976:

Ik vind de EO Kinderkrand erg mooi. Het bijbelverhaal vooral. Het wordt zeer duidelijk verteld en ook mooi. Wij zien er altijd naar. Maar de jongens willen wel eens wat anders zien. Maar we zien toch de EO. Davie en Bruno (een ander EO-kinderprogramma, red.) is ook mooi. Wij gaan naar de Vrije Evangelische Gemeente. Van de Here Jezus vertellen dat vind ik mooi, misschien word ik wel zendelinge.

Groeten van Julia Rodenhuis (10 jaar)

Kijktip: ‘Kinderkrant’-dvd

Via de webwinkel van de EO kunt u – tegen een aantrekkelijke jubileumkorting! – een leuke dvd met oude afleveringen van de Kinderkrant bestellen. Speelduur: 180 minuten. Kijk op www.eo.nl/shop

‘Het programma trok meer dan driehonderdduizend kijkers!’

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons