Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Onrust in de thuiszorg

in Geloven

Je komt uit het ziekenhuis en hebt hulp nodig. Tien jaar geleden belde je in zo’n geval de thuiszorg. Voor veertig gulden per jaar indiceerden zij de noodzakelijke zorg. De wijkverpleegkundige verpleegde je, samen met ziekenverzorgenden. Overzichtelijk en simpel. Die overzichtelijkheid is vandaag de dag echter ver te zoeken.

Er heerst veel onrust in de thuiszorg. Het is de wrange vrucht van de vele veranderingen in de zorg. Veranderingen die al jarenlang in het teken staan van de politiek gewenste privatisering van de zorgsector. De politiek bezuinigt en stimuleert een vrije-marktinstelling. “De thuiszorg verkeert daarom in een spanningsveld,” aldus Jacqueline Vredenbregt. Zij werkt bij het Bestuursbureau van de Stichting Thuiszorg Midden-Gelderland (STMG). “Er is de afgelopen tien jaar een verzakelijking opgetreden. De vraag naar zorg is sterk toegenomen, terwijl wij zo goedkoop en efficiënt mogelijk moeten werken om die zorg te kunnen leveren. De spanning ligt in het feit dat we kwaliteit willen blijven bieden. Wat dat inhoudt? Professionele zorg en echte aandacht voor de cliënt.”
Eén van de eerste stappen in de commercialisering van de thuiszorg was het economischer verdelen van de taken. Een wijkverpleegkundige is duurder dan een ziekenverzorgende. Zodoende werd het takenpakket van de wijkverpleegkundige in de jaren negentig veranderd. Verzorgenden namen zorgtaken als douchen en ‘kousentrekken’ over en de wijkverpleegkundige kreeg een meer coachende functie.
Hermien Kleinlugtenbelt is bijna twintig jaar werkzaam als wijkverpleegkundige bij STMG. Ze is niet blij met de versmalling van haar werkgebied: “Toen ik in 1985 begon bij de thuiszorg, deed ik alles. Dat maakte het werk ook zo boeiend. Nu worden we min of meer ‘gedwongen’ alleen de zorg te doen die bij ons niveau past, dat is namelijk gunstiger voor het financiële plaatje.” Ze ziet nog een ander groot nadeel van deze efficiënte manier van werken: “Patiënten, o nee, cliënten zien nu soms meerdere gezichten voorbij komen op één dag.”
Dit is dan ook de meest gehoorde klacht vanuit cliënten over thuiszorg: ‘Er komt steeds een andere thuiszorger langs.’ Het schept vaak onrust bij cliënten, die veelal regelmaat en vastigheid prefereren

Loodgieter

“Ik heb inmiddels het idee dat we in ons land meer over geld praten, dan over kwaliteit van zorg,” constateert Hermien Kleinlugtenbelt. Ze heeft de thuiszorg zien veranderen. “Den Haag wil dat we zorg als een product zien, maar daar heb ik grote moeite mee. En die moeite proef ik bij meer collega’s.” Kleinlugtenbelt vertelt dat ze de zorgminuten bij de cliënten moeten noteren. “De managers gaven echter aan dat we een nieuwe instelling moesten ontwikkelen. Die van een loodgieter. Hij rekent voorrijkosten en telt de minuten die hij gewerkt heeft. Als ik dat hoor, denk ik altijd: ‘Ik ben geen loodgieter, ik ga met mensen om, niet met een lekkende kraan’. Zorg is meer dan een wond verzorgen. Het is ook kijken naar de mevrouw zelf. Hoe gaat ze ermee om, hoe loopt de rest van haar leven? Targets en zorg gaan niet van harte samen.”
Jacqueline Vredenbregt merkt op dat de overheid zorg als product presenteert, maar dat de samenleving dit niet accepteert: “Iedereen roept moord en brand als er in de zorgsector verstandig wordt gewerkt. Als een organisatie extra, goedkoper personeel inhuurt, zit men er direct bovenop. ‘Dat kan toch niet!’, wordt er dan geroepen. Maar het is juist precies wat de politiek van instellingen vraagt: concurrerende afspraken maken. Zodat je ook in staat bent om geld aan te wenden voor de broodnodige innovatie in de zorg. Als je dat op een nette manier doet, is daar ook niets mis mee.”

Worstelen met papier

De verpleegkundigen ervaren ook ongemak en irritatie door de toename van papierwerk. Hermien Kleinlugtenbelt: “Het werk is voor ons veel bureaucratischer geworden. Eerlijk gezegd: daar hebben wij wijkverpleegkundigen ‘de pest in’. Het is niet ons beroep! Waar al die papieren vandaan komen? Sinds een jaar of vijf stelt de gemeente de indicatie vast. We krijgen nu per cliënt een heel pak papieren binnen van het Centrum Indicatie Zorg (CIZ) met wel achttien A4-tjes waar we ons helemaal doorheen moeten worstelen. Vervolgens kom je erachter dat iemand alleen simpele wondzorg nodig heeft. We moeten ook van elke cliënt een zorgdossier maken, omdat we geen informele overdrachtmomenten meer hebben. Ik mis de contactmomenten met collega’s, maar ja, die zijn te duur. Die informele contacten hadden overigens wel veel nut; met elkaar wilden we die zorg voor patiënten zo goed mogelijk hebben. Als ik opmerkte dat mevrouw Jansen al drie dagen dezelfde jurk droeg, kon ik een collega vragen hierop te letten. Dit stuk sociale controle gaat zonder overdracht makkelijk verloren. Zonder de plenaire momenten neem je bovendien dat wat op het werk gebeurt makkelijker mee naar huis. Ik mis dat ik een verhaal in vertrouwelijkheid kwijt kan bij een collega.”

Jacqueline Vredenbregt constateert dat de druk op het personeel toeneemt: “De omschakeling naar een meer zakelijke zorgverlening is een stevige opgave voor medewerkers. De politiek onderschat de enorme druk die op onze organisaties wordt uitgeoefend. Wij willen graag goede zorg leveren en daarvoor zoveel mogelijk geld beschikbaar hebben. We proberen echter ook de kansen te zien. Doordat we minder geld krijgen, móeten we wel efficiënter te werk gaan. Dat is uitdagend. We zoeken naar een vereenvoudiging van administratieve processen of vergemakkeling van de registratie van zorguren.” Kleinlugtenbelt vertelt over zo’n vernieuwing: “In het voorjaar gaan we met een pasjessysteem werken. Zodra je bij de cliënt binnen bent, haal je het pasje door een apparaat heen. Als je klaar bent, doe je dat nog een keer en zo staat de zorgtijd op de minuut af geregistreerd. Het voelt nogal overdreven, maar het is wel een stap naar mee efficiency.”

WMO nieuwe uitdaging?

Het einde van alle veranderingen is echter nog steeds niet in zicht. Volgens Kleinlugtenbelt creëert juist díe onzekerheid de onrust. “Het personeel, maar ook de cliënt is al die verandering beu.” Een nieuwe spannende stap in de privatisering van thuiszorg is de invoering van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning. Deze wordt van kracht op 1 januari 2007. De wet gaat ervan uit dat de gemeentes alle geïndiceerde huishuidelijke zorg gaan coördineren. De gemeente bepaalt dan hoeveel zorg de burgers krijgen. De WMO gaat er echter vanuit dat mensen eerst een beroep doen op hun familie en vriendenkring. Zoals het ministerie van VWS zegt op de website: “Het maatschappelijke doel van de WMO is: ‘Meedoen’. Buren, familie en vrienden mogen allemaal meehelpen in de zorg voor hun naaste. Pas als er géén vangnet is, springt de gemeente in.” Er wordt dus een duidelijk beroep gedaan op de burgers zelf. Dit biedt ook kansen voor kerken (zie kader).
Minister de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is optimistisch over de invoering van de WMO. Hij stelde anderhalve week geleden in het Reformatorisch Dagblad dat ”je moet durven uitgaan van een samenleving waarin oog is voor elkaar.” Hij ziet een gat in de markt voor vrijwilligerswerk. Hebben burgers daar wel tijd voor? Volgens De Geus wel: “Ik zie dat mensen naast hun betaalde werk vrijwilligerswerk volhouden. De meeste vrijwilligers doen dit drie, tien of twaalf uur per week.”
“Veel te idealistisch”, vindt Jan den Boer. “Het wordt ons allemaal mooi voorgespiegeld door Den Haag. Maar de samenleving wordt steeds individualistischer en dan ben ik bang dat ‘terugvallen op je sociale netwerk’ niet werkt. Zeker niet bij oudere mensen. Zelf lijkt het me ook niks: dan moet ik zeker telkens gaan zeuren bij mensen om mij te helpen. Ik wil mijn vriendenkring niet zo belasten! Een vriendin van ons komt zo nu en dan langs om even de strijk te doen. Dat is prettig, maar weetje, zoiets kun je niet elke week van haar verwachten
Betekent de WMO voor thuiszorginstellingen meer onrust? Jacqueline Vredenbregt: “Het is wel spannend. Wij werken in Gelderland en hebben daar heel veel cliënten. Die willen we graag zorg blijven leveren. Of dat ook mag, hangt af van de ‘gunning’ van de gemeentes. De gemeente kiest op basis van een Europese aanbesteding een aantal zorginstellingen uit, die de zorg mogen gaan leveren vanaf 1 januari 2007. De klant is dan vrij om te kiezen uit deze zorginstellingen. Cliënten kunnen ook een persoonsgebonden budget bij de gemeente aanvragen (PGB), waarmee ze zelf de zorg kunnen inkopen waar ze maar willen.”

Zorgcampagne

Staatssecretaris Ros wil werken in de zorgsector promoten, dus komt er weer een nieuwe campagne aan. Vredenbregt ziet hier de ironie van in: “Je slaat een krant open en leest over alle problemen in de zorgsector. Zo’n campagne is natuurlijk heel erg goed, maar ik vraag me dan toch echt af of het werkt.” Kleinlugtenbelt lacht: “Ros moet flink haar best doen om het vak op te hemelen. Toch jammer dat de zorg in zo’n slecht daglicht is komen te staan. Ik zou zelf zo weer kiezen om de zorg in te gaan. Ik vind het namelijk een heel dankbaar beroep. Mensen kunnen wel eens mopperen, maar zijn uiteindelijk blij dat je komt.”

Martine Geerts
Foto: Eljee

Invoeringwmo.nl
Persaldo.nl

Kansen voor de kerk!

De invoering van de WMO biedt zoals gezegd volop kansen voor de kerk. Dat vindt ook Hans van der Knijff. Hij is commissielid van het christelijk-gereformeerde deputaatschap ‘Diakonaat’. Enthousiast vertelt hij over de mogelijkheden die de kerk krijgt om de samenleving van dienst te zijn: “Kerken kunnen die hulp aanbieden, die door de gemeente niet wordt vergoed.” Hij heeft een aantal adviezen voor kerken:

1. Informeer welke maatstaven voor zorg-indicatie uw plaatselijke gemeente aanhoudt. De ene gemeente zal meer financiële ruimte hebben voor huishoudelijke zorg, dan de andere. De ene gemeente zal wel een scootmobiel bekostigen, terwijl de ander dat niet doet. Zo weet u waar behoefte aan is in uw stad of dorp.

2. Bied (oudere) mensen aan om te helpen bij de zorgaanvraag.

3. Werk samen met andere kerken en start bijvoorbeeld een interkerkelijke hulpgroep. Of sluit u aan bij een bestaande christelijke vrijwilligersorganisatie, zoals stichting Present. (Stichtingpresent.nl)

4. Trek aan de bel bij de gemeente. Zij moeten namelijk subsidies aan vrijwilligersorganisaties verstrekken om de coördinatie van deze non-professionele zorg goed te laten verlopen.

5. Benut de kerkgebouwen om zorg te verlenen.

6. Ten slotte kun je als kerk (op verzoek) zorgvragers koppelen aan hulpverleners. Bijvoorbeeld: als mevrouw Jansen uit de kerk haar been heeft gebroken, kun je aan gemeenteleden vragen of ze elke avond even de afwas komen doen.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons