Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Vakantie is een 'must'

"Moet jij nog?"

in Geloven

'Ben jij al op vakantie geweest, of moet je nog?’ is een herkenbare vraag waarbij het woordje ‘moet’ onbedoeld weergeeft hoe de gemiddelde Nederlander erover denkt. Op vakantie gaan móét. Soms lijkt het wel een sociale dwangneurose. Je zou bijna vergeten dat een kwart van ons volk helemaal niet op vakantie gaat.

In de Middeleeuwen hadden we ongeveer evenveel vrije dagen als nu, als we onze zaterdagen meetellen. Die waren met name gereserveerd voor heiligen en ook voor christelijke feesten, waarvan er toen veel meer officieel gevierd werden. Die dagen waren bovendien gelijkmatig over het hele jaar verdeeld, elke week wel een of twee. Het begrip ‘vakantie’ was dan ook onbekend. De 14e eeuwse schrijver en dichter Francesco Petrarca deed iets waarin de huidige vakantieganger zich geheel herkent. Hij beklom een berg ‘om van het uitzicht te genieten’. Dat was iets nieuws. Hij scheidde doelmatigheid van genot. Om die reden wordt hij wel eens de ‘eerste moderne mens’ genoemd.

De kunst van het genieten

Voor ons moderne mensen is genot op zichzelf komen te staan. Zelfs bij Calvijn vinden we al iets van de bewustwording daarvan: ‘Wat God geschapen heeft, is goed, en God heeft ook dingen geschapen die alleen maar bedoeld zijn om van te genieten.’ Hij noemt als voorbeelden kleren die naast nuttig ook sierlijk en eerbaar zijn, en gewassen en bloemen die ook plezierig zijn om naar te kijken en om aan te ruiken. Met die benadering is hij overigens wel minder ‘calvinistisch’ dan heel wat van zijn latere volgelingen.

Reclame

Wij gaan een stuk verder dan Calvijn. Het genieten (‘Het Grote Genieten’) reserveren we voor dingen die we daartoe zelf hebben ‘geheiligd’, apart gezet: het weekend, een vrije dag, de pensioengerechtigde leeftijd, de vakantie. Het lijkt wel of we niet goed in staat zijn om te genieten in ons werk, de studie, de opvoeding, huiselijke bezigheden. We kennen verschillende uitspraken waaruit blijkt hoe we het genot hebben afgezonderd van ons gewone doen: ‘Ik ben er echt aan toe.’ ‘Straks kan ik een beetje tot rust komen.’ ‘Eindelijk relaxen.’ ‘Een mens heeft het nodig.’ Zelfs de reclame speelt erop in: ‘Zo, eerst even een... (biermerk).’

Bewust gekozen actie

Het zijn allemaal opmerkingen die illustreren dat we op dit moment niet aan het genieten zijn. Daar behoort iets aan gedaan te worden, vinden we, en de gemeenschap moet ons daarbij helpen. Zo krijgt vakantie automatisch de status van een verworven recht. Genot lijkt zich wel van ons natuurlijke dagelijkse leven te hebben losgemaakt. We spreken niet voor niets over de ‘Kunst van het genieten’. Misschien had Pascal het een eeuw na Calvijn al over het niet beheersen van die kunst toen hij zei: ‘Alle ellende van de mensen heeft maar één oorzaak, namelijk dat zij niet in staat zijn rustig in een kamer te blijven.’
Het genieten is voor ons dus geen vanzelfsprekendheid meer, maar een bewust gekozen actie. De Prediker geeft aan dat er voor alles een bepaalde tijd is (3:1-8) en noemt 28 acties, in 14 tegenstellingen. Genieten of vakantie nemen komt in die opsomming niet voor. Dansen wel, maar dan als tegenstelling tot rouwen. Men kende het genot in zijn tijd niet als iets dat op zichzelf staat.

Vette bonus

Genieten hebben we vastgeplakt aan bepaalde activiteiten. Op vakantie gaan is er zo eentje, en heeft daardoor groteske proporties aangenomen. Het middel, namelijk tot rust, bezinning en vernieuwde inspiratie, is doel in zichzelf geworden. Het is voor de meeste mensen geen adempauze meer maar een genotsproject. Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie, zegt in een NRC-artikel dat we met de vakantie een ervaring aanschaffen: “Mensen kopen de ingrediënten, zoals een vliegreis, een plaats op de camping en een huurauto om een vakantiebeleving te produceren. (...) U betaalt het geld, en vervolgens zorgt de reisorganisatie ervoor dat u wat bijzonders beleeft daar in Thailand, of op dat tropische eiland. Tempels voor de mensen die wat culturele inspiratie nodig hebben en een strand voor de behoefte aan luieren.”

Verontschuldigen

De vakantiegekte is heel Nederlands, vergelijkbaar met het naar de klok kijken of het nog geen vijf uur is zodat je naar huis mag. Vakantie móét. Je zou je bijna verontschuldigen als je níét gaat, of maar een weekje. Klamer: “Misschien betekent dat dat Nederlanders meer dan wie dan ook de kunst verstaan om wat van die vakanties te maken, om er echt van te genieten. Want waarom zouden ze er anders ieder jaar weer veel geld voor over hebben? Of zijn Nederlanders kuddedieren die aan vakanties doen, omdat anderen dat doen?”
Voor dit ‘verkregen recht’ krijgen we ook nog eens vakantiegeld, dat bijvoorbeeld de Amerikanen helemaal niet kennen, hoewel ze wel meer verdienen dan wij. Het is voor hen heel vreemd dat je een tijd van je werk wegblijft en dan gewoon doorbetaald krijgt, terwijl je ook nog eens een vette bonus ontvangt om van dat wegblijven te kunnen genieten. Voor zoiets verklaren ze ons voor gek.

Verwachtingen

Als verwachtingen te hoog gespannen zijn, valt het feestje tegen. Dat is een wet die ook voor onze vakantie opgaat, in de meest uiteenlopende varianten. Elk gezinslid wil een eigen vakantiebeleving en niet die van een ander. Sommige mensen voor wie de werkdruk wegvalt, krijgen op de derde of vierde dag van de vakantie koorts of griep. Er is een piek in het aantal hartinfarcten op de eerste of tweede dag. Het aantal echtscheidingen tijdens of na de vakantie neemt dramatisch toe. Heimwee is een niet te bestrijden ziekte die mensen voortijdig naar huis drijft.

Het weer valt tegen – thuis is regen niet erg, op vakantie wel. We worden bestolen omdat we te naïef zijn voor zeden die we niet kennen. We vergaan van de spierpijn van al de ongewone dingen die we plotseling menen te moeten doen zonder training vooraf. We slapen slecht. We verdwalen. Het appartement lekt. We moeten een week wachten op het verhelpen van pech, in een land waar we de taal niet beheersen. De wc is te goor om op te zitten. We vervelen ons. We willen naar huis.
Kortom: vakantie is een heel dure manier om ons weer eens in te prenten hoe goed we het thuis eigenlijk hebben.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons