Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

'Je hebt die kids zo drie maanden in huis'

Maatschappelijk werkster Berriel vertelt over haar buurtwerk

in Geloven

Er zijn plekken in Nederland waar menselijk leed je overal omringt. Toch valt dat vaak alleen op aan wie het ook wíl zien. Berriel Castillion is zo iemand, die door een mooie, stoere of onverschillige buitenkant heenkijkt en oog heeft voor de pijn die erachter ligt.

De meisjes zitten er wat bedeesd bij in het Kerkhuis. Ze zijn ook maar met z’n vijven. Normaal komen er veel meer tieners bij Berriel. Hoewel deze goedlachse dame de scholieren minder wil belasten, en ze voortaan slechts tweemaal per maand wil laten komen, hebben de meiden zelf onder luid protest te kennen gegeven dat ze dit bijbelclubje geen week willen missen.

Ellende

Berriel spreekt tieners aan op straat. Ze legt contacten met hen, bezoekt hun ouders en haalt ze desnoods voor een tijd in huis. Twaalf jaar geleden kwam ze in de Bijlmer wonen met haar zoon en dochter in de groep-8 leeftijd. “Ze brachten vriendjes mee, en voor je ‘t weet, heb je die drie maanden in huis. Ik was meteen al bezig als een maatschappelijk werkster, met gebroken gezinnen en kids die niet meer naar school gingen.”
Met grote betrokkenheid vertelt Berriel over de kapotte jonge levens die zij mag begeleiden. “Onderweg naar de kerk zag ik een jongen die er smerig uitzag. Hij groette me heel bewust en vroeg beleefd: ‘Gaat u naar de kerk?’ Ik zei dat dat klopte en vroeg hem of hij mee wilde gaan. Dat deed hij. We konden meteen opvang voor hem regelen. Hij kwam goed terecht, heeft nu een eigen huis en een baan, en geeft zondagsschoolles. Ik kreeg almaar brieven van hem over hoe hij zich voelde. Hij schreef me over ons eerste contact: ‘Ik wilde die ochtend nog één keer beleefd zijn, want ik zou een eind aan mijn leven maken’.”

Eén van de bijbelclubmeiden moet een ‘liefdesbrief van Jezus’ voorlezen. Ze krimpt ineen van gêne en krijgt de woorden ‘Ik hou van jou’ met geen mogelijkheid uit haar mond. Sommigen hebben dat thuis nog nooit horen zeggen.

“Er kwam een jongen bij me wonen. Zodra hij me op de bank zag zitten met mijn twee kinderen, begon hij te schreeuwen en te schelden. Hij bleef maar huilen toen ik met hem praatte. Hij had nooit zomaar met zijn moeder op de bank gezeten, en haatte haar. Al jaren voelde hij de pijn van zijn eenzaamheid.”
Berriels gezicht wordt vrolijk als ze over Mike begint te vertellen. “Hij is heel grappig. Die belt aan de deur, vraagt hoe het met me gaat en vertrekt weer. Het is een jongen die woedeaanvallen krijgt. Soms erkent hij dat hij het weer verpest heeft, en belooft dan beterschap. Na een week krijg je weer zo’n verhaal.”

Armoede

“Er zijn gezinnen waarvan de vader is vertrokken en geen alimentatie betaalt. Ik kom in huizen waar de hele inboedel verkocht is en kinderen weglopen vanwege de armoede.” Berriel kent alle thuissituaties van de bijbelclubtieners.
“Een moeder kwam nooit meer thuis omdat ze twee banen had en ongeveer dag en nacht werkte. De energie was afgesloten, ze zat zes maanden in de kou. Haar kinderen zwierven maar wat over straat. Het Kerkhuis is bijgesprongen, en ik heb haar gezegd dat ze haar tweede baan moest laten schieten. Ze zegt nu dat ze blij is dat iemand haar adviseert wat ze moet doen.”

Op de club gaat het over de ‘vrucht van de Geest’ en hoe je eraan kunt werken om die te dragen. ‘Als je niet liefhebt, wat doe je dan? Als je niet goed bent, wat ben je dan? Als je geen zelfbeheersing kent, wat zit er dan in je?’

Moraal

“Het is een beetje de cultuur hier dat ouders geen tijd nemen om met kinderen te praten. Ik heb dat zelf ook moeten leren. Maar zo is het wel logisch dat kinderen niet weten hoe ze zich moeten gedragen. Soms willen christenen met ons meedoen, maar dan haken ze toch af omdat de kinderen zo ruw zijn. Ik tolereer dat ook niet, maar je moet hun taal gaan leren om ze te begrijpen. Ik wil ze winnen voor Christus.”
Ook door haar werk waarmee ze een menswaardig bestaan biedt aan druggebruikers, maakt Berriel dagelijks mee wat er mis kan gaan in een mensenleven. “Een meisje luisterde niet naar haar moeder omdat die altijd maar commentaar had. Ze vluchtte van huis en ging liegen; dat is echt heel erg. Ze beweerde dat haar vader gewelddadig was. Maar ik ken die man en weet dat dat niet zo is. Hij belde me ten einde raad op, had zijn dochter gevonden. Ze kwam terug, maar wilde alleen bij mij wonen. Als je die twee nu ziet... ze gaan samen naar de kerk!”

Voordat de clubleden buiten gaan barbecuen, mogen ze in een tekstwolkje op een blad papier invullen wat er in hen verbeterd zou kunnen worden. ‘Hoezo verbeteren?!’ schalt er verbeten door het Kerkhuis.

“Met de Kerst had een meisje van die kleren gekocht waar je dwars doorheen kijkt. Haar moeder zei: ‘Ga naar Berriel en vraag wat ze ervan vindt.’ Ik zei dat ik het wel leuk vond, maar dat ik toch een ander bloesje aan zou trekken. Als je jezelf zo tentoonstelt, heb je straks een vriend die zegt: ‘Nou, ik heb alles al gezien, aan jou valt niks nieuws meer te ontdekken. Ze zei: ‘Ja, je hebt gelijk!’”
Nog een keer laat Berriel haar vrolijke lach rollen.

Stichting Jehu

De bijbelclub maakt gebruik van het Kerkhuis, een adviescentrum voor migrantenkerken. In 2004 adviseerde een buurvrouw die daar werkt Berriel om een stichting te starten, waardoor ze meer naar buiten kan treden met haar jongerenwerk. Dat werd Stichting Jehu, waarvoor momenteel vier mensen onbetaald werken.
Berriel zou er graag meer tijd aan besteden. Ze werkt nu nog vier dagen per week als activiteitenbegeleidster van druggebruikers. Als Jehu goed gaat lopen, is ze bereid die baan ervoor op te geven. Ze volgt inmiddels een SPW (sociaal pedagogisch werk)-
opleiding om de kinderen beter te kunnen begrijpen, en doet een leiderschapstraining bij Agapè.
Bovendien heeft Berriel nog een plan, maar daarvoor is dit zaaltje van het Kerkhuis ongeschikt. Ze bracht moeders bij elkaar om voor hun kinderen te bidden, en wil dit elke maand gaan doen. Daarvoor moest ze nu een ruimte huren. Tevens wil ze een
Alpha-cursus gaan geven. Maar ze heeft vooral haar zinnen gezet op een inloophuis dat altijd open is, waar zo nodig een paar kinderen opgevangen kunnen worden.

Een beknopte omschrijving van Stichting Jehu vindt u op de website www.7maal7.nl

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons