Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘Ik ben een bekeerde atheïst’

Peter Vlug sr., de man achter Opwekking:

in Geloven

Samen met zijn vrouw Else stond Peter Vlug sr. (1931) onder meer aan de wieg van de jaarlijkse Opwekkingsconferentie, de gelijknamige stichting en de Mars voor Jezus in Nederland. De goedlachse ‘pinksterman’ is wars van kerkelijk hokjesdenken en nog altijd volop betrokken bij de zaak van zijn Meester.

Vlug is een man met opvallend heldere, lichtblauwe ogen in een zongebruind gezicht. In zijn woning in Voorthuizen vertelt hij enthousiast over zijn bewogen leven en – hoe kan het ook anders – over de rol van de Heilige Geest daarin. Hij ontpopt zich als een geboren verteller. “Als ik eenmaal begin te praten, houd ik niet meer op, hoor!” waarschuwt hij met een knipoog.

Socialist

De vraag wanneer hij voor het eerst écht Pinksteren heeft gevierd, ontlokt een gulle lach. “Dat was een halfjaar nadat ik, in november 1953, tot bekering ben gekomen. Nu moet je weten dat ik een bekeerde atheïst ben. Mijn vader was een rasechte socialist. Ergens in de verte was mijn moeder wel gelovig, maar mijn vader is zo dominant geweest – in alle liefde gezegd – dat hij geen ruimte gaf aan het Evangelie. Ik ben dus opgegroeid zonder Gods Woord. Het was een fijne, maar achteraf gezien arme jeugd.”

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Peter terecht bij een christelijke padvindersclub. Daar maakte hij kennis met het christelijk geloof. Hij was naar eigen zeggen liever een oprechte heiden dan een huichelachtige christen, omdat hij niet geloofde. “Enkele jaren later ontmoette ik Else, die uit een zeer gelovig gezin komt. Zij werkte in een christelijk clubhuis, waar ik jeugdleider was. Uiteindelijk ben ik door haar toch geestelijk gaan zoeken. In 1953 kwam ik tot bekering; voortaan wilde ik alleen nog maar voor de Heer leven!”

‘Ook bij ons is het water vaak tot aan de lippen gekomen’

Na zijn bekering was de geestelijke zoektocht van Peter Vlug echter nog niet voorbij. De voormalige atheïst verlangde naar meer. Hij begon de Bijbel te bestuderen en volgde onder andere een intensieve, veertiendaagse bijbelstudie. Daarbij werd onder andere dieper ingegaan op de Persoon en het werk van de Heilige Geest, aan de hand van I Korintiërs 12 en 14. “Ik kreeg een geweldig verlangen naar de doop met de Heilige Geest,” herinnert hij zich. “Die ontving ik op 2 januari 1954. Onvergetelijk! Als een vol glas water stroomde ik over. Die vervulling had ik nodig, omdat ik het verlangen had om voor de Heer te werken. Wil je veel kunnen uitdragen, dan is bekering alléén niet genoeg: je moet vól zijn van de Geest om echt vruchtbaar te kunnen zijn in Gods Koninkrijk! Er kwam die dag een enorme blijdschap in mijn hart, vreugde en dankbaarheid. We zijn overigens in 1954 getrouwd, dus dit was in meer opzichten een bijzondere periode in ons leven.”

Wonder

In 1957 kwam Vlug “fulltime in dienst van de Heer,” zoals hij het bij voorkeur omschrijft. Dat was geen eenvoudige beslissing, herinnert hij zich. “Het begon ermee dat iemand tegen me zei: ‘Het zou fijn zijn als je de Heer fulltime ging dienen.’ Toen dacht ik: wat is dat en hoe gaat dat? Mijn vrouw en ik kwamen allebei uit het maatschappelijk werk; we hebben samen een kinderhuis gehad. Nu kwam plotseling de vraag of ik mee wilde werken in een evangelisatiewerk op kantoor, met organisatorische hand- en spandiensten en als chauffeur. Maar ik had een baan en Else was zwanger van ons eerste kind. ‘Wat ga ik dan verdienen?’ vroeg ik. ‘Daarvoor moet je op de Heer vertrouwen,’ antwoordde hij. ‘Maar ik heb al een paar jaar gewerkt en mijn vrouw is zwanger; we zijn een jong gezin – hoe moet dat?’ wierp ik tegen. ‘Vertrouw op de Heer!’ herhaalde hij.”

Het jonge echtpaar besloot God om een teken te vragen. Zonder het aan iemand anders te vertellen, baden ze op 1 augustus 1957 samen dit gebed: “Als U wilt dat Peter fulltime in Uw dienst gaat werken, laat er dan een wonder gebeuren om dit te bevestigen. Geeft U het iemand in het hart om ons zomaar een maandsalaris te geven, zodat we weten dat U voor ons zult zorgen.”

Peter Vlug steekt een vinger in de lucht: “Schrik niet, maar we konden destijds leven van honderd gulden!” Met een brede glimlach: “Als ik de lieve Heer was, had ik gezegd: ‘Je hebt het 1 augustus gevraagd, dus 2 augustus krijg je het antwoord.’ Maar nee, Hij wachtte tot op de laatste dag van de maand, toen ik al bezig was ontmoedigd te raken... Er kwam een klein envelopje binnen met een kaartje. Daarop stond: ‘Wees in geen ding bezorgd en Ik zal tot in lengte van dagen voor je zorgen en het zal je aan niets ontbreken.’ Er zat precies honderd gulden in die envelop! Wij zijn daar zó onvoorstelbaar klein en dankbaar van geworden.”

‘Je gelooft dat God wonderen kan doen... en toch overleed Martijn!’

Lievelingetjes

Jarenlang reisde Peter Vlug stad en land af om te evangeliseren en bruggen te bouwen tussen de pinksterbeweging en de traditionele kerken. Ook maakte hij samen met zijn vrouw diverse zendingsreizen (onder andere naar Suriname en het Caribisch gebied) om het Evangelie uit te dragen.

‘Het zal je aan niets ontbreken.’ Die belofte uit 1957 bleek telkens opnieuw waarheid, juist ook in moeilijke situaties. “Mensen hebben wel tegen ons gezegd: ‘Jullie zijn vast en zeker de lievelingetjes van de Heer; Hij is heel bijzonder met jullie!’ Nou, dat ligt toch wel anders. Jazeker, we zijn enorm gezegend. God heeft werkelijk geweldig voor ons gezorgd. Maar ook bij ons is het water vaak tot aan de lippen gekomen. We hebben ervaringen gehad met ziekte, met grote schulden, we hebben allerlei crises in ons leven gehad. Ik heb soms ook geroepen: ‘Vader in de hemel, waar bent U?’ Bijvoorbeeld toen onze kleinzoon Martijn in 1988 stierf, op 2,5-jarige leeftijd. Hij had kanker. Dan gaat er heel wat door je heen! Want je gelóóft in gebedsgenezing, je gelóóft in de volheid van de Heilige Geest, je gelóóft dat God wonderen kan doen... en toch overlijdt hij!”

Vlug roert even bedachtzaam in zijn thee. “Toch ben ik mijn geloof niet kwijtgeraakt. Ik wil ook nu blíjven staan op het Woord van God. Met hetzelfde enthousiasme van vroeger wil ik met mensen blijven bidden om genezing, omdat ik vertrouw dat Zijn Woord ja en amen is. Maar er staan wél drie levensgrote vraagtekens op mijn muur. Martijn is er één van; zijn dood heb ik nooit begrepen. Ik heb drie maanden lang zo’n worsteling gehad rondom Martijn. Uiteindelijk moest ik kiezen of ik de weg van de rebellie zou gaan, maar dan zou ik mijn geloof zijn kwijtgeraakt, of zou zeggen: ‘Heer, ik weet het niet en ik begrijp het niet, maar ik leg mijn vragen in Uw hand.’ Ik heb na veel strijd die laatste weg gekozen. Het tweede vraagteken is de ziekte van mijn vrouw. Ze is lang, heel lang ziek geweest. Uitgerekend op het zendingsveld, ergens in Haïti, liep ze hepatitis B op. Haar toestand was kritiek, maar uiteindelijk is ze genezen. Het derde vraagteken is een grote crisis die we hebben meegemaakt in ons werk. Toen hebben Else en ik ook tegen elkaar gezegd: ‘Waarom gebeurt dit? We begrijpen het niet!’ En toch zijn we doorgegaan. Mijn vrouw heeft ons levensverhaal opgetekend in het boek En wij hebben het geloof behouden (zie kader, red.). Die titel hebben we niet voor niets gekozen!”

Kracht

Na 43 jaar ‘fulltime in dienst van de Heer’ te zijn geweest, ging Vlug in 2000 met pensioen. Sindsdien is hij ambassadeur bij Stichting Opwekking, die hij zelf in 1960 mede heeft opgericht en waarvan hij tot zijn pensioen directeur was. Het viel hem zwaar om zijn ‘kind’ los te laten, maar als ambassadeur van Opwekking is hij nog volop (zo’n 25 uur per week) betrokken bij het werk.

“De Opwekkingsconferenties begonnen op 1 april 1970 met zo’n 250 deelnemers. Inmiddels zijn het er – verspreid over drie dagen – veertigduizend. Wat een zegen van God dat dit werk zo gegroeid is!” zegt Vlug met stralende ogen. Aanvankelijk trokken de conferenties uitsluitend mensen uit pinksterkringen. Tegenwoordig is zestig tot zeventig procent van de bezoekers afkomstig uit de gevestigde kerken. Ook sprekers zijn niet langer uitsluitend ‘pinkstermensen’. “In het verleden was er een duidelijk verzet vanuit de kerken, maar in de loop van de jaren hebben we kerkmuren zien wegvallen. Daarin zie ik heel duidelijk de hand van de Heilige Geest. Hij wil dat de christenen één zijn en samenwerken.”

Sinds zijn bekering in 1953 is Pinksteren voor Vlug nog altijd het onbetwiste hoogtepunt van het jaar: “Pinksteren betekent erop uitgaan voor de Heer, het delen van de blijdschap en de vreugde. Het is een feest van vernieuwing, van verfrissing en het volzijn van de Heilige Geest. De Geest is gegeven om ons kracht te geven om van Jezus te getuigen. Jezus beloofde Zijn volgelingen: ‘Gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt.’ (Hand. 1:8, red.) De vraag is: zijn we alleen christenen op zondag, of weten onze buren ook bij Wie we horen? Sluiten we ons op in ons eigen, veilige kringetje en houden we het Evangelie voor onszelf, of brengen we anderen in aanraking met Jezus?”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons