Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Boeren met barmhartigheid

Zorgboerderij combineert agrarische praktijk met sociale zorg

in Geloven

Tijdens de huwelijksinzegening van Gert-Jan en Hanneke Wensink in 1996 in de Grote Kerk in Apeldoorn sprak de dominee over de Barmhartige Samaritaan. ‘Jullie hebben een herberg aan de Wenumsedwarsweg,’ zei hij, in een verwijzing naar hun boerderij. ‘In jullie herberg zullen veel mensen komen en zal veel geluk en voldoening zijn.’

Zeven jaar later werden die woorden van de dominee werkelijkheid. Het boerenbruidspaar stond er aanvankelijk amper bij stil. Tja, de Wenum Hoeve stond voor iedereen open, maar een herberg? Het vee moest worden verzorgd en die 900.000 liter melk per jaar moest worden gehaald. Maar toen hun bedrijf in 2001 werd getroffen door de mkz, was het tijd om de koers te wijzigen.

Hulpboeren

Zo’n tien jaar na hun bruiloft zijn Gert-Jan (38) en Hanneke (34) nog steeds boer en boerin. Met hun twee kinderen wonen en werken ze op de Wenum Hoeve, aan de rand van de Kroondomeinen ten noorden van Apeldoorn. Maar er is veel veranderd. Hoewel ze nog wel tachtig stuks jongvee en een bonte verzameling kleinvee hebben, is de intensieve melkveetak verdwenen.

In ruil daarvoor kwam iets heel anders: het bedrijf biedt sinds 2003 dagelijks werk en begeleiding aan circa twintig medemensen, die vanwege lichamelijke, verstandelijke of psychische barrières (nog) geen reguliere baan kunnen krijgen. Het zijn de zogeheten hulpboeren. Met de nodige pauzes tussendoor zijn ze onder Gert-Jans leiding dagelijks van half negen tot half vijf in touw, de één een uurtje per week, de ander fulltime. In ruil voor vergoedingen van diverse zorginstellingen – vaak via de persoonsgebonden budgetten (PGB’s) – biedt de Wenum Hoeve hun een veilige en zinvolle dagbesteding op het platteland.

“Ik werk hier elke dag,” vertelt hulpboer Martijn (26) tijdens de koffiepauze op de grote, tot huiskamer verbouwde deel. Hij schuift zijn rubberlaarzen onder de lange stamtafel en roert in een kop verse koffie, terwijl op de achtergrond in de zithoek een andere hulpboer nog wat hout op de kachel gooit. “Ik kom echt tot rust als ik hier bezig ben. Het mooiste vind ik tussen de koeien werken, bijvoorbeeld de stallen uitmesten.”

Rust, ruimte en dieren

Martijn is niet de enige die rust vindt in het werken op de Wenum Hoeve. “We horen dat vaak van de hulpboeren,” vertelt Hanneke. “De grote kracht van een bedrijf als dit is de ruimte en de diversiteit. Als je het uitmesten zat bent of daar irritaties hebt met iemand, kun je hout gaan kloven. We hebben een heel gemengde doelgroep, van mensen met een lichamelijke handicap tot mensen met een psychiatrische achtergrond, dus het kan af en toe best botsen; er wordt hier net zoveel gehuild als gelachen. Maar je hoeft niet bovenop elkaar te zitten.”
Gert-Jan is degene die de hulpboeren de hele dag door begeleidt en aan het werk houdt – van eieren rapen en stallen uitmesten tot mollen vangen, struiken snoeien of in het huishouden helpen. Ook hij merkt dat het werken op de boerderij de mensen goed doet. “Een boerderij is sociaal veilig en rustig, maar nooit saai. Er gebeuren ingrijpende dingen, zoals een kalfje dat geboren wordt of een dier dat dood gaat. Daardoor leren hulpboeren bijvoorbeeld om te gaan met een stukje verdriet, zonder dat het meteen al te bedreigend is. En ze leren hier ook hun grenzen aangeven. Dieren praten niet terug, maar ze kunnen je wel flink dwarszitten. Dan moet je je mannetje staan zonder uit de slof te schieten. Dat is een vaardigheid die je in de omgang met mensen ook van pas komt.”

Zwaar ploegen

Als er twee maatschappelijke sectoren in Nederland zijn aan te wijzen waar het zwaar ploegen is, dan zijn dat wel de landbouw en de sociale zorg. Over eindeloze regelgeving en het belang van keiharde zakelijkheid temidden van conflicterende wensen en eisen, hoef je de Wensinks dan ook niks te vertellen. “Wat dat betreft, zou je denken dat we dom geweest zijn om van de ene jungle in de andere te stappen,” lacht Hanneke. “Ik zit ook letterlijk de hele dag achter de computer om alles uit te zoeken en bij te houden. Terwijl ik het natuurlijk leuker zou vinden om meer met Gert-Jan en de hulpboeren op te trekken. Maar je moet er wat voor over hebben.”
De Wenum Hoeve behoort al generaties lang tot de familie Wensink. Toen Gert-Jan in 1990, na 15 jaar maatschap en een jaartje dienstplicht bij de mariniers, het melkveebedrijf van zijn vader overnam, wist hij dat hem een eenzaam bestaan wachtte. “Dat hoorde er gewoon bij.” Maar de ruiming van alle vee in 2001 deed de deur dicht. “Ik had al gezien hoe ze in Amerika de koeien elke veertien dagen een hormoonspuit geven om de melkproductie te verhogen. En daar moeten wij als Nederlandse boeren tegen concurreren... De schepping wordt vernield. Toen de mkz-crisis kwam, was voor mij de lol eraf.”

Ideaal en realiteit

“We kregen het gevoel dat we meer konden dan alleen maar weer van voren af aan beginnen,” zegt Hanneke. “Langzaam maar zeker tekenden zich in onze harten de contouren af van ‘de herberg’ waarvan de dominee ruim tien jaar eerder iets had geproefd. Je verbaast je erover,” zegt ze, “dat dat toen gezegd is zonder dat iemand wist hoe het zou lopen. Dat is wonderlijk.”
“We hebben absoluut hulp van God gehad,” vervolgt Gert-Jan. “Niet dat we ooit een lichtflits hebben gezien of zo, maar gaandeweg werden we gesterkt en bevestigd in onze nieuwe richting. Voor mij was een boekje van Robert Schuller zo’n knipoog van God. In die beginperiode was ik gewoon te moe om ‘s zondags naar de kerk te gaan. Maar ik kreeg van Boven tools aangereikt om de blik naar voren te richten. Zo zie ik het.”
Na een cursus van de stichting Landbouw en Zorg wisten de Wensinks het zeker. In hun nieuwe plan kwamen zowel hun christelijke idealen als hun zakelijk realisme samen. “Er liep op het bedrijf altijd al van alles rond aan mensen die een rustplek nodig hadden, maar in een productiebedrijf blijft dat in de zijlijn,” aldus Gert-Jan. “Daar hebben we nu een kerntaak van gemaakt. En het werkt.”

Keiharde zakelijkheid

Gert-Jan en Hanneke zien de Wenum Hoeve nadrukkelijk als bedrijf en niet als ideële instelling. “Als je met melkvee werkt, ben je voortdurend met je kostprijs bezig,” merkt Gert-Jan op, “maar dat is nu niet anders. Als we niet zakelijk zijn, vooral naar de zorginstellingen toe, bestaan we over drie jaar niet meer.”
Hoewel bezuinigingen in de zorg een reële dreiging vormen en ze liefst nog wat zouden groeien om meer hulpboeren en een professionele medewerker aan te trekken, zijn de Wensinks dik tevreden over hoe het project loopt. “Ik heb van drie jaar zorg meer geleerd dan van tien jaar in de veehouderij,” zegt Gert-Jan. “Toen we begonnen, vroeg ik me wel eens af of ik nog wel een echte boer was. Nu vind ik het optrekken met de hulpboeren het meest waardevolle deel van m’n werk. Dat zie ik ook als iets waarin ik van God een duwtje in de rug heb gekregen.”
Bij de plaatselijke politici geldt het project intussen als toonbeeld van plattelandsvernieuwing, omdat het agrarische waarden behoudt en tegelijkertijd inspeelt op actuele maatschappelijke noden. Maar voor de Wensinks en de hulpboeren is de boerderij ook een plek van geestelijke vernieuwing. “Op het platteland lijkt het wel of het minder moeilijk is om te geloven dan in de stad,” zegt Hanneke, die zelf uit Apeldoorn komt en met Gert-Jan in hun vrije tijd in de stad ontmoetingsdiensten helpt organiseren voor kerkverlaters. “Hier hoor je in de stal een merel in plaats van alleen maar de airco op kantoor. Dat raakt mijzelf ook. We hebben deze zorgboerderij niet opgezet als evangelisatieproject, maar we bouwen het wel op christelijke idealen. Zo beginnen we de maaltijden met gebed voor wie dat wil. En je merkt ook dat de gesprekken hier vaak over het geloof gaan. Doordat mensen tot rust komen, gaan ze ook dieper over de dingen nadenken.”

Zorgboerderijen in stroomversnelling

In Nederland zijn meer dan 400 zorgboerderijen en ook in landen als Noorwegen, Frankrijk en België neemt de belangstelling toe. Van oudsher waren boerderijen vaak al een plek waar mensen ‘waarmee iets was’ welkom waren om mee te helpen. Doordat er in de loop van de tijd veel zorgvoorzieningen kwamen, is deze helende functie van boerderijen uit het oog verloren. De huidige zorgboerderijen pakken deze functie weer op. De laatste jaren is de ontwikkeling van zorgboerderijen in een stroomversnelling gekomen. Ze voorzien in de behoefte van zorgvragers en bieden nieuwe kansen voor boer en platteland.”

Onlangs ontving de Wenum Hoeve het keurmerk ‘Kwaliteit laat je zien’. Meer weten? Ga naar www.wenumhoeve.nl of www.landbouwzorg.nl

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons