Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Het suizen van een zachte stilte

‘Bladstil’, een novelle over schuld en genade

in Geloven

Was hij geniaal of gek, de schilder Jeroen Bosch? Nooit had iemand vóór hem zo levensecht de hel geschilderd. Gevallen engelen die als griezelige insecten naar beneden dwarrelen. Een schilderij van deze Jeroen Bosch over de verzoeking van de heilige Antonius inspireerde Leendert van Wezel tot het schrijven van zijn novelle Bladstil. “Ik ben dat schilderij binnengetuimeld en heb daaromheen het verhaal geschreven,” vertelt hij. Een beschouwing over geloof, schuld en genade in een stukje eigentijdse christelijke literatuur.

De Alblasserwaard, laag land tussen de rivieren. Achter hoge dijken liggen kleine en grote dorpen beschermd. Daaromheen, met sloten doorsneden, uitgestrekte weilanden. En veel meer bedrijven dan je aanvankelijk zou denken.
Leendert van Wezel is met dat laatste in z’n nopjes. Als directeur bedrijven van een grote bank in de Alblasserwaard doet hij er alles aan om zijn marktaandeel binnen al die bedrijvigheid gestaag te laten stijgen. En intussen schrijft hij. Literatuur. Maar wel voor een groot publiek.

Oog om oog

Leendert van Wezel is er de figuur niet naar om in de frontlinie te staan van de christelijke literatuur. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Dat straalt de bescheiden echtgenoot en trotse – ja, dat wel! - vader van drie zonen uit. Binnen de Hervormde Gemeente van Groot-Ammers heeft hij géén directietaken op zich genomen. “Wij leven kerkelijk mee met deze gemeente.” Wanneer ik hem vraag naar de ligging van deze gemeente op de kerkelijke kaart, antwoordt hij dat het om een ‘Gereformeerde-Bondsgemeente’ gaat binnen de PKN ‘of hoe dat ook heten mag’. Kerkelijke schaalvergroting moet je blijkbaar anders taxeren dan een groeiend marktaandeel.
De kerk komt er in zijn vorige novelle Dal van Dura niet zo best af. De kerk: dat is de hardvochtige vader van hoofdpersoon Marijke Cuvalier. Dat is de ouderling die Marijkes kritische vragen interpreteert als vrucht van een verdorven geest. De kerk: dat is voor Marijke een plek waar ze voorgoed haar bekomst van heeft gekregen.
Dal van Dura speelt nog helemaal binnen de bankwereld. Marijke Cuvalier heeft belastende documenten in handen gekregen, waarmee zij de carrière van haar manager kan vernietigen. Fraude! Witteboordencriminaliteit! Zij heeft de bewijzen in handen. De man die haar leven op de bank zo zuur maakt, kan zij ruïneren. Oog om oog, tand om tand. Precies het geloof dat haar vader leert.
Maar voordat ze haar chef aanklaagt, treft een bijzonder lichtspel haar oog. Licht dat de zon werpt door een gebrandschilderd raam in een monumentale kerk. Heilig licht. Het maakt dat haar grimmige voldoening verdwijnt. Dit licht doet een andere heiligheid vermoeden dan de strenge, ongenaakbare heiligheid die haar vader haar altijd heeft voorgehouden.

Goddelijk licht

In Bladstil heeft Leendert van Wezel de voor hem ‘veilige’ bankwereld verruild voor de wereld van de kunst. Sylvia Stanley heeft een bloeiende kunsthandel in Amerika. Hoewel haar naam dat niet verraadt, is zij Nederlandse van geboorte. Een vrouw met een luguber geheim. Zij reist van New York naar Amsterdam, omdat ze een klein briefje heeft gekregen van een vriend uit haar jeugd. Hij heeft haar toen zonder opgaaf van redenen de deur gewezen.

Hij vraagt haar naar Nederland te komen en de aanwijzingen te volgen die in het briefje staan. Zij moet eerst kamer 215 boeken in hotel Belvédère in Amsterdam. En vervolgens moet zij iets op gaan halen in een oude villa in Zeist. Nieuwsgierigheid drijft haar. Meer nog angst: Wat weet deze vriend wat zij niet weet? En als die vroegere vriend meer weet dan zij denkt, heeft zij dan nog wel haar leven onder controle? De lezer leert Sylvia Stanley steeds beter kennen als een vrouw met een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Uiterst lieftallig soms. Op andere momenten gewetenloos.

Twee hoofdpersonen: Een vrouw die de kerk vaarwel heeft gezegd in Dal van Dura. En een vrouw die volstrekt ongelovig is in Bladstil. Niet de hoofdpersonen die je zou verwachten in christelijke literatuur. Het lijkt erop dat je als christenauteur alleen maar een goed boek kunt schrijven wanneer de hoofdpersoon niet (meer) gelooft.

Volgt de christelijke literatuur hier de seculiere? Hebben ‘onze’ auteurs het succes geroken van een Maarten ‘t Hart en een Oek de Jong? Dat zijn vragen die aan gewicht winnen, als je naar de jongste roman van Sjaak Verboom kijkt, De val van de Aleph, en naar de jongste roman van Frank Dorst, De laatste rol. Allemaal ongelovige hoofdpersonen! Toch deelt Leendert van Wezel die zorg niet. “Ik zie binnen de gereformeerde wereld nog zoveel dingen waarover ik graag wil schrijven! In die verhalen zal de hoofdpersoon zeker kerkelijk meelevend zijn.”

Ook al zijn de hoofdpersonen randkerkelijk of onkerkelijk, in zijn novellen gaat het wel degelijk over essentiële geloofswaarheden. Dat heeft Van Wezel geleerd van zijn grote literaire voorbeeld, de Engelse auteur C.S. Lewis. “De diepgang van zijn teksten en de symboliek van zijn fictie is fenomenaal,” vindt Van Wezel.
Sylvia Stanley komt uiteindelijk in Zeist aan. Haar vroegere vriend heeft haar daar een afwijkende reproductie nagelaten van ‘De verleiding van de Heilige Antonius’. De Christusfiguur op dat schilderij zet Sylvia Stanley stil. ‘Hij heeft de armen uitgebreid, wijd uit elkaar, iets opgeheven, Hij kijkt haar vanaf het schilderij recht in het gezicht. […] Er is licht op het schilderij, beangstigend veel licht. Ja, er zijn duivels, maar ze zijn verdreven naar de rand van het schilderij’ (Bladstil, pag. 84/85). Ook hier werkt Van Wezel met het motief van het goddelijke licht dat mensen in het hart treft.
Als Christus haar vanaf dat schilderij in de ogen kijkt, leert Sylvia Stanley dat zij geen slachtoffer is, maar dader. Iemand die een zware misdaad begaan heeft. ‘Hoe lang ze daar gestaan heeft, weet ze niet, maar als ze opkijkt, is Geert weg. Het atelier is leeg. Ze is alleen en ze is schuldig’ (Bladstil, pag. 85).

Op dit punt in de novelle krijgt het motto betekenis. Van Wezel haalt dat uit de geschiedenis van Elia. Na diens overwinning op de priesters van Baäl is hij naar de woestijn gevlucht, naar de Horeb, bang voor de vervolging door de goddeloze koningin Izebel. Na een wonderlijke maaltijd, geserveerd door een engel, komt Elia op de Horeb aan. Daar wacht hij op een ontmoeting met God.

Het motto van de novelle is: ‘…en na het vuur het suizen van een zachte stilte.’ Zo komt God naar Elia toe. Op het suizen van een zachte stilte. Als Sylvia Stanley haar schuld erkent, verwacht zij bliksemstralen die haar zullen verteren. Maar in plaats daarvan is er een stilte. Geen oordeel, maar genade.
Het is bijna Goede Vrijdag. Aan het open slot van de novelle is Sylvia Stanley op dezelfde plek gekomen als de moordenaar aan het kruis. Als ik die gedachte aan Leendert van Wezel voorleg, zegt hij dat Sylvia geen betere keuze zou kunnen maken dan die van de gekruisigde moordenaar. “Maar het slot is open. In de stilte die Sylvia ervaart, ligt genade besloten. Ligt voor haar het begin van een nieuw verhaal.”

Herr unser Herrscher

Een novelle over schilderkunst, over schuld en genade, maar niet over muziek. En juist de muziek staat in de Nationale Boekenweek en in de Week van het Christelijke Boek centraal! Leendert van Wezel heeft geprobeerd om een muziekwerk in zijn novelle een rol te laten spelen. “Maar het voegde niets toe aan het verhaal. Ik heb dat stuk van het verhaal er toen maar weer uitgehaald.”

Van Wezel houdt erg van klassieke muziek. Johann Sebastian Bach is zijn favoriete componist. “Het begin van de Johannes Passion blijft me kippenvel bezorgen als ik die hoor: ‘Herr unser Herrscher…’. Maar ik kan ook intens genieten van The Messiah van Händel of van pianomuziek van Rachmaninov.”
Geen muziek maar stilte. Ze houden toch verband met elkaar. Alleen in de stilte komt de muziek in al haar schoonheid het beste uit. Alleen in de stilte met God kan de mens het zuiverste zijn eigen schuld en de grootheid van Gods genade zien. Van Wezel laat het zover niet komen. Maar niets zou mooier zijn dan wanneer die stilte Sylvia Stanley tot de belijdenis zou brengen: Mijn Here en mijn God. Herr unser Herrscher.

Middenin de Alblasserwaard raakt de hemel de aarde in een prachtig blauwgroen vergezicht. Het is stil. Bladstil. Wanneer de bedrijvigheid van de dag gestopt is, begint een echtgenoot en trotse vader van drie zonen opnieuw te schrijven. We zijn benieuwd naar de volgende Van Wezel.

Ook al zijn de hoofdpersonen randkerkelijk of onkerkelijk, in Van Wezels novellen gaat het wel degelijk over essentiële geloofswaarheden

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

‘De Bijbel vormt het hart van Rembrandts werk’

‘De Bijbel vormt het hart van Rembrandts werk’

Waarom maakte Rembrandt een 'selfie' bij het kruis?

Ik ben een zoeker geworden

Ik ben een zoeker geworden

Kleurrijke prenten vol verrassingen: geen wonder dat jong en oud blij worden van de Prentenbijbel van Marijke ten Cate. Terwijl ze tekende voor...

Judith van Helden: 'Boeken helpen angst aan te kaarten'

Judith van Helden: 'Boeken helpen angst aan te kaarten'

Schrijfster boek christelijke kinderboekenmaand over 'Bibbers in je buik'

Joëlle Post