Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Opwekking: nog steeds waait de Geest

Ds. Bram Krol en dr. Wim van Vlastuin over opwekking

in Geloven

Veel christenen in Nederland verlangen naar een brede geestelijke opleving. Ds. Bram Krol (58) en dr. Wim van Vlastuin (42), die zich beiden al jarenlang intensief met het thema opwekking bezighouden, putten moed uit het werk van de Pinkstergeest in verleden én heden.

Bram Krol, werkzaam bij Agapè, is gereformeerd predikant, theologisch docent en zendeling. Via de autobiografie van de opwekkingsprediker Charles Finney (1792-1875) kwam hij in 1970 voor het eerst in aanraking met het fenomeen opwekking. “Ik werd er direct door gegrepen. Ik dacht: dat wil ik ook meemaken! Sindsdien ben ik altijd op zoek geweest naar massale, geestelijke oplevingen. Ik heb er inmiddels diverse meegemaakt en beschreven, onder meer in Congo, Korea en Nepal.”

Gesprekspartner Van Vlastuin, Hersteld Hervormd predikant te Katwijk, maakte eveneens via lectuur kennis met het thema. “Dat was vooral door het lezen van de Schotse kerkgeschiedenis in mijn studententijd, en door de verzamelde werken van de bekende opwekkingsprediker Jonathan Edwards (1703-1758, red.).” Zijn belangstelling voor het onderwerp resulteerde in het boekje Opwekking, dat in 1989 verscheen. Als voorzitter van Stichting Bonisa Zending bracht hij de afgelopen jaren diverse bezoeken aan China, waar de kerk explosief groeit.

Intensivering

Wat bedoelen we eigenlijk als we het over ‘opwekking’ hebben? “Het is lastig om er een definitie van te geven,” stelt Van Vlastuin. “Het gaat over iets levends. Dat kun je nooit helemaal in de vingers krijgen. Hooguit omschrijven.” 

In zijn proefschrift over Edwards deed hij dat als volgt: “Een opwekking is een buitengewone, soevereine intensivering van het gewone werk van de Heilige Geest in een gemeenschap.” Hij licht toe: “Met ‘buitengewoon’ geef ik aan dat een opwekking iets bijzonders is. ‘Soeverein’ duidt aan dat niet wij, maar de Heilige Geest opwekkingen maakt. ‘Intensivering’: het is niet anders, maar wel dieper en breder dan het gewone werk van de Geest. En een opwekking is ten slotte iets wat altijd een gemeenschap raakt: een dorp, een streek of zelfs hele landen.”

In deze omschrijving kan Krol zich volledig vinden. “Als ik het voor mezelf heel kort samenvat, zeg ik: een opwekking is een heruitstorting van de Heilige Geest; een herleving van de gebeurtenissen uit het begin van het bijbelboek Handelingen.”
Van Vlastuin heeft moeite met de uitdrukking ‘heruitstorting’. “Edwards gebruikt haar ook, maar hiermee benadruk je onvoldoende het unieke van dit heilsfeit. Pinksteren is onherhaalbaar. Ik spreek liever van een vervulling met de Pinkstergeest.” 
Krol: “Toch zegt Petrus in Handelingen 11: ‘Evenals in het begin is de Heilige Geest ook uitgestort op ons.’ Hij zag het dus wel degelijk als een heruitstorting.”

Uitstraling

Zijn opwekkingen primair gericht op de gemeente of op ‘buitenstaanders’?
Krol wijst op Handelingen 10. “Daar lees je dat Cornelius en de zijnen, die uit het pure heidendom komen, dezelfde verschijnselen van de uitstorting van de Geest meemaken als Christus’ eerste volgelingen. Cornelius was weliswaar diep in zijn hart al gelovig, maar ‘formeel’ hoorde hij toen nog niet bij de gemeente. Die opwekking begint dus buiten de kerk.”
“Dat wil ik wat nuanceren,” merkt Van Vlastuin op. “De uitstorting van de Heilige Geest in Handelingen 10 staat in het kader van de ene golfbeweging van het heilsfeit van Pinksteren. In het Engelse woord revival klinkt al door dat opwekking bij christenen hoort, hoe zij dan ook tot de gemeenschap van Christus gerekend moeten worden. De Heilige Geest begint in de gemeente om het ingezakte geestelijke leven op te wekken. Tegelijk is er steeds een uitwerking en uitstraling naar buiten.”
“Toch durf ik het begin niet te beperken tot de gemeente,” reageert Krol. “Daarvoor heb ik teveel ‘gekke’ dingen meegemaakt.”

Welke ‘gekke’ dingen bijvoorbeeld?
“Opeens bleken er tussen de 125.000 en de 250.000 gelovigen te zijn onder de pygmeeën in het noorden van centraal-Congo. Niemand wist zelfs dat ze christen waren. Zij waren ook geen lid van enig bestaand kerkgenootschap, maar hadden wel eigen kerkjes gesticht. Dit gebeurde diep in het oerwoud, zonder dat er enig contact was met de beschaafde wereld. Die opwekking trok haar eerste sporen in 1990, maar heeft zich vooral sinds 1995 geopenbaard. Waar komt dat massale verlangen naar Gods Woord vandaan? Ik zie dit als een begin, of aspect van de uitstorting van de Geest. Zodra ons zendingsteam Gods Woord in hun kringen bracht, ontmoetten we daar een interesse en enthousiasme, ongekend! Ongelovigen vroegen ons zelfs spontaan een evangelisatiebijeenkomst te beleggen.” 
Krol geeft nog een voorbeeld: “In februari heb ik in Congo opnieuw vele duizenden mensen tot geloof zien komen; in ieder geval gaven zij aan bij Christus te willen horen. De meesten waren volstrekt geseculariseerde rooms-katholieken. Je kunt dus onmogelijk stellen dat een kerk de draagster was van die opwekking. Een opwekking is meer gelieerd aan het werk van de Geest dan aan het werk van de kerk.”

Is het juist om te stellen dat een opwekking eerder uitzondering dan regel is?
Van Vlastuin: “Met mijn omschrijving – ‘een buitengewone intensivering van het werk van de Heilige Geest’ – gaf ik al aan dat een opwekking ‘niet gewoon’ is. Er is ook een normale voortgang van het werk van de Heilige Geest in mensenlevens. Hij werkt wedergeboorte, geloof, berouw, bekering en een nieuwe gehoorzaamheid. Door de zonde is er echter ook een stuk gebrokenheid in het christelijke leven. Wie beweert dat het gewoon is dat er een opwekking is en ongewoon als zij ontbreekt, schept overspannen verwachtingen.”
“Ik formuleer het anders,” reageert Krol. “Opwekking hád gewoon moeten zijn. Maar door de hardheid van het hart en de zonde van de mens is dat wat levend had kunnen zijn, zwak geworden. Ik ben het op zich wel eens met wat je zegt, maar ik zie een opwekking niet als een ‘extra’. Volgens mij is een opwekking het normale geestelijke leven vanuit Gods perspectief, maar niet vanuit menselijk perspectief. Volgens de Bijbel is het Zijn uitdrukkelijke wil dat we bidders zijn, getuigen zijn, de Bijbel bestuderen, er serieus mee omgaan, enzovoort. Maar wat is de praktijk vaak? Het bijbellezen ontbreekt; mensen willen het niet of het komt er niet van, of het lukt niet. Dan ontstaat er een vervlakking die niet nodig is. Daarom gaat opwekking ook altijd gepaard met schuldbesef.”

Brandstof

Zijn er voorwaarden voor een opwekking?
Van Vlastuin, resoluut: “Nee. Genade – ook deze genade van de Heilige Geest – is altijd onvoorwaardelijk. Je kunt wél spreken over een weg tot opwekking in z’n algemeenheid, maar dat is nooit een voorwaarde. Die term suggereert dat een opwekking maakbaar is, mits wij aan bepaalde eisen voldoen. Neem ingrediënt A, B en C en voilà: lekkere soep – zo werkt een opwekking niet. Het is een vuur dat de Geest aansteekt. Wij kunnen wel ‘brandstof’ neerleggen: gebed, gehoorzaamheid aan Gods Woord, bijbelgetrouwe prediking, de heiliging van het leven. Maar een opwekking blijft een vonk van boven.” 

Krol geeft aan dat hij hier tot zo’n twee jaar geleden anders over dacht. “Meer in de lijn van Finney. Hij leerde: als je een opwekking wilt, moet je daar zelf voor zorgen door te bidden, je leven te heiligen en schuld te belijden. Maar dat is onjuist. Ik heb opwekkingen gezien die helemaal niet ‘gemaakt’ zijn; waar bij wijze van spreken niemand in een hoekje zat te bidden. Anderzijds kom ik ook mensen tegen die heel trouw om een opwekking bidden, zonder dat er iets gebeurt.”

Overheerst optimisme of pessimisme als jullie nadenken over de toekomst van het christendom in Nederland?
“Ik heb verwachting van God,” zegt Van Vlastuin, “al weet ik niet in welke weg Hij gaat. Soms veroorzaakt de Geest een massale volksbeweging. Maar het kan ook zo zijn dat Hij hier een heel klein stroompje overhoudt, dat overigens wel heel diep insnijdt. Misschien om het stroompje daarna weer tot een brede rivier te laten uitgroeien. Dat zou kunnen; daarin is Hij soeverein.”

“Als ik om me heen kijk, heb ik de neiging om pessimistisch te zijn,” reageert Krol. “Maar er staan beloften in de Bijbel! De hele wereld zál het Evangelie horen. Misschien is Europa straks wel het laatst overgebleven bolwerk dat het Evangelie weer moet horen. Het verschil met de openheid in andere continenten is opvallend. Toch heb ik hoop. In het Oude Testament zie je steeds dat het volk Israël na een periode van afval tot bekering komt door Gods krachtdadige ingrijpen. Zou Hij Europa, zou Hij Nederland dan overslaan? Ik kan het me niet voorstellen.”

Opwekking in Nijkerk

Van 1749 tot 1753 heeft in Nijkerk een geestelijke opwekking plaats, die zich uitbreidt tot in het Gooi en de Alblasserwaard. Op 17 november 1749 preekt de 27-jarige ds. G. Kuijpers over Psalm 72. Onder zijn preek beginnen veel hoorders te beven en te huilen, verslagen door schuldbesef. Anderen vallen op de grond, of belijden hardop hun zonden. De ‘Nijkerkse beroeringen’ zijn begonnen. Vanaf die dag klinken overal psalmen uit de huizen; mensen komen zelfs in kroegen samen rond de Bijbel. De opwekkingsbeweging eindigt vrij abrupt in 1753.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over