Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Zo werkt de kerk van Tim Keller

De Redeemer Presbyterian Church is precies waar ze moet zijn: de stad

in Geloven

Albin Sadar en de zijnen hebben in de keuken een stevige warme maaltijd klaargezet voor de stumpers van de straat: rijst met lekkere saus, een flink stuk vlees, brood met boter, dampende mokken koffie. Een ontmoeting tijdens een ontdekkingsreis door de Redeemer Presbyterian Church van New York.

Het is opvallend hoeveel ministries (hulpdiensten) deze snelgroeiende kerk in hartje Manhattan heeft: verzorging van aids-patiënten, begeleiding van vrouwen die ongewenst zwanger zijn of abortus hebben gepleegd, cursussen Engels aan kinderen van nieuwe immigranten, bezoek aan gevangenen, clubs en zomerkampen voor armen, en in St. Paul’s House aan de 51 Street: voedsel en trainingen aan daklozen. In deze activiteit, onder de naam Hope for New York, zijn enkele honderden vrijwilligers actief. „Barmhartigheid is geen middel ten behoeve van evangelisatie,“ zegt Timothy Keller, senior predikant van Redeemer. Barmhartigheid en evangelisatie zijn evenmin doelen die onafhankelijk van elkaar staan. Het juiste model is dat woord en daad, evangelisatie en barmhartigheid, beide middelen zijn om de verbreiding van het koninkrijk van God te bevorderen.“

Daklozen
Albin Sadar is die ochtend vroeg opgestaan. Buiten, in de nog bijna donkere straten van New York, komt het eerste ochtendverkeer op gang. Ook de homeless people, de thuislozen, worden wakker. Ze hebben ergens in een kelder geslapen, op straat bij een verwarmingsbuis, of zomaar op een bank in een park. Sadar wijst mij, nieuwsgierig bezoeker, een plaatsje aan, ergens tussen de één voor één binnendruppelende daklozen. Samen met de andere vrijwilligers is hij de ochtend biddend begonnen: of God de ontmoeting met de mensen van de rand van de samenleving wil gebruiken voor de komst van Zijn Koninkrijk.

De daklozen zien eruit zoals ze er altijd uitzien: eenzaam, verwaarloosd, te smerig om aan te raken. Precies zoals de melaatsen in de tijd van de Here Jezus. Precies zoals de man die op de weg naar Jericho door rovers werd neergeslagen. Inderdaad, precies zoals de verpauperden om wie Christus Zich voortdurend bekommerde. „Wie weet er een mooi lied om te zingen?“ vraagt Sadar.

Nog nahuiverend van de ochtendkilte zitten ze diep verscholen in hun versleten jas of legerjack. De daklozen schijnen eigenlijk alleen maar geïnteresseerd te zijn in hun koffie en brood. Maar ik vergis me. Een oudere man blijkt het Lutherlied te kennen en begint er alvast maar mee. Mijn zwarte buurman die duidelijk niet op de hoogte is van de tekst, volstaat met een brommend ‘tum/dum, dum, dum’.

„Ik heb aids,“ zegt een magere, kennelijk al met de dood in zijn schoenen lopende man. „Wilt u voor mij bidden?“ De anderen, duidelijk gewend aan stervende mensen in hun midden, hebben zo hun eigen verlangens: „Wilt u bidden dat de mensen meer begrip krijgen voor ons, homeless people?“ En, verrassend genoeg ook: „Wilt u bidden voor Israëli’s en Palestijnen, dat zij ophouden elkaar uit te moorden?“ Albin Sadar sluit zijn ogen en bidt.

Een dubbel burgerschap
Je hoeft maar weinig preken van Tim Keller te hebben gehoord of je beseft dat de Redeemer Presbyterian Church - behorend tot het kerkverband van de Presbyterian Church in America (PCA) - een uitgesproken positieve houding heeft tegenover de grote stad. In 1989 begonnen als een kleine gebedsgroep is de gemeente niet alleen zo uitgegroeid dat in het grote auditorium van Hunter College aan de 69e Straat dubbele diensten moeten worden gehouden, maar dat ook elders in New York nieuwe gemeenten konden worden gesticht. „De stad is de beste plaats voor een christen om te leven en te dienen,“ zegt Keller. „In de stad worden de ideeën, waarden en mentaliteit geboren, die samen de cultuur van de samenleving vormen. Dat maakt dat de bewoners vaak open staan voor nieuwe denkbeelden en antwoorden op levensvragen.“

En Manhattan vormt een grote stad. Er wonen anderhalf miljoen mensen, circa 60.000 per vierkante kilometer. Het merendeel van de bewoners behoort tot de professionele elite en is Engelssprekend. De samenstelling van de bevolking is interraciaal, wat weerspiegeld wordt in het ledenbestand van Redeemer: 50 procent is Anglo-Amerikaans, 35 procent Aziatisch-Amerikaans en 15 procent afkomstig uit andere etnische groepen.

Om de positieve houding tegenover de grote stad bijbels te onderbouwen, citeert Keller uit de brief die de profeet Jeremia aan de ballingen in Babel schreef (Jer. 2: 24-35; 44-46). Die ballingen bevonden zich in een soortgelijke situatie als tegenwoordig de christelijke minderheden in grote westerse steden. In New York, Londen en Amsterdam vind je eveneens allerlei geloven en (af)goden. Ook daar is het klimaat hedonistisch en materialistisch. Absolute waarheden zijn verdacht; er is sprake van cultureel relativisme. Wat is de positie van gelovigen daarin?

„Dit zegt de almachtige Heer, de God van Israël, tegen allen die Hij als ballingen uit Jeruzalem naar Babel heeft laten voeren: Bouw huizen en ga erin wonen: leg tuinen aan en pluk er de vruchten . Ga trouwen en zorg dat je kinderen krijgt; laat je zonen en dochters trouwen, dan kunnen ook zij kinderen krijgen. Je moet in aantal toenemen, niet afnemen. Zet je in voor de welvaart van de stad waarheen Ik je als ballingen heb gebracht. Bid tot mij voor de stad, want als het de stad goed gaat, zal het jullie goed gaan.“

Drie conclusies
Ten aanzien van de plaats van de christen in de grote stad trekt Keller daaruit drie conclusies:

  1. God heeft een plan. Net als met de ballingen, die Hij immers Zelf naar Babel had laten voeren, heeft God een bedoeling met de huidige wereldwijde verstedelijking en de komst van zoveel asielzoekers naar het Westen.
  2. Christenen in de grote stad hebben een dubbel burgerschap, ze zijn geestelijk bi-cultureel. Aan de ene kant nemen zij volop deel aan het stadsleven: cultureel, economisch, bestuurlijk. Tegelijk doen ze dat als burgers van het hemels koninkrijk. Bij assimilatie verliest een christen zijn identiteit, hij wordt gelijkvormig aan de wereld. Bij isolement sluit hij zich op in eigen kerk en organisaties. Maar er is een derde, een bijbelse weg: wel in, maar niet van de grote stad. Daniël functioneerde zo in het heidense Babel.
  3. De gelovige moet aan die opdracht beginnen door te bidden voor vrede van de stad. Het Hebreeuwse woord shalom houdt wat dat betreft alles in: cultureel, bestuurlijk en economisch welzijn. Schudt daarom niet alleen het hoofd over de vele zonden van de stad. Help mensen in nood en werk mee om wat krom is recht te maken. Vlucht na de 11e september niet weg. Integendeel, steek de handen uit de mouwen.

Keller citeert in hetzelfde verband ook uit Spreuken: ‘Gaat het de rechtvaardige goed, dan is de hele stad verheugd’ (Spreuken 11: 10). Daarin zit de gedachte dat kwantitatieve en kwalitatieve groei van de gemeente van Christus de andere burgers van de stad ten goede komt. Het is dan ook niet toevallig dat Redeemer visie heeft voor New York, met een daarbij behorende strategie. Redeemer wil een beweging van het Evangelie op gang brengen die de grote stad in alle dimensies - geestelijk, sociaal en cultureel - verandert.

Groei voor Redeemer is herstel van integriteit: minder corruptie en misdaad, verantwoordelijkheid in relaties. Groei is herstel van het gezin: geestelijk gezonde huwelijken en vrijgezellen. Groei houdt verzoening in tussen rassen en klassen. Groei is financiële en sociale zorg: geld en actie naar de verpauperde stadscentra. Groei betekent vernieuwing van de cultuur: christelijke inspiratie in literatuur, kunst en theater.

Missionaire kerk
Tim Keller is ervan overtuigd dat de kerk van Christus missionair behoort te zijn. Bij Redeemer betekent dit dat de gemeente als geheel de buitenwereld in het oog heeft. Het missionaire doortrekt alle facetten: zondagse erediensten, preken, kleine huisgroepen, hulpdiensten (missions). In zijn preken roept Keller de gelovigen nooit op vrienden mee te brengen. Ze doen dat gewoon.

De voormalige docent praktische theologie aan Westminster Seminary in Philadelphia, wijst erop dat sinds de jaren zestig in de westerse wereld een ingrijpende culturele verandering plaatsvindt. „Vroeger hadden christenen te maken met een omgeving die vanuit dezelfde normen en waarden leefde. Wat keurig en net was in de kerk, was dat daarbuiten ook. Buren en kennissen wisten waarover je het had als je sprak over goed en kwaad. Die situatie bestaat niet meer. Er rukte een massale secularisatie op, met als gevolg een aardverschuiving in moraal en ethiek.“

Tegenwoordig bevindt de kerk zich in de situatie van - zeg maar - een zendingspost in India: iedereen staat vreemd tegenover wat ‘s zondags van de kansel wordt geleerd en door de week door de gelovige wordt beleefd. Die zendeling in India is zich goed bewust wat in zijn omgeving leeft. Hij speelt daarop in, precies zoals Paulus deed toen hij in Athene kwam. Veel westerse kerken daarentegen houden weinig rekening met het bestaan van die twee verschillende werelden. Waarom niet? Omdat er nog voldoende mensen in de kerk over zijn wordt geen dwingende noodzaak gevoeld om werkelijk missionair te zijn.“
Keller preekt zo dat gelovigen en ongelovigen beiden geraakt en geboeid worden. Hij vindt dat zijn taak. De apostel Paulus vond het kennelijk de gewoonste zaak van de wereld dat ongelovigen de kerk komen binnenlopen. Hij geeft in dat verband zelfs enkele adviezen: als iedereen maar in tongen - lees vandaag ook: kerkelijke geheimtaal - spreekt, zullen bezoekers er niets van begrijpen (1 Korinthe 14: 24, 25). En dus is Keller wars van theologisch jargon.
Keller concentreert zijn preken sterk op Gods genade: „Die boodschap geldt zowel christenen als niet-christenen. Bovendien laat hij zien dat het Evangelie essentieel is voor een goed zicht op de problemen waarmee gelovigen en ongelovigen beiden te maken hebben: eenzaamheid, twijfel, materialisme, seksuele verleiding, angsten, vergeving, en noem maar op. Zijn preken hebben een apologetisch karakter. Keller leest seculiere boeken, kijkt naar toonaangevende films, praat met ongelovigen en kent daardoor hun leefklimaat.“

In de spiegel kijken
Bij Redeemer maakt men er geen geheim van dat men geïnspireerd wordt door puriteinen als Jonathan Edwards, John Owen, Richard Baxter en George Whitefield. De puriteinen waren wars van oppervlakkigheid. Zij geloofden in de radicale verdorvenheid van de mens. Zij rekenenden ernstig met de zonde, vastgehecht in de uithoeken van het menselijk hart. Maar juist daardoor waren zij diep doordrongen van de kracht van het Kruis, van de hoogte, diepte en wijdte van Gods genade. En niet bij toeval, juiste deze puriteinen waren sterk betrokken op de nood van de ‘rand van de samenleving’.

Dat is tevens de motivatie voor Hope for New York: genade als motor van levensheiliging. Als een mens beseft dat hij genade heeft ontvangen toen hij nog een vijand van God was (Romeinen 5: 10), kan het niet anders of hij wil barmhartig zijn tegenover anderen. Keller: „Als een christen alcoholici ziet, drugsverslaafden, hoeren en criminelen, weet hij dat hij in de spiegel kijkt. Want hij weet: geestelijk was ik net als zij. Zij zijn verschoppelingen. Ik was het ook. Als een gelovige rust in en geniet van Gods genade, zal zijn dienst van barmhartigheid op natuurlijke wijze groeien. Dan wordt hij missionair.“

Tekst: Aad Kamsteeg

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over