Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Philip Yancey: ‘Richt je vergrootglas op Jezus’

in Geloven

Als iemand christelijk nuchter is, dan wel Philip Yancey. In zijn boeken keert hij zich tegen christenen die de indruk wekken dat geloof alle problemen als sneeuw voor de zon laat verdwijnen. Tegelijk is Yancey hoopvol: „Als christenen erin slagen het unieke van het bijbelse geloof uit te dragen, zullen zij velden ontdekken die wit zijn om te oogsten.“

Ik ontmoet Yancey in Boston tijdens een conferentie over de vraag hoe een christen passie in zijn geloof kan houden. Yancey’s laatste in het Nederlands vertaalde boek, Op zoek naar de onzichtbare God, heb ik bij me. Ook daarin klinkt christelijk realisme door: ‘God belooft ons al in het hier en nu vrede. Maar het is een vrede temidden van oorlog’.

In verband daarmee zal een verhaal van een taxichauffeur bij een recent bezoek aan Ground Zero Yancey altijd bijblijven. Op de ochtend van die 11e september had de jonge man, een Puertoricaan, zijn auto geparkeerd bij het Millennium Hotel, vlakbij het World Trade Center. Toen sloeg het eerste vliegtuig in. Gegil, paniek, stofwolken! Er vloog van alles om hem heen. Eddy, zo heette hij, zag een oudere vrouw op hem toe wankelen. Ze was zojuist de WTC-toren ontvlucht, 58 verdiepingen naar beneden. Vlak voor de voeten van Eddy viel ze neer op het trottoir.

Eddy boog zich voorover: ‘Zal ik u helpen? Zal ik een deken voor u halen? Een gebed uitspreken misschien’? Eddy bad. Toen hij zich omkeerde om hulp te halen, boorde het tweede toestel zich in de andere toren. De beelden staan in Eddy’s geheugen gegrift: lichamen en stukken van lichamen vlogen door de lucht, meubels, computers, papier. Hij keek om naar de vrouw. Een deel van een computer had haar hoofd geraakt. Ze was dood.

Stem van een pelgrim
Philip Yancey is een begenadigd schrijver. Zijn boeken worden overal ter wereld vertaald. Jezus, zoals ik Hem niet kende behoorde in 1996 tot de meest verkochte boeken in de Verenigde Staten. Genade, wat een wonder werd een bestseller. Waar is God als ik pijn heb werd dat voor de tweede keer toen Amerikanen zich afvroegen waar God was op de 11e september.

Yancey, redacteur van het magazine Christianity Today, krijgt veel brieven van lezers. Die brengen hem ertoe in te gaan op allerlei geloofsworstelingen: twijfels, angsten, verleidingen. Zelf kent hij die ook. Nog steeds weet hij zich wat dat betreft op ontdekkingsreis. „Mijn stem is die van een pelgrim,“ zegt hij.
Yancey groeide op in het diepe zuiden van Amerika in een wettisch milieu. Geloof bestond voornamelijk uit het naleven van gedetailleerde regels en bepalingen. „Soms dreig ik mijn uitgever dat ik een boek ga schrijven over de leugens die de kerk mij vertelde,“ lacht hij. Als late tiener ontworstelde Yancey zich aan dat milieu. Hij verliet de kerk en stortte zich in de woelige en revolutionaire jaren zestig. Dat hij de kerk weer terugvond, is mede te danken aan christenen die wél het beeld van Jezus vertoonden.

Persoonlijke God
Sinds 11 september is de wereld in veel opzichten veranderd. Amerikanen vragen zich verbijsterd af waarom zoveel mensen hen haten. Christenen ervaren plotseling harde confrontaties met de islam. In vooral West-Europa worden zij aangevallen: ‘Elk geloof dat claimt de waarheid in pacht te hebben, is gevaarlijk’. Gelovigen heroriënteren zich: ‘Welke boodschap hebben wij nog voor een verwarde wereld’?

Yancey noemt in dat verband drie unieke kenmerken van het christelijk geloof. Het eerste kenmerk is een persoonlijke God. „Een zendeling uit het islamitische Uzbekistan vertelde mij eens dat het bijna onmogelijk is moslims duidelijk te maken dat je een persoonlijke relatie met God kunt hebben. Dat Allah soeverein is en groot, ja! Schepper van hemel en aarde? Ja! Maar een persoonlijke verhouding? Nee! Zo ook in het boeddhisme. In Tibet en Nepal zag ik in tempels gebedswielen met daarin een formuliergebed. De gedachte is dat als je dat wiel ronddraait, dat gebed wordt opgezonden.“

„En het jodendom… In het Oude Testament is God vaak hoog verheven. Als Mozes slechts een glimp van God heeft opgevangen, straalt zijn gezicht zodat hij het moet bedekken. In het Heilige der Heiligen mocht maar één keer per jaar een hogepriester komen. De luchtvaartmaatschappij El Al zorgt er nog steeds voor dat niet over de Tempelberg wordt gevlogen. Je zou zonder het te weten eens boven de plaats kunnen komen waar God heeft gewoond.“
„Maar dan komt Jezus. ‘Zeg maar Abba tegen God’, zegt Hij, dat is: Pappa. Zie je het verschil? Als ik indertijd bij president Kennedy een gesprek wilde aanvragen, moest ik een hele serie instanties passeren en dan lukte het waarschijnlijk nog niet. Maar wie kon zomaar het Oval Office van de president binnenrennen? De kleine John, Kennedy’s zoontje: ‘Pappa!'

Yancey wil overigens geen scheiding maken tussen Oud- en Nieuw-Testament. „Het beeld waarmee God in het Oude Testament de relatie tot Zijn volk schetst, is dat van ouder en kind en van een huwelijk. ‘Ik vond je in de woestijn. Ik waste je. Ik kleedde je. Ik ben je Bruidegom. Ik houd van je.’ Dat is de God Die wij aan de wereld mogen tonen.“

Jezus huilde...
Het tweede unieke kenmerk is Jezus als Zoon van God, zegt Yancey. Voor alle religies is Hij het grote struikelblok: ‘Hoe kan God nu een Zoon hebben?’ „Maar toen ik Jezus, zoals ik Hem niet kende schreef, begon ik te begrijpen dat ik in verband met al mijn problemen het vergrootglas juist op Jezus moest richten."

„Neem nu de 11e september. Richt je vergrootglas op Jezus - ‘Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien’ - en je weet hoe God Zich voelt. Toen Jezus uitkeek over Jeruzalem kreeg Hij als het ware tranen in z’n ogen: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, u doodt de profeten en stenigt hen die God u gestuurd heeft. Hoe dikwijls heb Ik uw kinderen niet willen verzamelen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels. Maar u heeft niet gewild…’ Ouders herkennen dat: de pijn die kinderen hen kunnen aandoen."

„Jezus huilde toen Lazarus stierf. Zelf huil ik niet vaak. Maar elke keer als ik tijdens een begrafenis iets moet zeggen, schrijf ik het op. Anders kom ik niet uit mijn woorden. O ja, Jezus wist dat Hij Lazarus zou opwekken uit de dood. Maar toch. Verdriet doet pijn. Sterven doet pijn.“
„Jezus weende nog een keer: ‘Tijdens Zijn aardse leven heeft Hij God, Die Hem van de dood kon redden, gebeden en gesmeekt onder luid geroep en geween’ (Hebr. 5: 7). Nee, Jezus was geen Superman Die eens liet zien hoe je zonder angst sterft. Hij voelde elke doorn van onze in zonde gevallen planeet. Daarom begrijpt Hij ons zo goed.“

„Ik krijg veel brieven van mensen met gebroken levens: kapotte huwelijken, eenzaamheid, twijfels. Vaak gaan die brieven over seksuele zonden. Wat is dat toch: kerk en seks? Wanneer wordt tucht geoefend over trots of wetticisme? Maar seks… Maar gebruik dan dat vergrootglas nog eens. Zelfs al had iemand zichzelf bewust in seksuele ellende gestort, dan nog was Jezus bewogen. Hij strekte Zijn handen uit: ‘Ik kan je genezen. Ik kan je leven herstellen, ongeacht wat je ervan hebt gemaakt’. Zo’n Jezus moeten we de wereld verkondigen.“

Genade zonder voorwaarden vooraf
Genade is het derde kenmerk. Yancey herinnert zich een dag met Henri Nouwen in de l’Arche-gemeenschap Daybreak in Toronto. „We hadden het over Jezus’ mededogen met de zondige Samaritaanse vrouw uit Johannes 4. Nouwen vertelde dat hij een tehuis voor aids-patiënten in San Francisco had bezocht. ‘Philip’, zei hij, ‘deze mannen stierven letterlijk van genadeloosheid. Ze smachtten naar liefde. Nooit zag ik mensen met groter dorst.“
Die dag leerde Yancey dat juist mensen die ons kwaad willen doen, geestelijk dorst hebben. Iedereen? „Een Australiër vroeg me na een spreekbeurt: ‘Meneer Yancey, die schurken die uw land aanvielen, ziet u die ook als dorstig?’ ‘Ja’, zei ik. ‘Want weet u, als wij mensen die ons haten niet als dorstige mensen zien, treden we hen louter met de wet en niet met het Evangelie tegemoet. En alleen genade kan hen van binnenuit veranderen.“
„In het begin van de jaren zeventig - Afghanistan werd nog bestuurd door koning Zahir Shah - kreeg een christelijke muziekgroep van jonge Amerikanen een visum om Kabul te bezoeken. Landgenoten waarschuwden vooral niet over Jezus te praten. ‘Dan word je in de gevangenis gegooid’. Maar tijdens een massaal bijgewoond optreden deed een jonge Afro-Amerikaan het toch. Terwijl de begeleiders handenwringend in de coulissen stonden, getuigde de jongen wat Gods genade in zijn leven had gedaan.

De minister van cultuur was er ook. De man stond op en zei: ‘We hebben hier heel wat jonge Amerikaanse toeristen gehad. De meesten gebruikten drugs en gedroegen zich slecht. Maar jullie boodschap is het waard gehoord te worden. Ik nodig jullie uit scholen in andere Afghaanse steden te bezoeken’. Tijdens die tournee getuigde de groep van Gods genade en overal merkten ze dorst naar het Evangelie.“

„Terug in Kabul toonde de bekende J. Christy Wilson - oogchirurg en zendeling - hun een begraafplaats. Ze liepen langs grafstenen van zendelingen die, de ene generatie na de andere, op rotsen hadden geploegd. Bekeerlingen hadden ze slechts sporadisch gezien. ‘Deze zendelingen hebben in harde rotsbodem geploegd. Ze zaaiden. Ze goten water’, zei Wilson. Maar jullie mochten oogsten.“

„Afghanistan is nu weer terug bij af. Maar elders liggen mogelijkheden. Als wij maar vertellen van God Die een van Hem vervreemde wereld liefheeft. Van Jezus Christus Die ons laat zien Wie onze Vader is. Van genade, Gods geschenk zonder voorwaarden vooraf. Breng die boodschap naar een dorstige wereld. En je zult verwonderd zijn over de oogst.“

Tekst: Aad Kamsteeg

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons