Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Nood wordt zichtbaar tijdens nachtelijke taxirit door Utrecht

in Geloven

De buitenkant van Nederland lijkt nog redelijk op orde, met hier en daar wat problemen, maar juist in het donker van de nacht wordt de nood zichtbaar. Dat ervaarde taxichauffeur Teus Schep tijdens zijn nachtelijke ritten. Het heeft hem zeer geraakt en een diep verlangen in hem gewekt naar een ingrijpen van de Here God.

„Het werd mij tijdens mijn taxiritten duidelijk hoever wij als volk weg zijn, dat het ons alleen maar op de knieën kan brengen voor onze God en Vader, en voor de Here Jezus,“ merkt Teus op. „Wat de passagiers zeggen en doen is een spiegel waarin wij onszelf als land en volk en onszelf als christenen in ons falen zien. Ik werd geconfronteerd met bergen vuil en viesheid, gemeenheid, perversie en gebrokenheid. En ik ben er zeker van dat God ernaar verlangt hen te bevrijden, te genezen, te reinigen en te redden. Voor hen vraagt Hij onze gebrokenheid, ons gebed.“

Het is een riool, soms te vuil om onder woorden te brengen. Daarom houden we het verslag van Teus beknopt, maar genoeg om iets ervan te proeven.

Jongens van 15
„Even na twaalven tikken twee jongens van een jaar of 15 op mijn zijraampje. Ze stappen in, de een voorin, de ander achterin. Onderweg wisselen ze hun ervaringen uit. Uit school waren ze gaan winkelen en stappen in een paar kroegen. Beiden belandden bij de prostituees. In het donker vertellen ze elkaar de perverse details. Nadat de ene is uitgestapt, probeer ik een gesprek met de ander te krijgen. Vertrouwelijk zegt hij: ‘Ik vond er eigenlijk ook niets aan. Het is nu de derde keer dat ik dit heb gedaan, maar ik denk dat ik niet meer ga’.“

Homobar
„Ik moet iemand ophalen bij een homobar aan de Oudegracht. Onderweg haalt hij zijn mobiele telefoon uit zijn zak en belt zijn vriend wakker. In een duidelijke poging om hem jaloers te maken, vertelt hij dat hij vanavond sjans had en dat hij het wel een hele leuke jongen vond. En hij had ook nog iets heel geils meegemaakt.“

Vader en zoon
„Het is half twee als ik twee klanten ophaal. Vader en zoon. Vader is duidelijk beschonken. Ik krijg een flink bedrag vooruit, met de mededeling dat ik zo meteen eens iets mee zal gaan maken. We rijden naar het andere eind van de stad en onderweg maakt hij me duidelijk: we gaan iemand vermoorden. Ondertussen zijn we in de straat aangekomen. ‘Ouwe, rustig aan nou, he’, zegt de jongen tegen zijn opgefokte vader. Ze blijken het juiste adres niet meer te weten en bellen ergens aan. Terwijl zijn zoon hem probeert te kalmeren, bonkt pa op de deur, de ramen, de bel van het huis waar hij vermoed dat hij wil zijn. Niemand reageert. Zijn zoon weet hem weer in de auto te praten en daar zegt hij, verslagen: ‘Ze heeft me in de steek gelaten, ze is gewoon weggegaan. Zoveel jaar zijn we getrouwd en nu is ze opeens weg. Ik word helemaal gek. Echt, ik ben normaal niet zo’.“

Moutainbikes
„Een jongeman, een jaar of dertig, met de sporen van een nacht in de kroeg op zijn gezicht, stapt in. Dagelijks gaat hij er op uit met de trein om in andere steden en dorpen van ons land goede mountainbikes te stelen. Terug in Utrecht zet hij ze voor 150 euro te koop, en komt zo aan zijn inkomen. Als ik zwijg, begint hij zich te verontschuldigen. Hij is verslaafd, en wat moet je anders doen om aan de dope te komen. Op een gegeven moment vraagt hij door, en als ik iets over mijn leven vertel en over de machtige liefde van Jezus, barst hij uit: ‘Weet je, ik ben van binnen zo rot als een mispel. Ik ben helemaal niets. Soms ben ik bang van mezelf’.
Hij wil stoppen met zo te leven. Hij blijft doorvragen, tot in de diepste dingen wil hij weten of Jezus echt het antwoord is; of Hij echt van hem houdt; of Hij echt blijvend en diep dingen anders maakt.“

Tv-verslaggever
„Een cameraman en tv-verslaggever uit Japan stappen in. Hun apparatuur hebben we in de kofferbak geladen en nu gaan we richting Schiphol. De verslaggever vertelt dat zij nu al in korte tijd voor de vierde keer in Holland zijn. Hij vindt het heel bijzonder dat zo’n klein land zo vaak de aandacht van de internationale pers weet te trekken. Hij somt op: ‘Een keer waren we hier om jullie euthanasiedebat in het parlement te verslaan, en een keer om het debat over het homohuwelijk vast te leggen. Een poosje later moesten we wat plaatjes schieten van de eerste homohuwelijken in Amsterdam en nu zijn we op een groot opgezette Wietbeurs geweest. Allemaal dingen die in ons land en overal ondenkbaar zijn. Jullie zijn echt een voorbeeld voor vrijheid in de wereld. Een politieagent staat het verkeer te regelen voor de bezoekers van de Wietbeurs. Binnen lopen de mensen vrij te blowen en van alles is te koop wat met wiet en dergelijke te maken heeft’. Ik leg uit dat dit een vrijheid is die je niet hoeft te verlangen, omdat die onherroepelijk Gods reactie over je land afroept.“

Zondagmorgen
„Op geen moment komt de situatie van ons volk schrijnender naar boven als op zondagmorgen. Wanneer van zo half zes tot een uur of zeven de bars en discotheken zijn leeggelopen en de taxi’s de duizenden jongeren her en der in de stad en in de dorpen er om heen thuis hebben gebracht, wordt het stil in de stad. Tot een uur of half tien, wanneer de kerkgangers – hier eentje, daar twee – zich naar de kerk begeven. Hoe triest dat ze elkaar zijn misgelopen. Hoe hemelschrijend dat ze zich van elkaars bestaan nauwelijks bewust zijn. Duizenden jonge mensen liggen nu hun roes uit te slapen, en de keurige mensen zijn onderweg naar de kerk. We denken dat het goed gaat. Maar het gaat niet goed met deze jonge mensen en ook niet met Nederland. Maar met ons gaat het wel goed. We lopen op de stille zondagmorgen naar de kerk van onze kleur. Groeten verheugd onze broeders en zusters. Gered. Daar vertrouwen we op. We houden van de Here. Maar het land gaat kapot. De jonge generatie zijn we misgelopen. En dat er een geestelijke strijd gaande is om ons land, we hebben er geen weet van. Laat staan dat we op onze post staan als soldaten in het leger van onze Here Jezus. Huilt God misschien over Zijn kinderen die zich niet bekommeren over wie Hem zo ter harte gaan?“

Tot zover een kleine greep uit het verslag van Teus. Zijn motivatie om dit te vertellen is zijn diepe verlangen dat het tot bezinning en verootmoediging zal leiden. „Er moet iets veranderen. De tijd raakt op en mensen gaan verloren. God huilt om onze steden en dorpen, omdat Hij weet wat er gaat gebeuren als er geen bekering komt. En die bekering moet bij ons, christenen, beginnen. Moet God dit land schudden om Zijn gemeente wakker te krijgen? Ik geloof dat dat soms nodig is. God verlangt ernaar dat we door Hem als instrumenten gebruikt kunnen worden om een grote oogst binnen te halen.“

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

Christen-zijn op je werk. Hoe doe je dat?

Christen-zijn op je werk. Hoe doe je dat?

Christen-zijn op je werk. Voor de één vanzelfsprekend, voor de ander een uitdaging. Want hoe getuig je op een natuurlijke manier van je geloof? Hoe ga...

Edese winkeliers helpen daklozen met tegoedbonnen

Edese winkeliers helpen daklozen met tegoedbonnen

Straatpastor bedacht uniek ruilsysteem

Vind je straks een bijbel op je Airbnb-kamer?

Vind je straks een bijbel op je Airbnb-kamer?

Bijbelvereniging deelt 90.000 bijbels uit

Mirjam Hollebrandse