Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Kindsoldaten: levenslang?

in Nieuws

Een betere soldaat kun je je niet wensen. Hij is klein, lenig, snel en kent weinig angst voor de dood. Je kunt hem heel gemakkelijk manipuleren en overal voor inzetten. Mondig is hij nauwelijks, dus hij zal niet snel ‘nee’ zeggen. En eenmaal goed getraind, is het een vechtmachine die nergens voor terugdeinst…

Tijdens de recente kindertop van de Verenigde Naties stond het onderwerp opnieuw op de agenda: kindsoldaten. De deelnemers waren het er over eens dat er eerder vandaag dan morgen een eind moest komen aan dit fenomeen. Maar wens en werkelijkheid liggen vooralsnog ver uit elkaar. Op dit moment vechten er naar schatting 300.000 kinderen in gewapende conflicten in tientallen landen wereldwijd.
Een standaard profiel is niet te geven. De gemiddelde kindsoldaat is tussen de 10 en de 18 jaar oud, maar kinderen van vijf of zes jaar vormen geen uitzondering. Het zijn vooral jongens, maar ook meisjes. Sommigen worden gedwongen, maar velen sluiten zich ook vrijwillig aan. Vooral in landen waar grote armoede heerst, is het vooruitzicht van goede maaltijden soms al genoeg om voor het leger te kiezen.
De kinderen vechten mee in de strijd, vaak onder invloed van stimulerende drugs. Ze doen dienst als drager, kok, bewaker, boodschapper en spion. Officieren sturen ze vóór de troepen uit de mijnenvelden in, of gebruiken hen voor een zelfmoordmissie. De meisjes verzorgen de strijders en worden vaak gedwongen om seksuele diensten te verlenen. Verkrachtingen komen veelvuldig voor en het gebeurt dat meisjes al op hun twaalfde zwanger zijn.

Gehard voor de strijd
De Lord’s Resistance Army, die op de grens van Oeganda en Soedan opereert, is berucht om het gebruik van kindsoldaten. Het rebellenleger vecht al jaren tegen Oegandese regeringsgroepen. Rebellenleider Joseph Kony meent dat God hem geopenbaard heeft dat hij de nieuwe president van Oeganda zal worden. Hij schuwt geen enkel middel in zijn gruwelijke strijd om dat doel te bereiken. Er zijn maar weinig volwassenen die zich vrijwillig aanmelden bij deze obscure legermacht. Daarom vult Kony zijn rebellen aan door kinderen te ontvoeren en te trainen als soldaat.

Psychologe Liesbeth Speelman werkt bij een project voor opvang van deze kindsoldaten in Gulu, het noorden van Oeganda. Het centrum van de christelijke hulpverleningsorganisatie World Vision zit vol kinderen die – met gevaar voor eigen leven – gevlucht zijn uit de Lord’s Resistance Army. „Kony’s rebellen hebben deze kinderen ooit ontvoerd op weg naar school, maar soms ook vanuit huis,“ vertelt ze. „In de eerste paar weken van hun gevangenschap worden ze gehersenspoeld. Vaak dwingen de rebellen hen om hun eigen dorp aan te vallen en familie te doden, zodat ze niet meer naar huis terug durven keren. Kinderen die toch proberen te ontsnappen en gepakt worden, moeten door de andere kindsoldaten vermoord worden. Met deze methodes harden ze kinderen voor de strijd. Ze maken hen zo bang dat ze niet durven te vluchten.“

Wantrouwen
‘De hulpverleners beheksen je. Ze doen eerst heel aardig tegen je, maar dan...’ Dat krijgen de kinderen in de Lord’s Resistance Army te horen. Het zijn dan ook maar enkelingen die durven te vluchten. Ze komen met veel argwaan het opvangcentrum in Gulu binnen. „Ze weten niet wat ze moeten verwachten. Vaak hebben ze een starende blik in de ogen, die niet te peilen is. Om ze op hun gemak te stellen, hebben we eerst een welkomsceremonie waarin ze kennismaken met ons en de kinderen. Vooral dat laatste is belangrijk, want soms zijn er kinderen die de nieuwkomers herkennen. Die kunnen hen dan op hun gemak stellen en vertellen dat de leugens die over het centrum verteld werden, niet kloppen.“

Het verhaal van ieder kind is anders, maar op een aantal punten zijn er sterke overeenkomsten. „Bijna allemaal zijn ze hun vertrouwen in volwassenen kwijt. Want die hebben hen dit aangedaan. Niet alleen de soldaten, maar ook hun ouders en familie, die hen niet hebben kunnen beschermen. Dat vertrouwen moeten ze weer helemaal terugwinnen. Daarnaast worstelen de meesten met een enorm schuldgevoel. Ook al vochten ze – in dit geval – onvrijwillig mee, toch beleven ze het wel als hun eigen fout. Ze zijn niet sterk genoeg geweest om ‘nee’ te zeggen. Dat had ook niet gekund, want het had hun dood betekend, maar toch ervaren ze het als een falen.“

Nachtmerries
Voor de kinderen die het leger ontvlucht zijn, begint een nieuwe strijd. De kindsoldaten die in Gulu binnenkomen, zijn vaak agressief, maar ook depressief en teruggetrokken. De tragiek komt het sterkst naar voren als ze hun ogen dicht doen. Achter de gesloten ogen komen de verschrikkingen van de oorlog weer tot leven. De nachten in het opvangcentrum zijn loodzwaar, omdat veel kinderen gruwelijke nachtmerries hebben. Zelfs overdag krijgen kinderen flashbacks en wanen ze zich tot hun schrik weer in de ‘bush’.

Veiligheid is voor deze kinderen een eerste vereiste, volgens Liesbeth. Een plek waar je rustig kunt slapen, waar eten is, een warm bad, en gewone kleren. Een plaats waar je niet bang hoeft te zijn om opgepakt of misbruikt te worden. En een plek waar je je verhaal kwijt kunt. Hulpverleners praten met de kinderen over wat ze meegemaakt hebben, en in groepsgesprekken kunnen kinderen hun ervaringen delen.

„Maar ze moeten ook iets anders te doen hebben dan over ellende te praten. Er is bij ons genoeg ruimte voor een simpel potje voetbal of het maken van een tekening. Ze leren om weer met dagelijkse klusjes mee te werken. We organiseren debatten waarin de kinderen allerlei maatschappelijke zaken met elkaar bespreken, wat erg leuk is om mee te maken. En we geven ze bijvoorbeeld seksuele voorlichting, want door hun seksuele ervaringen in het leger hebben kinderen daar soms heel vreemde ideeën over.“

Hereniging
Gemiddeld blijven kinderen zo’n een tot twee maanden in het opvangcentrum. In die tijd gaan hulpverleners op zoek naar familie van de kindsoldaten. Opvangcentra als dat in Gulu werken ernaar toe dat kinderen weer bij hun ouders of familie terecht komen. Maar zonder slag of stoot gaat dat niet. Soms hebben ouders en kinderen elkaar al jaren niet gezien, en willen ze elkaar ook helemaal niet zien. Kinderen voelen zich schuldig om wat ze gedaan hebben. En ouders of familie hebben moeite met de gruweldaden die hun kinderen begaan hebben.

De Nederlandse regisseur Duco Tellegen (zie kader) maakte de hereniging van Spencer en zijn familie mee toen hij voor een reportage over kindsoldaten in Liberia was. Dit land wordt al jaren geteisterd door een burgeroorlog, waarin duizenden kinderen meevechten. Uit angst om vermoord te worden, sloot Spencer zich op zijn negende aan bij het leger, tijdens een aanval op zijn dorp. Na demobilisatie belandde hij op zijn achttiende in een opvangcentrum Unicef.

Zijn rol als slachtoffer en dader tegelijk maakte het moeilijk voor hem om terug te keren naar het normale leven. „Gelukkig bestaat er in het geval van Liberia zoiets als een traditionele verzoeningsceremonie,“ vertelt Duco. „Dat heeft kinderen zoals Spencer de mogelijkheid gegeven om weer terug te keren naar huis. Maar sommigen kunnen en durven niet terug, omdat ze te erge misdaden hebben begaan.“

Begin
Toch blijkt gezinshereniging voor de meeste kinderen uit de opvangcentra haalbaar. Bijna alle kinderen uit de centra in Oeganda en Liberia gingen terug naar hun familie. Het klinkt als een positieve score, maar een nuancering is op zijn plaats. Want het gaat hier alleen om de kinderen die het geluk hebben om vanuit het leger in een opvangproject terecht te komen: een klein deel van het totale aantal kindsoldaten.

En gemakkelijk is dit nieuwe begin ook voor hen allerminst. Niet allemaal redden ze het. Volgens Liesbeth worden sommigen niet goed opgevangen; ze belanden bijvoorbeeld in het criminele circuit. Maar veel kinderen lukt het redelijk om het ‘normale’ leven weer op te pakken. Duco verbaasde zich over de flexibiliteit van de ex-kindsoldaten waarmee hij sprak: „Volwassenen zijn - veel meer dan kinderen - bezig met de verwerking van wat ze meegemaakt hebben. Kinderen zijn er vooral druk mee om het dagelijks leven weer op te pakken.“

Voor het slagen van de ‘rehabilitatie’ is een goed sociaal netwerk en goede scholing van levensbelang. Een sociale basis helpt de kinderen om weer enigszins normaal te kunnen functioneren. En door onderwijs krijgen ze de basisvaardigheden om hun eigen levensomstandigheden te verbeteren. Dat is vaak bittere noodzaak in de landen waar deze kinderen wonen. Liesbeth: „Wij proberen de kinderen na terugplaatsing bewust aan goede scholing te helpen. Het is ook belangrijk hoe leeftijdsgenoten met hen omgaan. Als die contacten goed zijn, kunnen ze zich meestal redelijk redden. En dat verbaast me echt voor kinderen die dit meegemaakt hebben.“

Tekst: Bas Popkema

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons